VIERING : LICHT EN ZOUT…

Dominicus Gent

Zondagviering van 8 februari 2026

“Anders dan in gelijkenissen sprak Hij niet…”(2/3) – Gelijkenissen met ethisch appèl

 

Vandaag vieren we rond beelden, of gelijkenissen, waarin we een zo goed als tijdloze morele uitdaging horen. Spontaan denken we misschien aan de parabel van de barmhartige Samaritaan, maar in de evangeliën staan meer beelden waar zo’n ethisch appel van uitgaat.

Tegenover het duister van armoede, ziekte en religieus gemotiveerde uitsluiting, tegenover het donker van de Romeinse bezetting werd Jezus zelf ervaren als ‘licht’. Licht dat ook vandaag zo hard nodig is. We plaatsen ons samenzijn onder zijn aanwezigheid, onder dat licht.

We zingen een heel mooi lied dat ‘Licht’ als meerstemmig ijkpunt ziet voor alles in ons leven.
Voor christenen is de link met Jezus helder. Maar ook voor wie verder van de traditie staat roept het beeld minstens op dat het onafwendbaar duister niet het doel kan zijn noch betekenis kan geven aan ons leven. ‘Licht’ is tegenkracht, ‘licht’ staat symbool voor dynamiek die iets ten goede keert tussen mensen en in de wereld. Licht is nooit vanzelfsprekend tenzij bij zonsopgang… en daarmee begint het lied

Lied aan het licht

Licht dat ons aanstoot in de morgen,
voortijdig licht waarin wij staan
koud, een voor een, en ongeborgen,
licht overdek mij, vuur mij aan.
Dat ik niet uitval, dat wij allen
Zo zwaar en droevig als wij zijn
niet uit elkaars genade vallen
en doelloos en onvindbaar zijn.

Licht van mijn stad de stedehouder,
aanhoudend licht dat overwint.
Vaderlijk licht, steevaste schouder,
draag mij, ik ben jouw kijkend kind.
Licht, kind in mij, kijk uit mijn ogen
of ergens al de wereld daagt
waar mensen waardig leven mogen
en elk zijn naam in vrede draagt.

Alles zal zwichten en verwaaien
wat op het licht niet is geijkt.
Taal zal alleen verwoesting zaaien
en van ons doen geen daad beklijft.
Veelstemmig licht, om aan te horen
zolang ons hart nog slagen geeft.
Liefste der mensen, eerstgeboren,
licht, laatste woord van Hem die leeft.

T. Huub Oosterhuis – M. Antoine Oomen

 

WOORDDIENST

1

Beelden, gelijkenissen, parabels. Vorige zondag al mochten we hier horen hoe beeldspraak ons helpt om na te denken over en woorden te vinden voor wat ons overstijgt. Beelden en woorden voor God, voor de betekenis van Jezus’ leven en sterven, voor datgene waar elk beeld, elk woord de facto tekort schiet.
De hele Bijbel staat vol van beelden, metaforen, gelijkenissen, enz. We vinden ze in de verhalen van mensen onderweg, van mensen op zoek naar een zinvol en vervullend bestaan. Ze spreken van mensen en volkeren die gevolg willen geven aan de roep naar verantwoordelijkheid en gerechtigheid.
Zowel in de Hebreeuwse Bijbel als in de evangelies komen oneindig veel beelden voor. Velen van ons zijn er mee opgegroeid, ze zitten in ons geheugen gebeiteld (de herder, het lam, de bruid, wijnstok, …). En we weten wat ermee bedoeld wordt. Of toch niet? Het kan geen kwaad om de beelden en metaforen uit de oude, overgeleverde verhalen met een kritisch oog te bekijken. We weten dat die Bijbelse verhalen ontstaan zijn in een specifieke historische en culturele context. Het is boeiend en vaak verrassend om een beeld, een metafoor van toen te plaatsen in onze wereld.
We luisteren naar enkele verzen uit het evangelie van Mattheüs:

Mt 5, 13-16

13 Jullie zijn het zout van de aarde. Maar als het zout zijn smaak verliest, hoe kan het dan weer zout worden gemaakt? Het dient nergens meer voor, het wordt weggegooid en vertrapt.
14 Jullie zijn het licht voor de wereld. Een stad die op een berg ligt, kan niet verborgen blijven. 15 Je steekt ook geen lamp aan om hem vervolgens onder een korenmaat weg te zetten, nee, je zet hem op een standaard, zodat hij licht geeft voor ieder die in huis is. 16 Zo moet jullie licht schijnen voor de mensen, zodat zij jullie goede daden kunnen zien en eer bewijzen aan jullie Vader in de hemel.

Dit zijn vier verzen uit de Bergrede. Mattheüs componeert een bijzondere geheel van woorden van Jezus. Het is een redevoering met daarin de samenvatting van Jezus’ verkondiging. Mattheus verzamelt uitspraken van Jezus en construeert een toespraak die Jezus houdt bij het begin van zijn openbaar leven. Die redevoering wordt gehouden op een berg, de leerlingen rondom Jezus en de menigte aan de voet van de heuvel. De drie verzen (zout, licht, stad, lamp) van daarnet sluiten onmiddellijk aan op de zaligsprekingen. Mattheus benadrukt hiermee dat leerlingen van Jezus een voorbeeld moeten zijn voor de wereld. Je bent pas zout van de wereld als je de zaligsprekingen in praktijk brengt. Leerlingen van Jezus worden opgeroepen om door hun gedrag de duisternis van de wereld te doorbreken.

Mattheüs is een joodse Schriftgeleerde die leeft in een tijd dat het jodendom en het christendom uiteengaan. Een spannende tijd. Hij is doordrongen van zijn joodse identiteit en wordt bewogen door wat de man uit Judea, Jezus van Nazareth, verkondigt. Voor beiden is de Thora van levensbelang. We herinneren ons uit het boek Exodus: Mozes gaat de berg op en ontvangt daar de geboden, de wet. Leefregels, geschreven op stenen tafelen. Het is vanuit die Thora, de wetten van Mozes, dat Jezus de zaligsprekingen predikt. Verder in de Bergrede pleit hij voor échte gerechtigheid, zonder huichelarij. Voor Mattheus is het zo klaar als een klontje: Jezus wil de wetten van Mozes niet kwijt of afzwakken of herinterpreteren. Integendeel. Hij doet er nog een schepje bovenop. Hij dringt aan op gerechtigheid die groter is dan wat de Thora vraagt. (linker- en rechterwang). In de schrift staat: Hij is niet gekomen om de wet te ontbinden maar om de wet de vervullen.

Met de beelden van zout en licht beklemtoont Mattheüs wat volgelingen van Jezus te doen staat. Voor de toehoorder van toen waren die beelden vrij duidelijk. Zij dachten niet aan zout als oorzaak van hoge bloeddruk, hart- en vaatziekten of andere kwalen. En waar vandaag in onze kontreien nauwelijks nog onverlichte plekken te vinden zijn was het in Jezus tijd ‘lichtelijk’ anders. Het zout en het licht in de woorden van Jezus, beklemtonen voor zijn tijdgenoten de radicale opdracht aan het adres van allen die in zijn voetspoor willen treden.

Door de eeuwen heen werden mensen geïnspireerd door wat licht vermag. Laten we ons in verbondenheid toevertrouwen aan wat ons is aangezegd.

Lied : Voor de zevende dag

Wek mijn zachtheid weer.
Geef mij terug de ogen van een kind.
Dat ik zie wat is.
En me toevertrouw.
En het licht niet haat.

2

De zachte melodie lijkt onze ademhaling te volgen maar de eindpunten na elk zin wijzen op een beslistheid, een belofte, een soort levensmotto. Bij mij werkt het zingen van dit lied alvast zo: ik wil zacht zijn en blijven in deze harde wereld. Ik vraag om die onbevangen kinderogen die niet kijken maar zién. Ik bid om niet weg te lopen van wat ik zie, maar me toe te vertrouwen aan een Grotere Liefde. En ik bezweer mezelf om het positieve te zien en cynisme niet toe te laten -het licht niet te haten-.

Sommigen lezen in de Mattheusvergelijking ‘licht voor de wereld’ een gelijkaardig motto, een oproep zelfs tot missionering: publiekelijk getuigen van ons geloof en bij gemaakte keuzes verwijzen naar onze christelijke inspiratie.
Het roept ongemak -ja zelfs weerstand-bij me op, angst misschien om apart gezet te worden als een rare of zwakke die van niet beter weet of die niet autonoom kan denken en handelen?
Mark VDVoorde, oud-hoofdredacteur van Kerk & Leven schreef een boek over- of beter tégen- dit ongemak: ‘Niet in onze naam’. Hij schrijft dat tijdens ons ongemak en ons zwijgen anderen wél met bijbelteksten zwaaien om politiek handelen te verantwoorden dat haaks staat op alles waar de Tora over schrijft en waar Jezus voor stond. Denk aan rechtse katholieken rond vice-president Vance die de bijbel voor hun kar van ontmenselijking, deportatie en discriminatie spannen.
Dit is volgens VDVoorde mogelijk geworden omdat die bijbelschristelijke traditie niet meer gekend is én omdat ‘de Kerk’ en christenen niet luid en duidelijk genoeg het populisme veroordelen dat misbruik maakt van christelijke symbolen en bronnen.

Mijn ongemak is niet helemaal weg …maar ongemak is niet constructief en kan verlammen. Laat ons daarom terugkeren naar de perikoop uit de Bergrede waar Jezus zijn leerlingen rechtstreeks aanspreekt als zout van de aarde en licht voor de wereld. Mij lijkt weinig interpretatieruimte om er een missioneringsoproep in te lezen

Zout, je hoorde het daarnet al: zonder diepvriezer is zout onontbeerlijk. Gepekeld voedsel garandeert dat ‘leven’ kan doorgaan, ook bij misoogst en zware vrieskou. En mochten we elk van jullie twee stukjes brood laten proeven, eentje met en eentje zonder zout…, dan ervaarden we aan den lijve wat zout met eten doet. Het onzichtbare zout staat -in gepaste dosis- helemaal ten dienste van de goede smaak van het voedsel waarin ze is opgegaan. Zout gééft zich totaal, tot smaak van wat leven-gévend is in meerdere betekenissen. Zelfs in het meer prozaïsch huishoudelijk gebruik van strooi-zout op ijsgladde wegen zit die beweging van totale overgave: zorgen dat anderen niet wankelen maar rechtop blijven.
Zout-zijn-van-de aarde gaat om dienstbaar-zijn, om opgaan in het goede zodat leven op aarde die smaak van Gods Rijk krijgt en iedereen vrede en gerechtigheid proeft.

Hetzelfde kan gezegd van ‘Licht’. Verborgen licht is een contradictio in terminis want gééft geen licht. Licht is niet met zichzelf bezig maar is dienstbaar, dat is haar wezen. Ze brengt aan het licht wie anders ongezien blijft of wat anderen verborgen willen houden.

Omwille van goede daden ben je zout van de aarde en licht voor de wereld..

Maar waar licht geen kans krijgt, waar zout smaakloos wordt moet dat benoemd worden.
Waar het goede geen kans krijgt, niet effectief is, belachelijk gemaakt, moet geprotesteerd worden.
“If you see injustice, you have to speak out against it”, als je onrecht ziet moet je je daartegen uitspreken zegt Hina Jilani (°1953) die deze week een eredoctoraat ontving aan de KULeuven. Rosa Luxemburg formuleerde die gedachte ruim 100 jaar geleden nog scherper “The most revolutionary thing one can do is always to proclaim loudly what is happening”.

Bijzonder toch dat de KULeuven op Licht-mis haar eredoctoraten uitreikt- en daarmee mensen in het licht zet die op hun beurt licht voor de wereld zijn omdat ze hun kennis en talenten ten dienste van een betere samenleving stellen. Hina Jilani is een Pakistaanse advocate en was de eerste Speciaal Vertegenwoordiger voor Mensenrechtenverdedigers bij de VN. Ondanks doodsbedreigingen, arrestaties en een fatwa die over haar werd uitgesproken, blijft ze de strijd voor mensenrechten verderzetten. Sinds 2013 is ze ook lid van The Elders, een mondiale raad van voormalige wereldleiders die vrede en mensenrechten wil bevorderen.
https://nl.wikipedia.org/wiki/Hina_Jilani

Om terug te keren naar mijn ‘ongemak’: Jezus’ opdracht om Licht voor de wereld te zijn draait niet om missionering maar om te laten zien waar liefde, vrede en gerechtigheid zijn én waar dat ontbreekt. Altijd opnieuw staan bijbelse spots op naamloze, weerloze mensen gericht…. Als hun ontmenselijking wordt bestreden, opgeheven, omgekeerd… kunnen we een glimp van Gods rijk ontwaren. Als we de terugkeer van leven -die naam waardig- mogen meemaken dan is Godsrijk begonnen en wordt de wereld er beter, smaakvoller en gelukkiger bij.

 

Lied : Voor mensen die naamloos kwetsbaar en weerloos

Voor mensen die naamloos,
kwetsbaar en weerloos
door het leven gaan;
ontwaakt hier nieuw leven:
wordt kracht gegeven:
wij krijgen een naam.

Voor mensen die roepend,
tastend en zoekend
door het leven gaan:
verschijnt hier een teken,
brood om te breken,
wij kunnen bestaan.

Voor mensen die vragend,
wachtend en wakend
door het leven gaan:
weerklinken hier woorden,
God wil ons horen,
wij worden verstaan.

Voor mensen die hopend,
wankel gelovend
door het leven gaan:
herstelt God uit duister
Adam in luister:
wij dragen zijn naam.

T: Henk Jongerius M: Jan Raas

 

 TAFELDIENST

Deze zondag, zoals alle voorgaande, worden we uitgenodigd rond de tafel om, in navolging van Jezus van Nazareth, brood te breken en te delen.

We bidden opdat we net als het zout, smaakmakers mogen zijn van gerechtigheid voor alle leven in deze wereld. Dat we licht laten schijnen voor wie woorden van recht en daden van vrede stelt.

We weten ons hierin verbonden met allen die ons voorgingen, onze lieve doden.
We steken een kaarsje aan voor allen, dichtbij en veraf, met wie we ons solidair verbonden weten. Voor allen die niet voor zichzelf leven.
We bidden voor dierbaren, voor zieken, voor mensen die hier niet kunnen aanwezig zijn.

Laten we aan tafel gaan.

 

Tafelgebed : Het lied van de mensenzoon

Beeld en gelijkenis
van Hem die leeft, een mensenzoon,
heeft hij geen macht begeerd,
geen aanzien als een god,
en heeft zich niet aan de gestalte
dezer wereld onderworpen.
Heeft niet, roofzuchtig,
voor zichzelf geleefd,
maar zich ontdaan van zijn bezit.
En is de weg gegaan
die langs de zelfkant voert,
het duister in.
En is niet halverwege omgekeerd,
maar heel de weg gegaan.
Is op de slavenmarkt gaan staan,
om als de minste mens
verkocht te worden
en werd zo één van hen
die mensonwaardig zijn.
Werd niemand met wie niemand zijn.
En wie hem zien keren zich van hem af.
En trok het lijden aan
en droeg het als een lam
en stond stom voor zijn scheerders
en werd gehangen als een slaaf.
Zo is hij mens geworden,
een gerechte;
beeld en gelijkenis van Hem
die leeft en liefde is.
Hem noemen wij: heer,
mensenzoon van God,
leidsman en lotgenoot,
Jezus Messias.

T. Huub Oosterhuis – M. Bernard Huijbers

 

Onze Vader

Vredeswens

 “Jullie zijn zout van de aarde en licht voor de wereld”. Wensen we elkaar die Grote Vrede toe die helpt om dat waar te maken. Vrede zij met ons

Communie

Slotgebed 

Groot mysterie van Liefde,

Als zout en licht zijn wij
zo staat geschreven.
Maar welke smaak geven wij deze wereld?
Welk licht stralen we uit?

Zout dat bewaart…
Maar wat is de houdbaarheid van de aarde,
de houdbaarheid van de schepping
als wij zó leven,
inhalig, gulzig, nooit tevreden?

Licht straalt uit,
verlicht een ieder.
Licht moedigt aan, zet aan tot het goede.
Doen wij dat? Schijnen wij?
Zetten wij het ongeziene, de ongeziene in het licht?
Brengen we de waarheid en waardigheid aan het licht?

We bidden
dat zout ons mag prikkelen,
de ogen mag openen.
Dat licht ons mag wekken,
mag wakker schudden
en doen opstaan.
Dat het goede in de wereld
werkelijk mag oplichten.

(Naar een gebed van: https://petrus.protestantsekerk.nl/artikel/gebed-zout-der-aarde/)

 

SlotLied  

Uit vuur en ijzer zuur en zout
zo wijd als licht zo eeuwenoud
uit alles wordt een mens gebouwd
en steeds opnieuw geboren.
Om ijzer in vuur te zijn
om zout en zoet en zuur te zijn
om mens voor een mens te zijn
wordt alleman geboren.

Om water voor de zee te zijn
om anderman een woord te zijn
om nieuwmand weet hoe groot en klein
gezocht gekend verloren.
Om avond- en morgenland
om hier te zijn en overkant
om hand in een andre hand
om niet te zijn verloren.

Om oud en wijd als licht te zijn
om lippen water dorst te zijn
om alles en om niets te zijn
gaat iemand tot een ander.
Naar verte die niemand weet
door vuur dat mensen samensmeedt
om leven in lief en leed
gaan mensen tot elkander.

T: Huub Oosterhuis M: Poolse volksmelodie