VIERING : VITA CONTEMPLATIVA

Dominicus Gent

Viering van zondag 14 Juni 2026

VITA CONTEMPLATIVA
 

 
Wanneer we als voorgangers in deze vieringen in onze planning luisteren naar wat ieder van ons ter harte gaat, dan rolt het er uit. Er is zoveel dat onze aandacht verdient. Te veel om te kunnen behappen. Soms proberen we in een reeks vieringen één of ander thema uit te smeren. Soms pikken we iets op dat minder in de aandacht staat, maar wat toch heel belangrijk is.

Vandaag is het iets in die aard. We hebben we het over wat we noemden: de “vita contemplativa”. We keren naar binnen, naar de diepe drijfveren die ons in beweging zetten. Wat beschouwen we als de motor die ons gaande houdt , die ons telkens opnieuw weghaalt uit dreigende onverschilligheid of vervlakking. Contemplatie heet dat. Een levenshouding die niet alleen voor kloosterlingen bestemd is, maar die in het leven van ieder van ons een belangrijke rol speelt.

Zo beginnen we dit samenzijn met een veelzeggend symbool dat ons uitnodigt tot inkeer: we ontsteken de paaskaars : licht dat ons is toegezegd.

 

Lied : Wij zoeken U

Wij zoeken U als wij samenkomen,
hopen dat Gij aanwezig zijt,
hopen dat het er eens zal van komen:
mensen in vrede vandaag en altijd.

Wij horen U in oude woorden,
hopen dat wij Uw stem verstaan,
hopen dat zij gaan verwoorden
waarheid en leven, de bron van bestaan.

Wij breken brood en delen het samen,
hopen dat het wonder geschiedt,
hopen dat wij op hem gaan gelijken
die ons dit teken als spijs achterliet.

Wij vragen U om behoud en zegen,
hopen dat Gij ons bidden hoort,
hopen dat Gij ons adem zult geven:
geestkracht die mensen tot vrede bekoort.

T Henk Jongerius M Mark Joly

 
1

Deze viering staat onder de titel “vita contemplativa”. Het is geen detail dat we het op die manier voorstellen. “Vita”: het gaat over een bepaalde levenswijze. Het gaat dus niet alleen over bepaalde contemplatieve oefeningen en praktijken die ongetwijfeld uiterst zinvol zijn als een vorm van discipline die helpt om dreigende oppervlakkigheid te overstijgen. Als “vita contemplativa” hebben we het in deze viering over een levensstijl die gedragen wordt door de levensstijl van Jezus van Nazareth. Het gaat om een houding die het hele leven een eigen kleur geeft. We kunnen dit het illustreren aan de manier waarop Jezus heeft geleefd.

Het evangelie heeft het vaak over Jezus die zich terugtrekt om alleen te zijn. Er is namelijk zoveel dat op hem af komt: zoveel mensen die een beroep op hem doen, omdat ze geloven dat hij hen beter kon maken. Vanuit zijn buikgevoel kàn hij er niet onverschillig bij blijven. Hij leeft mee met Jaïrus, leider van de synagoge die helemaal overstuur is om zijn dochtertje dat hij vreest te verliezen. Hij is ontroerd door de rijke jongeling die op zoek is waar hij met zijn leven naar toe kan. Hij laat zich overtuigen door de Syrofenisische vrouw die met haar zieke dochter bij hem komt. Het raakt hem. Het is te veel om het allemaal te kunnen beantwoorden. Dat spijt hem wellicht. Maar hij beseft dat hij niet voor alles een antwoord heeft en ook niet voor alles verantwoordelijk is. Dat verhindert niet dat hij het met zich mee draagt.

Hij mag zich gelukkig omringd weten door goede vrienden die bij hem blijven. Soms zoeken ze een plek om tot bezinning te komen. Ongetwijfeld zijn ze onder de indruk gekomen van Johannes de doper, een strenge asceet, maar ze zijn ook geraakt door zijn radicale optreden waarmee hij het onrecht aanklaagt. Jezus en zijn vrienden voelen zich gesterkt door zijn voorbeeld. Johannes: een levensechte profeet.

Zoals de profeet Jesaja die het in de 8e eeuw BC opneemt tegen de wantoestanden waarbij de bezittende klassen alles naar zich toe graaien. “Wee degenen die zich huis na huis toe-eigenen, die akker na akker samenvoegen, tot er voor niemand meer ruimte is en zij alleen het land bewonen”. Vita contemplativa wordt mede gedragen door het lezen van de profeten als een voorbeeld voor het eigen leven. Jezus staat in die profetische lijn.

Er gaat ontegensprekelijk iets van hem uit. Alsof hij een soort geneesheer is. Mensen komen bij hem te rade. Zo is er het verhaal bij de evangelist Lucas over de wetgeleerde die blijkbaar onder de indruk is van Jezus’ optreden die bij Jezus komt en hem vraagt wat hij moet doen om het eeuwig leven te verwerven. Het antwoord op die vraag is algemeen bekend, het staat in de Tora. En toch is er meer aan de hand. We luisteren naar het antwoord van Jezus.

Lezing Lc. 10, 25-37
Op een dag was er een bijbelgeleerde die wilde onderzoeken of Jezus’ ideeën wel zuiver waren. ‘Meester,’ vroeg hij, ‘wat moet ik doen om eeuwig leven te krijgen?’ Jezus vroeg: ‘Wat zegt de wet van Mozes daarover?’ Hij antwoordde: ‘Heb de Here, uw God, lief met heel uw hart, met heel uw ziel, heel uw kracht en heel uw verstand. En heb uw naaste net zo lief als uzelf.’ ‘Goed!’ zei Jezus. ‘Doe dat en u zult eeuwig leven krijgen.’ De man voelde zich aangesproken. Om zich te rechtvaardigen, vroeg hij: ‘Wie is eigenlijk mijn medemens?’ Als antwoord gaf Jezus hem dit voorbeeld: ‘Een man reisde van Jeruzalem naar Jericho. Onderweg werd hij door rovers overvallen. Zij rukten hem de kleren van het lijf, sloegen hem bont en blauw en lieten hem halfdood langs de weg liggen. Toevallig kwam er een priester langs. Maar toen hij de man zag liggen, ging hij aan de overkant van de weg voorbij. Een tempeldienaar die voorbijkwam, deed hetzelfde en liet de man gewoon liggen. Gelukkig kwam er ook iemand langs die medelijden kreeg toen hij hem daar zag liggen. Het was een Samaritaan, een vijand van de Joden. De Samaritaan knielde naast hem neer, verzorgde zijn wonden met olie en wijn en legde er verband om. Daarna tilde hij hem op zijn ezel en ging er zelf naast lopen. Zij kwamen bij een herberg, waar hij hem verder verzorgde. De volgende morgen gaf hij de herbergier twee zilveren munten en zei: “Zorg goed voor hem. Mocht dit geld niet genoeg zijn, dan betaal ik de rest de volgende keer wel.” Wat denkt u? Wie van deze drie was de medemens van het slachtoffer van de roofoverval?’ ‘De man die medelijden met hem had,’ was het antwoord. ‘Precies,’ zei Jezus. ‘Volg zijn voorbeeld dan.’

Een prachtig verhaal dat uitnodigt tot bezinning. Bezinning die onvermijdelijk naar keuzes leidt die al dan niet gemaakt worden. Het gaat in het verhaal van Jezus over inzet tot barmhartigheid. Hij reikt een voorbeeld aan. Maar daar stopt het niet voor de schriftgeleerde. Hij dient met zichzelf in het reine te komen, zoals er tal van gelegenheden zijn waarin mensen voor een dergelijke keuze staan.

Ik ben zo vrij te verwijzen naar de Dominicaanse traditie. Dominicus staat in een tijd waarin mensen geen vrede meer hebben met een kerk die uit is op macht en geld zoals het in zijn dagen het geval is. De levenswijze van de vooraanstaande kerkvorsten uit die dagen beantwoordt niet aan wat ze als geloof belijden. Zoekende mensen willen terug naar een kerk in eenvoud, een arme kerk zoals Jezus het had voorgeleefd. Terug naar de authentieke beleving van het evangelie.

Dominicus respecteert de oprechte bedoelingen van zoveel mensen die hun vertrouwen in de kerk kwijt zijn. Zoals dat het geval is bij de Katharen. Hun theologie mag dan vragen oproepen, hun inzet en hun zoeken is oprecht. Hun levenswijze is eerlijk evangelisch. Het verhaal gaat rond van Dominicus die op zijn reis in een herberg belandt waar hij met herbergier in gesprek geraakt die blijkt een kathaar te zijn. Het schijnt dat ze samen de hele nacht hebben doorgebracht tot ze ten einde krachten waren. Of misschien samen tot een beter inzicht in wederzijds respect.

En verder: de theoloog Thomas van Aquino heeft een eigen vorm van contemplatie. Hij schrijft niet alleen zijn eigen gedachten op papier. Hij gaat altijd in gesprek met een veronderstelde ongelovige filosoof. Zijn studie is zijn contemplatie. Het is de opgave kennis en inzichten door te geven aan elkaar. Contemplata aliia tradere. Het gebeurt in allerlei in kleine of grotere groepen waar mensen gedachten en inzichten met elkaar wisselen.

 

Lied : De regen daalt neer

De regen daalt neer uit de hemel
en gaat op in de aarde.
Vruchtbaar wordt de aarde
en gewas brengt zij voort:
zaad voor de zaaier,
brood voor alledag.

Zo klinkt het woord uit mijn mond.
Het keert niet vruchteloos weer;
het bewerkt wat ik wil
en oogst mijn belofte:
vreugde op je weg,
vrede bij je thuis.

T. Andries Govaart M Ad de Keyzer

  
2

Niet iedereen is geroepen tot een contemplatief leven zoals we ons spontaan voorstellen bij paters en nonnen in abdijen, maar elke mens heeft wel nood aan momenten van contemplatie in zijn leven. Om stil te staan bij de situaties die zich in je leven voordoen, je blik ruimer maken dan wat er zich op dat moment voordoet, en verantwoordelijkheid nemen om te doen wat je dan ervaren hebt als zijnde van wezenlijk belang. Je wordt bewuster en meer verbonden met wie en wat op je pad komt. Geraakt worden door een gebeurtenis, door een ontmoeting, kan de nood om stil te staan, ruimte en tijd te maken voor wat je voelt, in elk mens opwekken. Terug gaan naar de bron van waaruit je zin en betekenis en motivatie krijgt in je leven.

Ik denk hier bv aan iemand die in zijn leven regelmatig stil stond en „beschouwde“ via overpeinzingen op papier.
Dag Hammarskjöld was Zweeds diplomaat en van 1953-1961 VN secretaris-generaal. Het werd duidelijk dat deze topdiplomaat er een rijk innnerlijk leven had. Hij bleek jarenlang een soort dagboek te hebben bijgehouden: Merkstenen. De notities in ‘Merkstenen’ karakteriseerde hij als:
‘…een soort witboek over mijn onderhandelingen met mijzelf – en met God’

Het is reflectie – in dat woord zit een tweede blik, een uitgepuurde, steeds weer opnieuw geredigeerde vorm van schrijven. Na-denken om vooruit te komen op de ‘weg’ of om te zien wat de ‘te gane weg’ is.

„Ik weet niet wie – of wat – de vraag stelde. Ik weet niet wanneer zij gesteld werd. Ik herinner me niet dat ik antwoordde. Maar eens zei ik ja, tegen iemand – of iets. Vanaf dat moment heb ik de zekerheid dat het leven zinvol is en dat mijn leven, in onderwerping, een doel heeft. „
„Eenvoud is het ervaren van de werkelijkheid – niet in haar relatie tot onszelf maar in geheel haar heilige onafhankelijkheid. Eenvoud is zien, oordelen en handelen vanuit het punt waar we in onszelf rusten. Hoeveel valt er dan niet weg! En hoe valt al het andere niet op zijn plaats!“

Maar er zijn zo tal van mensen die regelmatig stil staan. Ik herinner me dat we jaren geleden met een aantal mensen naar Nogaret trokken naar een Arkgemeenschap die volgens de regels van de ashram van Gandihi leefde (geweldloze weerbaarheid). Om een week met hen mee te leven en te horen wat hen dreef. Elke namiddag hadden we werk op het veld of in de keuken. Om het uur luidde er een klokje. Je werd dan verondersteld een aantal minuten stil te staan bij wat je aan het doen was, en waarom. Het is een oefening die ik helaas weer kwijt gespeeld ben, maar die wel iets opbracht van rust, van weer weten waarom je daar bezig was. Het helpt je om bewuster te leven, meer te genieten van het moment.

Dinsdag hoorde ik Reginald Moreels over zijn boek: Het is mijn verdomde plicht.
Hij legde uit dat mensen voor hem rechten hebben, maar ook plichten: de verantwoordelijkheid om voor je naaste te zorgen. Die levenshouding is voor hem geïnspireerd op het leven van Jezus.

In de kloosters is dit gebeuren georganiseerd in een vast ritme van momenten van gebed en van overweging. Elke orde heeft zo zijn klemtonen.
Bij de Domincanen is de klemtoon gemeenschapsgericht is: het doorgeven aan anderen wat je door die contemplatie geleerd/ervaren hebt.

Stil staan, beschouwen: het is een langzaam proces dat je voert op de weg die je gaan wilt. Het is als de nodige voeding en water om te laten groeien wat je wilt dat in jouw leven tot bloei komt. Niet alleen, samen met anderen, samen met de grote Ander.
Zingen we dit uit in het lied:

 

Lied: Tafel der armen

Wat in stilte bloeit, in de luwte van tuinen,
onder de hete zon, op de akker,
heeft Hij bestemd voor de tafel der armen.
Aardekracht, zonkracht is Hij, licht in mensen,
dat wij elkaar verblijden en doen leven,
brood van genade worden, wijn van eeuwig leven.
Maar die niets hebben, wie zal hen hieraan deel geven?
En die weelde zwelgen en van niets weten,
wie zal hen naar gerechtigheid doen verlangen?
Aanschijn der aarde, wie zal jou vernieuwen?
Hij die alles zal zijn in allen heeft ons bestemd om,
aarde, jouw aanschijn te vernieuwen.

T: Huub Oosterhuis M: Antoine Oomen
 
 

TAFELDIENST

We gaan aan tafel. Ik herinner me dat we vroeger aan tafel het even stil maakten voor een gebed voor het eten. Eerlijk gezegd rammelde ik dat dikwijls mee zonder stil te staan bij de betekenis: stil staan bij het feit dat er voedsel is, dat zovelen gewerkt hebben om dit te maken, dat voedsel voor velen niet zomaar op tafel staat.

Ook hier aan deze tafel mogen we bewust omgaan met wat we hier doen: we krijgen hier voedsel voor onderweg. Brood breken, wijn delen in herinnering aan Hem die ons dit voordeed om het niet te vergeten wat ons te doen staat als we mens willen zijn.

Het is goed dat we dit telkens weer herhalen als een moment van beschouwing, van ruimer kijken. Om te voelen wat dit met ons doet,om ons verbonden te voelen met elkaar, hier en op tal van plaatsen. We steken voor hen het kaarsjes aan : dat van verbinding over de landsgrenzen heen, en die van onze verbondenheid met hen die ons voorgingen in de dood.
En we zingen het tafelgebed:

 

Tafellied: Gezegend Eeuwige 

Gezegend, Eeuwige, Gij reddende God!
In de nacht klonk uw stem, sprak uw hart
In de nacht brak het donker op uw woord van licht
Een dag ongeweten, een uitzicht dat wenkt,
roept Gij wakker voor ons.

Opstaan, vertrouwen en gaan zullen wij naar de morgen,
zingen om U het lied van alle reisgenoten:
Heilig, heilig, heilig, zullen wij U
zingen. Heilig, heilig, heilig,
moeten wij U noemen, met heel de schepping mee uw
grote daden roemen! Zingen wij Hosanna,
hemelhoog Hosanna! Zegen van Godswege,
Hij die komt gezegend met de naam van Hem!
Zingen wij Hosanna, hemelhoog Hosanna!

In de nacht bleef Gij trouw aan het volk van Uw liefde,
aan de Zoon van uw hart.
Uit het geestloze dal van de duizenden doden,
hebt Gij hen tot leven gebracht.
Gezegend, Eeuwige,
Gij reddende God, om de Zoon van uw liefde.
Hij onze geboorte, de nieuwe dag!

Delen wij samen hier in zijn lichaam,
vinden wij leven eens en vooral in zijn bloed.
Voeg ons bijeen tot één levend lichaam,
een tempel van liefde, oase van vrede,
een woning voor U. Dat onze dagen U zullen aanbidden
en eren Uw Naam, doen wie Gij zijt;
Eeuwige, reddende God!

T. Sytze de Vries – M. Willem Vogel

 

Onze Vader

Vredeswens 

Mogen we voldoende rust vinden om onze innerlijke stem de ruimte te geven waarin we ons veilig en geborgen weten. Mogen we onbevangen in het leven staan, gedragen door een vertrouwen dat ons is toegezegd. Mogen we elkaar die vrede toewensen die onze blik open houdt voor de stem van onze medemens.

Communie

 

Slotlied : Zegening

Bevelen wij elkaar in de hoede van de Eeuwige;
Zegene ons de grote NAAM:
Met vrede gegroet en gezegend met licht!
Met vrede gegroet en gezegend met licht!
Voor wie zoeken in de stilte
naar een vuur voor hart en handen:
Met vrede gegroet en gezegend met licht!
Voor wie zingen op Gods Adem
van de hoop die niet zal do-ven:
Met vrede gegroet en gezegend met licht!
Voor wie roepen om vrede,
van gerechtigheid dromen:
Met vrede gegroet en gezegend met licht!
Voor wie wachten in vertrouwen
dat de liefde zal blijven:
Met vrede gegroet en gezegend met licht!
Het licht van Gods ogen gaat over u op!
De zon van zijn vrede, als een nieuwe dag!
Met vrede gegroet en gezegend met licht!
Met vrede gegroet en gezegend met licht!
Met vrede gegroet en gezegend met licht!

T. Sytze de Vries M. Willem Vogel