VIERING : DE SCHEMER VAN HET NIEUWE (VASTEN 2)

Dominicus Gent

Viering van zondag 1 maart 2026

De schemer van het nieuwe

  
 
Vasten: voor christenen een tijd om je te bekeren, om de paden te rechten in je hart en in je daden. Maar wat wil dat concreet zeggen? We willen daar vandaag met jullie over nadenken, en we gebruiken daarvoor teksten uit de Bijbel als toetssteen.

Vastentijd is ook de tijd van Broederlijk Delen. Die spitst de aandacht dit jaar op mensen die, waar ze onrecht zien gebeuren, proberen om daar een stem aan te geven. We hoeven niet altijd ver te gaan kijken waar onrechtvaardige structuren spelen, ook in onze maatschappij is er nog veel ongelijkheid en onrechtvaardigheid in hoe mensen gezien worden. Ook daar laten we vandaag ons licht over schijnen.

Licht, als ik U zing
is het even
of zij er al is, uw wereld
van goedheid en gerechtigheid
van liefde en eten genoeg
voor al uw schepselen
Dan weet ik dit:
de harde werkelijkheid
krijgt niet het laatste woord.
Uw eerste woord zal ook het laatste zijn:
Licht

 

We steken de Paaskaars aan:

licht dat brandt in het duister, dat een baken is in donkere tijden,

maar ook het licht dat in jou en mij brandt,

en dat ons laat zien waar dat Rijk Gods,
waar de Bijbelse teksten het zo vaak over hebben,
hier en nu al te ontdekken valt.

 

Inleiding op de lezing

Vorige zondag hoorden we hoe Mozes geroepen werd, en na allerlei excuses zich toch bekeerde, zijn leven herschikte, om samen met Aaron en met het volk, het pad van bevrijding te gaan, dwars door de woestijn. Vandaag luisteren we naar een andere profetische stem, van Johannes de Doper. “Het koninkrijk van God is nabij,” zegt deze Johannes, en wij worden met klem uitgenodigd ons daar naartoe te keren.”
Wij lezen uit het evangelie van Matteüs, uit de hoofdstukken 3 en 4.

 

Lezing

In die tijd trad Johannes de Doper op en predikte in de woestijn van Judea: “ Bekeert u, want het Rijk der Hemelen is nabij.”
Deze toch is het die de profeet Jesaja bedoelde, toen hij zei: “ Een stem van iemand die roept in de woestijn: bereidt de weg van de Heer, maakt zijn paden recht”. En velen lieten zich door Johannes dopen, terwijl zij hun zonden beleden.
Tegen de Farizeeën en Sadduceeën sprak hij: “ Adderengebroed. Breng vruchten voort die passen bij bekering en neemt niet een houding aan alsof ge bij uzelf zegt: “Wij hebben Abraham tot vader!”
Jezus kwam uit Galilea naar de Jordaan tot Johannes om zich door hem te laten dopen.
Nadat Jezus gedoopt was, steeg hij op uit het water. En zie, daar ging de hemel open en Hij zag de Geest van God neerdalen in de gedaante van een duif en over zich komen. Een stem uit de Hemel sprak: “Dit is mijn Zoon, mijn veelgeliefde, in wie ik welbehagen heb.“
Nadat Jezus in de woestijn op de proef werd gesteld door de duivel, vestigde hij zich in Kafarnaüm. Van toen af begon Jezus te prediken en te zeggen: “ Bekeert u, want het Rijk der hemelen is nabij.” (Mt 4,17)

 

Als mens gezien worden…

Bekeer u, maak het mogelijk dat dat Rijk Gods hier en nu kan ontstaan is de oproep uit het Evangelie.
Vorige week hoorden we al dat we daarvoor geen helden moeten zijn. Wel leren met andere ogen te kijken naar mensen, naar wat hen verhindert om “rechtop te staan” en dan eventueel stappen zetten om daar iets aan te veranderen
Dirk De Wachter zei het zo, als antwoord op de vraag wat wij kunnen doen tegen al dat grote onrecht dat we rondom ons zien: „Kijk rondom je, en zie wat jij, op de plaats waar jij bent en met de mogelijkheden die jij hebt, kan doen, en zoek medestanders om dat te verwezelijken.

Met de maatregelen van de regering om de werkloosheid in de tijd te beperken is weer eens duidelijk geworden hoeveel mensen in een kwetsbare situatie zitten. Er zullen ongetwijfeld een aantal mensen aan het werk kunnen, maar er zijn er ook veel die niet in staat zijn om in de reguliere arbeidsmarkt mee te draaien.
En dat vreet aan je eigenwaardegevoel, aan je sociaal leven, je status, aan je goesting om te leven, want je ervaart dat je voor de maatschappij een last bent, niet meetelt. Je bent niet „nuttig“, je draagt niet bij. Nochtans hebben velen onder hen wel nog iets te bieden aan de maatschappij.

Jaren geleden zagen ontstonden beschutte werkplaatsen, of maatwerkbedrijven vanuit een geraakt zijn dat mensen die niet kunnen meedraaien in de „gewone“ werksituaties, niet productief zijn, dat die mensen toch vaardigheden hebben. Men zocht naar oplossingen voor hen. Zodat ze ook een zinvol werk hadden, een (weliswaar klein) inkomen, zelfstandigheid, vertrouwen, sociale contacten konden opbouwen. Dit hield ‚verzet‘ in tegen de gangbare normen en een zoektocht naar een andere manier van werken.
Het komt erop aan hen de juiste omstandigheden te geven om te werken op hun maat. Bv door het complexe werk in kleine stukken op te delen. En elke werknemer dan een stukje te laten doen. Of door ze steeds hetzelfde werk te laten doen, zodat ze zekerheid ervaren, en niet tilt draaien, of door gedeeltelijk werken toe te staan. Daaruit zijn de Maatwerkbedrijven en Sociale werkplaatsen ontstaan.

Daarin moeten mensen rendabel zijn om te kunnen werken, maar er zijn geen aandeelhouders, ze delen geen dividenten uit, en de winst die ze maken is erop gericht mensen ‚“op te richten‘ zoals we dat in bijbelse termen zeggen.

Toevallig kennen we in onze kennissenkring en vrienden mensen die tot de doelgroep behoren. Ik wil graag met jullie delen wat dat voor hen betekent dat ze daar terecht kunnen.
Frank werkt al jaren in een Maatwerkbedrijf. Hij heeft veel hobby’s en bij een reportage over maatwerkbedrijven vroeg de reporter hem of hij niet liever de hele dag aan zijn hobby’s zou besteden. Frank was wat verbaasd over de vraag: nee zei hij, als ik de kussens die ik opgevuld heb op mijn werk, in de winkel zie liggen, dan denk ik‚ kijk daar liggen mijn kussens‘ Waarop de maker van de documentaire (een freelancer bij de VRT) constateerde dat hijzelf diezelfde fierheid ervaarde als een van zijn documentaires op andere plaatsen dan de TV gebruikt werd.
Frank heeft daar ook een vriendengroep gemaakt, die samen gaat bowlen, op vakantie en naar optredens gaat. Het geeft hen een netwerk, een tijdbesteding, een gevoel van er net als de anderen gewoon te mogen bijhoren, en een bijdrage te leveren aan de maatschappij.
En ze zijn fier op het resultaat van hun arbeid.

Het feit dat iemand als mens gezien wordt is van groot belang: een vrouw in Toontje, een werking voor mensen in kansarmoede, zei dat het haar zo’n deugd deed : „Hier ben ik iemand”. Vanuit dat gezien zijn, kon ze ook met anderen op gelijke voet gaan staan, voelde ze zich niet altijd de mindere. Dat was voor mij een glimp van een miniscuul, maar belangrijk gebeuren, een glimp van dat Rijk Gods.

De weg banen hoeft niet altijd een autostrade te zijn, gewoon een pad is al veel. En waar dat pad zal uitkomen weten we ook niet, maar we kunnen maar proberen onze stem te verheffen, tegen wat mensen klein maakt en verdrukt

 

Aan de andere kant van geldingsdrang en eigenbelang…

Johannes de Doper roept in de woestijn om de paden recht te maken. De verwijzing naar Jesaja is veelbetekenend. Jesaja is immers de profeet die, in Babel, bij het volk in ballingschap, iets nieuws aankondigt: namelijk de bevrijding uit de heerschappij van de grootmacht Babel. Zo roept ook Johannes, middenin een situatie van Romeins geweld en onderdrukking, iets ongehoords, namelijk dat het Rijk van God dichterbij aan het komen is.

Zijn oproep tot bekering tot dat Rijk Gods resoneert blijkbaar bij heel veel mensen. Ook Jezus komt. Het zicht op het Rijk van God wordt in Jezus helder. De hemel opent zich, een stem zegt dat hier een mens is naar Gods hart.

In heel Jezus’ leven wordt duidelijk dat het heil van dat Rijk Gods, dat we ontvangen, begint bij het heil van anderen: vreemden, armen, gevangenen, kortom: de niet-geliefde naasten die dichterbij komen en een plaats krijgen. Raadselachtig is het Rijk Gods, als een soort geheim, dat toch gezien, ervaren wil worden. Maar de nabijheid van het Rijk van God verwijst altijd naar de nabijheid van de naaste.

Daarom is bekering nodig. Het adderengebroed, de machthebbers die geen zier geven om wie achterblijft, moeten zich bekeren. Dat is duidelijk. Maar ook Jezus bekeert zich. Hij worstelt in de woestijn, overwint eigenbelang, groeit in vertrouwen. Na daarna begint ook hij te prediken: “ Bekeert u, want het Rijk der hemelen is nabij.”

En wij, wat betekent bekering voor ons?
Ik was een paar jaar geleden vrijwilligster in een sociale dienst. Die werking werd gefinancierd door de opbrengst van de kringwinkel in de Brugse Poort. In die kringwinkel, ook een maatwerkbedrijf, waren er vluchtelingen in artikel 60, mensen met een enkelband, personen die om allerlei redenen slechts enkele uren per dag of per week konden ‘werken’ als vrijwilligers. Ik was telkens weer ontroerd als mensen daar hun waardigheid vonden.
Mijn engagement daar was bij momenten lastig, het vroeg een vorm ‘ontlediging’, van ommekeer. Alles wat mij vroeger status had gegeven, viel weg. Ik was soms alleen een voornaam en voelde mij vaak ongemakkelijk in situaties van agressie, diefstal, en onvriendelijke behandeling. Ik was vooral teleurgesteld als mensen de kansen die ze daar kregen, niet zagen of niet met beide handen grepen. Ik moest leren beseffen dat ‘kansen niet kunnen grijpen’ juist een gevolg is van een levenslange afwijzing, van een diep gebrek aan vertrouwen. Kromme wegen rechttrekken bleek veel weerbarstiger dan ik dacht.
Maar bij momenten zag ik kleine positieve wendingen en ervaarde ik een grote vrijheid en de diepe vreugde van bondgenootschap. Ik herinner mij een vrouw, die na een psychose om hulp kwam vragen, en toen te horen kreeg : “Wij gaan je hier helpen, zo lang als dat nodig is en zo goed als we kunnen.” Zo goed als we kunnen: is dat niet fantastisch als mensen dit zeggen en dat ook doen?
Het Rijk Gods komt naderbij, maar aan de andere kant van geldingsdrang en eigenbelang. Als de niet-geliefde naaste dichterbij kan komen. 

 

Tafeldienst

In alle evangelies lezen we hoe Jezus geraakt werd door onrecht mensen aangedaan. En hoe hij, door hen te zien, in kleine daden nieuwe kansen gaf.

Het is goed dat we dit hier elke week opnieuw gedenken, om samen een kleine glimp van dat Rijk Gods te verwezenlijken.

We doen dat in verbondenheid met allen die ons die weg voorgingen, die paden wisten recht te trekken, ons vormden en nog steeds inspireren : onze geliefde doden. Zij staken voor ons kaarsjes van hoop aan, wij steken vandaag voor hen de kaarsjes van herinnering aan.

Wij ontsteken een kaars voor allen, die waar waar ook ter wereld, kromme paden rechttrekken, dankbaar voor de voorlopers en de profeten die Broederlijk Delen ons leert kennen, en de vele anonieme mannen en vrouwen die het Rijk Gods gestalte geven.

Jezus zag ook in zijn vrienden wat ze konden en hij vertrouwde hen zijn levenswerk toe. Om het verder te zetten, om het te laten groeien. Maar hij wist ook dat dit niet simpel zou zijn. Daarom gaf hij hen die laatste avond dat ze samen waren iets om op terug te vallen, iets om telkens weer te herhalen, zodat zijn Geest bij hen zou blijven in de herinnering aan zijn Leven en boodschap.
 

Op zijn laatste samenzijn met zijn vrienden, zei Jezus: “Vurig heb ik verlangd dit paasmaal met jullie te vieren. Jezus nam het brood, sprak een dankgebed uit, brak het en gaf het hun met de woorden: Dit is mijn lichaam, dat voor u gegeven wordt. Doe dit tot gedachtenis aan mij. “
Zo nam hij ook de beker met wijn, sprak een dankgebed uit en zei: “Neem die beker en deel hem samen. Want ik zeg u: van dit ogenblik af drink ik niet meer van wat de wijnstok voortbrengt, totdat het rijk Gods is gekomen.
Deze beker is het Nieuwe Verbond in mijn bloed, dat voor u wordt vergoten. Gij zijt het die trouw gebleven zijt in mijn beproevingen. En ik schenk u het koninkrijk, zoals mijn Vader het mij heeft geschonken, om in mijn koninkrijk aan mijn tafel te eten en te drinken.”

 

Het Onze Vader
In het gewone en soms weerbarstige samenleven breekt soms iets door van het ‘naderbij komen van het Rijk Gods’. Niet als een volledig andere en perfecte wereld, maar als een geheim dat zich openbaart, dat wij kunnen zien, soms even, zoals de schemer van het nieuwe.
Laten we ons verlangen naar dit Rijk Gods versterken, door samen te bidden, met de woorden die Jezus heeft ontvangen, en die aan ons zijn doorgegeven.

Vredeswens
Mogen we in deze vastentijd ervaren dat het mogelijk is om samen te werken, om een klein steentje te verleggen in de rivier van onrecht mensen aangedaan. En dat zo handelen, dat het niet alleen anderen maar ook onszelf vrede en vreugde schenkt. Moge we die vrede met elkaar delen.

Slotgebed
In de groepen rond Johannes De Doper en rond Jezus bekeerden mensen zich, ontdekten ze, hoe ze het Rijk van God midden onder hen, konden ervaren.
Wat een vreugde als wij hier samen een uitzichtpunt vinden, waar wij ons verlangen naar dat Rijk van God kunnen voeden.

Er staat er in de bijbel een klein liedje, het liedje Hammaäloth, in psalm 133. Het gaat over Aäron, broer van Mozes. Zonder Aäron durfde Mozes niet beginnen.
Het liedje vergelijkt het vredevol samenkomen van mensen, met een bijzondere ervaring van Aaron, toen hij gezalfd werd met kostbare en zalig ruikende olie: olie op zijn hoofd gegoten, olie die neerdaalt op zijn baard en overloopt tot op de kraag van zijn kleren.
Vredevol samenleven als een lekker parfum dat de hele kamer vult, ja, dat zelfs als dauw neerdaalt over het hele land.

Naar psalm 133, vrij, van Huub Oosterhuis

Alleen kan ook
met twee is beter
twee of drie
met twaalf
of zeven maal zeven.

Alsof iemand je hoofd wast,
je haar wordt zacht van de olie,
olie die druipt over je wangen in je hals en het ruikt heerlijk.
Zo voelt het als mensen samen zijn, veilig
als dauw die neerdaalt van hoog gebergte.
Je kent elkaar,
je weet wie bij je hoort,
gezegend ben je.
Zo voelt de schemer van de nieuwe wereld
die onder ons aanwezig is.
Dan gaat de hemel open.