IK BEN MAAR EEN STOTTERAAR… (EERSTE VASTENVIERING)

Dominicus Gent
Viering van zondag 22 februari 2026

IK BEN MAAR EEN STOTTERAAR

 

Goede morgen, allemaal, en welkom. Zet u bij, maak het u gemakkelijk: hier, in de Blaisantkerk, of bij u thuis, voor wie deze viering online volgt.

We zijn deze week de veertigdagentijd ingegaan, of de “Vasten”.
Een merkwaardig toeval wil dat dit jaar het begin van de kerkelijke vasten – op Aswoensdag – samenviel met het begin van de Ramadan bij moslims in België. Het lijkt eigen te zijn aan godsdiensten dat ze expliciet momenten inbouwen om het overbodige af te leggen, en zich te concentreren op de kern: in onze verhouding tot ander mensen, tot de natuur, tot God: hoe positioneren we ons daarin? Wat is ons “assenkruis”?

Assenkruis? Voor wie het al een tijdje geleden mocht zijn: herinnert ge u nog de lessen wiskunde? Hoe de leerkracht (meestal loodrecht op elkaar staande) lijnen met een pijl tekende, en daar een gradatie op aanbracht? Een assenkruis zegt wat je referentiepunt is. Een assenkruis zegt welke dimensies je belangrijk vindt. Een assenkruis zegt wat je zin en richting geeft, wat groei of positieve evo-lutie betekent.
Een assenkruis. Arnout Van den Bossche gebruikt het in zijn conférences om mensen of types te karakteriseren: soms wat karikaturaal, maar vaak herken-baar.

Er is natuurlijk een verschil tussen het assenkruis van de wiskunde, en het as-kruisje van de kerkelijke liturgie. Hoe dan ook: we willen in deze vieringen stil-staan bij “hoe positioneren we ons”? Om dat te doen, hebben we een licht nodig om naar uit te kijken. De zwervende Hebreeën in de woestijn hadden een lichtende vuurzuil die voor hen uitging. Wij hebben hier een kleiner zuiltje: de paaskaars, het licht van Christus dat voor ons richtinggevend is…
 
Wij willen het in deze viering hebben over hoe mensen in hun waardigheid erkend worden, en hoe we daar samen kunnen aan werken.  

 

WOORDDIENST

 
Goede God,

Wij danken u om ons hier samen te brengen aan de start van die bevoorrechte periode die wij vasten noemen. Laat het voor ons en voor elkaar een herbronning worden die heelt en inspireert en nieuwe wegen opent die de hoop voor de toekomst vorm geven. Amen.
 

ONZE KRACHT SAMEN DELEN

Als wij hier samen delen onze kracht.
En leren hoe de minste wordt geacht,
Dan bouwen wij weer verder aan het rijk
En mogen daarmee zijn aan God gelijk.

Dat lied vat prachtig samen wat we in de nasleep van woelige politieke en maatschappelijke weken willen vieren. Het gaat over de kern van ons geloof, de boodschap van die Nazarener die ons hier bijeen brengt.

Ook de aanleiding van het geweld is niet ongewoon: het gaat om geld: hebzucht en gemaakte schulden delven. Wie aan de touwtjes trekt hoopt geld te vinden zonder aan `eigen volk’ te raken. Ben je vluchteling, werkloos, heb je als mantelzorger of moeder een tijd thuis gewerkt, ging je er als leerkracht of zorgverstrekker onderdoor … dan wordt geknipt in de elementaire steun die jouw toekomt. Vandaag al. En straks nog meer als je op pensioen gaat. In de VS worden goederen en mensen van andere origine nog ‘efficiënter’ buitengewerkt, onder meer door zwaar bewapende gemaskerde troepen die kwetsbare mensen wegrukken uit hun omgeving, ontvoeren en de grond in duwen – ook letterlijk. Een rode lijn wordt overschreden voor al wie geleerd heeft `de minste te achten’.

Burgers over het hele land spreken zicht uit tegen de ontmanteling van de menselijkheid en goed fatsoen en mededogen: individueel en met gebundelde krachten. Ze staan met borden langs de weg in de bittere kou, ze zingen van ‘love they neighbour’ waar ICE hen angstaanjagend aankijkt: plots is dat een strijdlied geworden. Natuurlijk komen ook gelovigen samen onverdeeld op voor al wie kwetsbaar is en kennen het eigen risico. Een bisschop uit New Hampshire vroeg zijn priesters om voorbereid te zijn, hun testament in orde te hebben om zonder angst tussen de wereldlijke macht en de kwetsbaren te kunnen staan.

In een publieke brief (https://www.episcopalct.org/news/whose-dignity-matters-a-letter-from-154-episcopal-bishops-to-our-fellow-americans/) 
tonen en zeggen Episcopaalse bisschoppen waar het urgent eenvoudigweg om gaat, met een refrein dat diverse stemmen herhalen: ‘wiens waardigheid telt’ en ’n het gezicht van de angst kiezen wij hoop’? Zij klinken herderlijk, maar worden ook heel concreet over ICE buiten, over verantwoordelijk leiderschap en ga zo maar door: want een slecht verstaander heeft duidelijke woorden nodig. Het hele godsvolk wordt opgeroepen tot ‘actie nu’: elk op zijn plaats, elke daad van moed telt. En iedereen heeft een vorm van power – zeker in gemeenschap, maar ook persoonlijk: voor wie je stemt, wat je koopt, wat je bestudeert en noem maar op, het maakt een verschil.

Ook dichter bij huis zetten is er veel werk te doen om het beleid en de tijdsgeest in een rechtvaardige richting te sturen. En zijn er inspirerende voorbeelden alom. Ik denk aan Maj Vandergeten die recent is moeten stoppen met haar schitterende column in de DS. Vanuit haar rolstoel klonk telkens opnieuw haar sprankelende bemoedigende boodschap aan al wie in een zorginstelling zit. Het volgde op haarscherpe observatie van kleine en grote zaken die mensen aan autonomie en waardigheid doen inboeten terwijl ze gemakkelijk te verhelpen zijn. Het begint al bij de portie choco op de boterham. Ze liet het ook weten als de directeur met veel tromgeroffel in de krant haar suggestie had opgenomen om het na die ene keer alweer systematisch achterwege te laten.

Of de ‘Turkish ladies’ – die we in de babbelsoep ontmoetten. Zij zijn bezorgd over Turkse gemeenschappen in Oost-Vlaanderen waar vrouwen afgesloten worden van contact met de buitenwereld en met elkaar. Via heel wat initiatieven proberen ze hen de kans te geven iets van de wereld rondom hen te zien, Nederlands te leren of eens met andere vrouwen te spreken. Jammer genoeg krijgen zij voor wie dit het hardst nodig is geen toestemming om deel te nemen.

Binnen Dominicus gebeurt al veel. Sommigen slagen erin om via een blog de mantelzorgers te bemoedigen en mensen met dementie in ons midden te houden. Er wordt gedemonstreerd en nagedacht over het beleid met onnoemlijk veel inzet en er wordt aan diaconie gewerkt. Recent hoorden we hoe sommigen zich toch soms verlaten voelen als ze moeten afhaken van de fysieke vieringen. Het zou iets kunnen zijn voor de vasten, om meer eens te bellen en op bezoek te gaan bij wie daar veel deugd zou aan hebben, en zich meer gewaardeerd en geliefd zou voelen.

Soms ook kan iemand – met wat hulp – uit grote miserie ontsnappen en buitengewone oplossingen voor zijn volk vinden. Zo vertelt Omar Yaghi hoe hij opgroeide in vluchtelingengezin met 10 kinderen in Amman in Jordanië. Zij woonden zonder lopend water of elektriciteit in een huis dat ze deelden met het vee dat in hun levensonderhoud voorzag. Daar in de woestijn liet de regering om de 1 a 2 weken voor even water door de kraan stromen. Het was dan lopen om zoveel mogelijk containers water te collecteren. Toen hij 10 was leerde hij moleculen kennen via de schoolboeken: het begin van een passie. Jaren later ontdekt hij mede dankzij die dubbele ervaring hoe MOF’s in staat moesten zijn om het weinig vocht uit de lucht te halen en in drinkbaar water om te toveren. En zo geschiedde, vertelt hij in zijn ontvangst speech van de Nobelprijs chemie 2025.

Het doet denken aan het lied dat we vaak zingen: wie leidt de slaven uit het slavenhuis, dat doen de slaven zelf. Met passie en aandacht, ervan bewust dat ieders waardigheid ertoe doet, met niet aflatende inspanning voor ‘het gehavende volk’. Maar men doet het niet alleen. Zij die het kind toegang hebben gegeven tot de schoolboeken, die het water toch af en toe lieten stromen en zijn ervaring in de lokale gemeenschap: stuk voor stuk een oproep aan elk van ons en puzzelstukjes die hem, Omar – met zijn team – in staat stelden met passie en hard gericht werken een oplossing te vinden voor levensreddend helder water in de woestijn.

Die oproep tot verbinding met de gekweste mens in onze nabijheid, en de roep om zelf in actie te schieten beluisteren we ook bij Mozes. De stotteraar aan wie God opdraagt om de stem van zijn volk te zijn, al zijn excuses ten spijt. Maar met de belofte Ik zal er zijn en je hoeft het niet alleen te doen: samen elk met zijn talenten.

 


Lezing: Uit Exodus

Mozes hoedde de kudde van zijn schoonvader Jetro, de priester van Midjan. Eens dreef hij de kudde tot ver in de woestijn en kwam hij bij de berg van God, de Horeb. Toen verscheen hem de engel van Jahwe, in een vuur dat opvlamde uit een doornstruik. Mozes keek toe en zag dat de doornstruik in lichter laaie stond en toch niet verbrandde. Hij dacht: “Ik ga er op af om dat vreemde ver-schijnsel te onderzoeken. Hoe komt het dat die doornstruik niet verbrandt?” Jahwe zag hem naderbij komen om te kijken. En vanuit de doornstruik riep God hem toe.
Jahwe sprak: “Ik heb de ellende van mijn volk in Egypte gezien, de jammer-klachten om zijn onderdrukkers gehoord; ja, Ik ken zijn lijden. Ga er dus heen, Ik zend u naar Farao. Gij moet mijn volk, de Israëlieten, uit Egypte leiden.”
Maar Mozes sprak tot God: “Wie ben ik dat ik naar Farao zou gaan en dat ik de Israëlieten uit Egypte zou leiden? En als ik bij de Israëlieten kom en hun zeg: De God van uw vaderen zendt mij tot u, en zij vragen: Hoe is zijn naam? wat moet ik dan antwoorden?”
Toen sprak God tot Mozes: “Ik ben die is.”
Mozes gaf hierop ten antwoord: “Maar ze zullen me niet geloven, ze zullen aan mijn woorden geen gehoor schenken; ze zullen zeggen dat Jahwe mij niet is verschenen. En ik ben geen redenaar. Ik ben dat nooit geweest, en ik ben het ook nu niet, al hebt Gij dan ook tot uw dienaar gesproken. Ik spreek moeilijk en traag.”
Jahwe gaf hem ten antwoord: “Wie geeft de mens een mond? Wie maakt stom of doof, ziende of blind? Doe Ik, Jahwe, dat niet? Ga nu maar, Ik zal u bijstaan als ge spreekt en u ingeven wat ge moet zeggen.”
Maar Mozes zei: “Neem mij niet kwalijk, Heer, zend toch liever iemand anders.”
Toen ontbrandde Jahwe”s toorn tegen Mozes en Hij sprak: “Uw broer Aäron de leviet is er toch ook nog? Ik weet dat hij een goed spreker is! Hij gaat juist naar u op weg en zal blij zijn als hij u ziet. Spreek met hem, leg hem uw woorden in de mond. Ik zal u beiden bijstaan als ge moet spreken en u ingeven wat ge moet doen. Laat hem in uw plaats spreken tot het volk; hij zal uw mond zijn.”
En Jahwe sprak tot Aäron: “Ga Mozes in de woestijn tegemoet.” Hij ging op weg en trof hem bij de berg van God, en hij omhelsde hem. Mozes bracht Aäron op de hoogte van al de woorden die Jahwe tot hem gesproken had en van al de tekenen die Hij hem had opgedragen. Toen ging Mozes met Aäron mee en zij riepen al de oudsten van Israël bijeen. Aäron bracht verslag uit van al de woor-den die Jahwe tot Mozes gesproken had en voor de ogen van het volk verrichtte hij tekenen. En het volk geloofde. Toen zij vernamen dat Jahwe zich het lot van de Israëlieten had aangetrokken en hun ellende gezien had, knielden zij neer en bogen zij zich ter aarde.

SAMEN DOEN, SAMEN SPREKEN

Sommigen onder u kennen misschien de organisatie “Helden van het verzet”. Ze proberen tot nu toe verborgen verhalen op te tekenen van mensen die tijdens de tweede wereldoorlog in het verzet actief waren. Sommigen hebben dat met hun leven moeten bekopen. Sommigen zijn vrij snel publiek als verzetshelden erkend en zelfs gehuldigd. Velen bleven ook na de oorlog zeer discreet over hun activiteiten. “Helden van het verzet”, als organisatie, probeert die tot nu toe onbekende verzetsmensen toch enige erkenning te geven. In het miljoenenkwartier in Gent (en sommigen onder ons wonen daarin, of daar niet ver vandaan) hebben ze onlangs een wandeling uitgestippeld langs plaatsen waar die onzichtbare verzetsmensen actief zijn geweest.

Helden. Als je begint na te denken over morele vraagstukken, kom je al snel uit bij extreme situaties: dat is didactisch en filosofisch interessant. Het spreekt aan. Het roept bewondering op. Dàt is hoe het zou moeten. Mensen die desnoods hun leven geven. In de kerk worden dat dan heiligen. En zijn we niet allemaal geroepen tot heiligheid?
Één van mijn studenten voelde dat blijkbaar aan. In een scriptie had hij het over het vraagstuk van “whistle blowing”, “klokkenluiders”. “De situatie in dat bedrijf was zodanig scheefgegroeid dat er wel koppen moesten rollen,’ schreef hij. “En dan moet je durven je nek uitsteken.”

Het is niet moeilijk snel een aantal namen te noemen van dergelijke bekende helden. Oscar Romero. Pater Damiaan. Jezus. Bonhoeffer. En vele andere zijn minder bekend geworden – al is hun verhaal even sterk. Giuseppe Girotti bijvvoorbeeld: hij was een Italiaanse dominicaan (in dit huis mag die al eens ge-noemd worden). Hij was een professor Hebreeuws, die in zijn klooster een schuilplaats bood voor Joden. Hij stierf in Dachau een paar dagen vóór de bevrijding.

Van die helden: het heeft iets moois. Maar wellicht voelen velen onder ons zich daarbij maar kleintjes. Om te beginnen maken we van die situaties, waarbij we voor de keuze staan om desnoods onszelf op te offeren, misschien niet zo vaak mee. Of we hebben de indruk dat, wat we ook doen, het toch niet zoveel verschil zal uitmaken. En om een louter symbolische daad te stellen die weinig echt nut heeft??? En als je dat afweegt tegenover wat je misschien te verliezen hebt???

Die innerlijke twijfel: dat is menselijk. Mozes heeft hier ook mee geworsteld. Het begon al met het tot inzicht komen dat er een probleem wàs. Hij was opgegroeid aan het hof van de farao. In zo’n setting zie je of hoor je het onrecht in het land misschien niet eens. Of als je het toch opmerkt, kan je het negeren. Of er een soort rationele uitleg voor geven, gesteund door het discours van de mensen rondom je. Hij had lang geen enkele reden om zich verwant te voelen met de onderdrukte groepen: hij was niet één van hen, dacht hij. 

Tot één enkele concrete gebeurtenis hem zo in het gezicht slaat dat hij – zonder veel na te denken – reageert: hij doodt een Egyptenaar die bezig was een Hebreeuwse slaaf te mishandelen.
Dan nog is zijn “bekering” niet volledig. Eerst slaat hij op de vlucht. Uit lijfsbehoud. Er staat voor hem zoveel op het spel. En in zijn vluchtreactie vindt hij zelfs een zeker comfort. Hij trouwt met Sippora, de dochter van Jetro. Een huwelijk tussen een immigrant en een inheemse bewoner. En hij raakt daar goed geïntegreerd. Pas een tijdje later volgt de geschiedenis die we daarjuist hoorden in de lezing. De confrontatie met iets dat brandt, dat blijft branden, en niet weggaat. Iets dat zegt: “Ik zal er zijn”. De herinnering aan dat onrecht die blijft opspelen. En de twijfel: kan ik iets doen? Moet ik iets doen? En je kan vele re-denen vinden om je kop in het woestijnzand te steken. “Ze zullen zeggen: ‘wie is dat, waar komt die zich mee moeien?’ Ze zullen me niet geloven. Ik heb geen charisma, ik ben geen natuurlijk leiderstype. Ik ben een stotteraar.” Maar als hij goed luistert, komt hij tot het inzicht dat hij zich niet kan blijven wegsteken. En als er dingen zijn die je niet goed kan: dan kan je wel mensen vinden die daar wèl goed in zijn, zoals Aäron. Je hoeft het niet alleen te doen.

Spreken in termen van “helden”, van “je nek uitsteken”, roept een zeer individueel beeld op. Het hangt van jou af – het hangt van jou alléén af. Je wordt aangesproken, en dat kan verleidelijk zijn, maar ook verraderlijk. Verantwoordelijkheid kan verpletterend zijn, zeker voor wie zich eigenlijk machteloos voelt, of voor wie er veel op het spel staat. Je wil niet laf zijn, maar je wil ook niet “de held uithangen”. En dan kan het bevrijdend zijn te weten en te ondervinden dat het misschien nièt van jou alléén afhangt. Naast jou en vóór jou en achter jou zitten mensen die wellicht òòk van goede wil zijn, en die misschien òòk met hun twijfels zitten. Als je ertoe komt om dingen sàmen te doen, kan er wellicht méér. Als je je niet geroepen voelt om solo te zingen, kan je toch je stem laten horen in samenzang. En wellicht staat er wel een “Aäron” op die wèl het charisma en het mandaat heeft om het publiek gezicht te zijn.
Maar dat sàmen doen, sàmen spreken: dat moet gecultiveerd worden. Dat moet gedragen worden. Voorbereid. Daarvoor moet je geloven en hopen en vertrouwen.

Er zijn hier in onze groep veel mensen die zich inzetten. Die het woord nemen, of op andere manieren, door samen te werken, dingen helpen realiseren. Rond huisvesting, rond armoede, migratie, onderwijs, zorg en pleegzorg, noem maar op. Als je dat allemaal alléén moet doen, word je moedeloos. Als we weten dat we niet alleen zijn, kan je elkaar recht houden. Laten we elkaar daarin bemoe-digen en daartoe oproepen. 

  TAFELDIENST

We worden in dit uur uitgenodigd om samen aan tafel te gaan ter nagedachtenis aan die man uit Nazareth die vrij sprak en het opnam voor de onderdrukte mens. Door dit hier te herdenken stellen we al een daad van verzet tegen al wie voorvechters van mensenrechten de mond snoeren of zelfs monddood maken. Mogen we ons samen gesterkt weten door deze gedeelde maaltijd verbonden met elkaar en met de geliefde doden die ons voorgingen op dit pad. Verbonden ook met al wie zich ergens ter wereld inzet opdat kwetsbare mensen rechtop kunnen lopen.
 

Vredeswens

Er zijn hier in onze groep veel mensen die zich inzetten. Die het woord nemen, of op andere manieren, door samen te werken, dingen helpen realiseren. Rond huisvesting, rond armoede, migratie, onderwijs, zorg en pleegzorg, noem maar op. Als je dat allemaal alléén moet doen, word je moedeloos. Als we weten dat we niet al-leen zijn, kunnen we elkaar recht houden. Laten we elkaar daarin bemoedigen in deze vredeswens.