VIERING : INTERNATIONALE VROUWENDAG (VASTEN 3)

Dominicus Gent

Viering van zondag 8 maart 2026

INTERNATIONALE VROUWENDAG

 

Goedemorgen en iedereen van harte welkom in deze viering. U hier aanwezig in de kerk, u met ons verbonden via het scherm.

Vandaag vieren we internationale vrouwendag. Alhoewel vieren in dit verband ongetwijfeld een bedenkelijke term is. Mocht u denken dat het in België toch min of meer OK is met gelijke kansen en rechten voor vrouwen, dan heeft u de berichtgeving deze week gemist. 10 vrouwenorganisaties trekken samen met de vakbonden ABVV en ACV aan de alarmbel.

De pensioenhervorming discrimineert vrouwen. Zoals het plan nu voorligt vergroot deze namelijk de ongelijkheid in plaats van te verkleinen. En de Raad van State bevestigt deze vaststelling. De oorzaak is eenvoudig: vrouwen werken gemiddeld meer deeltijds om hun werk te kunnen combineren met het grote deel aan zorgtaken die ze op zich nemen. De huidige pensioenhervorming vertrekt echter vanuit één norm: de lange, ononderbroken voltijdse loopbaan. Maar zo ziet de realiteit van vrouwenlevens er niet uit.

Laat dat in België alvast het thema zijn van de Vrouwendag vandaag.
Hoe kunnen we bondgenoot worden van wie gediscrimineerd wordt? En vandaag plaatsen we daarbij toch vooral vrouwen in the picture.

We steken de Paaskaars aan.
We bidden om het licht van de Opgestane
om de liefdevolle blik die ziet waar en hoe onrecht gebeurt,
om de scherpe aandacht die perspectief ontdekt
om de moed een weg van opstanding en verbondenheid te gaan.

Lied 

Wees hier aanwezig, woord ons gegeven.
Dat ik U horen mag met hart en ziel.

Wek uw kracht en kom ons bevrijden.
Wek uw kracht en kom ons bevrijden.

Woord ons gegeven, God in ons midden,
toekomst van vrede, wees hier aanwezig.
Uw wil geschiede, uw koninkrijk kome.
Zie ons gedoog ons, laat ons niet vallen.

Wek uw kracht en kom ons bevrijden.
Wek uw kracht en kom ons bevrijden.

Dat wij niet leven, gevangen in leegte.
Dat wij niet vallen terug in het stof.
Zend uw geest, dat wij worden herschapen.

Wek uw kracht en kom ons bevrijden.
Wek uw kracht en kom ons bevrijden.

Dat wij U horen, dat wij U leven,
mensen voor mensen, alles voor allen.
Dat wij volbrengen uw woord, onze vrede.
Wek uw kracht en kom ons bevrijden.

Wek uw kracht en kom ons bevrijden.
Wek uw kracht en kom ons bevrijden.

T. Huub Oosterhuis M. Tom Löwenthal

 

Inleiding op het evangelie

Vandaag lezen we ook in het evangelie over ‘vrouwenaangelegenheden’. En we kunnen daarbij alleen maar constateren dat die aangelegenheden iedereen aanbelangen. We lezen in het eerste hoofdstuk bij de evangelist Lucas dat de engel Gabriël aan Maria zegt dat ze zwanger zal worden. Op dat moment vertelt hij haar ook dat Elisabet, haar verwante, op haar oude dag eveneens in verwachting is van een zoon. Ondanks dat zij onvruchtbaar werd genoemd is ze al in haar zesde maand. Daarop volgt het verhaal dat we nu beluisteren:

Lucas 1, 39-56
In die dagen reisde Maria met spoed naar het bergland, naar een stad in Judea. 40Zij ging het huis van Zacharias binnen en groette Elisabet. 41Zodra Elisabet de groet van Maria hoorde, sprong het kind op in haar schoot; Elisabet werd vervuld met de heilige Geest 42en riep met luide stem uit: ‘Gij zijt gezegend onder de vrouwen en gezegend is de vrucht van uw schoot. 43Waaraan heb ik het te danken, dat de moeder van mijn Heer naar mij toe komt? 44Zie, zodra de klank van uw groet mijn oor bereikte, sprong het kind van vreugde op in mijn schoot. 45Zalig zij die geloofd heeft, dat tot vervulling zal komen wat haar vanwege de Heer gezegd is.’ 46 En Maria sprak: ‘Mijn hart prijst hoog de Heer, 47van vreugde juicht mijn geest om God mijn redder: 48daar Hij welwillend neerzag op de kleinheid zijner dienstmaagd. En zie, van heden af prijst elk geslacht mij zalig 49omdat aan mij zijn wonderwerken deed Die machtig is, en heilig is zijn Naam. 50Barmhartig is Hij van geslacht tot geslacht voor hen die Hem vrezen. 51Hij toont de kracht van zijn arm; slaat trotsen van hart uiteen. 52Heersers ontneemt Hij hun troon, maar Hij verheft de geringen. 53Die hongeren overlaadt Hij met gaven, en rijken zendt Hij heen met lege handen. 54Zijn dienaar Israël heeft Hij zich aangetrokken, 55gedachtig zijn barmhartigheid voor eeuwig jegens Abraham en zijn geslacht, gelijk Hij had gezegd tot onze vaderen.’ 56Nadat Maria ongeveer drie maanden bij haar gebleven was, keerde zij naar huis terug.

 

De onopvallende zorg voor elkaar krijgt taal en wordt muziek…

Er zijn oude mozaïeken bewaard waarin de ouders van Maria, Anna en Joachim in verlegenheid zijn gebracht door de onvoorziene zwangerschap van hun dochter. Ze verlaten beschaamd hun dorp. Teksten hebben wij daarover niet. Maar het verhaal is in de moslimtraditie wel bewaard gebleven en in de christelijke traditie is hier en daar een afbeelding nog terug te vinden.
Wellicht werd er wel één en ander geroddeld over de schande die dat meisje over haar familie bracht. Om nog niet te spreken over haar verloofde, Jozef.

Het evangelie van Lucas maakt van die schande een genade, een uitverkiezing, die Maria als vanzelf beantwoordt met een jubelende lofzang.
Maar nu loop ik te snel vooruit op de gebeurtenissen. Na het bezoek van de engel aan Maria, gaat Maria op bezoek bij haar oude verwante, Elisabet. Niet voor een koffiebabbel maar gedurende bijna 3 maanden. Zoveel tijd brengen ze samen door.
Twee vrouwen in een toch wel bizarre situatie, allebei onvoorzien zwanger. Het evangelie psychologiseert niet maar het vraagt niet veel verbeelding om ons voor te stellen dat het voor beiden allesbehalve evident was. Het zat niet in de planning (in zoverre vrouwen überhaupt iets te plannen hadden) en het is ook niet echt aanvaardbaar te verklaren. Leg die toestand maar eens uit.

Maatschappelijk gezien was dat voor beiden ook een heel precaire toestand. Toch kan Maria blijkbaar alleen op reis naar haar familie. En de ontmoeting met Elisabet wordt in termen van herkenning en diepe vreugde beschreven. Geen vragen, geen bezwaren, geen bezorgdheid, enkel enthousiasme. Het is een ontroerende scène, wanneer Maria aankomt – deze twee vrouwen in hun prachtige omhelzing.
In hun uitzonderlijke toestand, worden beide vrouwen aan elkaar gegeven en zegenen zij elkaar. Wat een hartelijke warmte spreekt uit hun woorden.

En dan zingt Maria een hymne over Gods barmhartigheid. Ze is een en al jubel om de wondere dingen die met haar gebeuren. Een en al blijdschap en dankbaarheid om de nieuwe toekomst ze mag ontvangen. Een mooie vervullende toekomst niet alleen voor zichzelf maar samen met allen die niet meetellen: geringen en hongerigen.

Twee mensen voor wie het leven niet gemakkelijk is geweest, Maria en Elizabet – beiden ongepast zwanger. De een is te jong en te ongehuwd, de ander is te oud en heeft een leven lang schaamte geleden omdat ze geen kinderen heeft. Zij zien de verrassende en onverwachte wending in hun leven als pure genade. En ze bekijken dat duidelijk niet enkel voor hun persoonlijk leven maar verbinden het meteen met een totale ommekeer voor het leven van hun volk. Het meest intieme en persoonlijke zoals een zwangerschap bezingen ze in zijn vele maatschappelijke dimensies. Het wordt een totale ommekeer in de samenleving: klein wordt groot, sterk wordt zwak en zwak wordt sterk. Eindelijk recht, eindelijk Gods barmhartigheid onder mensen.

Maria en Elisabet waren niet enkel verwanten en lotgenoten. Zij verbonden hun persoonlijke lotgevallen met elkaar en met de hele gemeenschap waarvan zij deel uitmaakten. De evangelist Lucas maakt ons door zijn verhaal deelachtig aan dit gebeuren. Iets dat op het moment zelf waarschijnlijk compleet onopvallend, niet relevant, was en gemakkelijk in de plooien van de geschiedenis vergeten kon worden. Niet dus. Die onopvallende zorg voor elkaar kreeg hier taal en werd muziek.

Die onopvallende zorg gebeurt vandaag nog altijd op talloze plaatsen. Heel vaak door vrouwen, gelukkig niet alleen door vrouwen. Voor kinderen en ouderen, voor zieken en voor gemarginaliseerde mensen. Door mensen die trouw contact houden met ‘rare’ mensen, met wie ‘onaangepast’ , ‘ontspoord’ of gewoonweg lastige gasten zijn. Het gebeurt professioneel maar het gebeurt evenzeer en misschien nog meer in alle anonimiteit. Een telefoontje, een bezoekje, een boodschap doen, vervoer, wat administratie opnemen,….. Er valt geen eer mee te halen en vaak ook weinig of geen erkenning. Gewoon mensen die geheel gratuit hun lot even verbinden aan wie minder fortuinlijk door het leven gaat.

 

Lied : Magnificat

Mijn hart zingt voor de Heer: Magnificat!
Mijn God is mij genadig, mijn vreugde overdadig;
en ieder prijst mij zalig: Magnificat!
Mijn hart zingt voor de Heer: Magnificat!

Welwillend zag mijn Redder naar zijn geringe dienares,
voltrok aan mij zijn wonder. Heilig is zijnNaam.

Mijn hart zingt voor de Heer: Magnificat!
Mijn God is mij genadig, mijn vreugde overdadig;
en ieder prijst mij zalig: Magnificat!
Mijn hart zingt voor de Heer: Magnificat!

Hij is de trouwe Helper van wie voor Hem gevoelig is,
wie hooghartig leven, wijst Hij van zich af.

Mijn hart zingt voor de Heer: Magnificat!
Mijn God is mij genadig, mijn vreugde overdadig;
en ieder prijst mij zalig: Magnificat!
Mijn hart zingt voor de Heer: Magnificat!

Die machtig is zal vallen, die nietig is komt op de troon,
die hongert wordt verzadigd, rijken stuur Hij heen.

Mijn hart zingt voor de Heer: Magnificat!
Mijn God is mij genadig, mijn vreugde overdadig;
en ieder prijst mij zalig: Magnificat!
Mijn hart zingt voor de Heer: Magnificat!

Zijn volk was Hij indachtig, vol deernis jegens Israël,
getrouw aan zijn gelofte. Eeuwig duurt zijn heil.

Mijn hart zingt voor de Heer: Magnificat!
Mijn God is mij genadig, mijn vreugde overdadig;
en ieder prijst mij zalig: Magnificat!
Mijn hart zingt voor de Heer: Magnificat!

M. Paul Schollaert

 

Vrouwen geven vrouwen hun waardigheid terug…

Maria en Elisabeth waren als vrouwen met elkaar verbonden toen zij de vreugde deelden van hun zwangerschap. In die ontmoeting klinkt iets door van vrouwelijke solidariteit: samen dragen, samen hopen, samen geloven.

Vandaag vertil ik jullie het verhaal van de dominicanessen van Bethanië, die al heel lang zorg dragen voor vrouwen die door de maatschappij als uitschot worden bestempeld. Vrouwelijke gevangenen die vrijkomen, worden door deze zusters opgevangen.

Hun stichter was geen vrouw, meer een fransman: Alcide Lataste. Hij werd geboren in 1832 in Cadillac, nabij Bordeaux. Het was de periode kort na de Franse Revolutie. In Cadillac bevonden zich twee instellingen: een psychiatrische inrichting en een vrouwengevangenis.
Alcide werkte aanvankelijk als belastinginspecteur, maar zette zich tegelijk in voor mensen aan de rand van de samenleving: prostituees, gezinnen die gebukt gingen onder armoede, geweld en grote moeilijkheden. Hij richtte een straatkeuken op voor voedselbedeling, zette zich in voor ongeletterde soldaten en migranten, en stichtte zelfs een privé spaarbank om arme mensen te helpen sparen.
Na een korte verliefdheid en verloving besloot hij in te treden bij de dominicanen in Marseille, waar Maria Magdalena bijzonder vereerd werd. Het verwonderde hem dat een vrouw met zo’n verleden zo geëerd kon worden. Er leefde bovendien de mythe dat Maria Magdalena na dood en verrijzenis van Jezus naar Frankrijk was gekomen.

Op een dag werd Lataste gevraagd te preken in de vrouwengevangenis van Cadillac. Daar verbleven ongeveer vierhonderd vrouwen, meestal tussen twintig en dertig jaar oud. Ze hadden geen contact met de buitenwereld, waren veroordeel tot dwangarbeid en werkten twaalf tot dertien uur per dag.
Veel van deze vrouwen zaten gevangen wegens abortus of kindermoord, vaak na verkrachting terwijl zij als inwonend dienstmeisje werkten.
Tijdens zijn preek keek Lataste hen niet voorbij, noch staarde hij naar de grond. Hij keek de vrouwen recht in de ogen en werd diep geraakt door hun ellende, hun pijn en uitzichtloosheid.
Hij begon zijn preek met de woorden:

‘Mijn lieve zusters,……
Jullie zijn gevallen vrouwen, vernederd en verbannen door de maatschappij. Wanneer jullie ooit vertrekken, zullen jullie met de vinger worden nagewezen. Men zal jullie wantrouwen, men zal niet met jullie te maken willen hebben, misschien wil men jullie niet eens als dienstmeid aannemen. Dit keur ik af.’

Deze woorden klonken anders dan de moraliserende en veroordelende taal die zij gewoon waren – woorden die dreigden met Gods oordeel en boetedoening eisten als herstel voor begane zonden.
Wat kon hij voor hen betekenen?
Lataste wilde hun waardigheid als mens en hun roeping tot God helpen ontdekken. Hij vertrok niet vanuit morele verbetering of straf. Genezing vraagt tijd. Het begin van dat proces is: zeggen dat jij, gevallen vrouw, oneindig waardevol bent in Gods ogen.
Vanuit die overtuiging stichtte hij de orde van de dominicanessen van Bethanië. Gemeenschappen van zusters die geroepen worden samen te leven met zusters die een detentie-verleden hebben. Zij kennen elkaars achtergrond niet. Sindsdien zetten zij zich in voor mensen die gevallen zijn, maar hun waardigheid willen herwinnen – mensen die opnieuw rechtop willen staan en als volwaardige mens benaderd willen worden. Ook in Nederland is er nog een klooster dat deze missie vandaag verderzet.

Misschien nog dichter bij huis.
Herinneren jullie nog Agnes Pandy. Zij was de dochter van Andras Pandy, die zeven van zijn huisgenoten vermoordde en zijn dochter Agnes dwong om mee te helpen om de lichamen te laten verdwijnen door ze op te lossen in zuren en de resten te deponeren bij het slachtafval van een Brussels abattoir, zodat geen sporen van de misdaden worden gevonden.
Agnes werd schuldig bevonden aan één moord en zes moordpogingen en veroordeeld tot jaren gevangenisstraf. Haar vader kreeg levenslang.
De diep gelovige Agnes werd na haar vervoegde vrijlating opgevangen door de clarissen van Engelendale in Brugge. Vrouwen die bereid waren een andere vrouw met een zwaar verleden liefdevol op te nemen in hun besloten gemeenschap, om haar wonden te helpen helen onder de mantel van barmhartigheid.

Een ander voorbeeld is Michelle Martin, de ex-echtgenote van Marc Dutroux. Zij kreeg dertig jaar cel, maar kwam na het uitzitten van de helft van haar straf vervroegd vrij. Dat veroorzaakte grote maatschappelijk commotie: Hoe kon een ‘slecht mens’ zo snel vrijkomen?
Zij werd opgenomen door de clarissen van Malone. De kloostermuren werden beklad, er werd geprotesteerd en gemanifesteerd aan de poort. Toch bleven de zusters bij hun beslissing om haar in hun gemeenschap een veilige plek te geven.
‘Wij zouden onze missie verloochenen als wij haar geen opvang boden. Dit is onze roeping. Wat zou de wereld zijn als niemand die ooit een misstap beging nog een toekomst werd gegund?’

Vrouwen hebben soms een bijzondere gave om mensen met een duister verleden, behoeftigen en uitgestotenen te omarmen. Niet om te oordelen, maar om hen de kan te geven opnieuw rechtop te staan en veerkracht te vinden.

 

Lied : Tekenen van hoop

Als hier of daar een vrouw wordt opgericht
en zich rechtop gekomen warmt in licht,
wordt weer een stukje schepping afgemaakt:
zij is tot haar bestemming aangeraakt.

Als ergens eens, een man tot vrede komt
en zich niet langer in de strijd vermomt,
dan weer is het de levenskracht die wint:
hij durft het aan met zachtheid als een kind.

Als in de buurt twee mensen samengaan
en elk het aandurft niet alleen te staan,
dan wint de liefde weer van angst de strijd:
zo komen mensen tot barmhartigheid.

Als wij hier samen delen onze kracht
en leren hoe de minste wordt geacht,
dan bouwen wij weer verder aan het Rijk
en mogen daarmee zijn aan God gelijk.

T. Gea Boessenkool M. Berre van Thielt

 

 

Tafeldienst

We gaan aan tafel. We danken voor de uitnodiging aan de tafel van herinnering en solidariteit. We danken voor de onvergetelijke mens Jezus die aan tafel zijn leven verbeeldde voor zijn vrienden: breken en delen voor wie vergeten worden en niet aan leven toe komen. We steken het kaarsje aan van de solidariteit met alle mensen die vandaag in Jezus’ spoor breken en delen en eucharistie vieren. We steken de kaarsjes aan voor onze geliefde overledenen die ons op zijn weg zijn voorgegaan.

 

Lied: Gij die weet

Gij die weet wat in mensen omgaat
aan hoop en twijfel, domheid,
drift, plezier, onzekerheid.

Gij die ons denken peilt
en ieder woord naar waarheid schat
en wat onzegbaar is onmiddellijk verstaat.

Gij toetst ons hart
en Gij zijt groter dan ons hart.
Op elk van ons houdt Gij uw oog gericht.
En niemand, of hij heeft een naam bij U.

En niemand valt of hij valt in uw handen
en niemand leeft of hij leeft naar U toe.

Maar nooit heeft iemand U gezien.
In dit heelal zijt Gij onhoorbaar.
En diep in de aarde klinkt uw stem niet.
En ook uit de hoogte niet.

En niemand die de dood is ingegaan
keerde ooit terug om ons van U te groeten.

Aan U zijn wij gehecht. Naar U genoemd.
Gij alleen weet wat dat betekent, wij niet.
Wij gaan de wereld door met dichte ogen.

Maar soms herinneren wij ons een naam,
een oud verhaal dat ons is doorverteld,
over een mens die vol was van uw kracht,
Jezus van Nazaret, een Jodenman.

In hem zou uw genade zijn verschenen,
Uw mildheid en uw trouw.
In hem zou, voorgoed, aan het licht gekomen zijn
hoe Gij bestaat:
weerloos en zelveloos, dienaar van mensen.

Hij was zoals wij zouden willen zijn:
een mens van God, een vriend, een licht
een herder,
die niet ten eigen bate heeft geleefd,
en niet vergeefs, onvruchtbaar, is gestorven.

Die in de laatste nacht dat hij nog leefde
het brood gebroken heeft en uitgedeeld,
en heeft gezegd: Neemt, eet, dit is mijn lichaam
zo zult gij doen, tot mijn gedachtenis.

Toen nam hij ook de beker, en hij zei:
dit is het nieuw verbond, dit is mijn bloed,
dat wordt vergoten tot vergeving van uw zonden.
Als je uit deze beker drinkt,
denk dan aan mij.

Tot zijn gedachtenis nemen wij daarom
dit brood en breken het voor elkaar,
om goed te weten wat ons te wachten staat
als wij leven hem achterna.

Als Gij hem hebt gered van de dood,
God, als hij, dood en begraven,
toch leeft bij U, red dan ook ons
en houd ons in leven,
haal ook ons door de dood heen, nu.
En maak ons nieuw,
want waarom hij wel,
en waarom wij niet
wij zijn toch ook mensen.

T. Huub Oosterhuis M. Bernard Huijbers

 

Onze Vader

Vredeswens
Deze dag is een gelegenheid om de kracht en bijdragen van vrouwen te erkennen en hen te herinneren aan hun harde werk.
De snelste manier om de samenleving te veranderen is door de vrouwen in de wereld in beweging te brengen, zegt Charles Malik.
Wensen wij dit elkaar toe in verbondenheid en solidariteit. Vrede voor jullie allen

Communie

Psalm 107 
(Guido Vanhercke)

Een mens kent niet
de wegen van het goede.
Wie is de hand
die mijn boeien breekt?
Het is een onbekende hand.
Waarom keerde hij zich om?
Wie verzorgt me als ik ziek ben?
Velen hebben mij water gegeven
maar slechts weinigen brachten
water dat me genas.
Moet ik wachten op mijn vriend
als ik struikel?
Nee, een gezicht dat ik nooit meer
zal zien heeft me herkend.
En al vergeten mij mijn vader en mijn moeder,
iemand, wie toch, vergeet mij niet.

 

Lied: De steppe zal bloeien

De steppe zal bloeien
de steppe zal lachen en juichen.
De rotsen die staan
vanaf de dagen der schepping
staan vol water, maar dicht,
de rotsen gaan open.
Het water zal stromen
het water zal tintelen, stralen
dorstigen komen en drinken.
De steppe zal drinken,
de steppe zal bloeien,
De steppe zal lachen en juichen.

De ballingen keren
zij keren met blinkende schoven.
Die gingen in rouw
tot aan de einden der aarde
een voor een, en voorgoed,
die keren in stoeten.
Als beken vol water
als beken vol toesnellend water
schietend omlaag van de bergen.
Met lachen en juichen –
Dde zaaiden in tranen
die keren met lachen en juichen.

De dode zal leven
de dode zal horen: nu leven.
Ten einde gegaan
en onder stenen bedolven
dode, dode, sta op,
het licht van de morgen.
Een hand zal ons wenken
een stem zal. ons roepen: Ik open
hemel en aarde en afgrond.
En wij zullen horen
en wij zullen opstaan
en lachen en juichen en leven.

T. Huub Oosterhuis M. Antoine Oomen