Dominicus Gent
Viering van zondag 23 nov 2025
Samen waarheid zoeken (hoe ons verhouden tot de media/2)
Dit is de tweede viering in een minireeks waarin we stilstaan bij media en hoe ons daarmee te verhouden. Een Canadese filosoof stelde dat het medium waarmee iets gecommuniceerd wordt meer zegt over de boodschap dan de inhoud ervan. Een stelling waar vandaag minstens een aantal kanttekeningen bij kunnen geplaatst worden. Het vraagt om inzicht in hoe communicatie werkt, wat die met ons doet en de uitdaging om daarin waarheid op te delven. Daar gaan we op in. Daarna pikken we het thema van de zoektocht naar waarheid verder op en kijken we of er wegen te vinden zijn om daar vanuit Dominicaanse traditie mee om te gaan.
Maar eerst willen we dit samenzijn stellen onder de aanwezigheid van de Ene.
We steken de Paaskaars aan en we bidden:
Bidden wij om aanwezigheid van de Ene in dit uur en in alle uren,
Bidden wij dat dit licht ons op onze zoektocht mag leiden
Bidden wij om inzicht dat ons met nieuwe ogen doet kijken en uitzicht brengt,
Bidden wij om de onbevangenheid van een kind
Bidden we om zachtheid en een open geest
Bidden we dat dit kleine licht onze angst verdrijft en ons doet vertrouwen.
Bidden we dat dit licht het vuur van de hoop in ons brandend mag houden
Bidden we dat dit samenzijn gezegend moge zijn
En zingen we dat licht toe met het lied “Licht dat ons aanstoot in de morgen”
Licht dat ons aanstoot in de morgen,
voortijdig licht waarin wij staan
koud, een voor een, en ongeborgen,
licht overdek mij, vuur mij aan.
Dat ik niet uitval dat wij allen, zo
zwaar en droevig als wij zijn
niet uit elkaars genade vallen
en doelloos en onvindbaar zijn.
Licht van mijn stad de stedehouder,
aanhoudend licht dat overwint.
Vaderlijk licht, steevaste schouder,
draag mij, ik ben jouw kijkend kind.
Licht, kind in mij, kijk uit mijn ogen
of ergens al de wereld daagt
waar mensen waardig leven mogen
en elk zijn naam in vrede draagt.
Alles zal zwichten en verwaaien
wat op het licht niet is geijkt.
Taal zal alleen verwoesting zaaien
en van ons doen geen daad beklijft.
Veelstemmig licht, om aan te horen
zolang ons hart nog slagen geeft.
Liefste der mensen, eerstgeboren,
licht, laatste woord van Hem die leeft.
(Huub Oosterhuis)
Lezing – Spreuken 8: 1-11.
Roept wijsheid niet, Laat inzicht haar stem niet horen?
Wijsheid heeft zich opgesteld op een heuvel langs de weg,
Bij het kruispunt van de wegen.
Bij de poorten van de stad, bij de ingang,
Bij de toegangswegen klinkt haar stem: ‘Mensen, tot jullie roep ik,
ik richt mij tot iedereen.
Onnozele mensen, wordt toch eens verstandig,
dwazen, denk eens na!
Luister, ik vertel je waardevolle dingen,
mijn woorden zijn oprecht.
Mijn mond verkondigt slechts de waarheid,
mijn lippen haten onbetrouwbaarheid.
Op mijn uitspraken kun je vertrouwen,
niets is vals en krom.
Wie inzicht heeft vindt ze duidelijk,
ze zijn eenvoudig voor wie kennis heeft verworven.
Stel mijn lessen boven zilver,
mijn kennis boven zuiver goud.
Wijsheid is kostbaarder dan edelstenen,
alles wat je ooit zou kunnen wensen,
valt bij wijsheid in het niet.
1
Wat doet Vrouwe Wijsheid?
Ze staat op een hoogte, bij de stadspoort, bij een kruispunt van wegen. Op die plek kunnen de drommen voorbijkomend volk haar duidelijk zien en horen. De hele mensenwereld komt voorbij. Vrouwe Wijsheid waarschuwt voor leugens, valsheid, onoprechtheid, onbetrouwbaarheid. Ze waarschuwt voor naïeve meeloperij en het geloof van dwazen in goud, succes, aanzien, . . .
Want mensen maakten en maken een mensenwereld. Met onze verbeeldende taal hebben wij toegang tot elkaar en met onze handen bewerken we de aarde. Onze taal geeft betekenis en onze instrumenten maken de aarde tot een bewoonbare mensenwereld: onze ‘media’
Onze ‘instrumenten’ hebben ieder hun specifieke door mensen erin gelegde betekenis. Ze spreken een taal die alleen mensen begrijpen. Die instrumenten maken ook beelden en verzinnen verhalen. Ze verleiden ons en eisen onze aandacht op. Een snelweg zegt: rij snel van A naar B! A.I.: ik denk voor jou! Een kam: kam je haar!
Sta me toe u een verhaaltje te vertellen (echt gebeurd natuurlijk).
Een welbespraakte marktkramer (denk aan ‘Tamboer’), een man die alles kan verkopen, verkoopt vandaag met luide stem ‘onbreekbare’ kammen. En door ze te plooien laat ie zien hoe sterk ze wel zijn. Zijn stem, mimiek, zijn hele persoon trekken veel publiek.
‘Onbreekbaar’! En plots breekt de kam in twee stukken, en triomfantelijk, de twee stukken tonend, roept hij: ‘En zo ziet ie er van binnen uit!’.
Wat doen mensen hier met elkaar? Dat kluwen van communicatie zit vol betekenissen en beïnvloeding. Het ontwarren vraagt een beetje afstand, abstractie.
De context, markt, heeft op zich al een eigen invloedrijke betekenis. Nochtans is daar nie-mand met exact hetzelfde doel. Met woorden en gebarentaal verkoopt de marktkramer iets. En onuitgesproken verkoopt hij ook zichzelf als eerlijk, zelfzeker. Met zijn leuk theater bindt ie zijn toehoorders aan zich, verleidt ze te luisteren. En een stevige kam te kopen.
Dat is zijn invloed.
Zijn effect op iedere luisteraar is verschillend. Niet iedereen heeft behoefte aan een nieuwe kam. Misschien vinden ze hem een sjacheraar of een clown. En geloven ze in een onbreekba-re kam? Sommigen amuseren zich, roepen iets terug, of klappen in de handen. Of ze gaan weg. Omgekeerd beïnvloeden ook de toehoorders de marktkramer. Door te luisteren, te blij-ven staan, te kijken, blijft hij bezig. We weten: ‘Je kan niet, niet beïnvloeden’.
Maar die ‘onbreekbare’ kam?
Die waarheid botst met het feit: hij breekt! De marktkramer, niet op zijn mond gevallen, grijpt meteen naar een andere, onmiskenbare waarheid: ‘zo ziet ie er van binnen uit’. Iedereen lacht. Ook hijzelf, de vermoorde onschuld. Zo geeft ie meteen de feiten en zichzelf een andere betekenis: ik bied amusement, ik relativeer mezelf en mijn waarheid: ‘onbreekbaar bestaat niet’. Door zijn toehoorders aan het lachen te brengen en mee te lachen verbindt ie de toehoorders aan zichzelf en aan elkaar. Is baas blijven soms niet belangrijker dan gelijk krijgen? (Je mag aan Trump denken). Allemaal weglopen doen ze niet?!
Moraal van dit verhaal? Het geeft te denken wat de media met ons doen en hoe we zelf communiceren.
Als we discussiëren doen we veel meer dan op rationele wijze ‘onze kijk op de wereld’ naast elkaar leggen. Onze context en achtergrond spelen mee. En er gebeurt meer dan helder bewust zuivere meningen uitwisselen. Onze mening is bijna altijd ook ons belang. Want ons zelfbeeld, geloofwaardigheid, deskundigheid, innerlijke zekerheid staan op het spel. En onuitgesproken en onbewust, vertelt onze toon en gebarentaal hoe we de ander zien en onze relatie.
Onze materiële instrumenten hebben een éénduidige betekenis. Menselijke communicatie is altijd meerduidig. Ieders apart hoofd ontwikkelt een voorstelling van de wereld, een zelfontworpen plattegrond die onze route, ons gedrag bepaalt. Toch kan onze eigen kaart de complexe werkelijkheid nooit exact weergeven.
Daarom blijft onze behoefte aan een gemeenschappelijke kijk reuzegroot. Altijd willen we begrepen worden zoals we onszelf en de wereld begrijpen. Open luisteren is noodzakelijk om eigen waarheid te toetsen; niet enkel om erbij te horen. De nood aan zekerheid – denken wat iedereen denkt – is vooral in hechte groepen een valkuil. Maar je eigen waarheid opdringen maakt de ander tot onderdaan, tot slaaf en allicht tot vleier of vijand. Zowel per se bij de club willen horen als macht handhaven zijn geen beste vrienden van de waarheid.
Het is goed op ons eentje naar waarheid te zoeken. Maar als we denken een stukje ervan gevonden te hebben, moeten we het niet laten het aan anderen te toetsen. Juist samen waarheid vinden is een verrassend proces, een gebeurtenis. Dat gaat gepaard met verwondering en dankbaarheid. Het is altijd: ‘zien, soms even’ (Huub Oosterhuis).
Waarheid vraagt zich eerbiedig en open verhouden tot de werkelijkheid; een altijd herbeginnende bekering. Daarvoor is innerlijke nederigheid en waarachtigheid, oprechtheid en betrouwbaarheid nodig.
Durven we onze kam breken?
Dat woord, waarin ons richting werd gegeven,
dat onze gang bepaald heeft bij het leven,
dat in ons zwijgt en waakt en weet,
de wereld trouw in lief en leed,
dat ons de dood doet tegengaan:
dat was bij God, van meet af aan.
Alleen was God in stilte ongebroken,
volmaakt zichzelf, onnoembaar, onweersproken.
Toen heeft Hij in zijn hart gehoord
de klank en aandrift van dat woord.
Nog voor Hij enig mens gewon,
nog voor het opgaan van de zon.
Dat woord stond Hem met raad en daad terzijde,
toen Hij het licht, de zee, de aarde spreidde.
Het werd zijn liefste gezellin,
het spreekt Hem moed en liefde in,
opdat niet ooit zijn hart bezwijkt,
zijn naam van deze wereld wijkt.
(Huub Oosterhuis)
2
Dat de zoektocht naar dat woord van waarheid er in deze tijden niet makkelijker is op geworden, hoeft, denk ik, geen betoog.
Het is altijd al een uitdagende oefening geweest, brood en spelen om de aandacht af te leiden van de belangrijke zaken, zijn er immers al vele eeuwen. Maar in deze tijden lijkt het tempo waarmee we overspoeld worden door boodschappen van allerlei virtuele marktkramers bijna onmenselijke proporties aan te nemen. Stel je even voor dat dat alles nog eens niet geluidloos zou zijn, we werden horendol van het getweet, getoktik en de gratuite oneliners die ons met angst, twijfel en onzekerheid opzadelen.
Hoe kunnen we in die omgeving nog onderscheiden wat waarheid of leugen is?
Misschien kunnen we ons laten inspireren door de Dominicaanse traditie. Eén van de slagzinnen van de orde is niet voor niets “Veritas” – Waarheid. De Dominicaanse traditie draait al eeuwenlang om waarheidsliefde, om kritisch denken en verantwoord spreken. Om het met Meister Eckhart te zeggen: “Woord en werkelijkheid moeten één zijn, anders is het woord leeg.”
Nemen we er eens de vier pijlers van de Dominicaanse spiritualiteit bij. De trouwe deelnemer aan deze vieringen kent ze wel, enfin, hij zou ze onderhand wel al moeten kennen: het gaat om studie, gebed, gemeenschap en verkondiging.
Studie is de eerste en de meest voor de hand liggende. Je moet je gedachten proberen ordenen om daarin waarheid te ontdekken. Dat vraagt in de eerste plaats vertraging, de diepte opzoeken onder de berichtentsunami.
Lees boeken en diepgravende artikels van gedegen journalisten, beluister radioprogramma’s of podcasts die het perspectief opentrekken, die geschiedenis een plaats geven, verbanden leggen, context duiden, ontsnappen aan de waan van het eendagsnieuws. Want ook die media bestaan gelukkig.
Studie vraagt dat je daarbij de informatie actief verwerkt en je vragen stelt: vanuit welk oogpunt zegt die iets, met welke achtergrond, vanuit welke ervaring. Maar tegelijkertijd ook dat kunnen loslaten en gewoon de zuivere boodschap bestuderen. Zoals het voorbeeld uit Jezus’ tijd: “Is dat niet de zoon van een timmerman, wat kan die daar nu over zeggen?” of de reacties op de prediking van de apostelen bij Pinksteren: “Hoe kunnen zij met enig gezag spreken”? Soms gaan we te snel af op impressies van een boodschapper en gooien de bood-schap met het badwater weg.
Daarbij probeer ik alvast altijd een aantal basiscriteria te hanteren: in wiens belang is wat verteld wordt, wie wint erbij, waar stroomt het geld naartoe, wie wordt hier tegen wie opge-zet, of welke argumentatietrucs worden gehanteerd? Het moeilijkste daarbij is om je vrij te maken van je eigen vaste vooronderstellingen, van je menselijke impuls – Dani had het daarover al – bevestigd te willen worden in wat je al denkt.
Dat brengt me bij de tweede pijler: gebed. En ik zie sommigen hier al de wenkbrauwen fronsen: wees gerust, bidden over het begrotingstekort of de stemprocedure van het Eurovisie-songfestival hoeft echt niet, alhoewel het misschien ook geen kwaad kan. U associeert bid-en misschien niet met omgaan met media, maar zeker wel met het zoeken naar waarheid.
Bij het gebed stel je jezelf open, ontvankelijk, jij bent niet het centrum van je activiteit. Diezelfde houding is nodig om waarheid te kunnen ontdekken. Je vertraagt bewust, je erkent dat je favoriete ideeën ook beïnvloed zijn en blinde vlekken vertonen, je vindt waarheid in de dialoog, in de interactie. Waarheid is immers niet dogmatisch, gebeiteld in de steen, maar levend en levengevend. En er is, denk ik, nog een niet onbelangrijk bijkomend aspect dat doorlicht doorheen de hele Bijbel: waarheid, de wijsheid uit ons Bijbelverhaal en gerechtigheid gaan hand in hand. Ook dat is voor ons dus een sleutel om deuren te openen: wordt iedereen hier beter van, doet het de machtelozen recht, doet het leven in al zijn vormen geen geweld aan.
Nu denkt u ongetwijfeld: wie heeft daar allemaal tijd voor. In dat tapijtbombardement van nieuws en weetjes kan je toch onmogelijk alles grondig bestuderen, er glipt toch van alles door de mazen van het net?
Daar komt de derde Dominicaanse pijler ons te hulp: de gemeenschap. We staan er gelukkig niet alleen voor. We kunnen de zoektocht naar waarheid samen met anderen ondernemen. Iets wat we hier iedere zondag proberen te doen, hoop ik.
Reële, fysieke gemeenschappen, geven ons de kans om uit de echokamers van het eigen gelijk te ontsnappen: we wisselen ideeën uit, reiken elkaar interessante bronnen aan, stellen kritische vragen en doen luisteren naar andere perspectieven.
Ook de boodschappen die ons bereiken kunnen op dat aspect worden afgetoetst: bouwen ze gemeenschap op of breken ze die af, focussen ze op het hyper-individuele of brengen ze mensen en ideeën tezamen. Dat was trouwens ook wat Jezus deed: hij bracht mensen teza-men met zijn spreken, sloot niet uit en trachtte te verbinden.
En dan is er nog de vierde pijler: deze van de verkondiging. Want wij zijn ook allen deelnemers aan het medialandschap. Voor dominicanen is spreken een verantwoordelijkheid. De woorden die je kiest, hebben een morele dimensie. Wat we gevonden hebben bij onze studie, proberen we door te geven, overtuigd maar ook met schroom. Om het met Thomas van Aquino te zeggen: “Er is een orde in het spreken: eerst moet men de waarheid zoeken, dan moet men haar overwegen, en pas dan mag men haar uitspreken.”
Die opdracht kan je in ons omgaan met media vertalen als: delen wat opbouwt, niet wat schaadt, proberen de nuance te brengen, het perspectief open te trekken, de geschiedenis onder de aandacht te brengen op een begrijpelijke manier. Jezus vertelde verhalen, gelijkenissen waarbij hij het aan de toehoorder liet om conclusies te trekken. Ook wij moeten wegen zoeken waarbij onze woorden geen angst en verwarring, maar juist hoop brengen. Een hele opdracht, maar niet te zwaar, met elkaars hulp kunnen we die volbrengen.
We zingen een lied dat dat mooi uitdrukt:
Het woord dat ik jou geef is niet te zwaar,
is niet te hoog, jij kunt het volbrengen.
(Dt. 11:14)
Jezus van Nazareth nodigt ons uit aan deze tafel.
Als brood en wijn gaf Jezus ons zichzelf, zijn boodschap, zijn leven en sterven.
Hij vroeg ons hem zo dankend te gedenken. Samen eten, delen wat we hebben en wie we zijn, wat ons voedt, onszelf. Dankzeggen voor ons gekregen leven en alle weldaden van de schepping.
Zo is hij met zijn Geest in ons midden: als voedsel tot volop leven.
En wat ons ter harte gaat delen we met elkaar:
onze zorgen en onze hoop, verdriet en vertrouwen, pijn en vreugde, twijfel en daadkracht, stilte en actie.
Biddend verbinden we ons met alle christenen die in Jezus’ naam brood en wijn delen. En we weten ons verbonden met allen die zich wereldwijd en zonder eigenbelang inzetten voor gerechtigheid en vrede onder mensen en met de aarde.
In het bijzonder bidden we voor onze zieken die hier niet aanwezig kunnen zijn.
En we gedenken onze lieve doden; zij die ons voorgingen op de weg van hoop, vertrouwen en liefde.
Tafelgebed
Gezegend, Eeuwige, Gij reddende God!
In de nacht klonk uw stem, sprak uw hart.
In de nacht brak het donker
op uw woord van licht.
Een dag ongeweten,
een uitzicht dat wenkt,
roept Gij wakker voor ons.
Opstaan, vertrouwen
en gaan zullen wij naar de morgen,
zingen om U het lied van alle reisgenoten:
Heilig, heilig, heilig, zullen wij U zingen.
Heilig, heilig, heilig, moeten wij U noemen
met heel de schepping mee uw grote daden roemen!
Zingen wij Hosanna, hemelhoog Hosana!
Zegen van Godswege, Hij die komt
gezegend met de Naam van Hem!
Zingen wij Hosanna, hemelhoog Hosanna!
In de nacht bleef Gij trouw
aan het volk van Uw liefde,
Aan de Zoon van uw hart.
Uit het geestloze dal
van de duizenden doden
hebt Gij hen tot leven gebracht.
Gezegend, Eeuwige, Gij, reddende God
om de Zoon van uw liefde.
Hij, onze geboorte, de nieuwe dag!
Onzichtbare God,
Wij danken u voor Jezus, deze onvergetelijke mens,
Die alles volbracht wat menselijk is,
Ons leven, onze dood.
Met hart en ziel gaf hij zich aan deze wereld.
In de nacht waarin hij werd aangehouden,
Aan tafel met zijn vrienden,
Blikte hij op naar u en dankte u.
Hij nam het brood, brak het, deelde het uit en zegde:
Neem en eet, dit is mijn lichaam voor u.
En doe het tot mijn gedachtenis.
Zo nam hij ook de beker,
Dankte en zegde:
Drink ook deze beker van het Nieuwe Verbond in mijn bloed,
Dat voor u en allen vergoten wordt.
Telkens gij deze beker drinkt, doe het tot mijn gedachtenis.
Als wij dit brood eten en deze beker drinken,
Verkondigen wij de dood van onze Heer totdat hij komt.
Delen wij samen hier in zijn lichaam,
vinden wij leven eens en vooral in zijn bloed.
Voeg ons bijéén tot één levend lichaam,
een tempel van liefde,
oase van vrede, een woning voor U.
Dat onze dagen U zullen aanbidden en eren Uw Naam,
Doen wie Gij zijt: Eeuwige, reddende God!
(Sytze de Vries)
Onze Vader
Vredeswens
Jezus heeft zijn vrienden vrede toegewenst. Vrede die tot stand kan komen wanneer mensen eerlijk en onbevangen proberen elkaar te verstaan, de eigen ideefixen in vraag durven te stellen en met open geest gemeenschappelijke waarheid te zoeken.
Wensen we die vrede ook elkaar toe.
Communie
Slotgebed
Laat ons bidden,
Gij, God,
Die u zelf ‘Ik zal er zijn’ noemt,
Wees er!
Wij bidden u,
Bekeer ons tot uw waarheid: gerechtigheid, vrede, vrijheid en liefde.
Laat ons niet radeloos achter in deze wereld.
Maak dat wij u in ons wakker houden.
Dat wij ons niet verbergen voor uw licht,
En daardoor u voor ons verborgen houden.
Blijf het licht dat ons de weg wijst.
Zegen ons, en dat wij elkaar tot steun zijn.
Zo moge het zijn.
Slotlied
Licht, ontloken aan het donker,
Licht, gebroken uit de steen,
Licht, waarachtig levensteken,
werp uw waarheid om ons heen!
Licht, geschapen, uitgesproken,
Licht, dat straalt van Gods gelaat,
Licht uit Licht, uit God geboren,
groet ons als de dageraad!
Licht, aan liefde aangestoken,
Licht, dat door het donker brandt,
Licht, jij lieve lentebode,
zet de nacht in vuur en vlam!
Licht, verschenen uit de hoge,
Licht, gedompeld in de dood,
Licht, onstuitbaar, niet te doven,
zegen ons met morgenrood!
Licht, straal hier in onze ogen,
Licht, breek uit in duizendvoud,
Licht, kom ons met stralen tooien,
ga ons voor van hand tot hand!
(Sytze de Vries)



