Dominicus Gent
Viering van zondag 9 november 2025
Psalm 23 : De levende is mijn herder… Wees er…
Goede morgen en welkom in de Blaisantkerk. Welkom ook als je van thuis met ons meeviert. We plaatsen ons eerst onder het licht van de paaskaars en verwelkomen Haar/Hem die ons uitnodigt om Haar/Hem te horen in psalmen en andere gebeden, om te leven: mensen voor mensen, alles voor allen
Zingen we de viering open met het lied “Wees hier aanwezig”
Wees hier aanwezig, woord ons gegeven,
dat ik U horen mag met hart en ziel.
Wek uw kracht en kom ons bevrijden.
Wek uw kracht en kom ons bevrijden.
Woord ons gegeven, God in ons midden,
toekomst van vrede, wees hier aanwezig.
Uw wil geschiedde, uw koninkrijk komen.
Zie ons, gedoog ons, laat ons niet vallen.
Wek uw kracht en kom ons bevrijden;
Wek uw kracht en kom ons bevrijden.
Dat wij niet leven, gevangen in leegte.
Dat wij niet vallen terug in het stof.
Zend uw geest, dat wij worden herschapen.
Wek uw kracht en kom ons bevrijden.
Wek uw kracht en kom ons bevrijden.
Dat wij U horen, dat wij U leven,
mensen voor mensen, alles voor allen.
Dat wij volbrengen uw woord, onze vrede.
Wek uw kracht en kom ons bevrijden.
Wek uw kracht en kom ons bevrijden.
Wek uw kracht en kom ons bevrijden.
T. Huub Oosterhuis
Lied: Psalm23
De Levende is mijn herder.
Ik kom niet tekort.
In groene weiden doet hij mij liggen,
hij voert mij naar wateren van rust.
Mijn levenskracht brengt hij terug,
hij leidt mij op rechte sporen,
omwille van zijn Naam.
Zelfs als ik moet gaan
door een aartsdonker ravijn,
hoef ik geen onheil te vrezen:
jijzelf bent immers dicht bij mij;
jouw stok en jouw staf –
zij zijn mijn tot troost.
Jij bereidt daar voor mij een tafel,
ten aanschouwen van wie mij belagen;
jij zelf zalft met olie mijn hoofd,
mijn beker vloeit over.
Ja, goedheid en gunst zullen mij volgen,
al de dagen van mijn leven.
Daarom zal ik terugkeren in het huis van de Levende
tot in lengte van dagen.
Oosterhuis
Wees er… (Overweging bij psalm 23)
Psalmen nemen in de redactie van de bijbelse boeken een bijzondere plaats in. Ze overkoepelen zowat de hele geschiedenis van de joodse gemeenschap. De eeuwen door functioneren ze als gedichten en liederen in de liturgische samenkomst. Ik wil in deze overweging focussen op het studiewerk van de Nederlandse exegeet Kees Waaiman die de psalmen grondig heeft bestudeerd. Enigszins verassend vond hij een nieuwe naam voor God: wezer: goed uitgesproken is het de samentrekking van de twee woorden “wees er”. Dat is een smeekbede. Het is het gebed dat we vaak tegenkomen in de psalmen. Het smeekgebed. Dat hij er zou zijn: wezer. Het klinkt ook door in psalm 23 die we vandaag lezen. Mijn herder zijt Gij. Het zal mij nooit aan iets ontbreken.
We bevinden ons in het prille begin van het koningschap in Israël. De oude profeet Samuel wordt geroepen om David tot koning te zalven. De jongeman wordt letterlijk achter de schapen vandaan gehaald, met olie gezalfd en door de goddelijke geest bezield. Juist zo is hij in staat zijn liederen te zingen om zijn voorganger koning Saul verlichting te bieden in zijn donkere dagen. De psalm is een lied dat de boze geest die Saul kwelt moet verjagen. Mijn herder, het zal mij nooit aan iets ontbreken.
David staat niet alleen voor de historische David. Hij staat voor het vertrouwen dat de hele geschiedenis van de joodse gemeenschap draagt. Wees er. Neem toch ons lot ter harte. Bij U zijn we veilig. De psalm is één van de lievelingsgedichten geweest doorheen de geschiedenis van de joodse gemeenschap.
Maar dan is het toch schrikken wanneer je verder in de psalmen leest. Sommige zijn een bron van troost geweest, andere een bron van ergernis en verzet.
We treffen beide aan. Vertrouwen is meer dan eens ontaard in zelfoverschatting en eigenwaan. “Ons kan niets overkomen”. We zullen beschermd worden door een god die alle vijanden uit de weg ruimt. Wij zijn een uitverkoren volk. Onaantastbaar. Zo vraagt de psalmbidder ook dat God alle vijanden zonder genade de dood injaagt; hij vraagt zelfs dat de kinderen van de vijanden met hun hoofdje tegen de rotsen te pletter worden geslagen (psalm 57,136).
Het is dus oppassen geblazen. De bijbel wordt op alle mogelijke manieren gebruikt en misbruikt. Niet lang geleden citeerde Netanyahu uit het boek Prediker “er is een tijd van vrede en een tijd van oorlog: Nu is een tijd van oorlog”. Het is om je dood te schrikken. Met het godsbegrip kun je vele kanten op.
“Wees er” is bescheiden. Deze naam stelt geen eisen. Zij klinkt heel kwetsbaar. Wees er toch! Laat ons niet in de steek. Wezer is een verlangen, een reikhalzend uitzien. Het is de hoop geborgen te zijn in iets wat groter is dan onszelf. En vooral dat ook wij ons openstellen als wezer. Wees er dat wijzelf ons inzetten voor een wereld van gerechtigheid en vrede. Wees er als geborgenheid voor onze medemens. Wees er als liefde.
Er bestaat in de joodse traditie een spirituele strekking die de schepping ziet als een terugtrekken van God. In tegenstelling tot de gangbare voorstelling van Gods schepping. Hij trekt zich terug om mensen de volle vrijheid te geven om verantwoordelijkheid op te nemen. Hij heeft zich verstopt in de coulissen en ziet met spanning toe of de naam “wees er” tot zijn recht komt.
“Wees er” is ook onze naam. Vandaag worden we verwezen naar een wereld die op zichzelf bestaat. Waarin we niet langer met een sterke god in de rug naar de toekomst gaan, zoals het in sommige psalmen te horen is. We gaan zelf naar de toekomst en we zijn dankbaar voor het leven dat ons zoveel schoonheid en geluk brengt. En het leert ons ook omgaan met een wereld die er redelijkerwijs vrij absurd uitziet. Wees er als liefde: wees er als herder zoals David zong.
Ja, goedheid en gunst zullen mij volgen,
al de dagen van mijn leven
Daarom zal ik terugkeren naar het huis van de Levende
tot in lengte van dagen.
Psalm 23
Mijn Herder, Gij alleen
het zal mij nooit aan iets ontbreken.
Gij brengt mij in een oase van groen.
daar strek ik mij uit aan de rand van het water,
daar is het goed rusten.
Mijn Herder, Gij alleen
het zal mij nooit aan iets ontbreken.
Ik kom weer tot leven, dan trekken wij verder,
vertrouwde wegen, Gij voor mij uit,
want trouw is uw naam.
Mijn Herder, Gij alleen
het zal mij nooit aan iets ontbreken.
Al moet ik het duister in van de dood,
ik ben niet angstig, Gij zijt toch bij me,
onder uw hoede durf ik het aan.
Mijn Herder, Gij alleen
het zal mij nooit aan iets ontbreken.
Gij nodigt mij aan uw eigen tafel.
En allen die tegen mij zijn
moeten het aanzien: dat Gij mij bedient,
dat Gij mij zalft, mijn huid en mijn haren,
dat Gij de beker vult tot de rand.
Mijn Herder, Gij alleen
het zal mij nooit aan iets ontbreken.
Overal komen geluk en genade
mij tegemoet, mijn leven lang,
en altijd kom ik terug in de vrede van uw huis,
tot in lengte van dagen.
Mijn Herder, Gij alleen
het zal mij nooit aan iets ontbreken.
T. Huub Oosterhuis
Psalm 23 in de bewerking van Jos Van Pelt
We leven in een tijd dat het moeilijk en niet vanzelfsprekend is om stilte, samenhorigheid en soberheid te beleven. Jos Van Pelt wou in zijn boek “… mij, Jouw vondeling” zijn lezers gevoelig maken voor de spirituele dimensie van de psalmen. En die dimensie vandaag terug ervaarbaar maken.
Ik mag leven in overvloed en geluk.
waar heb ik dit verdiend?
Leven verloopt als mijn weg veilig en gericht,
het ontbreekt mij aan niets.
Vrede is diep in mij, rust rondom mij,
een betoverend tafereel.
Welke een voorrecht: mogen leven
in een goede woning,
natuur rondom mij, paradijselijk:
groene tuin, heldere fontein,
waar heb ik dat verdiend?
Ik mag er van genieten,
en het voedt mijn levenslust.
Mijn levensweg biedt perspectief.
Ik voel me meer dan tevreden.
Soms gebeurt het
dat ik somber gestemd ben of bezorgd;
succes is broos.
en afhankelijk van zoveel toeval.
Maar lang duurt mijn bui gelukkig nooit.
Ik ben niet gauw bang. Wat zou mij misbeuren?
Ik besef: ik word goed omringd;
kan altijd bij iemand terecht.
Ook bij tegenslag kan ik steunen op krachten
meer wezenlijk dan succes, geld, macht en zelfs geluk.
Dat geeft mij moed en vertrouwen.
Ik ben bevoorrecht;
de meesten hebben het veel moeilijker.
Voor hun ogen oogst ik succes na succes.
Met een beetje minder meeval,
stond ik in hun schoenen.
Waar heb ik dat verdiend?
Ik mag leven in overvloed en geluk:
kan dit werkelijk niet op ?
Geluk, gemoedsrust en vrede vergezellen mij, al zolang ik leef.
Ik zeg dank voor dit geschenk, voor zoveel dagen, elke dag.
*
Een bewerking van psalm 139, door Guido Vanhercke
Psalm 139 is wellicht wel een van de meest geliefde psalmen. Het is ook niet min wat hier gezegd wordt: midden in de bijbel wordt hier met prachtige overtuiging dank gezegd aan het leven zelf. Aan het ontroerende mysterie dat we bestaan, gegroeid zijn uit bijna niets, vorm hebben gekregen, een rand, deel van de grote wereld zijn geworden, met gedachten, gevoelens, dromen en verlangens, met een naam en een geschiedenis. En dat dat zo is met alle leven rondom ons. Het grote veelvoud van leven, telkens gegeven en gekregen, volheid uit bijna niets.
U kent mij, u weefde mij in de buik van mijn moeder, wonderbaarlijk is mijn bestaan, ik draag u in mijn hand, zegt de psalmist.
Elke nieuwe mens die we ontmoeten vat weer heel dat scheppende gebaar samen. Hoe zouden we dan niet blijvend nieuwsgierig zijn naar die andere mens?
Met elke nieuwe dag weer die volheid voor onze ogen en oren en handen en voeten. Hoe zouden we dan niet even stil staan en diep dankbaar proberen zijn?
Ergens zie ik in alles dat bestaat die wil tot liefdevol scheppen, dat verlangen om met aandacht en zorg het wonder van bestaan door te geven. Ik zie het in de boom die nu al zijn knoppen maakt voor volgende lente, ik zie het de juffen die weer zoveel kinderen leren lezen en schrijven, ik zie het in de zorg voor dit gebouw, voor deze viering, enzovoorts, het houdt niet op, dit scheppen voor elkaar.
Je kan grote gebaar Heer noemen, of God, ik heb het de mooiste blik genoemd. Dat is die diepe, warme, gulle blik die eigenlijk alleen maar het beste wenst voor jou, zelfs al wordt dat niet met zoveel woorden gezegd. Soms zegt men het bij afscheid: het beste hé. En de blik die ook zonder woorden zegt: als het nodig is, ben ik er voor je…
Dit is mijn droom
dat in de mooiste blik
ik mooi kan zijn.
Achter mij, voor mij
rondom mij die blik
die mij zegt
dat ik ben
Een wonder voor
die ogen, weelde
voor de hand
die op me wil rusten
Altijd al was ik er,
de mooiste blik
heeft me verlangd
en geweven.
Nooit was vreugde heviger
als toen ik er kwam
als toen ik werd gezocht
en gevonden.
En al ga ik verloren
als woestijnzand
niet meer te tellen,
de mooiste blik
zal mij bewaren
mij altijd weerzien
mij vertellen
aan duizenden geslachten.
(uit: Kind van eeuwigheden en van mensen)
Inleiding tafeldienst
Laten we danken voor dit samenzijn, voor dit uur van gemeenschap waarin we gekend, gezien, genoemd mogen zijn.
Laten we danken voor deze tafel van brood en wijn
in het spoor van Jezus van Nazareth.
Lat ons zoals hij voor ons leven voedsel zijn voor elkaar.
Laten we elkaar bemoedigen in woord en daad, in een klein gebaar, een eenvoudig woord, opdat de belofte van vreugde en vrede ons deel mag zijn.
In deze belofte weten we ons verbonden met allen die ons in leven en dood voorgingen, onze geliefde doden.
We weten ons verbonden met alle mensen die wereldwijd, in kleine en grote daden, werken aan menselijkheid en vrede.
We richten ons met heel ons hart en met heel ons verstand tot de mens die genoemd wordt: Jesjoe, Jezus, die ook zoon van God genoemd wordt.
Zingen we het tafelgebed: Gij die weet wat in mensen omgaat
Gij die weet wat in mensen omgaat
aan hoop en twijfel, drift, plezier, onzekerheid.
Gij die ons denken peilt
en ieder woord naar waarheid schat
en wat onzegbaar onmiddellijk verstaat.
Gij toetst ons hart
en gij zijt groter dan ons hart.
Op elk van ons houdt Gij uw oog gericht.
En niemand, of hij heeft een naam bij U.
En niemand valt of hij valt in uw handen
en niemand leeft of hij leeft naar U toe.
Maar nooit heeft iemand U gezien.
In dit heelal zijt Gij onhoorbaar.
En diep in de aarde klinkt uw stem niet.
En ook uit de hoogte niet.
En niemand die de dood is ingegaan
keerde ooit terug om ons van U te groeten.
Aan U zijn wij gehecht. Naar U genoemd.
Gij alleen weet wat dat betekent. Wij niet.
Wij gaan de wereld door met dichte ogen.
Maar soms herinneren wij ons een naam,
een oud verhaal dat ons is doorverteld,
over een mens die vol was van uw kracht,
Jezus van Nazareth, een zoon van Abraham.
In hem zou uw genade zijn verschenen,
uw mildheid en uw trouw. In hem zou voorgoed
aan het licht gekomen zijn hoe Gij bestaat:
weerloos en zelveloos, dienaar van mensen.
Hij was zoals wij zouden willen zijn:
een mens van God, een vriend, een herder,
die niet te eigen bate heeft geleefd
en niet vergeefs, onvruchtbaar is gestorven.
Die in de laatste nacht dat hij nog leefde
het brood gebroken heeft en uitgedeeld
en heeft gezegd: Neemt, eet, dit is mijn lichaam –
zo zult gij doen tot mijn gedachtenis.
Toen nam hij ook de beker en zei:
Dit is het nieuw verbond, dit is mijn bloed,
dat wordt vergoten tot vergeving van uw zonden.
Als je uit deze beker drinkt, denk dan aan mij.
Tot zijn gedachtenis nemen wij daarom
dit brood en breken het voor elkaar,
om goed te weten wat ons te wachten staat
als wij leven hem achterna.
Als Gij hem hebt gered van de dood, God,
als hij, dood en begraven, toch leeft bij U,
red dan ook ons en houd ons in leven,
haal ook ons door de dood heen, nu.
En maak ons nieuw, want waarom hij wel,
en waarom wij niet -wij zijn toch ook mensen.
T. Huub Oosterhuis
Vredeswens
Mogen wij “wezer” zijn voor elkaar, elkaar steunen als betrouwbare bondgenoten en lotgenoten:
Wees er als vriend, als geliefde, als zuster en broeder
wees er als leraar, als omarmer,
wees erv als moeder en vader
wees ontvankelijk als een kind.
Zegen
De Levende zegene en behoede u.
De Levende doe zijn aangezicht over u lichten,
en zij u genadig. De Levende verheffe zijn
aangezicht over u, en geve u vrede.
Zegen ons en behoed ons,
doe lichten over ons uw aangezicht
en wees ons genadig
Zegen ons en behoed ons,
doe lichten over ons uw aangezicht
en geef ons vrede.
T. Numeri 6, 24-27
*
De psalmbewerkingen van Jos Van Pelt zijn te verkrijgen bij zijn dochter Joke Van Pelt, via dit emailadres: nieuws@dominicusgent .be
De psalmbewerkingen van Guido Vanhercke zijn te verkrijgen bij de auteur: guido.vanhercke@telenet.be



