Dominicus Gent
Viering van Allerzielen
Zondag 2 november 2025
Goedemorgen en aan iedereen van harte welkom op dit bijzonder moment in het jaar waarop we samen onze overledenen gedenken. Welkom eenieder hier in de kerk, welkom eenieder voor het scherm.
Dit gedenken is uiteraard een terugkijken naar het verleden, naar wat definitief voorbij is. Een verleden dat nog pijn kan doen, ons misschien nog in zijn greep houdt. Een verleden waarvoor we misschien -hopelijk- ook dankbaar zijn en waarop we met veel warmte terugblikken.
Als we vandaag samen gedenken en in weerwil van de heel verschillende persoonlijke verhalen toch een samen, een gedeeld gebeuren, vieren dan is het omdat we onze geschiedenis binnen een perspectief plaatsen.
Een perspectief waarover we met beelden spreken. Noem het een perspectief van licht.
Het scheppingslicht: er moet licht zijn. En er was licht. En God zag dat het licht goed was. (Gen 1,3-4). Het wondere licht van elke nieuwe dag.
Het licht van de verrijzenis: het stralend witte licht van de mannen die in het graf de boodschap brengen: Hij is niet hier. Hij is tot leven gewekt. (Lucas 24,6 ; Mat 28,6) Het wondere licht van elk nieuw begin.
Het licht waaronder we ons elke zondag stellen: het licht van de Paaskaars dat ons richting geeft.
Gij Licht, wees hier aanwezig
als troost en warmte
in herinneren en uitzien
in rouwen en danken.
We beginnen dit gedenkmoment met een lied over de stilte van en rondom onze geliefde doden.
Lied: Schrijf mijn naam niet in de steen
Schrijf mijn naam niet in de steen
Niemand kan weten hoe ik heb geheten
Dan gij alleen
Spreek geen woorden van verdriet
Zij zijn gesproken onze laatste woorden
Ons laatste lied
Laat de stilte rond mij staan
Geen boom , geen teken om van mij te spreken
Maar noem mijn naam
T Filip van de Wouwer M. Vic Nees
De onlangs overleden Jane Goodall, bekend van haar veldwerk over chimpansees en haar pionieren voor dierenrechten en diep respect voor de natuur, werd in een recent interview gevraagd wat haar volgende avontuur zou zijn. Zij antwoordde: ‘Mijn sterven. Want dat geeft mij de kans om te ontdekken wat er gebeurt.’
Die verrassende uitspraak herinnerde mij aan Marguerite Yourcenar die hoopte dat ze ‘met open ogen’ zou kunnen sterven. Bewust dat moment ingaan van leven naar dood. Het onbekende in.
Deze uitspraken getuigen van een mooie ingesteldheid tegenover de dood maar getuigen misschien vooral van een mooie leergierige houding tegenover het leven en alles wat het brengt, dus ook de dood. Ik vind het best wel een geruststellende en spannende gedachte. Natuurlijk, toen deze prachtige mensen dit vertelden, waren ze hoogbejaard en aan het einde van een vervullend zinrijk leven.
Dat doet niets af van de kracht en schoonheid van hun woorden, maar hoe anders is het voor wie in de bloei van haar leven plots weggerukt wordt door een stom ongeval, voor wie als baby nauwelijks geleefd heeft of het kind dat onder bommen stierf. Hoe anders voor de jonge vader die na een lange strijd toch sterft. Hoe wreed, brutaal kan de dood toch zijn.
De voorbije jaren werden we allemaal overspoeld door de vele beelden van gewelddadige dood. En wat doet dat met ons? Woede, onmacht, verdriet maar ook zwaar geschokt vertrouwen in mensen, tot hoeveel wreedheid zijn wij in staat? Tot hoeveel lafheid? Komt het ooit goed als je ziet wat er allemaal gebeurt ? Er is geen betekenis te geven aan zoveel verwoesting en leed.
Het is lastig om bij die rauwe realiteit stil te blijven staan. Ook al gebeurt het ‘elders’, het stelt toch mijn bestaan in vraag: zoveel misdaad en absurditeit kan ik niet aan.
Mag er in dit samen gedenken, ook een plaats zijn voor de ontreddering, de geslagen wonde, de pijn die niet overgaat, het gemis? En dragen we het samen in stilte?
Een stilte die zich mag toevertrouwen aan de belofte dat Iemand mijn naam kent en noemt. Iemand in wie ik geborgen mag zijn.
Rustige pianomuziek
Lezing: Tertullianus
Winters en zomers, lente-en herfsttijden volgen elkaar op,
ieder met zijn eigen krachten,
zijn eigen karakter, zijn eigen vruchten.
Immers, ook de ordening van de aarde komt van de hemel.
De kale bomen krijgen weer hun blad.
De bloemen hernemen hun kleur.
De gewassen botten uit
en brengen dezelfde zaden voort
die zijn vernietigd.
Ja zij kunnen niet eerder nieuwe zaden voortbrengen
dan nadat zij zijn vernietigd.
Wonderlijke ordening!
Verloren laten gaan om te winnen,
ontnemen om terug te geven,
verliezen om te behouden
ja, zelfs verschralen om te vermeerderen.
Want het ontbindingsproces
geeft rijkere en schonere vruchten terug
dan die het ontbonden had.
Waarlijk een ondergang met gewin,
voordeel na onrecht,
winst door verlies.
Ik zou het in één woord willen zeggen:
al het geschapene komt weer tot leven.
Wat gij aantreft was al eerder.
Wat gij verliest, zal eenmaal terugkeren.
Niets is niet herhaalbaar.
Alles keert terug naar de oorspronkelijke toestand
die het een ogenblik verlaten had.
Alles begint na te hebben opgehouden.
Ja, de dingen houden op
om opnieuw te kunnen beginnen.
Niets gaat verloren dan tot welzijn.
En zo is deze hele steeds terugkerende gang van zaken
een getuigenis van de verrijzenis der doden.
Overweging bij de tekst
De dood blijft een mysterie die mensen al duizenden eeuwen bezig houdt. Wat gebeurt er als iemand sterft? Wat verdwijnt er? En waar gaat dat dan naartoe?
Culturen en religies hebben geprobeerd daar een antwoord op te geven.
Zo ook in het Christendom. Daar is er de belofte van verrijzenis en eeuwig leven. Maar wat wil dat zeggen? Hoe versta je die belofte?
De tekst die we daarnet lazen komt van Tertullianus, een man die in het Midden Oosten leefde van 160 tot 230 na Christus. Hij verdiepte zich in de christelijke theologie, maar tegelijkertijd verbond hij die theologische begrippen met het leven van alledag.
Verrijzenis en eeuwig leven zag hij in het veranderen van de seizoenen, en de impact die dat heeft op het leven, een soort metafoor voor Verrijzenis en Eeuwig leven. Immers, in de winter lijkt het of veel plantenleven kapot is, dood. Maar in de lente komt alles weer tot leven, bloeien planten, de bomen botten uit. In de zomer maken ze zaden, bessen, noten, vruchten aan, die klaar zijn om het leven verder door te geven na de winter. Het is dus een soort schijndood, die wacht tot de omstandigheden goed zijn om te ‘verrijzen’ en om de cyclus van het leven weer op te nemen.
We weten ondertussen dat het DNA, de blauwdruk voor wie je genetisch bent, inderdaad doorgegeven wordt. Iedereen heeft DNA van voorouders, en men kan daar sporen van terugvinden tot meer dan 40.000 jaar terug. In die zin zijn wij een deel van de cyclus die leven krijgt en doorgeeft aan de nakomelingen.
Maar je kan ook op een andere manier leven doorgeven. Vorige zaterdag waren we op de begrafenis van een familielid van mijn man. Om 10 na 10 zat de kerk al stampvol, en dat bleef zo de hele dienst. In de getuigenissen bleek hoe belangrijk zij geweest was voor veel mensen. Door te luisteren, open te staan en niet te oordelen, door op te komen voor wie zwak was en kortdaat was in wat ze belangrijk vond. Door haar zorg voor mensen en haar gastvrijheid. Ze heeft niets spectaculairs gedaan, maar ze was groots en levengevend voor wie met haar in contact kwam. De volwassen kleinkinderen getuigden dat ze, door die waarden in hun leven te koesteren en te leven, hun oma levend wilden houden in hun hart.
Maar de meeste mensen wensen wel wat meer dan in stukjes voortleven. Graag zouden we als individu verder willen bestaan. Onze eigenheid bewaren. Maar hoe dat zou kunnen, daar is er geen onweerlegbare duidelijkheid over te verkrijgen.
We zullen het moeten doen met de ervaring dat liefde, dat een relatie verder kan, zelfs als er een persoon wegvalt. Blijven vertrouwen dat elk mens belangrijk is en was in Gods liefde en vertrouwen dat dit geloof, deze hoop werkelijkheid wordt en ons eens doet verrijzen en dat we elkaar dan terugzien.
Lied: Vrienden die zijn overleden
Vrienden die zijn overleden,
al wie ons zijn voorgegaan,
vouw ze samen in de vrede
van Uw ene naam.
Laat ze niet tot niets bevriezen
in de ijskou van voorbij,
laat hun namen nieuw geschieden
aan Uw overzij.
Allen die zo, zonder adem
biddende, zijn voorgegaan,
bind ze samen in het amen
van Uw vaste naam.
(Willem Barnard – Willem Vogel)
Ritueel met de stenen
Het is nu het moment waarop we de namen noemen van allen die ons in hoop en vertrouwen zijn voorgegaan. Mensen die in de voorbije jaren in de KUC- en Dominicusgemeenschap korte of langere tijd onze bondgenoten zijn geweest en niet meer onder ons zijn. Ook de namen van onze geliefden willen we hier en nu aan de vergetelheid onttrekken. Mag ik vragen de namen van de overleden geliefden, die je wil gedenken, vooraan te noemen en dan de steen neer te leggen. Ten teken van de transitie die in het leven door de dood gebeurt, nodig we u uit om de steen doorheen de kader op de tafel te leggen.
Ik leg nu een steen neer voor de talloze slachtoffers van geweld en honger in de vele oorlogsgebieden op onze wereld.
Lied: Voor wie gestorven is
Blijf geborgen in je naam
Wees als een mens gezegend
Om wat je hebt gezegd en om wat is verzwegen
De rafels van je hart omdat je bent gesleten.
Om je wezen zwak en strek, leven is een mensenwerk.
Blijf geborgen in je naam.
Wees als een mens gezegend.
Om wat je hebt gedaan, om wat is nagelaten.
Wat soms is misgegaan, de scherven die je maakte.
Onvermijdelijke pijn voor wie mensen moeten zijn.
Blijf geborgen in je naam.
Wees als een mens gezegend.
Om je vasthoudendheid, om angsten in het donker.
De pijnen in je lijf, en je geloof in morgen.
Wisselvallig is het tij voor wie mensen kunnen zijn.
Blijf geborgen in je naam.
Wees als een mens gezegend.
Om wie je hebt getroost, gedragen in gedachten.
Je liefde en je hoop de keren dat je lachte.
Alle zegeningen en heil van wie mensen mogen zijn.
Blijf geborgen in je naam.
Wees als een mens gezegend.
Om heel je reisverhaal met alle mensenfouten.
Om vriendschap en begrip en ongeschokt vertrouwen.
Om het leren mettertijd van de naam “Ik zal er zijn”.
T Conny Luijpers M. Riet Carpay
Tafeldienst
Gisteren en vandaag gedenken mensen over heel de wereld hun geliefden van wie ze afscheid moesten nemen. Ze komen samen, brengen bloemen naar het graf, steken kaarsjes aan, halen samen herinneringen op. Voor alle mensen die waar ook ter wereld vandaag hun geliefden herdenken, steken we het solidariteitskaarsje aan.
Wij herdachten daarnet de mensen die ons lief waren. En aan deze tafel denken we ook terug aan die man uit Nazaret, die zo lang geleden leefde, maar waarvan ons de verhalen over wie hij was en hoe hij leefde van generatie op generatie worden doorgegeven. Hij was en is bron van leven voor velen.
Hij liet ons het teken van brood en wijn na, om telkens weer te herhalen , om zo zijn leven te herdenken door dit breken en delen verder te leven, en door te geven aan wie na ons komt.
Gezegend Gij in uw verborgenheid
Gezegend Gij, in uw verborgenheid
gezegend om uw zon uw scheppingsdag
in nacht en wolken, in verblindend licht,
waar zijt Gij, onze vader in de hemel?
Genoemd, gekend, bemind, volbracht, geheiligd
worde uw Naam, door ons al doende recht;
opdat nu eindelijk uw wil geschiede
en mensen niet meer sterven van de honger.
Gezegend om uw eens gegeven woord
gezegend om uw kind uit Nazaret –
gezegend om de schoot waaruit hij kwam
het volk van uw verbond, uw grote liefde.
Kome uw koninkrijk, de aarde nieuw, de hemel open,
mensheid naar uw beeld-
Open uw hand, geef ons het brood der vrijheid,
als gij ons niet verzadigt zijn wij niets,
open uw hand geef ons het brood der vrijheid
als Gij ons niet verzadigt zijn wij niets.
Open uw hart, ontferm U over ons
vergeef ons zeventig maal duizendmaal-
opdat wij in uw naam elkaar vergeven
en niet het kwade wordt vermenigvuldigd.
Leer ons volharden in het visioen
van recht voor allen, geef een nieuw begin-
zie ons van verre, troost ons van dichtbij
wees God voor ons hier en zonder einde.
Neemt en eet en drink
brood der vrijheid
lichaam ons gegeven,
vrucht der wijnstok,
voorsmaak van zijn Koninkrijk
Zo moge het zijn.
T. Huub Oosterhuis M. Henri Heuvelmans
Onze Vader
Vredeswens
Wanneer een woord ons opricht, muziek ons aanraakt, een gebaar ons ontroert, worden we even helemaal vervuld met vrede. Mogen we deze vrede met elkaar delen.
Gedicht
Psalm 127
(Guido vanhercke)
In de zonen en dochters
werken de armen
van vaders en moeders.
Het huis is gebouwd
door handen die
er niet meer zijn.
Zovelen dragen we mee
in onze rug, in onze stem
zovelen dromen in ons.
Zo oud is de blik van mensen.
Elk kind leert stappen
waar anderen gingen
en loopt verder
elk woord heeft leren zingen
van duizenden stemmen
die zwijgen en luisteren, hoe lang al,
naar die ene stem.
Slotlied: Het leven trekt smalle kringen
Het leven trekt smalle kringen
De bloemen verwelken, het licht gaat dood
en hoort gij de sterren zingen?
Hoe diep is de nacht en hoe diep de dood,
laat glijden, laat glijden uw moede boot en tel uw herinneringen.
Het leven, de liefde, wat wijn en brood
en duizenden kleine dingen,
zij worden begraven in onze dood,
geborgen als in een schoot, en hoort gij ze daar niet zingen?
Ach, diep is de nacht en de dood is groot,
het leven trekt smalle kringen,
die deinen van morgen- tot avondrood, maar wijder,
veel wijder deint onze dood, met duizend herinneringen.
(Filip Van de Wouwer, Raymond Schroyens)




