VIERING : OVER BRIEVEN & HUN VELE BETEKENISSEN… (1)

Dominicus Gent

Viering van 28 december 202

Over brieven en hun vele betekenissen…

 

Wij nemen in deze tijden de pen niet meer in de hand om jullie welkom te heten op deze laatste zondag van het jaar. Ook de mensen die nu via het scherm kijken, worden niet meer per brief welkom geheten om woorden van de viering te volgen, zich te laten raken en voedsel te vinden voor de verdere week. Er is veel veranderd de laatste jaren, en veel gaat nu digitaal. Maar brieven, of ze nu digitaal of met de hand geschreven zijn: ze kunnen belangrijk zijn in een mensenleven. Daarover willen we het in de volgende twee vieringen hebben: brieven en wat ze betekenen en betekend hebben, ook voor ons gelovigen.

In deze kersttijd zoeken we meer dan ooit licht. Licht dat ons toekomst belooft, dat ons doet geloven dat het kan dat de droom van vrede er ooit zal komen, en dat we daar ons kleine steentje kunnen aan bijdragen in onze onmiddellijke omgeving.
We steken de Paaskaars aan: om Zijn aanwezigheid in ons midden zichtbaar te maken, om dat Licht toe te laten in ons leven.

Lied : Licht is gekomen

Licht is gekomen, een ster, een zon,
oeroude dromen gaan in ons om:
samenzijn, vrede, de leeuw en het lam.
Luister wat heden een aanvang nam.

Koning en herder, mensenzoon,
waak bij de ster en hoed de droom.
Licht is gekomen. Mens, heb geduld.
De oude dromen worden vervuld.

T. Frans Cromphout M/ JosVan Pelt.


Eerste inbreng : over het schrijven van brieven speciaal over Lucas

Begin van het Lucasevangelie
Reeds velen hebben getracht de gebeurtenissen te verhalen die onder ons hebben plaatsgevonden aan de hand van de gegevens, welke ons werden overgeleverd door mensen die van het begin af aan ooggetuigen waren en in dienst van het woord zijn getreden. Vandaar, edele Teófilus, dat ook ik besloot – na van meet af aan alles nauwkeurig te hebben onderzocht, – voor u een ordelijk verslag te schrijven, met de bedoeling u te doen zien, hoe betrouwbaar de leer is waarin gij onderwezen zijt.

De Bijbel op de krant leggen’, of “de krant op de Bijbel leggen”: dat is een uitdrukking die we al zeker dertig jaar gebruiken als we proberen uit te leggen vanuit welke inspiratie wij in deze vieringen tewerk gaan. we hadden het er vorige week nog over, toen we tijdens onze adventsviering een actualisering van het kerstverhaal voorstelden.

Ik was er niet bij toen een aantal maanden geleden, in een vergadering van de voorgangersgroep, iemand voorstelde om een mini-reeksje te wijden aan het fenomeen van “brieven”. Misschien is het gewoon toeval, of misschien hebben we een heuse profeet in ons midden. In alle geval: deze week werd in de krant gemeld dat de Deense Post vanaf komende week, nieuwjaar, zou stoppen met het bezorgen van reguliere briefpost. En als het regen in Kopenhagen, zou het binnenkort wel eens kunnen beginnen druppelen in Gent… Dus, op een moment dat het in kranten gaat over het einde van het fenomeen “brieven”, willen ze het bij Dominicus hebben over “brieven”. Het is niet de eerste keer dat we hier wat tegendraads doen, maar toch…

In de Bijbel komen een aantal teksten voor die specifiek als “brieven” worden aangegeven: de brieven van Paulus, van Petrus, van Johannes: volgende week wordt daar nog wat dieper op ingegaan. Vandaag willen we het fenomeen van brieven wat algemener bekijken: wat gebeurt er als iemand een brief schrijft, of een brief ontvangt.

Nu heb je natuurlijk brieven in verschillende formats. De komende week zullen op vele plaatsen “nieuwjaarsbrieven” voorgelezen worden. Vaak onder enige druk. De voorlezer weet dat er nadien ongewenste intimiteiten zullen volgen, in de vorm van oude mannen of vrouwen die per se willen gekust worden. Het enthousiasme van die kinderen wordt afgekocht met de belofte dat ze een cadeautje zullen krijgen. En het is ook wat vreemd dat een brief – toch in principe een schriftelijk medium – nog eens mondeling moet voorgelezen worden; je zou hem ook gewoon kunnen afgeven, zodat de ontvanger die làter kan lezen. Maar zo werkt dat niet: de brief is daar vooral een deel van een ritueel. Meestal is de inhoud van zo’n nieuwjaarsbrief ook niet ècht belangrijk. Het gaat méér om de geste zelf. En om de inhoud van het pakje of de envelop.
Moeten we het hier ook, heel even, hebben over de zeer korte berichtjes die we op tafel of op een prikbord achterlaten voor onze huisgenoten? “Ik ben thuis tegen 6u, en doe onderweg nog boodschappen.” “Ik ga straks nog bij ons moeder langs: je moet niet op mij wachten voor het eten.” Korte berichtjes met op het eerste gezicht alleen praktische informatie over het samenleven. En toch: het feit zelf dat je zo’n berichtje achterlaat, is al een signaal dat je met elkaar rekening wil houden. En vaak volgt er ook nog wel een groet, een hartje, een naam: een teken waardoor zo’n bericht boven het louter-informatieve getild wordt.

Brieven, dus. En toch hebben we als Bijbelse lezing gekozen voor het begin van het Lucasevangelie – en dus niet één van die teksten die officieel “brieven” genoemd worden. Die inleiding begint met een aanspreking (Beste Theofilus), en daarmee krijgt heel die evangelietekst (en ook de Handelingen van de Apostelen – die er een tweeluik mee vormt) ook het frame van een “brief” mee. En de schrijver geeft ook aan wat zijn bedoeling is met die tekst. Ze zaten al minstens 30 jaar (en waarschijnlijk nog wel wat langer) na het leven en de dood van Jezus. Er deden over Jezus in verspreide slagorde talrijke verhalen en anekdotes de ronde, vaak van mensen die Jezus zelf niet persoonlijk hadden meegemaakt, en die het ook maar hadden van “horen zeggen”. Tijd misschien om die verhalen eens te bundelen. Anders zouden ze kunnen verloren gaan. Of er zouden anders teveel verschillende versies van die verhalen kunnen ontstaan. Of er zouden misschien zelfs verhalen kunnen bij verzonnen worden. Wellicht waren die processen van mondelinge overlevering al aan de gang. Tijd dus om hier wat orde in te scheppen. Wat snoeien in de wildgroei, en ons beperken (zo beweert de schrijver) tot wat we van ooggetuigen gehoord hebben. In de veronderstelling dat die ooggetuigen betrouwbaar zijn. Het resultaat daarvan zou iets van gezag moeten krijgen. Verba volant, scripta manent. Gesproken woorden vervliegen, geschreven woorden blijven.

Ook bij gewone brieven is dat waarschijnlijk één van de functies. Iets wat neergeschreven is, bestaat toch op een andere manier dan iets dat alleen maar gedacht of uitgesproken is. Het woord is materie geworden. Men rekent erop dat dat blijft. Dat het kan teruggevonden worden. Dat het niet zomaar kan veranderen. En misschien is het moment waarop je iets neerschrijft ook het moment om je eigen gedachten te ordenen. Ideeën die nog volatiel en kneedbaar in de lucht hingen, krijgen een wat concretere vorm en inhoud wanneer ze op papier of op het scherm tot landing komen. Je krijgt (of je neemt) als je iets neerschrijft ook iets méér de tijd om te kiezen of je iets gaat meedelen, en hoe je dat zal doen – anders dan wanneer je in een rechtstreeks gesprek zit, of in een debat of discussie. Je krijgt ook de tijd om je redenering af te maken, zonder dat je onderbroken wordt, of zonder dat – in het spel van actie en reactie – het gesprek een heel andere richting wordt uitgestuurd. Een brief schrijven kan je altijd – en op die manier kan je het woord nemen ook in contexten waar je anders misschien niet de kans zou krijgen om je te uiten. In een brief heb je wel een bestemmeling in gedachten, maar je hebt hem of haar niet onmiddellijk letterlijk voor ogen. Iemand recht in de ogen kijken geeft een andere vorm van contact, van communicatie, misschien zelfs van confrontatie. Dat speelt niet op dezelfde manier als daar een scherm of een blad papier tussen zit.

In een gesprek gebeurt het formuleren en het ontvangen van een boodschap gelijktijdig: ik zeg iets, en jij hoort het op hetzelfde moment. Bij een brief zit daar een tijdje tussen. Er is geen onmiddellijke feedback, of geen onmiddellijk antwoord. Soms kan dat een nadeel zijn, omdat je niet kan inspelen op de reactie van de ander. Een brief kan je ook herlezen, en dat geeft ruimte tot herinterpreteren van wat vroeger gebeurd en geschreven is. En het kan ook wel zijn dat, tegen het moment dat je brief gelezen wordt, er al wat tijd verlopen is waardoor je brief niet meer helemaal to the point is, of misschien zelfs achterhaald. Zeker in oude tijden, toen brieven zowat het enige communicatiekanaal waren die ook een afstand konden overbruggen, zal dat wel vaak tot rare toestanden geleid hebben.

Brieven zijn in de loop van de tijden aangevuld of opgevolgd door andere communicatiemedia: van telefoneren over faxen en sms’en tot chatten en whatsappen en facetimen en dergelijke méér. Die media lijken elk hun eigen dynamieken te hebben. Er worden nu minder brieven geschreven, heeft ook de Deense Post vastgesteld. En toch hoorde ik deze week iemand vertellen dat ze toch nog liever papieren nieuwjaarskaartjes schreef en ontving, liever dan een mailberichtje. Dat je zelf kan kiezen of je een brief bewaart of weggooit, kan ook belangrijk zijn in de beleving ervan.

Als je nu brieven terugvindt die je ooit, jaren geleden, geschreven of ontvangen hebt, kan dat soms raar zijn: confronterend of bevreemdend (waar waren wij in die tijd mee bezig?), misschien volgt een flits van herkenning of een milde glimlach. Ze vormen stukjes verhaallijnen waarmee wij onze geschiedenis, onze identiteit opbouwen. Hoe ze ons kunnen helpen om onszelf te vinden, zingen we in het volgende lied.

Lied over de verhalen van God met de mensen

Verborgen in oude verhalen,
verteld zolang mensen bestaan,
zijn woorden van hemel en aarde
die over Gods wonderen gaan.
W’ontdekken ze als we ervaren
ontvangend in ‘t leven te staan.

Verhalen die jong zijn gebleven
want ook ons bestaan wordt verwoord
in tijdloze, steeds nieuwe beelden
sinds eeuwen door mensen gehoord.
Z’ omsluiten ons warm als een deken,
ze nemen ons op en gaan voort.

Wij leven zelf nieuwe verhalen
waarin ons de Geest tegenkomt,
als groots en geweldige ervaren,
als ruimte en rust in een storm.
Wij zeggen weer voort wat wij zagen,
verhaal waar geen einde aan komt.

T.Marijke de Bruijne M. Eileen Silocks

Tweede inbreng: over brieven ontvangen, hun impact, betekenis 

Iedereen die ooit als kind op kamp geweest is, kent het wel: bij het middagmaal werd de post uitgedeeld en zat ik reikhalzend te wachten tot er ook een brief van thuis was voor mij .
Die brief was meer dan alleen maar het verslag van het plaatselijke nieuws van thuis (en laat ons eerlijk zijn, veel was er daar ondertussen niet gebeurd). Het was een teken van zorg , van aandacht voor jou. Dat er aan jou gedacht was, je belangrijk genoeg was om papier, tijd, postzegel aan jou te besteden.

Er zijn nog wel brieven waar we naar uitkijken: een antwoord op een vraag die je iemand stelde, of aan iemand iets liet weten in verband met een conflict, een probleem. Of een liefdesbrief. Dat zijn soms brieven die een leven kunnen veranderen…

Twee voorbeelden uit mijn eigen leven.

Jaren geleden kreeg ik, na de dood van mijn vader een brief van een van zijn patiënten, waarin hij zijn appreciatie uitte voor de mens die mijn vader was. Die mij dingen vertelde over mijn vader die ik niet wist en die mij zoveel deugd deden. Ik leerde mijn vader op een heel andere manier kennen. Ik ben die persoon nog steeds dankbaar dat hij dit wou delen met mij.

Omgekeerd schreven wij jaren geleden op het einde van het schooljaar een bedankingsbriefje aan een leerkracht van onze zoon.
Om hem te laten weten dat we zijn zorg en oog voor elk kind, ook voor onze zoon, gezien en geapprecieerd hadden. Zeker 12 jaar nadien kregen we een briefje van hem. Dat ons kaartje in zijn portefeuille zat, en als hij het moeilijk had hij dat dan las…!

Terug naar de brieven van de apostelen.
Wat de gemeenschappen waarnaar de apostelen brieven schreven verwachtten weten we natuurlijk niet meer. Van sommige brieven kan je veronderstellen dat ze zeker op een antwoord zaten te wachten. Of dat antwoord hen verder hielp weten we niet, maar we kunnen veronderstellen van wel; omdat een aantal brieven bewaard werden. Men kon steeds terugvallen bij discussies over wat er als richtlijn gegeven werd in die brief. Het was ook een teken dat hun gemeenschap er toe deed, dat hun vragen ernstig genomen werden, dat ze handvaten, verduidelijking en soms zelfs vermaningen kregen om verder hun leven uit te bouwen.
Die brieven laten ons ook vandaag niet los, want de essentie blijft: leren samenleven, in de geest en de voetsporen van Jezus. Leren openstaan voor solidariteit, voor het anders zijn van de ander, van compromissen te vinden, verdraagzaamheid die de verschillen niet wegveegt (iedereen is anders, voelt anders) maar kan aangewend worden om een rijkere samenleving op te bouwen.
Zo kunnen we ook nog vandaag op het spoor komen van waar het om gaat door woorden van lang geleden.in verbinding met de Ene, met onze Vader.

We zingen dit in het lied

Ik kan alleen woorden ontmoeten

Ik kan alleen woorden ontmoeten, u niet meer,
maar hierdoor houdt het groeten aan, zozeer
dat ik wel moet geloven dat gij luistert,
zoals ik, omgekeerd, uw stilte hoor in mij.

T Gerrit Achterberg M. Bernard Huijbers

 

 

Inleiding tafelgebed 

Aan tafel worden verhalen samengebracht, herkauwd, herbeleefd, gecombineerd tot een geschiedenis en identiteit.
Wij willen aan tafel gaan met al degenen die zich door de Christusverhalen willen laten inspireren en vormen: wij, hier aan de Blaisantvest in Gent. Met de mensen in de buurt. Met de mensen die ons via de streaming volgen. Met de mensen die elders ter wereld onze verhalen en dit tafelgebaar delen. Met de mensen die wij in ons hart dragen. Ook met onze lieve doden. En met allen voor wie “samen tafelen” op dit moment moeilijk of onmogelijk is.

Zegen, Heer, dit maal.
Zegen allen die het gebruiken.
En bescherm hen die vandaag de maaltijd derven…

Tafellied: Die naar menselijke gewoonte

Die naar menselijke gewoonte
met een eigen naam genoemd werd
toen hij in een ver verleden
werd geboren, ver van hier

die genoemd werd: Jesjoe, Jezus
zoon van Jozef, zoon van David
zoon van Jesse, zoon van Juda
zoon van Jacob, zoon van Abram
zoon van Adam, zoon van mensen

die ook Zoon van God genoemd wordt,
heiland, visioen van vrede,
licht der wereld, weg ten leven,
levend brood en ware wijnstok

die, geliefd en onbegrepen,
werd bewaard in taal en teken
als een eeuwenoud geheim
als een wachtwoord doorgegeven
als een vreemd vertrouwd verhaal

die een naam in mijn geheugen
die de stem van mijn geweten
die mijn waarheid is geworden:
hem gedenk ik hier en noem ik,
als een dode die niet dood is,
als een levende geliefde

die gekozen heeft te leven
voor de armsten van de armen
help man, reisgenoot en broeder
van de allerminste mensen

die, ten dage dat hij rondging
door de dorpen van zijn landstreek,
mensen aantrok en bezielde,
hen verzoende met elkaar
die niet steil en ongenaakbaar,
niet hooghartig, als een heerser,
maar in knechtsgestalte leefde

die zijn leven voor zijn vrienden
prijsgaf, door een vriend verraden,
die, getergd tot op het kruis,
voor zijn vijand heeft gebeden,
die, van God en mens verlaten,
is gestorven als een slaaf

 

die op de avond van zijn lijden
brood heeft genomen,
het gebroken heeft en rondgedeeld
met de woorden :
dit is mijn lichaam voor u;

die ook de beker nam,
hem ronddeelde en zei
dit is de beker
van het nieuwe, altijddurende verbond,
dit is mijn bloed
dat voor u en voor velen
vergoten wordt;

die gezegd heeft
doe dit om mij te gedenken;(*)

die gestrooid is in de akker
als het kleinste van de zaden,
die daar wacht een lange winter
in de stilte van de dood,
die als graan geoogst zal worden
die als brood gedeeld wil worden
om in mensen mens te worden

die, verborgen in zijn God,
onze vrede is geworden,
onze ziel tot rust gekomen,
die ons groet van uit zijn verte
die ons aankijkt van dichtbij
als een kind, een vriend, een ander

hem gedenk ik hier, hem noem ik
en beveel hem bij je aan
als je levende geliefde
als de mens die naast je is.

T. H.Oosterhuis M. Bernard Huijbers

Onze Vader

Vredeswens  
In veel kerstliederen horen we de engelen zingen „Vrede op aarde aan alle mensen van goede wil“
Vorige week zong het Amerikaans koor dat ons kwam vervoegen in het Adventszingen een ander soort kerstboodschap: als de herders terug zijn bij hun schapen, de koningen terug in hun land, de engelen terug in de hemel, dan begint kerstmis pas. Dan is het aan ons om het waar te maken.
Dus wensen we elkaar dat w , elk op zijn plaats en met zijn mogelijkheden, vrede waar maakt.

Communie

Slotlied : Zegening

Cantor: Bevelen wij elkaar in de hoede van de Eeuwige;
zegen ons de grote NAAM:
Met vrede gegroet en gezegend met licht!
Allen: met vrede gegroet en gezegend met licht!

Vrouwen: voor wie zoeken in de stilte
naar een vuur voor hart en handen
Allen: met vrede gegroet en gezegend met licht!

Mannen: Voor wie zingen op Gods Adem
van de hoop die niet zal doven
Allen: met vrede gegroet en gezegend met licht!
Vrouwen: voor wie roepen om vrede
van gerechtigheid dromen
Allen: met vrede gegroet en gezegend met licht!

Mannen: Voor wie wachten in vertrouwen
dat de liefde zal blijven.
Allen: met vrede gegroet en gezegend met licht!

Cantor en voorgangers: Het licht van Gods ogen gaat over u op!
De zon van zijn vrede, als een nioeuwe dag!

Allen: met vrede gegroet en gezegend met licht!
met vrede gegroet en gezegend met licht!
met vrede gegroet en gezegend met licht!