VIERING : ANTWOORDEN OP DE BRIEF VAN JOHANNES…

Dominicus Gent

Viering van zondag 4 januari 2026 

TERUGSCHRIJVEN NAAR JOHANNES…

 

Dit is de eerste zondag van het nieuwe jaar. Wat een voorrecht juist die dag te mogen voorgaan in deze kerkdienst. Het is de tijd van de nieuwjaarswensen en ook van de nieuwjaarsbrieven. Ik herinner me nog de tijd van mijn eerste studiejaar toen we met de hele klas super geconcentreerd onze nieuwjaarsbrief aan het schrijven waren: mooi tussen de lijntjes, vooral geen inktvlekken maken. Er waren verschillende brieven: eerst en vooral voor de allerliefste mama en papa, ondertekend “uw lieve kapoen” Brugge, 1 januari 1925. Maar dat is allemaal veranderd.

Het komt dan ook als een verrassing wanneer er een handgeschreven brief is toegekomen voor de familie Dominicus, Blaisantvest Gent. Een brief van een zekere mijnheer Johannes. Geschreven in het Grieks. Gelukkig kennen we iemand die dat allemaal kan uitleggen. Wij hebben de vrijheid genomen de brief te openen en te lezen: wij, dat zijn onze zuster Antoinette en ikzelf. We zijn het er over eens: het is een heel vreemde brief, waar we niet alles van begrepen hebben. Maar we willen er toch enkele fragmenten uit voorlezen. Vooral omdat Antoinette en ik zelf, na een gebed tot de Heer, ons de vrijheid hebben veroorloofd een antwoordje te sturen waar we u deelgenoot van willen maken.

Maar voor we dat doen willen we ons allemaal voor vandaag en voor het hele nieuwe jaar welkom heten:  

Welkom
Dit huis is een huis waar de deur openstaat,
waar zoekers en zieners genood of gekomen,
hun harten verwarmen, van toekomst gaan dromen,
waarin wat hen drijft tot herkenning gaat komen,
de vonk van de Geest in hun binnenste slaat.

Dit huis is een huis waar gemeenschap bestaat,
waar zangers en zeggers bijeen zijn gekomen
om uiting te geven aan waar zij van dromen,
waardoor een beweging ontstaat die gaat stromen,
die nooit meer, door niemand zich inperken laat.

T. Margryt Poortstra M. Tom Löwenthal

 

1

Dierbare broeder Johannes,

Sta met toe jou zo aan te spreken. Ik heb lang getwijfeld hoe ik dat zou doen. Ik ben nog altijd niet bekomen van het ‘verschot’ een persoonlijk schrijven te ontvangen van iemand als u: een wereldwijd gezaghebbende persoon, een schrijver die zoveel generaties christenen inspireert en bemoedigt. Een man van het prille begin van de onwaarschijnlijke Jezusbeweging. Had jij ooit kunnen denken dat de navolging van Jezus zo lang de grenzen van tijd en ruimte zou trotseren en dat ze tot op vandaag mensen bemoedigt en verbindt in hun inzet voor het Rijk Gods?

Vermoedelijk niet. Jullie dachten dat de eindtijd en het oordeel er zaten aan te komen. Elk tijdsgewricht heeft zo zijn blinde vlekken en foute veronderstellingen. Ook het onze.

Wat dat betreft heb ik vanuit onze tijd goed nieuws en slecht nieuws. Ik begin met het slechte: het Rijk Gods is nog niet gekomen, alhoewel, soms wel, af en toe, hier en daar zichtbaar. Maar nog veel te weinig. Er zijn warme weken maar er is nog altijd geen warm beleid. Ik ga ervan uit dat jou dit toch ook ter harte gaat.

Het goede nieuws is dat ik je mag vertellen dat nog altijd heel veel mensen in navolging van Jezus werk maken om vrede door gerechtigheid op te bouwen. Jezus’ leven verwarmt nog altijd onze harten en doet ons telkens weer opstaan ook al zit het lang niet altijd mee.

Ik begrijp dat ge u tot de gemeenschap van Dominicus Gent richt maar ik kan nu niet anders dan jou heel persoonlijk te antwoorden. En mijn broeder Ignace zal dat eveneens doen. Dat is ongetwijfeld een beetje ongewoon in de traditie maar hier en nu mogen in onze kleine gemeenschap verschillende stemmen klinken.

Geen een van ons maakt aanspraak op ‘de waarheid’ en ons zoeken ernaar laat ruimte voor twijfel en voor verschil. Oef. Er is altijd nog meer dan genoeg om te delen en om samen aan te werken.

Dierbare broeder Johannes, sommige uitspraken in uw brief dragen de tekenen van uw tijd, duizenden jaren geleden en klinken nu een beetje gedateerd. Maar ik word vooral geraakt door die andere prachtige woorden die mij als heel vreugdevolle muziek in de oren klinken. Hoe zou wat we nu gaan beluisteren, ooit mooier en duidelijker verwoord kunnen worden?

Tekstfragment: 4, 7-13
“Geliefden, laten wij elkaar liefhebben, want de liefde komt van God. Iedereen die liefheeft is uit God geboren, en kent God. De mens zonder liefde kent God niet, want God is liefde. En de liefde die God is, is onder ons verschenen doordat Hij zijn enige Zoon in de wereld gezonden heeft, om ons door Hem het leven te brengen. Hierin bestaat de liefde: niet wij hebben God liefgehad, maar Hij heeft ons liefgehad, en Hij heeft zijn Zoon gezonden om onze zonden uit te wissen. Geliefden, als God ons zo heeft liefgehad, moeten ook wij elkaar liefhebben. Nooit heeft iemand God gezien, maar als wij elkaar liefhebben, woont God in ons, en is zijn liefde in ons volmaakt geworden. Dit is het bewijs dat wij met Hem verbonden blijven zoals Hij verbonden is met ons: dat Hij ons heeft laten delen in zijn Geest. “

Dierbare broeder, altijd weer ontroeren deze woorden mij. Ze overbruggen de grootste afstanden en zijn daartoe in staat omdat ze doorleefd zijn en geleefd worden. Dank u. Dank u om het evangelie zo open te trekken en universeel te maken. Om het uit de hokjes van scrupuleuze vroomheid en besloten godsdienstigheid te halen en voor eenieder toegankelijk en bereikbaar. Elke mens is door God bemind en de mogelijkheid tot liefde is in elke mens ook neergelegd. In het doorstroomd worden door de liefde die ons heeft aangeraakt kunnen we zelf ook liefhebben. Jij spreekt van God die in ons woont en wij die in God wonen. Wat dat betekent is niet echt te bevatten. Maar hoe wonderlijk is het om deel is te worden van een mysterievolle dynamiek waarin verschillen blijven maar geen afgrenzingen zijn, een vloeiende stroming die altijd weer nieuw is in jij die mij wenst en met mij meetrekt.

Hoe eenvoudig maar veelomvattend is die visie? Toegankelijk zeker wel en ook bevrijdend maar niet vrijblijvend. Dat maak je meteen ook duidelijk. Heel concreet want je mag dan wel bevlogen mystieke taal gebruiken, je hamert eveneens op tastbare feiten. Je schrijft:

“Hoe kan de goddelijke liefde blijven in een mens die geld genoeg heeft, en toch zijn hart sluit voor de nood van zijn broeder? Kinderen we moeten niet liefhebben met woorden en leuzen maar met daden die waarachtig zijn.” 3,17-18
“Als iemand zegt dat hij God liefheeft, terwijl hij zijn broeder haat, is hij een leugenaar. Want als hij zijn broeder die hij ziet, niet liefheeft, kan hij God niet liefhebben, die hij nooit gezien heeft. Dit gebod hebben wij dan ook van Hem gekregen: wie God liefheeft, moet ook zijn broeder liefhebben.” 4,20 – 21

Die overtuiging kan ik alleen maar delen. Aan de vruchten kent men de boom zei Jezus volgens de evangelist Mattias. En weet je, misschien vind je dat een beetje bizar maar vandaag zijn er ook heel wat mensen voor wie geloven in God niets zegt terwijl ze wel in liefde leven en heel rijkelijk vruchten dragen. In wat jij over de liefde schrijft vind ik een heel waarderende ruimte voor hen. Ook daar ben ik je heel erkentelijk voor.

Toch leg je de lat wel zeer hoog door onze liefde te spiegelen aan die van Jezus die zijn leven gegeven heeft. Wie van ons kan dat aan? Is dat niet een veel te optimistisch mensbeeld?

“Hoe volmaakt onze liefde nu al is, zal blijken uit onze vrijmoedigheid op de dag van het oordeel, omdat wij in deze wereld leven zoals Jezus. Liefde laat geen ruimte voor vrees. De volmaakte liefde drijft de vrees uit, want vrees duidt op straf, en wie vreest is niet volgroeid in de liefde.” 4,17-18

Ik begrijp niet goed waarom vrees naar straf zou verwijzen maar ik kan wel begrijpen dat volmaakte liefde de vrees uitdrijft. Als ik daaronder mag verstaan dat je misschien wel bang kan zijn maar je niet door je angst laat leiden. Dat is dan inderdaad vrijmoedigheid. We kunnen er alleen maar naar streven en ons vertrouwen sterk maken met voorbeelden van mensen die dat waarmaken, er zijn er nog altijd vandaag. Ik denk nu in het bijzonder aan iemand die eind december 1944 vanuit de Gestapogevangenis een brief schreef naar zijn verloofde. Dominee Dietrich Bonhoeffer. Het zag er omwille van zijn verzet tegen de Nazi’s helemaal niet goed uit voor hem maar toch schreef hij in zijn nieuwjaarsbrief:

Door goede machten wonderbaar geborgen,
verwachten wij getroost wat komen mag.
God is met ons in de avond en de morgen,
en vast en zeker elke nieuwe dag.

Woorden, een gebed waarmee Dietrich Bonhoeffer zichzelf met alle angst en onzekerheid toevertrouwde aan de Komende

Dierbare broeder Johannes, ik wil mijn brief aan jou beëindigen met het gebed van Dietrich Bonhoeffer. We zullen dat nu samen zingen. Ik weet dat jij de toon herkent. Van harte, Antoinette

 
Goede machten

Door goede machten stil en trouw omgeven,
beschermd, getroost, beveiligd wonderbaar,
zo wil ik deze dagen met U leven
en met U binnengaan in ’t nieuwe jaar.

Nog drukt de zware last van kwade dagen,
nog komt het oude kwellen hart en hoofd.
Voor onze opgejaagde zielen vragen
wij, U Heer, het heil dat Gij ons hebt beloofd.

Laat warm en stil vandaag de kaarsen branden,
gij hebt z’in onze duisternis gebracht.
Breng als het zijn kan, ons weer bij elkander.
Uw woord weerklinkt, uw licht schijnt in de nacht.

Zij het dat diepe stilten ons omringen,
laat ons toch horen Heer, nu als voorheen,
het lofgezang dat al uw kind’ren zingen,
het volle lied der wereld om ons heen.

Door goede machten wonderbaar geborgen
wachten wij rustig wat ons lot ook zij.
God is met ons in d’avond en de morgen
en elke nieuwe dag is Hij nabij.

T. Dietrich Bonhoeffer M. Paul Schollaert

 

2

Beste John,

Ik kan de brief van Antoinette helemaal bijtreden. Je teksten drukken uit wat het hart is van ons geloof. De klemtoon die je legt op de liefde waardoor we gedragen worden is herkenbaar en belangrijk. Liefde die ook inzet voor gerechtigheid en vrede in de wereld betekent. Het kan niet gaan om een liefde die alleen naar binnen gericht is. Daarover zijn we het eens. Maar ik heb een beetje last met het gemak waarmee je God en zijn geboden overal bij betrekt. Ik lees even:

“Hoe weten we dat we God kennen? Er is maar één bewijs: dat we ons houden aan zijn geboden. Wie zegt dat hij Hem kent, maar zich niet houdt aan zijn geboden, is een leugenaar, in zo iemand woont de waarheid niet. Maar in een mens die Gods woord bewaart, heeft zijn liefde werkelijk haar volmaaktheid bereikt; dan weten we zeker dat we “in Hem” zijn. Wie aanspraak maakt op verbondenheid met God , moet leven zoals Christus geleefd heeft”

Het klinkt heel anders dan wat we bij je collegae evangelisten Marc en Luc en Mattias lezen. Zij hebben het uitdrukkelijk over het Rijk Gods. Ze hebben daarmee een nieuwe samenleving voor ogen, een concrete sociale en politieke werkelijkheid. Met permissie John, “Rijk Gods” is een term die bij jou niet voorkomt. Jouw manier van spreken klinkt zo “verheven”. Heeft het misschien te maken met de klemtoon die jij legt op de eenheid van Jezus met zijn vader. Het kon ook wel eens aanleiding zijn tot misverstand, wanneer Jezus als een tweede god beschouwd wordt.

Ik twijfel er niet aan, beste John, dat jij zelf heel wat inspiratie vindt bij de figuur van Jezus van Nazareth. Daarin kan ik je volgen. Maar ik vraag me toch af of je niet door je eigen beeldspraak wat op sleeptouw wordt genomen. Het wordt inderdaad wat ijl in mijn hoofd met al die moeilijke zogezegd theologische speculaties. Dat vind ik nogal storend. Bovendien, het kan ook leiden tot een superioriteitsgevoel, alsof in andere religies geen waarheid te vinden is. Of geen spiritualiteit. Jezus is toch niet de enige die zijn leven heeft ingezet. Vooral de laatste decennia zijn onze ogen open gegaan voor de rijkdom die in zoveel andere religies te vinden is. Ze hoeven elkaar niet uit te sluiten. Integendeel. Diversiteit kan rijkdom betekenen. Daarover wil ik het graag eens met je hebben, beste John.

Er is nog iets dat me opgevallen is. Ik lees in je brief nogal strenge woorden over de “wereld”. In jouw ogen is dat een slechte wereld: zie maar de tekst : 2,15.

Heb de wereld en wat in de wereld is niet lief. Als iemand de wereld liefheeft, is de liefde van de Vader niet in hem, want alles wat in de wereld is – zelfzuchtige begeerte, afgunstige inhaligheid, pronkzucht – dat alles komt niet uit de vader voort maar uit de wereld. De wereld met haar begeerte gaat voorbij, maar wie Gods wil doet blijft tot in eeuwigheid.

Het klinkt helemaal niet verbindend, beste John, eerder polariserend. Ik vind je standpunt, eerlijk gezegd, helemaal van de pot gerukt (met excuus voor de uitspraak). Alsof er in onze wereld niets goeds te vinden is. Ik kan je tal van voorbeelden geven van mensen die even begaan zijn met medemensen als dat van gelovigen kan gezegd worden. En daar gaat het uiteindelijk toch over: dat we meewerken aan een wereld in vrede en gerechtigheid. Dat was ook de betrachting van Jezus.

Bovendien staat er in de bijbel dat God vindt dat de schepping goed is, ja zelfs heel goed. Dat gaat toch over “de wereld” waarvan jij niet veel goeds verwacht. Dat moet dan ook van toepassing zijn op mensen die niet naar de kerk komen. En dat gaat in tegen onze ervaring. Wij zien integendeel dat mensen uit onze gemeenschap zonder probleem samenwerken met mensen die er een andere filosofie op na houden. Er hoeft toch geen vijandigheid zijn tussen beide. Het gaat er toch om dat alle mensen van goede wil kunnen samen werken aan een betere wereld voor alle mensen. Beide kunnen zich herkennen in een gedeelde inzet om alle vormen van duisternis zoveel mogelijk te verdrijven en ruimte te maken voor het licht dat leven geeft.

Ik ben er helemaal niet gelukkig mee dat er zoveel nadruk gelegd wordt op tegenstellingen die vaak niet meer zijn dan veronderstellingen. Ik geloof meer in samenwerking van mensen uit verschillende hoeken van de wereld. Ook Jezus ontdekte veel goedheid bij de mensen die hij ontmoette, welke ook hun achtergrond was.

Ik begrijp natuurlijk wel dat jij spreekt vanuit jouw persoonlijke ervaring. En ik weet: jij hebt één en ander te verduren gehad van de Romeinse machthebbers. Zij vinden ons maar onbeschaafd en dom. En dat is kwetsend. Maar we willen toch niet meegaan in die vijandige taal. Ten slotte hebben wij ook onze mankementen.

Gelukkig dat laatste zinnetje: wie Gods wil doet ontvangt eeuwig leven. Als we dromen van een universele broeder- en zusterschap van alle mensen dan dienen we mee te werken aan allen en alles wat licht brengt in onze wereld.

En dat, John, staat de laatste tijd onder druk. Omdat er in eigen midden een tendens bestaat om geloof opnieuw als iets apart te beschouwen. Geloof als afzondering van de buitenwereld. Geloof als een sacrale afgezonderde ruimte. Allerlei vrome praktijken worden terug naar boven gehaald waarvan we dachten dat ze niet meer van deze tijd zijn. Ik weet niet of dat de manier is waarop de wereld haar ziel moet terug vinden. Ik twijfel aan niemands goede bedoelingen. Maar ik kan een gevoel van een zekere “angst” niet ontkennen. Maar daar moeten we ook nog eens over hebben. Laat er vooral je slaap niet voor!

Om warmte gaan wij een leven
gaan wij over de zee,
vliegen wij langs de hemel –
om iemand gaan wij een leven
met licht en met donker mee.
Vogeltje van de bergen,
waar gaat de tocht naar toe?
Om warmte wil ik zwerven
en komen naar iemand toe.

Om zachtheid gaan wij een leven
gaan wij onder de nacht
kruipen wij onder de hemel
om woorden gaan wij een leven
om lachen en zoenen zacht.
Mensje daar in de verte
waar snelt je voetstap heen?
Waar zachtheid is te vinden
daar snellen mijn voeten heen.

Om liefde gaan wij een leven
sterven wij dood na dood
wagen de verste wegen –
om jou, op hoop van zegen,
mijn liefde, mijn reisgenoot.
Dalen van zwarte aarde
bergen van hemelsblauw
om alles ga ik dit leven
om alles of niets met jou.

T. Huub Oosterhuis M.Wilfred Kemp

 

  TAFELGEBED

We worden uitgenodigd aan de tafel om in navolging van Jezus en zoals het door zijn volgelingen werd doorgegeven, brood te breken en te delen.

We doen dit in dankbare herinnering aan allen die ons in liefhebben zijn voorgegaan. De mensen die ons graag zagen en die wij ook graag zien. Nu in een nieuw verband over de dood heen. Voor hen steken we de kaarsjes in de doopschaal aan.

We steken eveneens het kaarsje aan voor allen die op dit moment eucharistie vieren en tonen wat solidair samenleven kan zijn. Die ons blijven oproepen om de zorg voor de zwakste medemensen voorrang te geven.

Rond de tafel zingen het lied:

O Heer God erbarmend genadig lankmoedig
rijk aan liefde rijk aan trouw –
bewarend liefde tot het duizendste geslacht.
onze vader – communie
Vredeswens Ignace
slotlied: wonen overal : boek 764
Wonen overal nergens thuis
aarde mijn aarde mijn moeders huis
vallende sterren de schim van de maan
mensen die opstaan en leven gaan –
mensen veel geluk.

Wonen overal even thuis
handel en wandel en huis na huis
leven en bieden op waarheid en waan
wagen en winnen en verder gaan –
mensen veel geluk.

Wonen overal bijna thuis
aarde mijn hemel en vaders huis
stijgende sterren de lach van de maan
mensen die dromend een stem verstaan –
mensen veel geluk.

T. Huub Oosterhuis M. Suze Naanje