Dominicus Gent
Zondagviering 3 mei 2026
Betrokkenheid (Martha Gellhorn)
Goede morgen jullie hier in huis en jullie die van elders met ons meevieren.
Jezus, de Levende, vroeg om te blijven samenkomen in Zijn naam.
We kunnen bemoedigend en troostend voedsel gebruiken op Zijn weg ten leven.
Met het aansteken van de paaskaars weten we Hem in ons midden.
De meimaand is begonnen, van oudsher ook Mariamaand waar Jezus’ moeder gevierd wordt. Het mag niet verwonderen dat we vandaag weer een vrouwelijke inspirator beluisteren. Na Rosa Luxemburg, die het thema ‘moed’ vertegenwoordigde, leren we vandaag Martha Gellhorn kennen.
Voor ons een onbekende… Maar dan wel een nobele onbekende die scherp de bijbelse dynamiek van ‘betrokkenheid’ belichaamt, meteen het thema waaronder Alicja Gescinska haar in het boek heeft opgenomen. (Vrouwen in duistere tijden. Tien denkers van blijvende betekenis, De Bezige Bij, 2026, p.163-191)
De titel had ook ‘gedrevenheid’ kunnen zijn. Martha was een ziener… met een groot rechtvaardigheidsgevoel, dicht bij gewone mensen.
We zingen de viering open met een lied waarin we onszelf binnen de Jezusbeweging mogen herkennen: als zoeker, ziener, zegger en/of zanger.
Lied: Welkom
Dit huis is een huis waar de deur openstaat,
waar zoekers en zieners, genood of gekomen,
hun harten verwarmen, van toekomst gaan dromen,
waarin wat hen drijft tot herkenning gaat komen,
de vonk van de Geest in hun binnenste slaat.
Dit huis is een huis waar gemeenschap bestaat,
waar zangers en zeggers bijeen zijn gekomen
om uiting te geven aan waar zij van dromen,
waardoor een beweging ontstaat die gaat stromen,
die nooit meer, door niemand zich inperken laat.
T Margryt Poortstra – M Tom Löwenthal
Over Martha Gellhorn
Martha Gellhorn is één van de belangrijkste oorlogscorrespondenten van de twintigste eeuw.
Geboren in 1908 als Amerikaanse, dochter van een half-joodse gynaecoloog en een moeder die actief is als suffragette, voorvechtster van vrouwenrechten.
Ze groeit op in een vrijzinnig-humanistisch milieu en blijft haar hele leven atheïst. Ze huwt Ernest Hemingway als zijn derde vrouw, maar het huwelijk houdt geen stand.
Martha is zowel auteur als oorlogscorrespondente. Ze schrijft proza, reisverhalen en journalistiek werk.
In het begin van de jaren dertig vraagt men haar om de gevolgen van de beurscrash en de Grote Depressie op de bevolking van de Amerikaanse sloppenwijken te onderzoeken. Ze is niet alleen geschokt door de ziekten die ze ziet, maar ook door het gebrek aan middelen en maatregelen voor geboortebeperking. Gezinnen gaan gebukt onder sociaaleconomische achterstelling maar ook mentale achterstelling. Armoede knaagt niet alleen aan de maag maar ook aan het brein, schrijft ze. Amerikaanse arbeiders worden uitgebuit door werkgevers voor eigen gewin. De eigenwaarde en de menselijke waardigheid zijn aangetast door jaren van ontbering.
In 1937 breekt Gellhorn door als één van de eerste vrouwelijke oorlogscorrespondenten. Haar werk is gekenmerkt door een sterke betrokkenheid, kritische blik en sociaal engagement. Ze schrijft vooral over de impact van oorlog op gewone burgers en soldaten.
Ze is aanwezig op veel fronten: de Spaanse Burgeroorlog, de Tweede Wereldoorlog, Indonesië, Vietnam, El Salvador en veel andere conflicten.
Haar enorme betrokkenheid uit zich in haar getuigende stijl: ze schrijft niet vanop afstand maar gaat echt naar het front. Ze wil met eigen ogen zien wat oorlog met mensen doet. Dat getuigt van grote moed.
Op D-day wil ze persoonlijk aanwezig zijn, maar de mannelijke legerleiding vindt het niet passen dat een vrouw zo dicht bij het front verblijft. Daarop laat ze zich inschepen als verstekeling in een hospitaalschip en werkt er ook als verpleegster. Ze gruwt van het geweld, maar staat in bewondering voor de solidariteit tussen soldaten en verzorgers van verschillende nationaliteiten.
Een belangrijk keerpunt in haar leven is haar bezoek aan het concentratiekamp van Dachau vlak na de bevrijding.
Zij is één van de eerste journalisten die hierover rapporteert. De gruwel die ze daar ziet, laat een blijvende indruk na en verandert haar kijk op de mens en de wereld. Ze verliest haar geloof in de ‘heilzame kracht van de pers’ en stelt dat mensen vaak liever leugens geloven dan de waarheid onder ogen te zien. Objectieve journalistiek noemt ze later zelfs ‘nonsens’.
Tijdens haar verslag probeert ze aanvankelijk het geweten van de wereld wakker te schudden. Maar naarmate ze meer leed ziet, begint ze te twijfelen aan de impact van haar werk. Ze beseft dat schrijven alleen de wereld niet kan veranderen.
Martha Gellhorn toont grote betrokkenheid tijdens haar werk en verslaggeving. Na Dachau wijst ze niet enkel anderen terecht, ze voelt zich ook schuldig: ‘Ik wist, besefte, ontdekte, begreep niet en gaf niet om wat er aan het gebeuren was’ schrijft ze daarover. Ze zag al veel ellende, maar wat ze in Dachau ziet is van een andere orde: het kwaad dat ín de mens schuilt. De duisternis kruipt in haar ziel. Ze zal nooit meer dezelfde zijn. In 1945 verliest ze haar jeugdigheid, haar geloof in de mens én haar geloof dat op lange termijn de wereld ooit zal veranderen in meer gelijkheid, rechtvaardigheid en waarheid.
Martha woont in veel landen, ze is een wereldburger maar voelt ook de drang om ergens thuis te komen. Op het eind van haar leven vindt ze rust in Londen waar ze in 1995 sterft.
Martha Gellhorn, door weinigen gekend, heeft een steen in de rivier verlegd. Haar biograaf noteerde: ‘Haar schrijven is meer dan een job of een beroep. Het is een engagement, een poging om onrecht zichtbaar te maken en de waarheid te blijven benoemen, hoe pijnlijk die ook is.’
—
Martha mag dan atheïst zijn, we herkennen de bijbelse gedrevenheid voor vrede en recht. De bijbelschristelijke traditie is één pleidooi voor leven met open oren en ogen, met handen uit de mouwen. Dat zingen we met lied: twee handen schoon gebleven.
Lied: Twee handen schoon gebleven
Twee handen schoon gebleven
door onpartijdigheid,
wie durft ze uit te steken
en noemen Godgewijd?
Twee ogen, uitgekeken,
geen ander meer zien staan,
wie zou ze durven sluiten
en zo ten einde gaan?
Twee oren, doof gebleven
voor andermans verdriet,
wie zou daarmee nog horen
een hoopvol mensenlied?
Met handen, ogen, oren,
door keuze vroeg of laat,
herscheppen wij de aarde,
tot alle goeds in staat.
Dan delen wij het leven
met al het lief en leed,
wij nemen en wij geven,
die dag komt, ooit, godweet!
Geen leed blijft ongeweten,
geen traan blijft ongezien,
geen man, geen vrouw vergeten,
God is ons aan te zien!
T. Jan van Opbergen – M. Bernard Huijbers
Betrokkenheid
Het lied begon met een gewetensvraag: of we Gods toekomst wel gestalte geven wanneer we met onverschillige, afstandelijke handen, ogen en oren in het leven staan. De daaropvolgende strofen beschrijven wat er gebeurt als we kiezen voor betrokkenheid in plaats van afstandelijkheid: dán is God ons aan te zien, aan ons -mensen- wordt duidelijk of er God of niet-God is.
De bijbelse God is niet onverschillig. Integendeel. JHWH is een nabije en partijdige God, betrokken op bedreigden, betrokken op wie ongezien en on-beluisterd blijft. Bij Martha Gellhorn zijn het de slachtoffers van crisistijd en oorlog. In de oudste bijbelboeken heten ze weduwen, wezen en vreemdelingen.
We beluisteren achtereenvolgens een fragment uit Exodus, een vers uit Psalm 146 en JHWH’s stem bij de profeet Maleachi.
Uit het boek Exodus, hoofdstuk 3 (Ex 3, 7-9)
De HEER zei tegen Mozes: ‘Ik heb gezien hoe ellendig mijn volk er in Egypte aan toe is, Ik heb hun jammerklachten over hun onderdrukkers gehoord, Ik weet hoe ze lijden. Daarom ben Ik afgedaald om hen uit de macht van de Egyptenaren te bevrijden (…) De jammerklacht van de Israëlieten is tot Mij doorgedrongen en Ik heb gezien hoe wreed de Egyptenaren hen onderdrukken. Daarom stuur Ik jou nu naar de farao: jij moet mijn volk, de Israëlieten, uit Egypte wegleiden.’
—
Uit Psalm 146 (Ps 146, 5-9)
Gelukkig (…) wie zijn hoop vestigt op de HEER (…) die recht doet aan de verdrukten, brood geeft aan de hongerigen.
De HEER bevrijdt de gevangenen, de HEER opent de ogen van blinden,
de HEER richt de gebogenen op, de HEER heeft de rechtvaardigen lief,
de HEER beschermt de vreemdelingen, wezen en weduwen steunt Hij,
(…)
—
Uit de profeet Maleachi, hoofdstuk 3 (Mal 3, 5)
Ik zal naar jullie toe komen om recht te spreken, en Ik zal niet aarzelen te getuigen (…) tegen mensen die hun dagloners uitbuiten, en tegen allen die weduwen en wezen onderdrukken en vreemdelingen geen plaats gunnen, (…)
Er zit een dynamiek in de bijbelse betrokkenheid op het welzijn van bedreigden: hun ellende dringt echt door tot JHWH: de ellende is gezien, de jammerklacht gehoord, het hart is geraakt, er komt iets in beweging: verontwaardiging. Onderdrukkers en uitbuiters treden diepmenselijke waarden met de voeten: dit moet stoppen!
Het is een betrokkenheid die uitmondt in verantwoordelijkheid: recht doen, bevrijden, beschermen en steunen.
Die nabije God leren we nog beter kennen door Jezus Van Nazareth, mensgeworden God naast mensen.
• Jezus hoort de roep van een blinde die in de drukte niet tot bij Hem geraakt.
• Hij ziet de ellende van de lamme, melaatse, bezetene….
• Hij voelt dat een vrouw de zoom van Zijn mantel aanraakt.
• Zijn verontwaardiging over het systeem dat deze mensen uitsluit leidt tot een antwoord in concrete gebaren: aanrakingen die genezen en toekomst aanreiken.
• Met de parabel over de eindtijd maakt Jezus de verantwoordelijkheid die uit betrokkenheid voortvloeit heel concreet: naakten kleden, dorsten te drinken en hongerigen te eten geven, zieken bezoeken enz.
Hoe maken wij de dynamiek van aanraakbaarheid, die bijbelse triade van betrokkenheid-verontwaardiging-verantwoordelijkheid tot de onze?
In een geglobaliseerde en gemediatiseerde wereld is dat zowel makkelijk als moeilijk: we wéten immers van het onrecht dat voor Gazanen blijft voortduren, van het racisme dat mensen van kleur ervaren op de arbeids- en woningmarkt, van de slachtoffers van klimaatontwrichting, van het lijden van ouders die geen gepaste hulp vinden voor hun zoon met gedragsproblemen… Dagelijks komt onrecht en miserie in onze huiskamer.
Media-verontwaardiging kan echter ook selectief zijn: meer heisa over een vernield Jezusbeeld dan over de dood van duizenden Palestijnse en Libanese burgers …(column Brigitte Herremans DS-Opinie 25-26 april, p. 48) of een journaalredactie die als hoofdthema de overlast van een kolonie roeken programmeert en niet een -weliswaar zoveelste- gebombardeerde school…
Het mag niet verwonderen dat er mensen zijn die geen journaal meer willen of kunnen volgen. Ex-senator Maud Vanwalleghem heeft daar begrip voor en beschrijft in een opiniecolumn (DS-Opinie 10 maart 26, p. 28)… hoe we vandaag op twee schalen tegelijk leven: de dorpsschaal en de wereldschaal, een alledaagse en een abstracte schaal.
Van menswetenschappers weten we dat ons brein gemaakt is voor het alledaagse maar de media-technologie dwingt ons voortdurend naar het grotere abstracte niveau te kijken. Met als paradoxaal gevolg dat naarmate het aantal rampslachtoffers stijgt, onze empathie afneemt: voor één slachtoffer voelen we medeleven, duizenden doden worden statistiek.
Maar… die concrete slachtoffers zijn toch niet abstract of statistiek?
Het is evenmin onverschilligheid schrijft Maud, wél een vorm van menselijke normaliteit. We hebben de schaal van de omliggende buurt en natuur nodig om een glimp te ervaren van de impact die we wél hebben. Zo kan ons vertrouwen groeien dat elke stap telt!
Beeldhouwer Frans Wuytack verwoordt die spanning tussen dorpsschaal en wereldschaal op een bijzondere manier: “mijn atelier is een alchemistische vaas waarin ik het universum ervaar”…
Zijn beelden zijn een sterke uitdrukking van de mogelijkheid om het spanningsveld tussen beide schalen van betrokkenheid te bespelen en vol te houden. (cf. Beyond Borders – tentoonstelling Frans & Serena Wuytack in CC St-Niklaas tot 24 mei)
—
Hoe komen wij -hier en nu- tot betrokkenheid waarbij verontwaardiging uitmondt in verantwoordelijkheid?
Sorry, wij hebben geen sluitend antwoord.
We zijn geen Reginald Moreels die al zijn ganse leven de triade van betrokkenheid-verontwaardiging en verantwoordelijkheid volhoudt.
We vonden wél enkele gedachten die op weg kunnen zetten:
• Betrokkenheid vergroot door ze te delen. Martha Gellhorn bereikte met haar reportages over gewone mensen in oorlogstijd een ruim publiek. Ze sprak de Roosevelts -invloedrijke vrienden van haar ouders- aan om hen tot politieke verandering te bewegen.
• Betrokkenheid vergroot ook door deelname aan petities en manifestaties waarin we verontwaardiging kwijt kunnen en politici tot verantwoordelijkheid oproepen.
• “Denk globaal en handel lokaal” kan een helpend principe zijn. Weet hebben van wat mensen moeten verduren aan onrecht en geweld kan verlammen maar ook aanzetten om alles wat op lokaal vlak mogelijk is te doen. Elke stap telt! We weten dat Martha Gellhorn erg ontgoocheld raakte over haar impact, maar ze zaaide wel en dat gezaaide ontkiemt ook hier vandaag…
• Op deze plek mogen we ook het volgende kwijt: mochten ze niet bestaan, we zouden ze moeten uitvinden: kloosters. Met een gedisciplineerd leven van betrokkenheid op God, mens en wereld ziet en benoemt men in de klooster-gebedstijden het leed van mensen wereldwijd en vertrouwt die toe aan God die mensen nabij wil zijn en tot verantwoordelijkheid aanspoort.
We mogen ons toevertrouwen aan een Liefde groter dan ons hart en zingen over die nabije betrokken God.
Lied: Niet als een magische kracht
Niet als een magische kracht,
niet op de wijze der goden,
baant onze God zich zijn weg,
niet als een ark van triomf.
Maar als een voetspoor vooruit,
altijd op weg naar bedreigden,
zwervend om vrede en recht,
tegen de loop van het lot.
Niet als de Heer van hierna,
niet als de Man van hierboven,
wil onze God zijn geëerd,
niet als een hoofdstuk apart.
Maar als een mens onder ons,
speurend naar hoop voor de minsten;
iemand die doet wat hij zegt,
liefde is hij metterdaad.
T Jan van Opbergen – M Bernard Huijbers
TAFELDIENST
We mogen aan tafel gaan.
We doen dat vandaag in herinnering aan Martha Gellhorn -gekend door haar betrokkenheid bij het verslaan van nieuws in conflictgebieden- en verbonden met Jezus van Nazareth – betrokken op welzijn van mensen die nood hadden aan een luisterend oor, een blik of een aanraking die hen terug tot echte mensen maakte.
Laten we de levenswijze van deze twee figuren op onze eigen levenswijze leggen. Zijn wij genoeg geraakt of betrokken bij het lijden van anderen? Geven wij genoeg om onrecht, om dit aan te kaarten of kijken we liever een andere kant op?
Vanuit hun betrokkenheid hadden Martha en Jezus hun leven veil om de waarheid aan het licht te brengen, verantwoordelijkheid te nemen en te getuigen.
Steken wij de kaarsjes aan in de schaal met doopwater om onze geliefden te gedenken die ons zijn voorgegaan.
Het solidariteitskaarsje wordt aangestoken als teken van verbondenheid met ieder die betrokken is op een wereld van vrede en gerechtigheid.
We zingen samen het tafelgebed
Lied : Gij die de stomgeslagen mond verstaat
Gij die de stomgeslagen mond verstaat
van alle stervelingen die wij zijn,
wij roepen U de naam toe van een mens,
Jezus, de zoon der mensen, Uw geliefde.
Nooit sprak een mens als hij,
in hem verstonden wij uw bestaan,
de zin van ons bestaan.
Hij is Uw woord geweest,
hij heeft volbracht alle gerechtigheid,
een mens voor allen.
Om zijnentwil zie ons, dit uur bijeen.
Zie alle stervelingen van de wereld.
Waar onze doden zijn, verkoold, verwaaid,
vragen wij U hebt Gij hen nog gezien?
Waarom genadeloos vernietigd worden,
de armsten van de wereld uw geliefden;
waarom wij die met weinigen bezitten
wat allen toebehoort, uw woord niet doen,
geen wereld maken die in vrede is,
een nieuwe orde van gerechtigheid –
Gij die ons hebt gezegd wat leven is:
te doen wat goed is, recht, elkaar bevrijden.
Betrokken op wie hij zou achterlaten nam Jezus brood in zijn handen. Hij dankte ervoor, zegende het, brak het en deelde het uit: neem en eet hiervan, dit is mijn lichaam voor u gebroken.
Na de maaltijd nam hij ook de beker met wijn, dankte en zegende en gaf hem rond: neem en drink deze beker van het nieuw verbond, Mijn bloed voor u vergoten.
Blijf samenkomen, blijf brood en wijn, -mijn lichaam en bloed-, met elkaar delen – zo blijf ik in uw midden aanwezig.
Gij die dit woord ons ingegeven hebt,
een bron van kracht en moed en zeker weten,
Gij die het licht in ons geschapen hebt,
dat niet de duisternis ons overmeestert,
dat niet het laatste woord is aan de dood –
Gij die tot hier ons vasthoudt in het leven
Gij die ons afgestemd hebt op uw stem
Gij die ons hebt geschapen naar U toe,
Gij die ons zocht nog voor wij om U riepen
Gij die gezegd hebt dat Gij ons zult vinden –
wij roepen U de naam toe van uw mens,
Israël, deze aarde, uw geliefde.
T: Huub Oosterhuis M: Antoine Oomen
Onze Vader
Vredeswens
Laten we elkaar bemoedigen tot volhouden van betrokkenheid op een liefdevolle en rechtvaardige wereld voor allen. Delen we daartoe Gods vrede met een eenvoudig gebaar. Vrede zij met ons allen.
Slotbedenking
Martha Gellhorn was 80 bij het verschijnen van haar boek “The face of war”. Het werd geprezen als het beste proza ooit over dit onderwerp. In dat boek heeft ze het over de estafette-theorie.
“Ik hou vast aan de estafette-theorie van de geschiedenis: vooruitgang in menselijke aangelegenheden hangt af van het aanvaarden, generatie na generatie, van de individuele verantwoordelijkheid om het kwaad van de tijd te bestrijden. Dat kwaad verandert met de tijd, maar er is nooit een tekort aan, en het zou onbestreden blijven, indien er geen gewetensvolle mensen waren die zeiden: ‘niet als ik er een stokje voor kan steken”. (Gellhorn, Martha. The face of war. New York, Atlantic Monthly Press, 1988, p.337)
Laat ons bidden om deelgenootschap aan die estafette die een stokje steekt voor miserie en onrecht. Bidden om ogen die zien, oren die horen, handen om Gods werk mee te doen, …
We bidden zingend die Dominicaanse vredeswens
Lied : Dominicaanse vredeswens
Moge God de Vader ons zegenen
moge God de Zoon ons heel maken
moge de Heilige Geest ons verlichten
en ons ogen geven om mee te zien
oren om mee te horen
en handen om Gods werk mee te doen
voeten om mee te lopen
en een mond om woorden van verlossing te preken
en moge de engel van de vrede over ons waken
en ons tenslotte leiden door Gods genade
tot in het eeuwig koninkrijk.
Amen. Amen.
T: Dominicaanse traditie M: Mark Joly
*
(Beeld van de handen is van Frans Wuytack)
