VIERING : ROSA LUXEMBURG (VROUWEN IN DUISTERE TIJDEN-1)

Dominicus Gent

Viering van zondag 26 april 2026

Vrouwen in duistere tijden: Rosa Luxemburg 

 

Goede morgen en welkom aan jullie allen hier samen gekomen en ook aan allen die via je scherm mee aanwezig bent. De natuur is volop in lentemodus met al haar kleuren en geuren. Toch beleven we deze tijd ook als dreigend en duister door de taal en de spanning in de wereld. Dat is niet nieuw. De meesten van ons hebben het geluk om opgegroeid te zijn in een wereld waar dichtbij geen oorlog is. Maar 100 jaar geleden was dat anders. En hoe gaan we om met die donkerte, angst en dreiging?

Alicja Gescinska schreef  ‘Vrouwen in duistere tijden’, waarin ze in tien biografische portretten laat zien wat de mensheid kan leren van moedige en intelligente vrouwen. Vrouwen die bakens van licht waren door hun intelligentie en moed.

In een reeks van drie vieringen maken we kennis met enkele van hen. Vandaag kozen we de eerste vrouw in het boek: Rosa Luxemburg.

We steken de Paaskaars aan om ons te verbinden met het Licht van de Eeuwige.
Aanschijn der aarde, wie zal jou vernieuwen? Aardekracht, zonkracht is Hij, licht in mensen, dat wij elkaar verblijden en doen leven. We zingen dit graag samen:

 

De tafel der armen

Wat in stilte bloeit, in de luwte van tuinen,
onder de hete zon, op de akker,
heeft Hij bestemd voor de tafel der armen.
Aardekracht, zonkracht is Hij, licht in mensen,
dat wij elkaar verblijden en doen leven,
brood van genade worden, wijn van eeuwig leven.
Maar die niets hebben, wie zal hen hieraan deel geven?
En die weelde zwelgen en van niets weten,
wie zal hen naar gerechtigheid doen verlangen?
Aanschijn der aarde, wie zal jou vernieuwen?
Hij die alles zal zijn in allen heeft ons bestemd om,
aarde, jouw aanschijn te vernieuwen.

T: Huub Oosterhuis M: Antoine Oomen

 

Rosa Luxemburg: Brief uit de gevangenis van RL aan Sonja Liebknecht, december 1917

Het is mijn derde Kerstmis in de bajes, maar neem dat alsjeblieft niet te tragisch. Ik ben vrolijk en rustig als altijd. Ik lig in de donkere cel op een steenharde matras, rond mij heerst de gebruikelijke kerkhofstilte, men waant zich al in het graf. Door het venster valt op het plafond de weerschijn van de lantaarn. Van tijd tot tijd hoor ik heel dof het verre ratelen van een voorbijgaande trein of heel nabij onder het venster het kuchen van de schildwacht, die met zijn zware laarzen een paar stappen zet om zijn stijve benen te bewegen. Het zand knerpt zo hopeloos onder deze stappen, dat alle verlatenheid en uitzichtloosheid van het bestaan eruit in de donkere nacht opklinkt. Daar lig ik dan, heel stil en alleen, gewikkeld in de veelvoudig zwarte doeken van de duisternis, de verveling, de onvrijheid, van de winter – en bij dat alles klopt mijn hart toch met een onbegrijpelijke, onbekende vreugde, als liep ik in stralende zonneschijn over een bloeiende weide. En ik glimlach in het donker het leven toe, alsof ik een of ander betoverend geheim ken, dat al het boze en treurige logenstraft en in louter helderheid en geluk verandert. …… Sonjuscha, liefste, wees ondanks alles rustig en vrolijk. Zo is het leven en zo moet men het aanvaarden, onversaagd en glimlachend – ondanks alles. Schrijf snel, Sonitschka, met een kus, je Rosa.

 

Over Rosa Luxemburg

Rosa Luxemburg wordt geboren in 1871 (+1919) in Polen als jongste kind van vijf in een gezin van Poolse Joden. Haar geboortestad ligt dicht tegen Oekraïne en werd toen beheerst door Rusland. Zij spraken thuis Pools en Duits en identificeerden zich in de eerste plaats als Pools, pas in de tweede als Joods, maar eigenlijk vooral als Europees. Rosa sprak Russisch en Frans, later ook Italiaans en Engels. Ze had een grote liefde voor de 19de-eeuwse Russische literatuur, hoewel ze anti-tsaristisch was. Daaruit groeide haar socialistische inspiratie, die kreeg ze niet van thuis mee.

Ze was een van de weinige Joodse leerlingen die toegelaten werd in het gymnasium van Warschau en sloot zich daar al aan bij de linkse partij Proletariat. Deze was verboden maar kwam in het geheim samen. Na het afstuderen vluchtte ze naar Zwitserland en ging aan de universiteit van Zurich studeren en werd ze doctor in de politieke economie.

Rosa Luxemburg had een zwakke gezondheid en haar ene been was korter dan het andere, waardoor ze mank liep.

Ze stichtte tijdens haar leven 2 keer een socialistische krant en een nieuwe partij. Ze ging een schijnhuwelijk aan om de Duitse nationaliteit te verkrijgen maar had een andere grote liefde met wie ze de partij had opgericht. Met hem vertrok ze eind 1905 terug naar Warschau. Ze schreef veel artikelen voor de krant en ook voor Duitse socialistische kranten en bladen. Op de vooravond van WO 1 nam ze het voortouw in de organisatie van het anti-oorlogsprotest in Duitsland. Ze werd gearresteerd, zat regelmatig lange tijd in de gevangenis. Ze stichtte de Spartakusbund, waaruit later de Duitse Communistische Partij zou groeien. Luxemburg bleef antioorlogspamfletten verspreiden en werd opnieuw gearresteerd tot enkele dagen voor het einde van WO 1. Ondertussen brak de Russische Revolutie uit.

Duitsland verloor zwaar de oorlog. De keizer was gevlucht en de politieke macht was overgedragen aan de leider van de SDP, waar Rosa lid van was.
Er waren grote onlusten in de Duitse steden, de Spartakusopstand. Men wilde een radenrepubliek, waarbij de boeren, arbeiders, gewone mensen zelf over hun lot en hun bestuur konden beslissen. De regering reageerde ongenadig met een staat van beleg met hulp van het leger. Rosa Luxemburg en Karl Liebknecht werden opgepakt, geslagen, gefolterd en vermoord in 1919. Rosa Luxemburg werd in een kanaal geworpen en pas veel later gevonden. Ze werd een icoon voor de revolutie.

Waar was ze van overtuigd en waarom wordt ze opgenomen in het boek ‘Vrouwen in duistere tijden’?
Rosa Luxemburg belichaamde ‘de durf om te weten’, de moed om te denken en onverschrokken zichzelf te zijn.
Zij geloofde in een communistisch ideaal, maar had kritiek op het Marxisme en haar eigen gedachten over het einde van het kapitalistische systeem.
Zij stond compromisloos vijandig tegenover elke vorm van nationalisme en elk onafhankelijkheidsstreven van landen en tegenover oorlog: ze wilde niet dat arbeiders en boeren mekaar bekampten op het slagveld.
Ze hekelde het geweld en de totalitaire verdrukking die een partij, die de almacht nastreeft, zal brengen. De dictatuur van de partij zou volgens haar leiden tot de uitholling en verwildering van het publieke leven, van de openbare ruimte als ontmoetingsplaats van mensen en ideeën, waarbij alle tegenstanders gegijzeld, gevangen en gedood zouden worden… schreef ze in 1917.
Het doel was politieke emancipatie voor de armen en verdrukten der aarde: hun de mogelijkheid van zelfbestuur geven. Twee middelen daarvoor waren cruciaal: educatie en het stakingsrecht. De spontaniteit van het vrije handelen is noodzaak voor hat al dan niet welslagen van politieke verandering. Zowel voor, tijdens als na de revolutie moeten het de mensen zelf zijn die sturing geven aan hun politieke bestaan.

Daartoe dienen verkiezingen en vervolgens het politieke en publieke debat. Door van zich te laten horen, door gekozen vertegenwoordigers aan te spreken, door betrokken te worden en betrokken te zijn, kunnen burgers het democratische gehalte van de samenleving vergroten en kunnen veranderingen plaatsvinden. Geen geweld, maar gesprek. Vrijheid is altijd vrijheid ook voor de andersdenkenden.
Het tegendeel van de democratie is niet louter het totalitarisme, maar ook de bureaucratie.

Kapitalisme voedt oorlog, oorlog voedt kapitalisme, was haar stellige overtuiging. Oorlog betekent niet louter materiële destructie en verlies van mensenlevens. Wat verloren gaat in oorlog is de menselijkheid van de mens zelf. De ander wordt tot vijand gemaakt, ontmenselijkt.
Oorlog is methodische massamoord die een soort geestelijke verdwazing, een morele verstandsverbijstering vergt vooraleer zij kan plaatsvinden. Oorlog begint niet met wapens, maar met woorden. Nog voor er mensen sneuvelen, sneuvelen het fatsoen, de waardigheid en de medemenselijkheid in het spreken.

Alles begint met taal. Het mooiste waartoe we als mens in staat zijn, ook het meest barbaarse en wreedaardige. Taal is de kanarie in de kolenmijn: wanneer het publieke discours verschuift in de richting van systematische haatspraak, is bloedvergieten niet meer veraf.

Rosa Luxemburg droomde van een vreedzame wereld waarin individuele en maatschappelijke vrijheid de mogelijkheid biedt aan zo veel mogelijk mensen om de wereld die ze delen iedere dag opnieuw vorm te geven, om meer te zijn dan onderdanen die geregeerd worden. Vrijheid is de bestaansvoorwaarde van een betere wereld: vrijheid om in harmonie van mening te verschillen.

Wij in Dominicus dromen ook van vrede en gerechtigheid en zingen graag de liederen van Oosterhuis die hier woorden aan geven:

 

Lied van de stad

Hier is een stad gebouwd, overal om ons heen,
huizen en bomen en mensen van licht en steen.

Huizen van vrede voor mensen van vlees en bloed.
Veilig onveilig, zo leven zij bitterzoet.

Overal haast en verkeer dat geen richting heeft,
wolken lawaai als een vuur dat geen warmte geeft.

Woorden gaan over en weer, waar de mensen zijn.
Woorden zijn lief en leed, rouw en geboortepijn.

Mensen gaan twee aan twee, overvloed en woestijn.
Zoeken een woning en willen geborgen zijn.

Een stad is man en vrouw, opstaan en slapen gaan,
mensen die dagelijks doodgaan en voortbestaan.

Leven is overal tussen fabriek en flat,
bloemen en kinderspel, licht op muziek gezet.

Is er een stad zonder dood zonder duisternis?
Komt er een stad waar de zon niet meer nodig is?

T: Huub Oosterhuis M: Jaap Geraedts

 

Rosa en Jezus: parallellen

Toen ik het hoofdstuk las over Rosa Luxemburg zag ik parallellen tussen haar leven, gedachten en dat van Jezus. Ze leefden in een andere tijd en Jezus heeft ons (voor zover we weten) geen filosofische traktaten nagelaten, maar er zijn wel degelijk overeenkomsten .

De werelden waarvan zij droomden, hoopten te kunnen realiseren waren geen koninkrijken van deze wereld. Daarmee bedoel ik: de wereld waarin zij leefden was verre van hun ideaal verwijderd. Er was nog veel werk aan de winkel eer dat kon gerealiseerd zijn.

Joh/18, 36: ‘Ik ben geen koning zoals de koningen van deze wereld. Als ik een aardse koning was, dan zouden mijn dienaren voor mij gevochten hebben. Dan zou ik niet aan de Joden uitgeleverd zijn. Maar ik ben geen aardse koning.’

Meestal legt men dit uit dat Jezus hier spreekt over het koninkrijk in de hemel (waar dat ook moge zijn). Maar als het Rijk Gods (of het Koninkrijk van God) al hier begint, dan is deze zin van hem misschien wel te verstaan als een ander soort van wereld die hier en nu in hem begint maar er nog niet is.

Een paar dingen die mij opvielen:

Voor beiden waren mensen van belang.
Jezus had een bijzondere zorg voor hen die uit de boot vielen in zijn tijd en maatschappij: vrouwen, zieken, kinderen, vreemdelingen, „zondaars“.
Hij wou terug naar de kern van het Joodse geloof, naar de 10 richtlijnen (geboden) waarin de handvaten voor een goede maatschappij vastgelegd waren. Terug naar de ervaring van geliefd te zijn door Jahweh en opgeroepen te worden om ook zo te leven. Terug naar het besef dat we allemaal kinderen van de Vader zijn. Dat was in de loop van de tijd verloren geraakt in wetten en reglementen die mensen onderdrukten in plaats van hen tot recht te laten komen.

Rosa L. kwam op voor de slachtoffers van het kapitalisme, van het nooit genoeg hebben, van het winstbejag, die een kleine groep eindeloos rijk maakt en de overgrote meerderheid van de mensen als slaven gebruikt, hen minderwaardig acht, hen onrechtvaardig behandeld.
Haar oplossing was een maatschappij waar de economie en politiek in functie staat van het algemeen belang. Waar burgers mee echte zeggenschap verkrijgen. Waar werken niet tot een maximale winst moet leiden, maar waar arbeidsvreugde werken tot een zinvol iets maakt en er tijd is voor andere , even belangrijke dingen in het leven. Want elke mens is een mens en als dusdanig gelijkwaardig.

Beiden zagen ook geen heil in het met geweld hun droomwereld te realiseren. (De ene wang aanbieden, Petrus terugroepen als hij met een zwaard het oor van Malchus afhouwt).

Beiden kwamen daardoor in conflict met de mensen die die maatschappij vorm gaven: het religieuze gezag bij Jezus, bij Rosa L. de mensen die meegingen in de retoriek van de oorlogsvoering en het model van het kapitalisme dat niet in vraag werd gesteld.

Beiden bleven ook geloven en hun visie verkondigen, zelfs al gingen ze daarmee recht tegen de gangbare normen in. Ze bleven tot het eind consequent in hun boodschap geloven en pogingen ondernemen om die te verkondigen. (Jezus verhoor, Jezus in de tempel)

Ze sloten ook geen mensen uit in die nieuwe maatschappij: de boodschap van Jezus was uiteindelijk voor alle mensen bedoeld (leerlingen uitzenden per twee naar overal), Rosa L. vond diversiteit een noodzaak om tot een leefbare consensus te komen en niet vastgeroest te raken in het eigen gedachtengoed.

Ook wat de manier betreft waarop die nieuwe maatschappij vorm moest krijgen veroorzaakte bij de volgelingen of medestanders van beiden verdeeldheid: via de wapens, rebellie of via de geleidelijke weg van kleine hervormingen. 
Dit leidde uiteindelijk bij beiden tot het door eigen mensen overgeleverd te worden en gemarteld en gedood.

Laten we die droom van beiden, dat mensen mogen bloeien en zichzelf zijn en zo de wereld mooi en goed maken: uitzingen in het lied

 

Honderd bloemen

Honderd bloemen mogen bloeien
Grond en lucht genoeg voor alle
zaden knollen anjelieren.
Stenen moeten stenen blijven.
Mensen vliegen hoog als goden.
Maar de zuring en de klaver
mogen bloeien honderdvoud.

Korenbloemen, flarden blauwe
hemel, vlijmende papaver,
morgensterren aan de dijken
flemend om gezien te worden –
woekerend in de populieren
als een nest de maretak, de
bloem der zoenen bitterzoet.

Op zijn stekelige stengel
bloeit en treurt de kale jonker
en geen vlinder zal hem vinden.
Tronken zullen twijgen dragen,
varens op bevroren ruiten
zullen wuiven, bloeien mogen
honderd rozen van papier.

Broos op stelen ongebroken,
wild en blindelings verstrengeld,
in spelonken, op de vaalten,
tussen schotsen ijs en boeken,
op de graven, mogen bloeien,
alle ongelijk eenzelvig,
honderd bloemen zonder naam.

In een woud van droomgewassen,
stenen wortels, stalen webben,
tochtig labyrint van woorden,
woont een mens, op brekebenen,
lelie van het veld, met ogen
tranend bijna blind van zoeken
naar een plek die water geeft.

T: Huub Oosterhuis M: Bernard Huijbers

 

Tafeldienst: uitnodiging aan tafel

Er zijn zovelen die in hun leven tegenstem probeerden te geven aan wat er misliep in de maatschappij. Die ons wakker houden door hun boodschap, alert om te zien wat anders kan. Een glimp van licht in de soms drukkende duisternis, waardoor er hoop ontstaat dat het anders kan.

Daarvoor komen we hier elke week weer samen, om op deze plek water te vinden, woorden en brood om verder te kunnen. We zijn op weg met velen, al dan niet hier persoonlijk aanwezig, of bij ons via het scherm. We steken de kaarsjes aan voor hen die ons voorgingen, en ons een glimp lieten zien van hoe het kan.
En we steken het solidariteitskaarsje aan voor allen die ook vandaag nog onze ogen en oren openhouden door te laten zien en horen dat de wereld anders moet.

En we herhalen bewust de laatste symbolen van breken, delen om te zorgen voor hen die geen leven hebben.

 

Als wij weer het brood gaan delen

Als wij weer het brood gaan breken
dat Gij, Heer, ons geeft,
leer ons dan met hem/haar te delen
die geen deel van leven heeft.

Als wij van de feestwijn drinken
die Gij, Heer, ons geeft,
leer ons dan om te gedenken
wie een lege beker heeft.

Als wij samen in de kring staan,
om wat Gij ons geeft,
leer ons dan om vast te houden
wie geen hand in handen heeft.

Als wij weer de lofzang zingen
om wat Gij ons geeft,
leer ons dan voor hem/haar te roepen
die geen stem meer over heeft.

Als wij zo de toekomst vieren
die Gij, Heer, ons geeft
leer ons dan vandaag te zorgen
voor wie zelfs geen morgen heeft.

T: Wim van der Zee M: Arie Eikelboom

 

We delen brood en wijn, en we bidden
in onzekerheid en onmacht
-hoe te gaan in deze wereld
in hoop
– gevestigd op een stem die richting geeft en verenigt
en in herinnering
-van wat ons al eens is aangezegd en voorgedaan.

Zo roepen wij tot jou, Levende,
en stemmen ons op jou af.
Wees gezegend
jij die licht en leven bent
voorbij de schaduw van dood
Levenslicht, naam boven ons uit.

Gezegend jij om mensen die jou weg durven gaan
om zovelen die moed putten uit wat hen is aangezegd
woorden van goedheid en geluk: jij mag er zijn
jij – ook al aarzel je zelf- jij bent op de goede weg

Gezegend jij om die lange weg van mensen
tot op vandaag.

Zo zegenen wij dit brood en deze beker
zoals ons is voorgedaan door Jezus van Nazareth
die uitdeelde tot het laatst van zijn leven
brood en wijn omhoogsteken

Doe zoals ik , zou hij hebben gezegd
om voor altijd verbonden te zijn.

Zo bidden wij hem achterna
om hoop en richting,
om vrede en gemeenschap
tussen alle mensen.

 

Onze Vader

Vredeswens 
Hoe het gaat is deze wereld kunnen we niet in een handomdraai veranderen. En het is zeker geen evidentie om tegen de stroom in te varen, maar samen kunnen we kleine stappen zetten naar een vredevolle wereld door in de ogen van de ander de mens te blijven zien en zo een mens te zijn voor anderen. Laat ons naar Jezus voorbeeld vrede wensen aan elke mens die we ontmoeten.

Communie – piano

Afronding
“Niemand is te nietig om niet iemand te kunnen zijn.”zegt Alicja Gescinska.

“Hoe we in het leven staan, is hoe we antwoord geven op het kwaad. Al wat we doen, heeft betekenis. Al wat we niet doen, ook. Wat je zelfs nog maar beslist om online te liken, om te delen, om te lezen, dat is allemaal van tel. Voor jezelf denken is op zich al een daad van verzet. ‘De wereld is niet begrijpbaar, maar wel omarmbaar’, schreef de filosoof Martin Buber. ‘En de wereld omarmen, dat doe je door een van de wezens op deze wereld te omarmen.’ Zo simpel, zo krachtig. Begin vorige maand is Anny overleden. Zij was een vrouw die ons warm verwelkomd had in Lede, terwijl andere mensen op ons neerkeken of de autobanden van mijn ouders plat staken. Zij nodigde ons uit om bij haar te komen eten, we waren altijd welkom, ze was de oma die we niet hadden. In haar eentje heeft zij ons hier in dat moeilijke begin toch thuis doen voelen. Ik wens iedereen zo’n Anny toe. En ik wens het iedereen toe zelf zo’n Anny te kunnen zijn. Hoe prachtig eenvoudig het verzet kan zijn.”

(uit haar boek)

 

Uit staat en stand

Uit staat en stand en wijsheid losgewoeld.
Omgewaaid. Ontwortelde plataan.
Toen heeft hij licht onder zijn schors gevoeld,
een vlaag van knoppen die op springen staan.

Uit jij en jou en woorden weggevlucht.
Ergens heen  gejaagd. Boomgrens voorbij.
Op adem komen in de dunne lucht,
je eigen hartslag horen. Vogelvrij.

Uit eigen aard en huid naar iemand toe,
onontkoombaar. En niet wonen meer
tot ik Hem, Hij mij vinden zal, en hoe –
een zee van dromen gaat in mij tekeer.

T: Huub Oosterhuis M: Antoine Oomen