Goede Vrijdag – 2025
Effatagemeenschap/ Dominicus Gent
Om niet te vergeten zijn we hier samen, hebben we het kruis hier neergelegd, want het kruis vertelt ons het verhaal van Jezus van Nazareth. Het verhaal van een mens, één en al liefde, maar toch verworpen, omdat zij die de macht in handen hadden, hem als een bedreiging zagen.
Het verhaal van een mensenzoon één en al liefde, beeld en gelijkenis van Hem die leeft. En duizenden tot op de dag van vandaag, gaan dezelfde weg omwille van de gerechtigheid.
Omwille van de gekruisigde van toen en de vele gekruisigden van vandaag zijn wij hier samen: om niet te vergeten. Welkom aan jullie allen.
Lezing
Jezus kwam met hen bij een landgoed dat Getsemane heette.
Hij sprak tot zijn leerlingen: “Blijf hier zitten, terwijl ik gids ga bidden.”
Petrus en de twee zonen van Zebedeüs nam hij met zich mee.
Hij begon bedroefd en angstig te worden.
Hij sprak tot hen: “k ben bedroefd, tot stervens toe. Blijf hier en
waak met mij.” Hij wierp zich plat ter aarde en bad:
“Mijn vader, als het mogelijk is, laat deze beker aan mij voorbijgaan.
Maar toch: niet wat ik wil, maar zoals gij wilt.”
Toen ging hij naar zijn leerlingen en vond hen in slaap.
Hij sprak tot Petrus: “Ging het dan uw krachten te boven om één
uur met mij te waken?”
Ook wij zijn hier samen om te waken en te bidden.
Waken en bidden bij het kruis van Jezus en bij het kruis van zovele mensen vandaag, waar ook ter wereld, of in onze eigen kring, misschien bij ons kruis ook.
Waken … dat is wakker blijven en onder ogen willen zien wat gebeurt.
Dat is tijd maken om stil te staan, om bij pijn en verdriet te blijven.
Waken , dat is de ogen open houden voor het leed van mensen, in de onmacht gaan staan van wat we niet kunnen veranderen ,als we de pijn van de ander niet voelen of de pijn niet kunnen wegnemen.
Waken, dat is wakker blijven en onder ogen zien wat gebeurt aan onrecht, uitbuiting en geweld. De beelden van uit de media, van vluchtende, gedode mensen op ons laten afkomen, tot ons laten spreken.Beseffen dat we geen greep hebbenop het verloop van de gebeurtenissen.
Lied: In manus tuas Pater…
In de vroege morgen kwamen hogepriesters met de oudsten en
schriftgeleerden en heel het Sanhedrin tot een besluit.
Ze boeiden Jezus, voerden hem weg en leverden hem uit
aan Pilatus. Pilatus vroeg hem: “Zijt gij de koning van de Joden?”
Jezus antwoordde hem: “Gij zegt het”. Pilatus ondervroeg hem weer
en zei: “Gij geeft in het geheel geen antwoord? Ziet eens wat voor
beschuldigingen de hogepriesters tegen u inbrengen!”
Maar Jezus gaf volstrekt geen antwoord meer, zodat Pilatus
verbaasd was. Hij liet Jezus geselen en gaf hem over
om gekruisigd te worden.
In naam van de Romeinse keizer stelt Pilatus orde op zaken.
Jezus staat zwijgend voor hem. Hij is stil. Een uitsparing van stilte te midden van het lawaai, op een plaats waar geweld het voor het zeggen heeft. Als een schaap dat staat voor zijn scheerder, stil. Zonder iets te zeggen, incasseert hij het lijden.
Op vele plaatsen in onze wereld zijn mensen zoals Jezus: zij incasseren. Ze lijden. Soms zonder reden, soms omdat zij het leven van anderen probeerden wat draaglijker te maken. Je zou iets troostend willen zeggen, iets opbouwend, maar wat?
Wat rest is enkel zwijgen en stilte.
Maar soms, als er niets meer over lijkt te zijn, toont zich in de duisternis van dat lijden, iets van een mysterieuze draagkracht. “Ik zal er zijn.” Jezus belichaamde deze stille daadkracht.
Een daadkrachtige stilte, die goddelijk is.
God, wees de stille stem in ons.
Blijf de tedere omarmer, ook in onze duisternis.
Keer u niet van ons af. Wees er.
Muziek: In manus tuas Pater…
Zij sleepten hem naar Golgota, de schedelplaats.
Toen zij hem gekruisigd hadden, verdeelden ze zijn kleren
en dobbelden om zijn omslagdoek.
Het was negen uur ‘s morgens toen zij hem kruisigden.
Samen met hem kruisigden zij ook twee rovers,
de één rechts, de ander links van hem.
Voorbijgangers hoonden hem, de priesters en de schriftgeleerden
spotten onder elkaar: anderen heeft hij gered,
zichzelf kan hij niet redden.
Het werd middag, duisternis viel over heel het land.
Het werd drie uur in de middag.
Toen riep hij: “Eloï,Eloï, lamà sabàktani”.
Dat is vertaald: God, mijn God, waarom hebt gij mij verlaten?”
Toen schreeuwde hij onverstaanbaar en was dood.
Geslagen is Jezus, gemarteld, vernederd.
Zo werd er gedaan met mensen die de machthebbers voor de voeten liepen. Dit gebeurde met mensen waar niemand voor opkwam. Dit overkomt de rechtvaardigen. Dit is onze wereld.
En hier is God. Zo is God die verschijnt in de stilte. Een stilte die steeds wordt overschreeuwd, die niet wordt gehoord, maar ook een stilte die ruimte geeft aan alles…
De militairen nemen Jezus’ kleren. Niets wordt aan Jezus over gelaten. Niets blijft er over. Niets om hem te beschutten, om hem overeind te houden.
Wie hem omringden, hebben hem verlaten. Wat zijn leven zin gaf, is van hem afgenomen. Wat hij gedaan heeft, wordt vernietigd.
Waar hij houvast in vond, is hem uit handen geslagen. Hij is helemaal uitgekleed. Alleen zijn naakte lichaam blijft over. En zelfs dat is niet meer van hem. De soldaten gebruiken
zijn lichaam, ze pijnigen het, vernederen, doden. Niemand houdt de moordenaars tegen.
Hij sterft. De stilte van de dood treedt in.
De getuigenissen verschillen. Stierf hij met een luide kreet? Een laatste schreeuw van machteloos protest? Stierf hij met de uitroep: “God van mij, God van mij, heb je mij in de steek gelaten?” Dacht hij dat mét hem ook zijn God verslagen was? Of was zijn sterven zijn laatste handeling van vertrouwen? Zag hij zijn dood als teken van Gods solidariteit met diegenen die niets hebben dan hun stervend lichaam? Gaf hij zijn levensadem in de handen van God, zijn Vader?
God, in ons verborgen als draagkracht,
wees betrokken als we vallen en falen.
Blijf bij ons, waar wij ook gaan, wat ons ook overkomt.
In manus tuas Pater.
Het was avond geworden, de dag voor de sabbat.
Jozef van Arimatea, een vooraanstaand lid van de Hoge Raad,
een rechtvaardige man die zelf ook in de verwachting van het
Rijk Gods leefde, waagde het daarom naar Pilatus te gaan
en te vragen om het lichaam van Jezus. Toen bleek dat Jezus
dood was, stond Pilatus het lijk af aan Jozef.
Jozef kocht lijnwaad. Hij nam Jezus van het kruis af en wikkelde
hem in het lijnwaad. Daarop legde hij Jezus in een graf dat in de rots
was uitgehouwen, en rolde een steen voor de ingang.
Maria Magdalena en Maria, de moeder van Jezus,
keken toe waar hij werd neergelegd.
Jezus moest dood, vonden de politieke en religieuze machthebbers.
Zijn kruisiging was voor hen een teken van zijn grote mislukking.
Maar er zijn mensen die in Jezus een teken van het ware leven en van echte liefde blijven zien, ook nu hij is gestorven. Zij zien in Jezus een levensvorm die de dood niet achter zich laat, maar omvormt tot geboortegrond, tot nieuw begin.
Er zijn de vrienden en vriendinnen die niet kunnen verdragen dat zijn lichaam nog verder wordt aangetast en tot prooi wordt van gieren en honden. Zij halen het lichaam van het kruis
en leggen het in de schoot van zijn moeder. De schoot die hem 9 maanden gedragen heeft. De schoot waaruit hij is geboren.
Omgeven en doortrokken van de stilte van de dood wordt Jezus’ lichaam toevertrouwd aan de stilte van de aarde. Verborgen in het duister van de dood, wordt hij neergelegd in het duister van de aarde. Als een graankorrel, die in de stilte en de duisternis tot leven kan komen en uitgroeien om vrucht te dragen. Tijdens zijn leven heeft Jezus gezegd: “Zoals Jona drie dagen en drie nachten in de buik van het zeemonster zat, zo zal de mensenzoon drie dagen en drie nachten in de schoot
van de aarde zijn”.
De aarde als schoot? Het graf als baarmoeder?
Verwachting van leven door de dood heen?
Kunnen deze woorden iets betekenen voor ons?
Gij, God, die al wat is, tevoorschijn riep, die al wat leeft, de levensadem hebt ingeblazen,
Gij hebt gezegd dat Gij nooit laat varen het werk van uw handen. Wees trouw aan uw woord. Draag ons en koester ons.
Wees er, in Jezus en in alle mensen die leven in Zijn geest.
Wees bij ons.
Lied In manus tuas Pater.
Bloemen bij het kruis
Wij leggen nu onze bloemen bij het kruis. Als teken van vertrouwen dat de graankorrel vrucht zal dragen. Onze bloemen miskennen het lijden niet, integendeel, ze spreken van hoop op toekomst.
Laten we ons vertrouwen uitdrukken in dit gebaar.
Dat we durven geloven dat het graf een baarmoeder kan zijn voor een nieuw begin. Dat vanuit machteloosheid weer hoop kan groeien. Dat de stilte ons kan dragen.
Onze Vader
Vader, in Uw handen beveel ik mijn geest!” zei Jezus vlak voor hij stierf. Hij heeft zijn leven in de handen van Zijn Vader gelegd.
Tot die Vader, die ook ONZE Vader is, bidden we nu:
Onze Vader, die in de hemel zijt, …
Communie
De avond voor Zijn dood heeft Jezus een teken gesteld. Hij brak brood en gaf het brood: “Dit ben Ikzelf, voor u gegeven”.
Vandaag verstaan we deze woorden als zijn uitnodiging.
Dat wij op onze beurt ook een leven zouden leiden van breken en delen, gegeven mensen zouden worden, steeds meer. Daarom blijven we dit teken stellen. Wij geloven dat, wanneer we dit doen in zijn naam, hij midden in en onder ons aanwezig is.
Lied: Gij die de stomgeslagen mond verstaat
Laten we nu noemen en gedenken de lijdenden in deze wereld. En bidden om Gods ontferming.
Voor allen die vernederd, mishandeld, uitgestoten worden omwille van hun geaardheid, huidskleur, afkomst of geloof.
Voor allen die dood en vernieling rondom zich ontvluchten en hopen op een plek waar het leven menswaardig is.
Voor wie tot vijand gemaakt wordt, of verdreven, wiens bestaansrecht ontnomen wordt.
Lied: Voor allen die gekruisigd worden wees niet niemand.
Wees hun toekomst ongezien.
Voor kinderen die opgroeien zonder perspectief of toekomst.
Voor kinderen die honger lijden en voor ouders die hun kind niet kunnen zien opgroeien.
Voor meisjes en vrouwen tegen wie verkrachting wordt gebruikt als wapen en die daardoor soms zelfs door eigen familie verstoten worden.
Lied: Voor allen die gekruisigd worden wees niet niemand.
Wees hun toekomst ongezien.
Voor zij die onrecht aanklagen en daarom van hun vrijheid worden beroofd.
Voor diegenen die naamloos en onvermoeibaar proberen om leed te verzachten.
Voor diegenen die moedig hoop trachten te brengen waar voor anderen alles verloren lijkt.
Voor allen die in stilte lijden en voor zij die rouwen om een gestorven geliefde.
Lied: Voor allen die gekruisigd worden wees niet niemand.
Wees hun toekomst ongezien.
Voor al onze eigen intenties, voor al datgene wat wij persoonlijk in de handen van God willen leggen, bidden we in stilte…
Lied: Voor allen die gekruisigd worden wees niet niemand.
Wees hun toekomst ongezien.
Slotgebed
God, Jezus kende in het aangezicht van de dood angst en vertwijfeling. “Mijn God, waarom hebt gij mij verlaten?”.
Maar ook zei Hij: “In Uw handen beveel ik mijn geest”.
Wij vragen u:
geef ons de kracht ons eigen kruis te dragen en om andermans kruis te helpen dragen.
Wees Gij onze kracht en onze troost.
Beadem ons met Uw Geest.
Amen.
Zending
Aan het eind van deze dienst worden we weggezonden,
denkend aan hoe Jezus gestorven is,
denkend aan allen die lijden.
Laat ons dan gaan, in de stilte van Goede Vrijdag,
maar met de hoop op leven en licht.
(Bron Erik Borgman https://www.youtube.com/watch?v=NarkF3HE3Wg

