Dominicus Gent
Viering van zondag 9 augustus 2026
Houd moed, ik ben het, wees niet bang
Goede morgen aan jullie hier in de Blaisantkerk, en ook aan alle mensen thuis of elders die volgen via de streaming.
Gisteren, 8 augustus, was de feestdag van Dominicus. Elk jaar vieren we deze dag als een respectvolle herinnering aan het geestelijk erfgoed dat de mens Dominicus heeft nagelaten in de wereld sinds de twaalfde eeuw. Onze gemeenschap zag meer dan 40 jaar geleden het licht onder de vleugels van de studentenparochie van de Dominicanen in Gent, het KUC. Een aantal van onze voorgangers is ook dominicaan en lekendominicaan. We vieren met de Dominicaanse familie van religieuzen en lekendominicanen deze feestdag!
Laten we, zoals elke zondag, de kaarsen aansteken om ons in het licht te stellen van Jezus Christus.
We luisteren straks naar de Evangelielezing van vandaag, die aansluit bij de inspiratie en erfenis van Dominicus. We staan stil bij Jezus’ woorden: ‘Houd moed, ik ben er, wees niet bang’ .
De inspiratie en navolging van Dominicus heeft in de loop van jaren en eeuwen vele vormen en diverse mensen gekend. (Op de foto zie je de verbeelding van Willem Vermandere, zoals te zien in het kerkje van Steenkerke bij Veurne).
Vandaag zullen we een weinig bekende jonge vrouw in het licht en in herinnering zetten: Lisamaria Meirowsky. Zij kreeg een struikelsteen in Tilburg, op het terrein van het voormalige trappistinnenklooster Koningsoord.
We zingen deze viering in met de Dominicaanse zegenwens:
Moge God de Vader ons zegenen
moge God de Zoon ons heel maken
moge de Heilige Geest ons verlichten
en ons ogen geven om mee te zien
oren om mee te horen
en handen om Gods werk mee te doen
voeten om mee te lopen
en een mond om woorden van verlossing te preken
en moge de engel van de vrede over ons waken
en ons tenslotte leiden door Gods genade
tot in het eeuwig koninkrijk.
Amen. Amen.
T: Dominicaanse traditie – M: Mark Joly
WOORDDIENST
1
Naast gemeenschap en gebed hecht de Dominicaanse traditie aan studie en verkondiging, zeker wat bijbel betreft. Een evangelieperikoop lezen is met ogen en oren het Goede Nieuws daarin ontdekken om dat met handen, voeten en woorden te ‘verkondigen’.
Moge die zegen ons in dit samenzijn dragen
Net voor de evangelietekst van vandaag, vernam Jezus de moord op Johannes De Doper. Hij wil rust. Toch laat hij zijn persoonlijk verdriet en zorgen onderbreken door die van de menigte die hem volgde. Hij geneest velen en bij het vallen van de avond blijken 5 broden en 2 vissen meer dan genoeg voor de vele duizenden. Meteen daarna….
(Mt.14, 22-33)
22 Meteen daarna gelastte Hij de leerlingen in de boot te stappen en alvast vooruit te gaan naar de overkant. Hij zou ook komen nadat Hij de mensen had weggestuurd.
23 Toen Hij hen weggestuurd had, ging Hij de berg op om er in afzondering te bidden. De nacht viel, en Hij was daar helemaal alleen.
24 De boot was intussen al vele stadiën van het vasteland verwijderd en werd, als gevolg van de tegenwind, door de golven geteisterd.
25 Tegen het einde van de nacht kwam Hij naar hen toe, lopend over het water. 26 Toen de leerlingen Hem op het water zagen lopen, raakten ze in paniek. Ze riepen: ‘Een geest!’ en schreeuwden het uit van angst. 27 Meteen sprak Jezus hen aan: ‘Houd moed! Ik ben het, wees niet bang!’
28 Petrus antwoordde: ‘Heer, als U het bent, zeg me dan dat ik over het water naar U toe moet komen.’ 29 Hij zei: ‘Kom!’ Petrus stapte uit de boot en liep over het water naar Jezus toe. 30 Maar toen hij voelde hoe sterk de wind was, werd hij bang. Hij begon te zinken en schreeuwde het uit: ‘Heer, red me!’ 31 Meteen strekte Jezus zijn hand uit, Hij greep hem vast en zei: ‘Kleingelovige, waarom heb je getwijfeld?’
32 Toen ze in de boot stapten, ging de wind liggen. 33 De leerlingen wierpen zich voor Hem neer en zeiden: ‘U bent werkelijk Gods Zoon!’
De broodresten zijn verzameld, Jezus stuurt zijn leerlingen naar de overkant. Vooraleer hij nakomt gaat hij op de berg in afzondering bidden.
Ondertussen krijgen de leerlingen met een storm te maken – tenminste zo is dit verhaal bij ons bekend…
Maar eigenlijk zegt Mattheus niets over een storm op zich. De boot wordt weliswaar geteisterd door tegenwind maar dát is niet wat de leerlingen bang maakt. Onder de leerlingen zijn immers ervaren vissers die het meer als hun broekzak kennen… De paniek waarvan sprake geldt de “geest” of het “spook” op het water – dáarom schreeuwen ze van angst…
Je zou van minder, … wat hebben ze al niet beleefd sinds Jezus vroeg om Hem te volgen…Wie is die man toch?
Jezus beantwoordt hun paniek: ‘Houd moed, ik ben het, wees niet bang’.
De volgorde is intrigerend. Eerst ‘houd moed’- de leerlingen toonden dus al moed en worden uitgenodigd die terug op te pakken en vast te houden.
Moed herkennen we bij de duizenden brandweerlieden die al weken ver boven hun kracht worden aangesproken.
Moed zien we bij de Gazanen die dagelijks creatief voor hun familie blijven zorgen ondanks mensonwaardige vergetelheid, aanhoudende dreiging van bommen en hitte.
‘Houd moed’ hoor je ook in het pleidooi voor moedige gemeenschappen van imam Kahlid Benhaddou. Niet in ‘safe places’ maar in ‘brave spaces’ groeit weerbaarheid en vertrouwen.
Dat is wat Jezus hier stimuleert: Houd moed.
Ik ben het’ laat de evangelist erop volgen – Voor de Joodse toehoorders rond Mattheus herinnert dit aan de naam JHWH, de gebiedende wijs van het werkwoord ‘zijn’: ik ben die er zal zijn, roep me maar wanneer nodig… Jezus stelt zichzelf garant als iemand die te vertrouwen is, iemand waarop je ten allen tijde -en vooral bij tegenwind- kan rekenen.
Tot slot: ‘Wees niet bang’ – ik ben geen spook, ik kom naar jullie toe. Ik ben reëler dan jullie angst. Er is een bodem onder alle ellende en lijden, een bodem die draagt, een traditie die vaste grond onder de voeten geeft, gegrondvest in de Grote Liefde die we leren kennen door die man van Nazareth. Bij die Grote Liefde ging Jezus zonet nog biddend herbronnen i op de berg.
‘Houd moed – ik ben het – wees niet bang’: Petrus lijkt de draagwijdte van die woorden te testen ‘Áls u het bent zeg me dan dat ik naar u toe moet komen’. Naar een spook zal hij niet gaan, maar stel dát het Jezus is… ‘Kom’ zegt Jezus. Petrus stapt uit, voelt tegenwind, vergeet Jezus’ bemoediging, wordt bang, begint te zinken en schreeuwt: Heer, red me!
Bedenk dat de toenmalige beleving en betekenis van ‘water’ vooral chaos, gevaar, dood en wanorde is. Mattheus doet hier geen verslag van een circusnummer maar beschrijft Jezus als iemand die letterlijk en figuurlijk boven de oerchaos staat. Jezus hoort bij JHWH-God uit het boek Genesis, JHWH die orde schiep in de oerchaos. ‘U bent werkelijk Gods Zoon’ zullen de leerlingen straks belijden -.
In Petrus’ schreeuw horen we het vertrouwen dat Jezus redt.
Jezus grijpt zijn hand: ‘Kleingelovige, waarom heb je getwijfeld?’
Klein-gelovige? Klinkt hier alsnog een verwijt, een slecht rapport voor vertrouwen?
We leerden toch met vallen en opstaan dat geloof en twijfel hand in hand gaan? Twijfel of je goed bezig bent is toch te verkiezen boven zelfgenoegzaamheid? Voor zo’n wandeling-over-water getuigt twijfel zelfs van gezonde realiteitszin. Toch?
Of zou dat ‘klein-gelovige’ een koosnaampje zijn dat Jezus voor Petrus voorbehoudt?
Mattheus heeft nl. een uitgesproken voorkeur voor wat klein of onbeduidend is. Bij uitstek is hij de evangelist die het Rijk Gods ziet gebeuren waar het kleine en onaanzienlijke voorop staat: de kinderen, het musje, het penningske,… Alleen in zijn evangelie buigen oosterse wijzen voor de pasgeboren Jezus, buigt het grote voor het kleine.
Misschien klinkt dus in de roepnaam ‘kleingelovige’ geen verwijt maar een liefkozende aanspreking. Én in dezelfde beweging mogen ook wij ons aangesproken en bemoedigd weten. Als dat geen Goed Nieuws is.
Mattheus kent de Tora als geen ander. Hij ziet Jezus als de nieuwe Mozes, als de vervuller van de traditiebeloften. Het mag dus niet verbazen dat de moed en het vertrouwen van dit zondag-evangelie ook in het Lied van Mozes klinken: “Zoals een arend zijn nest beschermt en boven zijn jongen zweeft, zo spreidde de Heer zijn vleugels uit en droeg zijn volk op zijn wieken” lezen we daar.
Zingend willen we ons aan dat Goede Nieuws toevertrouwen.
Lied : Die mij droeg op adelaarsvleugels (Dt 32,11)
Die mij droeg op adelaarsvleugels
die mij hebt geworpen in de ruimte
en als ik krijsend viel
mij ondervangen met uw wieken
en weer opgegooid
totdat ik vliegen kon
op eigen kracht
T: Huub Oosterhuis M: Bernard Huijbers
2
Lisamaria Meirowsky
Bij de viering van Dominicus, stichter van de Dominicanen, vertellen we graag het leven van iemand die door hem geïnspireerd is. Dit jaar kozen we voor een onbekende jonge vrouw die in juni een Struikelsteen kreeg en lekendominicaan was. Er is niet veel bekend over haar leven. Ze was één van de vele mensen die op jonge leeftijd verdween in de rook van de concentratiekampen. Ze wordt herinnerd om de manier waarop ze haar lot onder ogen zag en dit uitschreef in een brief aan haar biechtvader.
Lisamaria Meirowsky werd in 1904 geboren in een niet-praktiserend joods gezin in Polen. Het gezin verhuisde naar Duitsland, waar vader Emil werkte als dermatoloog. Lisamaria studeerde in 1923 medicijnen.
Na haar promotie begin 1933 werd zij ernstig ziek. Later dat jaar, op 15 oktober (feestdag van Teresa van Avila), liet zij zich dopen.
Ze ging naar Rome, promoveerde daar opnieuw en leerde de Duitse Dominicaan Franziskus Stratmann kennen, gevlucht vanwege zijn kritiek op de nazi’s. Hij werd haar geestelijk begeleider en hoopte samen met haar een nieuwe congregatie te stichten. In het klooster bij Santa Sabina waarin Dominicus woonde, trad Lisamaria in 1935 in als Lekendominicaan. Omdat de nieuwe congregatie niet van de grond kwam, vertrok ze in 1938 naar Nederland om het katholieke comité voor gevluchte (katholieke) joden te helpen.
Later zocht Lisamaria haar toevlucht bij de Trappistinnen in Berkel-Enschot waar ook Edith en Rosa Stein verbleven. Ze woonde en werkte in het poortgebouw als zuster portier en arts. Het lijkt dat ze niet ondergedoken leefde.
Eind juli 1942 lieten de Nederlandse bisschoppen tijdens de Mis een brief voorlezen waarin zij protest aantekenden tegen de vervolging van de Joden door de Duitse bezetter. Bij wijze van wraak werden op 2 augustus honderden katholieken van Joodse komaf door de bezetter opgepakt, ook Lisamaria, Edith en Rosa Stein. Via kamp Amersfoort en Westerbork werden zij op 7 augustus op transport gesteld naar Auschwitz, waar zij kort na aankomst werden vermoord.
Toen zij hoorde dat ze op transport moest schreef Lisamaria een brief aan haar vroegere biechtvader in Utrecht. Daarin schreef ze dat ze ‘vol vertrouwen was, zich overgaf aan Gods wil en haar arrestatie als een offer beschouwde.’ Het zijn woorden uit een andere tijd. Misschien zou ze vandaag schrijven dat ze vertrouwen had in Jezus die ze volgde, moedig haar lot niet uit de weg ging? Dat ze niet vluchtte maar solidair was met de medezusters?
Het roept bij mij gelijkenis op met woorden van Etty Hillesum: het samengaan van moed en vertrouwen in God. De angst in de ogen kijken en de woelige golven van het leven trotseren.
Het aartsbisdom Keulen riep in 2014 Lisamaria uit tot martelares voor het geloof. In mei dat jaar werd voor haar ouderlijk huis in het trottoir een zogenaamde Stolperstein (Struikelsteen) gelegd. Ook op het terrein van het voormalige trappistinnenklooster Koningsoord in Berkel-Enschot werd dit jaar op 29 juni een struikelsteen voor Lisamaria Meirowsky gelegd. Een jonge vrouw van wie we weinig weten, maar wiens naam genoemd wordt, die niet naamloos verdwijnt in de plooien van de geschiedenis.
Deze struikelstenen zijn een project van de Duitse kunstenaar Gunter Demnig ter herinnering aan slachtoffers van het nazisme. Sinds 2000 zijn er in Europa al meer dan 116.000 geplaatst op plekken waar slachtoffers van het naziregime geleefd hebben.
Een klein messing plaatje in de stoep houdt hun gedachtenis levend. De struikelstenen zijn zowel een eerbewijs aan wie vermoord werden om wie zij waren, als een les voor de overlevenden van nu. Ook in Gent vind je verschillende struikelstenen.
Struikelstenen worden geplaatst om te herinneren. Wat doen wij met deze herinneringen? Waartoe inspireren ze ons? Brengen ze iets in beweging?
Hoe gaan we om met de gebeurtenissen die we om ons heen zien? De hete zomer en de vele branden? De hitte die veel zwaarder is voor kwetsbare mensen.
Hoe beleven we de toenemende vermarkting van de aarde en de hele wereld, de zorg, het onderwijs, …. Hoe gaan we om met de invloed van het grote geld en sociale media op de politiek, op de jongeren, op ons?
Het houdt ons deze zomer meer dan ooit bezig. Wat kunnen we nog meer doen om een transformatie te ondersteunen? Waar kunnen we mee verschil maken?
Vandaag beluisteren we woorden van Jezus: ‘houd moed, ik ben er, wees niet bang’. De storm die woedt komt uit vele hoeken, en is beangstigend. Maar we zijn niet alleen. We beluisteren en inspireren elkaar in onze vieringen die veilige maar vooral ook moedige bijeenkomsten willen zijn. We herinneren dat elke kleine druppel klein is, maar dat vele druppels iets kunnen teweegbrengen.
We bewonen de aarde, om te zijn elkaar tot zegen, om te gaan een weg van dagen, liefdes weg, die ooit zal leiden naar een menselijk bestaan.
Lied : Dat ik aarde zou bewonen
Dat ik aarde zou bewonen,
niet op vleugels als een arend,
niet in schemer als een nachtuil,
niet kortstondig als een bloem
niet op vinnen onder water,
niet gejaagd en niet de jager,
niet op hoeven, niet met klauwen,
maar op voeten twee`
om de verte te belopen,
om de horizon te halen –
en met handen die wat kunnen: kappen,
ruimen, zaaien, oogsten;
met een neus vol levensadem,
met een buik vol van begeren,
met een hoofd niet in de wolken,
wel geheven naar de zon
om te overzien die aarde,
haar te hoeden als een kudde,
haar te dienen als een akker
en te noemen bij haar naam.
Dat ik ben, niet meer of minder,
dan een mens, een kind van mensen,
een van velen, een met allen,
groot en nietig, weerloos vrij
om te zijn elkaar tot zegen,
om te gaan een weg van dagen,
liefdes weg, die ooit zal leiden
naar een menselijk bestaan.
T. Huub Oosterhuis – M. Tom Löwenthal
TAFELDIENST
Rond deze tafel weten we ons verbonden met allen die ons in de dood zijn voorgegaan en met allen die waar ook ter wereld Jezus’ inspiratie opzoeken en zijn werk verder zetten, hopend en vertrouwend dat deze aarde ooit een goede plek voor allen mag zijn.
Rond deze tafel brengen we biddend en dankend Jezus zelf in herinnering.
We doen dat met het tafelgebed “Gij die de stomgeslagen mond verstaat”
Gij die de stomgeslagen mond verstaat
van alle stervelingen die wij zijn,
wij roepen U de naam toe van een mens,
Jezus, de zoon der mensen Uw geliefde.
Nooit sprak een mens als hij,
in hem verstonden wij uw bestaan
de zin van ons bestaan.
Hij is Uw woord geweest,
hij heeft volbracht alle gerechtigheid,
een mens voor allen.
Om zijnentwil zie ons, dit uur bijeen.
Zie alle stervelingen van de wereld,
waar onze doden zijn, verkoold, verwaaid,
vragen wij U hebt Gij hen nog gezien?
Waarom genadeloos vernietigd worden,
de armsten van de wereld, uw geliefden;
waarom wij die met weinigen bezitten
wat allen toebehoort, uw woord niet doen,
geen wereld maken die in vrede is,
een nieuwe orde van gerechtigheid.
Gij die ons hebt gezegd wat leven is:
te doen wat goed is, recht, elkaar bevrijden.
Die laatste avond met zijn vrienden aan tafel zegende Jezus het brood, brak en deelde het met de woorden: Neem en eet hiervan gij allen, dit is mijn lichaam, aan u gegeven – moge het levend brood zijn in uw dagelijks leven;
Na de maaltijd nam hij ook de beker met wijn, zegende die en gaf hem rond: ‘Neem en drink hiervan gij allen, dit ben ikzelf aan u gegeven. Blijf dit doen om mij te gedenken’.
Gij die dit woord ons ingegeven hebt,
een bron van kracht en moed en zeker weten,
Gij die het licht in ons geschapen hebt:
dat niet de duisternis ons overmeestert.
Dat niet het laatste woord is aan de dood,
Gij die tot hier ons vasthoudt in het leven,
Gij die ons afgestemd hebt op uw stem,
Gij die ons hebt geschapen naar U toe,
Gij die ons zocht, nog voor wij om U riepen,
Gij die gezegd hebt dat Gij ons zult vinden,
wij roepen U de naam toe van uw mens,
Israël, deze aarde uw geliefde.
T: Huub Oosterhuis M: Antoine Oomen
Onze Vader
Vredeswens:
Wensen we elkaar vrede: een nieuwe orde van gerechtigheid,
doen wat goed is, recht, elkaar bevrijden
ZENDING
Vorige maand verscheen de Duitse film “23.000 levens” naar het waargebeurd initiatief van een groep jonge Berlijners die in 2015 niet langer toekijkt hoe vluchtelingen op zee omkomen maar besluit in actie te komen. Zonder ervaring, maar gedreven door idealisme en moed, kopen ze via crowdfunding een oud schip voor 150 personen en varen ze de Middellandse Zee op om levens te redden.
Ook al maakt de film geen enkele allusie op een christelijke traditie, het is niet moeilijk om te begrijpen waarom theoloog en zorgpastor Stijn Van Den Bossche linken ziet met het evangelie van vandaag :
In die jongeren herkent hij Petrus die Jezus hoort roepen ‘Kom’. De 20-jarige initiatiefnemer onderbreekt zijn studies, vindt sponsoring en samen met vrienden redt hij 23.000 mensen van verdrinkingsdood op de Middellandse Zee.
Hij slaagt er in ‘over water te wandelen’ schrijft Van Den Bossche.
De scène waarin ze honderden mensen redden van een zinkende boot is voor hem een prachtig hedendaags beeld van Jezus die over het water naar drenkelingen toe komt en hen de hand reikt.
Maar net als Petrus beginnen ook de jongeren te zinken. Ze kennen veel problemen, o.m. de agressieve Libische kustwacht die het schip boycot, maar vooral de Europese unie die de jongeren beschuldigt van hulp aan mensensmokkelaars. Er komt zelfs een proces. Pas jaren later worden de jongeren volledig vrijgesproken en wordt hun activiteit erkend als een humanitaire daad.
Stijn besluit: “Deze jongeren zijn ‘sacrament’ geweest, werkzaam teken, van Jezus die ons redt van de dood. Zij nemen mijn en uw onmacht niet weg, maar laten wij minstens bidden dat Jezus ons armzalige beetje brood vermenigvuldigt voor de grote noden van de wereld. En als we in ons leven een ‘Kom’ horen van Jezus, vaak in het kleine alledaagse en soms in het buitengewone, dat we dan durven vertrouwen -zoals Petrus- dat Jezus ons bij de hand wil nemen, ons opricht en ons op missie zendt.”
Lied : Uittochtlied
Alsof de richting ons werd ingeschapen
gaan wij, de onbegonnen lange weg.
Een harde dienst is van ons afgenomen.
Vrijheid van spreken is ons aangezegd.
Alsof de richting ons werd ingeschapen
gaan wij, de onbegonnen lange weg.
Een harde dienst is van ons afgenomen.
Vrijheid van spreken is ons aangezegd.
Sprekend alleen zullen wij op Hem lijken
die sprak: Het worde licht, Ik zal er zijn.
Nog eeuwen en wij zullen woorden vinden,
nieuwe zonsopgang boven de woestijn.
Er zal een land zijn uit de zee gespaard.
Er zullen mensen zijn, uit ons geboren.
De grond zal nog de grond zijn,
het gezaaide zal sterven
en ontbloeien. Het wordt zomer.
En het wordt winter. En de afgrond daalt
over de aarde, diepe zee van eeuwen
waarin wij weg zijn. En weer zullen slaven,
uit ons geboren om bevrijding schreeuwen.
En weer zullen slaven,
uit ons geboren om bevrijding schreeuwen.
T: Huub Oosterhuis M: Antoine Oomen

