VIERING VAN 1 NOVEMBER: DE DOOD IS NIET HET LAATSTE…

Dominicus Gent

 Viering 1 november 2023

De dood is niet het laatste…
 

Beste vrienden, hier of achter de schermen, bijzonder welkom op de viering van Allerheiligen en Allerzielen. We komen vandaag samen om hen te gedenken die ons zoveel hebben gegeven en niet meer onder ons zijn. Op dagen zoals deze wordt het gemis scherper aangevoeld en is het goed om samen te komen, om verdriet te delen, om ons te laten dragen door elkaar, door tekens te stellen, door samen te bidden en te zingen, door samen stil te zijn.
Laten we de Paaskaars aansteken als teken van onze verbondenheid met Jezus van Nazareth. We verwelkomen in ons midden De Levende. Hij, het Licht dat ons doet zien en ons warm houdt en verbindt ook over de dood heen.

Luisteren we nu naar een gedicht van Kris Gelaude: ”Waar zal je zijn?”

Waar zal je zijn?
In het geheim van de sterren
waar we samen naar kijken
of misschien in het lied van de wind?

En als het lente wordt
in die kwetsbare tint,
van een kortstondige bloesem?

Wij zullen je,
net als voorheen,
bij je naam blijven noemen.
Alleen wat zachter misschien.

Maar geef een teken.
Knipoog of leg een hand
op een schouder,
wanneer je een ogenblik
met ons meeloopt.

Zo ver kan je nooit van ons weggaan
dat er van jou niets zou zijn.
Want dood is niet het laatste.
De liefde is sterker.

Maar weet je,
ze geeft soms ook zoveel verdriet.

 

De dood is niet het laatste. Laten we daarom zingen:  

Blijf geborgen in je naam.
Wees als een mens gezegend.
Om wat je hebt gezegd, en om wat is verzwegen.
De rafels van je hart omdat je bent gesleten.
Om je wezen zwak en strek, leven is een mensenwerk.

Blijf geborgen in je naam.
Wees als een mens gezegend.
Om wat je hebt gedaan, om wat is nagelaten.
Wat soms is misgegaan, de scherven die je maakte.
On vermijdelijke pijn voor wie mensen moeten zijn.

Blijf geborgen in je naam.
Wees als een mens gezegend.
Om je vasthoudendheid, om angsten in het donker.
De pijnen in je lijf, en je geloof in morgen.
Wisselvallig is het tij voor wie mensen kunnen zijn.

Blijf geborgen in je naam.
Wees als een mens gezegend.
Om wie je hebt getroost, gedragen in gedachten.
Je liefde en je hoop de keren dat je lachte.
Alle zegeningen en heil van wie mensen mogen zijn.

Blijf geborgen in je naam.
Wees als een mens gezegend.
Om heel je reisverhaal met alle mensenfouten.
Om vriendschap en begrip en ongeschokt vertrouwen.
Om het leren mettertijd van de naam “Ik zal er zijn”.

Blijf geborgen in je naam.
Wees als een mens gezegend.

T. Conny Luijpers M. Riet Carpay

 

Psalm 127
(psalmbewerking door Guido Vanhercke

In de zonen en dochters
werken de armen
van vaders en moeders.

Het huis is gebouwd
door handen die
er niet meer zijn.

Zovelen dragen we mee
in onze rug, in onze stem
zovelen dromen in ons.

Zo oud is de blik van mensen.
Elk kind leert stappen
waar anderen gingen
en loopt verder

elk woord heeft leren zingen
van duizenden stemmen
die zwijgen en luisteren, hoe lang al,
naar die ene stem.

 

De dood is niet het laatste: het is met een dubbel gevoel dat ik dit zeg. Enerzijds is er de realiteit: wie we uit handen moesten geven, komen nooit meer terug. We zullen nooit meer samen lachen, spreken, eten, van gedachten wisselen: dat is definitief voorbij. Zelfs herinneringen – bv aan hun stem, hun handen- kan een stukje wegdeemsteren in de loop der jaren. Loslaten is en blijft steeds een moeilijk iets. En aangezien we nooit een onomstotelijk bewijs krijgen dat er na dit leven nog een ander leven is, kan het geloof dat onze doden ergens voortleven onderhevig zijn aan twijfel. Of ze echt voortbestaan in een andere dimensie of niet blijft een geloofszaak, een intuïtie maar geen zeker weten.

Tegelijkertijd zijn er dagen als deze, waar we ons expliciet verbonden weten met hen die we graag zagen. Ze zijn ons dan zo nabij.
Daar gaat troost van uit en voelen we ons dankbaar voor wat we van hen kregen. Want het rare is, dat het gemis van wie ons lief was, net maakt dat we met hen verbonden blijven. Wie ons dierbaar was, laat sporen in ons na waarvoor we dankbaar zijn, we koesteren de warme herinneringen aan wie ze waren, de liefde en de zorg die ze ons gaven, het gevoel van er te mogen zijn, van geliefd te zijn. En dat wij op onze beurt hen mochten liefhebben.

Want in de zonen en dochters werken de armen van de vaders en moeders: we kregen zoveel mee van onze ouders: niet alleen gaven ze elk de helft van hun DNA aan ons door (als ik naar mijn broer, zijn oudste zoon en mijn jongste zoon kijk zie ik zo mijn vader terug), maar ook gaven ze ons waarden door, een manier om in het leven te staan, en grote en kleine gebaren waarmee ze dingen deden. Die zie je dikwijls in jezelf en in je kinderen of kleinkinderen terug. Als tiener zette ik me een stuk af tegen de opvoeding van mijn ouders (ik zou dat nooit zo of zo doen) terwijl ik, als ouder wordende ouder, nu zie dat ik sommige dingen ongeveer hetzelfde deed.
Mijn ouders maakten mij dus voor een groot stuk tot wie ik nu ben.

Zovelen dragen we in onze rug, in onze stem, zovelen dromen in ons.
En zo vormen we, in de loop van de geschiedenis, een ketting van mensen waarin we dingen doorgeven, en blijven onze voorouders een stukje in ons voortleven.
Maar er zijn nog veel mensen die ons gevormd hebben: we kregen het leven door van leerkrachten, vrienden, soms van toevallige passanten. Zij gaven ons iets mee van henzelf, raakten ons in iets dat belangrijk was voor ons. Wat voor ons ook van waarde is nemen we mee in ons leven. En zo zijn we met hen verbonden in hun en onze dromen.

Elk kind leert stappen waar anderen gingen en loopt verder.
We nemen hun dromen mee, maar we proberen ze op onze eigen manier te verwezenlijken; we gaan op hun pad verder, maar met een eigen dynamiek. We zingen ons eigen lied, geïnspireerd op het hunne. Dat lied , ons lied, is een tussenschakel tussen verleden en toekomst. Want elk woord heeft leren zingen van duizenden stemmen die zwijgen en luisteren. Want ook wij geven leven door op een of andere manier.

Als we hier samen zijn in deze viering, dan zijn we ook verbonden met Iemand die reeds vele jaren gestorven is, maar met wie wij ons nog steeds verbonden weten. Omdat Hij ons een boodschap van vertrouwen en een weg om te leven heeft getoond, die ons boeit, ons aanspreekt, ons uitdaagt. Omdat we door de eeuwen heen verbonden zijn met mensen die, elk op hun manier geprobeerd hebben deze levenshouding, dit geloof gestalte te geven in hun eigen leven. Elk van hen zong zijn eigen interpretatie, maar al die stemmen zingen nog voort in ons, met tussenpozen van stilte, om te luisteren, om weer verbonden te worden met die ene Stem. De Stem die diep in ons binnenste woont en ons verbindt met wat groter is dan onszelf, die ons verbindt met wat we niet kunnen benoemen.

We zingen onze hoop en vertrouwen dat onze geliefden op een of andere manier voortleven uitzingen in het lied: Vrienden die zijn overleden

Vrienden die zijn overleden,
al wie ons zijn voorgegaan,
vouw ze samen in de vrede
van uw ene naam.

Laat ze niet tot niets bevriezen
in de ijskou van voorbij,
laat hun namen nieuw geschieden
aan uw overzij.

Allen die zo, zonder adem
biddende zijn voorgegaan,
bind ze samen in het amen
van uw vaste naam.

T;Willem Barnard M. Willem Vogel

 

Ritueel met de stenen

Jaren terug zijn we er mee begonnen, de naam van een overledene uit onze gemeenschap op een steen te schrijven en in de schaal met het doopwater te leggen. Elke zondag bij de tafeldienst steken we met het licht van de Paaskaars de drijfkaarsjes aan die in de schaal tussen de stenen liggen. We lieten ons hiervoor inspireren door het joodse gebruik om bij het bezoek aan een graf een steentje achter te laten.
We gedenken vandaag de namen van allen die ons in hoop en vertrouwen zijn voor gegaan. Mensen die in de voorbije jaren in de KUC- en Dominicusgemeenschap korte of langere tijd onze bondgenoten zijn geweest en niet meer onder ons zijn. Ook de namen van onze geliefden willen we hier en nu aan de vergetelheid onttrekken. Mag ik vragen de namen van de overleden geliefden, die je wil gedenken, vooraan te noemen en dan de steen neer te leggen…..Ik leg nu een steen neer voor de talloze onbekende en vergeten doden. En ook een steen voor hen die levend dood zijn. Al die familieleden van onschuldige oorlogsslachtoffers die moeten leven met een onooglijk groot verdriet.

Laten we voor hen zingend bidden; “dit ene weten wij, en aan dit een houden we ons vast in de duistere uren: er is een Woord dat eeuwiglijk zal duren. En wie ’t verstaat die is niet meer allen. “

 

 
Inleiding Tafelgebed  

We kunnen aan tafel gaan. De tafel van herinnering, van verbondenheid. Verbonden met allen die hier met ons meevieren, én met de mensen uit onze gemeenschap die er vandaag niet bij kunnen zijn.
Vandaag zijn we vooral verbonden met allen die ons voorgingen in dit leven, die ons lief waren en blijven, en die we daarnet speciaal in herinnering brachten.
We voelen ons ook verbonden met allen, waar ook ter wereld, die vandaag hun lieve doden gedenken.
Toen Jezus van Nazareth voorgoed uit het leven van de leerlingen verdwenen was, bleven ze achter met de ons zo herkenbare gevoelens van verlies, verloren zijn, pijn, gemis. Aan de tafel, waar ze herinneringen ophaalden aan wie Hij was en wat Hij deed, vonden ze Hem terug in de eenvoudige gebaren van brood breken, wijn delen. Door deze gebaren te herhalen brachten ze Hem telkens in herinnering, voelden ze zich met Hem verbonden, ging Zijn leven verder door in wat zij deden.
In deze verbondenheid door generaties leerlingen doorgegeven en beleefd willen wij vandaag opnieuw brood breken en wijn delen.

Zingen we het tafelgebed: Gezegend de onzienlijke

Gezegend de onzienlijke Gezegend de verborgene
Gezegend de levende
Dag liefde die dorstig maakt Licht dat ziende maakt.
Gezegend mensen die goed zijn De hand die niet slaat
De mond die niet verraadt De vriend die zijn vriend niet verloochent.

Gezegend zij de vrouw voor de man En de man voor de vrouw
En oud voor jong en sterk voor zwak.
Gezegend is de nieuwe mens Voorbij de dood
Die in ons zucht en kreunt Die in ons leeft
Jezus Messias.
Die zich gegeven heeft Zich nemen laat
Die wordt gebroken
Uitgedeeld van hand tot hand Als brood gegeten.
Gezegend wie door angst gelouterd Aan de dood voorbij
Leven in licht Opnieuw geboren.

Gezegend de onzienlijke Gezegend de verborgene
Gezegend de levende Dag liefde die dorstig maakt
Licht dat ziende maakt.

Tekst: Huub Oosterhuis Muziek: Bernard Huijbers

 

 Onze Vader

 Communie

 Vredeswens  

We brachten in herinnering dat we niet voor niets leven, dat we geroepen zijn om te leren liefhebben met hart en ziel, met huid en haar, om zo in vrede met elkaar te aarde bewoonbaar te houden.
Wensen we elkaar, in herinnering aan onze geliefde doden, die vrede toe.

 Afsluitende tekst  

Sta op.
Wis droefenis en twijfel
uit je ogen.
Doe als de bloemen,
als de bomen
en omhels het licht,
dat alles naar zich toetrekt.
Want leven,
in zijn diepste, goddelijke kern,
blijft onaantastbaar.
Het gaat de dood voorbij.
Het wacht slechts op voltooiing.
Grafstenen kunnen weggerold.
En mensen in hun kwetsbaarheid
toch boven vrees en vragen uitgetild.
De leegte is niet leeg.
Zij is geladen
met een nieuw begin.
De woorden die bezonken
zullen spreken,
omwille van die Ene.
Onze weg.
Wij zullen zeggen:
‘Hij is het. Zie, Hij leeft!’

Kris Gelaude

 

 Lied: Zegen

De Levende zegene en behoede u,
De Levende doe zijn aangezicht over u lichten,
en zij u genadig.
De Levende verheffe zijn aangezicht over u,
en geve u vrede.

Zegene en behoed ons,
doe lichten over ons uw aangezicht,
en wees ons genadig.

Zegene en behoed ons,
doe lichten over ons uw aangezicht,
en geef ons vrede.

T. Numeri 6, 24-26 M. Gert Bremer