VIERING : HERSCHOLEN IN WIJSHEID

Dominicus Gent

Viering van zondag 21 september 2025

Herscholen in wijsheid

 

Goedemorgen en welkom aan iedereen hier in deze kerk en aan wie via Zoom met ons meeviert, thuis of waar dan ook.
Dit is de laatste viering in een reeks van drie waarin we stilstaan bij geloof en angst in onzekere tijden.
We laten ons vandaag daarvoor inspireren door twee boeken: een heel oud en een splinternieuw. Het thema “geloof en angst” is duidelijk van alle tijden.

Maar eerst willen we dit samenzijn stellen onder de aanwezigheid van de Ene.
We steken de Paaskaars aan en we bidden:

Bidden wij om aanwezigheid van de Ene in dit uur en in alle uren,
Bidden wij dat het licht ons op onze zoektocht mag leiden
Bidden wij om inzicht dat ons met nieuwe ogen doet kijken en uitzicht brengt,
Bidden wij om de onbevangenheid van een kind
Bidden we om zachtheid en een open geest
Bidden we dat dit kleine licht onze angst verdrijft en ons doet vertrouwen.
Bidden we dat dit licht het vuur van de hoop in ons brandend mag houden
Bidden we dat dit samenzijn gezegend moge zijn

En zingen we de viering open: 

Dit huis vol mensen weet Jij wie het zijn?
Ik mag het hopen.
Heb Jij ons geteld, ken Jij ons bij name?
Dan ben Je de enige.

(Huub Oosterhuis)

 

WOORDDIENST

1   

Op weg met Deuteronomium

 

Bij meerdere liederen van Oosterhuis staan onderaan bijbelreferenties.
Bij dit lied: vers 4 van hoofdstuk 6 in Deuteronomium, het 5de en laatste boek van de Tora (ook bekend als ‘de boeken van Mozes’ of ‘de joodse wet’).
Oosterhuis gaat in gesprek met de Ene: “zie Jij dit huis vol mensen, ken Jij ons bij naam en toenaam, dan ben Jij de Ene”.

‘s Ochtends en ’s avonds bidden gelovige joden dit sjema Israël: “Hoor Israël- JHWH is onze God, JHWH is een”. De dagelijkse dialoog begint met luisteren naar de stem van JHWH die ons begripsvermogen overstijgt. Het is geen passief horen, wel proberen begrijpen en in daden omzetten van de oproep-tot-verantwoordelijkheid die JHWH is.

We zingen straks nog liederen uit Deuteronomium, het boek dat in het Hebreeuws Devariem heet. Die naam verwijst naar het beginvers ‘dit zijn de woorden die Mozes sprak aan de overkant van de Jordaan’. Devariem, het meervoud van dabar, betekent zowel woord als daad of handelen.

—We maken nu eerst een uitstapje in de tijd —

Ruim 20 jaar geleden startte in de benedenzaal van het KUC in de Kortrijksepoortstraat een zondagviering met een grote lege bokaal op tafel. We legden er enkele mooie grote keien in die net niet boven de rand uitstaken en vroegen of de bokaal vol was. De aanwezigen knikten. Toen goten we een zak met grove kiezels over het geheel. Die vulden de grote gaten tussen de keien tot de rand van de bokaal. Opnieuw de vraag of de kom nu vol was. Alweer knikte men… zij het iets aarzelender want iemand bukte zich …. en tilde een verborgen gehouden zak op met fijn zand en dat vulde de holtes tussen de grote en kleine stenen. Niemand durfde nog affirmatief te antwoorden op de vraag of de bokaal nu gevuld was… Terecht, want -nee- er kon nog een kan water bij…
De volgorde bij deze demonstratie is cruciaal: als je die grote keien er niet bij aanvang in legt krijg je ze er niet meer in. De modder en aangekoekte kiezels laten niet toe om nog grote keien bij te duwen.
Je tijd, je leven kan zo gevuld worden door het modderachtige dagelijkse dat het belangrijke geen plaats meer heeft.

Dit beeld kan ons dienstbaar zijn om het boek Deuteronomium te begrijpen.

Het volk staat letterlijk en figuurlijk op de drempel tussen 40 jaar woestijn en een onbekende toekomst in het onbekende Kanaän. Angst en onzekerheid troef bij zo’n moment en plaats. Angst mag dan vaak een rem zijn, het kan ook een motor zijn om het onbekende tegemoet te gaan. Mozes herinnert daarom aan het Verbond, aan de 10 woorden die ze in de woestijn ontvingen en met zich meedragen in de ark. Die ‘woorden’ ziet Mozes als motor voor de opbouw van de ideale samenleving aan de overkant.

Alles begint met kiezen, bewust kiezen, met hart en ziel. Welke keien leggen we eerst in de bokaal van de nieuwe samenleving? Kies voor JHWH als steen, hoeksteen van het samenleven. Zo’n spirituele keuze is tegelijk een heel praktische keuze omdat het hart zich opent voor verantwoordelijkheid. Mozes schetst hoe uit de keuze voor JHWH automatisch goedheid, eerlijkheid, rechtvaardigheid vloeien en hoe zo een ideale samenleving ontstaat. Tot in de details van het dagelijks leven lezen we hoe dat ideaal, dat Verbond, belichaamd moet worden.

We luisteren naar enkele zinnen uit Deuteronomium – enkele van de 613 geboden- de kiezelstenen zeg maar die de grote keien van het Verbond omhelzen:

10, 17-19: JHWH ziet niemand naar de ogen en neemt geen geschenken aan. Hij doet recht aan wees en weduwe en heeft de vreemdeling lief door hem brood en kleding te geven. Gij zult de vreemdeling liefhebben want zelf zijt gij vreemdelingen geweest in Egypte.
15, 1-11: aan het eind van zeven jaar zul jij kwijtschelding van schulden bewerken. In je midden zullen geen behoeftigen zijn want zegenen en weer zegenen zal hij jou, JHWH, maar dat zal hij alleen als je hoort en weer hoort naar de stem van JHWH, jouw God en heel deze opdracht die ik jou heden opdraag bewaart en volbrengt.
15: 12-18: Als een naaste aan jou verkocht wordt, een Hebreeuwse man of vrouw, zal hij jou zes jaar dienen. In het zevende jaar zul jij hem laten gaan in vrijheid, weg van jou. Als je hem laat gaan in vrijheid, weg van jou, zul jij hem niet met lege handen laten gaan, geef hem ruimhartig, een deel van je schapen, je graanoogst en je wijnoogst zul je hem geven. Jij zult gedenken dat jij slaaf was in Egypte en dat JHWH, jouw God, jou heeft vrijgekocht
22,1-4 wanneer je ziet dat de os van je broeder of zijn schaap zijn afgedwaald, dan zul jij daar je ogen niet voor sluiten, je zult ze terugbrengen naar je broeder. En als je broeder niet dicht bij jou woont en je kent hem niet, dan zul jij ze binnen in jouw huis halen en ze zullen bij jou verblijven totdat je broeder ze zoekt, en dan breng je ze naar hem terug.
Zo zul je ook doen met zijn ezel, zo zul jij ook doen met zijn kleren, zo zul jij doen met alles wat jouw broeder verloren heeft als je ze vindt.
Je zult niet wegkijken, jij zult de ezel van je broeder of zijn os niet zien vallen op de weg en daarvan wegkijken, jij zult ze oprichten samen met je broeder.
24: 14-15: Pers hem niet af, een dagloner, een arme, een behoeftige uit het midden van jouw broeders of uit de vreemdelingen in jouw land, binnen jouw poorten. Betaal aan hen hun loon op de dag zelf, laat de zon daarover niet ondergaan want zij zijn arm, hun levensadem hunkert naar hun loon
24, 19-21: als jij je oogst van je veld hebt binnengehaald en een volle schoof op het veld vergeten bent, keer dan niet terug om die te halen, die zal voor de vreemdeling, voor de wees en de weduwe zijn.
Als je olijven van je takken afslaat, zul jij die niet later nog eens bij elkaar zoeken, ze zullen voor de vreemdeling, voor de wees en de weduwe zijn.
Als jij de druiven van je wijngaard plukt, zul jij dat niet later nog eens doen, ze zullen voor de vreemdeling, voor de wees en de weduwe zijn.
25: 13-16 jij zult in je buidel niet twee weegstenen hebben, een grote en een kleine. Jij zult in je huis niet twee maatbekers hebben, een grote en een kleine.
Een oprechte, betrouwbare weegsteen zul je hebben, een oprecht, betrouwbare maatbeker zul je hebben

Zo gaat het hoofdstuk na hoofdstuk door. Mozes wil dat dit hoge ideaal binnendringt in het geweten van de Israëlieten, dat ze er dagelijks met hart en ziel aan meewerken, zich inspannen, zich iets ontzeggen, er niet meer over kunnen zwijgen…
Het fijne zand en het water in de bokaal – verankeren idealen aan concreet leven, ook wanneer nieuwe situaties zich aandienen.
Zulke devariem, zulke woorden, leveren het individu niet aan haar/zijn angsten over, maar verbinden mensen o.m. door afspraken die veiligheid garanderen en vertrouwen wekken. Iedereen -ook koningen en rechters- staan onder deze Devariem.
Op de drempel bemoedigt Mozes het volk zodat ze de angst voor een onbekende toekomst overwinnen.

Jonathan Sacks zaliger, opperrabbijn van Groot-Brittannië, wist als geen ander bijbelse wortels te verbinden met mensenrechten en een moderne democratische samenleving. In het huidig Israëlisch bewind zou Sacks niets herkennen van het ideaal dat Mozes voorhoudt.

Sacks wijst op vijf essentiële begrippen in Deuteronomium onmisbaar voor het project van een verbondssamenleving.

Vooreerst het luisteren waarover we het al hadden. Het Hebreeuws kent geen woord voor gehoorzamen, het gaat dus niet om het volgen van geboden op zich, wél om het luisteren naar JHWH, naar de innerlijke stem. Het gaat om een moreel luisteren én ernaar handelen.
Twee: liefhebben. Wie Deuteronomium leest ontdekt een hecht weefsel van liefde, loyaliteit en vrijheid tussen JHWH en alle mensen, ook en vooral met wie het moeilijk heeft: de vreemdeling, de wees en de weduwe.
Wie zo leeft zal danken en vreugde kennen, het derde begrip.
Herinneren is het volgende. De geschiedenis leert wat te doen staat: “we weten wat het is om gekweld te worden; daarom mogen we anderen niet kwellen”.
Het laatste begrip is: doorgeven van herinneringen. Vandaag zouden we zeggen: een goede voorouder zijn, JHWH’s weg voorhouden door rechtvaardig en vredevol te handelen.

Om ons deze devariem, deze woorden, eigen te maken en nooit te vergeten dat een samenleving van vrede, recht en geluk voor allen mogelijk is, kunnen we gebruik maken van kattenbelletjes, memo’s of het beeld van die bokaal met stenen – Gelovige joodse mannen binden gebedssnoeren om met de tekst van Sjema Israël op arm en voorhoofd; en de mezoeza op de deurstijlen is ook een memo om het verbond nooit te vergeten.

Ook met een lied kunnen JHWH’s woorden wortelen in ons hart. Laat ons dat doen

Deze woorden aan jou opgedragen
hier en heden prent ze in je hart,
berg ze in het binnenst van je ziel,
leer ze aan je kinderen. Herhaal ze,
thuis en onderweg, waar je ook bent
als je slapen gaat en als je opstaat
deze woorden aan jou toevertrouwd.

Bind ze als een teken aan je hand,
draag ze om je voorhoofd als een snoer
ter gedachtenis, vlak op je ogen.
Grif ze in de stijlen van je deur,
schrijf ze in de palmen van je hand.
Dat vermeerderen je levensdagen
en de jaren van je zoons en dochters.
Dat je bloeien zult en niet verwelken,
bomen aan de bron. Hoor Israël.

(Huub Oosterhuis)

 

2

De verbeelde toekomst van het Rijk Gods ‘belichamen’ door herscholing

 

In het boek Deuteronomium wordt beschreven hoe een gerechte samenleving naar JHWH’s idee er zou moeten uitzien. Zowel in de woestijn als op de lang gedroomde bestemming. De woestijn, een periode van grote onzekerheid en angst: gaan we het overleven, waarom duurt het afzien zo lang, waar leidt dit ons naartoe.

Het zijn vragen die ook ons bezighouden in deze onzekere en bijwijlen angstwekkende tijden: welke toekomst wacht ons, hoe zal de samenleving er over x aantal jaar uitzien, hoe zal het zijn voor onze kinderen en kleinkinderen. De tijden waarin alles duidelijk leek, eenvoudig georganiseerd en min of meer voorspelbaar was, lijken voorbij en een nieuw evenwicht, als dat er ooit komt, lijkt lang niet te bespeuren. Zoals de marxistische Italiaanse denker Gramsci ooit schreef: “De oude wereld sterft, de nieuwe is nog niet geboren: nu is het de tijd van de monsters.

Khalid Benhaddou, de Gentse islamtheoloog en denker, schreef dit jaar in die optiek een essay waarin hij een interessante oefening maakt in het vinden van denkpistes voor een samenleving die moet omgaan met de monsters van deze tijd en de onrust die ze veroorzaken. Dat vraagt om studie naar wat onze samenleving beïnvloedt en om herscholing van ons denken en doen. We zitten nu toch in het begin van het schooljaar en op de drempel van het nieuwe academiejaar, het ideale moment voor scholing en herscholing.

Benhaddou noemt vijf monsters en laat ons lied “Om herscholing” nu net ook vijf strofes hebben… we zullen de monsters dus af en toe het zwijgen opleggen met ons liefelijk gekweel. Hou misschien het lied al klaar, ik geef wel aan welke strofes we wanneer zullen zingen. We beginnen alvast nu al met de eerste strofe.

Om herscholing in wijsheid bidden wij,
om kennis die tot leven strekt,
om vaardigheid tot vrede
en bekwaamheid tot bevrijding.

Daarom bidden wij om een nieuw gevoel voor taal
in het luisteren naar verdrukten en minderheden.
Dat wij een scherp gehoor ontwikkelen voor de taal
van profeten en bevrijders.
Dat wij diep geraakt en wezenlijk veranderd worden
door de noodroep van de machtelozen,
door het stil protest van alle sprakelozen.

(Jan van Opbergen)

Het eerste monster dat Benhaddou beschrijft, is dat van de versplintering. We zien de samenleving uiteenvallen in bubbels van gelijkgestemden, waardoor het gedeelde verhaal verdwijnt. Die groepen van gelijkgezinden voelen veilig aan, het zijn “safe spaces”, veilige ruimtes waarin je zonder angst je gedachten mag uiten. De systemen achter onze sociale media versterken dat fenomeen nog: ze zorgen ervoor dat we bevestigd worden in onze overtuigingen zodat we langer aan boord blijven. Maar het leidt tot een wij en zij-denken.
Daarom is nood aan een nieuwe taal die we volgens Benhaddou kunnen ontwikkelen in “brave spaces”, moedige ruimtes. Ik zag de term al opgepikt worden deze week in het journaal. Het zijn bewust gecreëerde omgevingen waarin mensen met verschillende wereldbeelden elkaar ontmoeten, zonder schrik voor confrontatie. Ook onderwijs kan hierin een rol spelen door kinderen en jongeren te leren omgaan met ongemak en verschil. Die dialoog is essentieel om verbondenheid en begrip te kweken, maar het vraagt moed om de eigen waarheden in vraag te durven stellen. Is dat niet wat ook Jezus deed: niet met gelijkgezinden, maar met andersdenkenden aan tafel gaan? En was ook de Ruimte-groep niet zo’n voorbeeld waarin dominicaan Guus Snijkers in gesprek ging met andersdenkenden als Leo Apostel. En misschien is de interlevensbeschouwelijke werkgroep waaraan we deelnemen ook wel zo’n moedige ruimte.

Een tweede monster is dat van het terugplooien op het ik, waarbij de nadruk op individuele vrijheid leidt tot isolatie en verlies van gemeenschap. Wanneer het individuele belang als hoogste goed wordt vooropgesteld, dan worden concurrentie en competitie logische gevolgen. Dan wint alleen een kleine minderheid. Het antigif voor dat monster vinden we in kleine en grotere gemeenschapsprojecten waarin mensen onbetaald vrijwilligerswerk doen. Die projecten versterken betrokkenheid. Ze bestaan in vele vormen: jeugdbewegingen, buurtcentra, gemeenschapstuinen, culturele evenementen, ja zelfs religieus geïnspireerde groepen. Dat weefsel staat onder druk, maar toch blijven nieuwe initiatieven ontstaan. Sociale media kunnen daarbij dan weer wel een rol van betekenis spelen wanneer ze de fysieke groepen ondersteunen. Belangrijk daarbij is dat we mensen op alle niveaus van de sociale ladder kunnen bereiken, dat de drempels voor meedoen weggewerkt worden. Want dat is wat geschiedenis ons leert: dat mensen er maar op vooruitgaan, wanneer ze samenwerken, wanneer de sterkere voor de zwakkere zorgt. Om het in Bijbelse taal te zeggen: wanneer omgekeken wordt naar vreemdeling, naar weduwe en wees.

Zingen we de volgende twee strofes van ons lied om herscholing.

Om herscholing in wijsheid bidden wij,
om kennis die tot leven strekt,
om vaardigheid tot vrede
en bekwaamheid tot bevrijding.

Om een nieuw besef van historie bidden wij.
Dat wij onze geschiedenis omgekeerd waarderen:
niet vanuit de overwinnaars maar vanuit de overwonnenen,
niet vanuit de meesters maar vanuit de slaven.
Dat wij leren van ons verleden door te luisteren naar hen
die dupe zijn van onze beschaving.

Om een nieuw begrip van aardrijkskunde bidden wij.
Dat wij de plaatsen van het onrecht kennen.
Dat wij weten waar vandaag Egypte ligt
en waar de slaven wonen van de jongste farao’s.
Dat wij hoopvol leren wedden op de verdrukten
die zichzelf organiseren.

(Jan van Opbergen)

Een derde monster is dat van de alternatieve feiten en “waarheden” (tussen aanhalingstekens). Ik geef toe dat dit sprongetje van aardrijkskunde uit ons lied naar fake news misschien een beetje vergezocht is, maar misschien toch ook weer niet wanneer je merkt dat wereldwijd grenzen hertekend worden op basis van opinies die de waarheid en de geschiedenis geweld aandoen. De waarheid, hoeksteen van wetenschap en democratie, is steeds moeilijker te vinden onder de toevloed van fake news. Het gaat daarbij ook om een crisis van het vertrouwen: mensen geloven hun instellingen niet meer: de politiek, de media, zelfs de wetenschap. Feit en mening worden door elkaar gehaspeld en waarheid wordt gerelativeerd in de strijd om macht. En wanneer feiten en fictie door elkaar lopen, verliest een samenleving haar gemeenschappelijke bodem.
Hier is evident een belangrijke rol weggelegd voor het onderwijs, maar ook voor ons allen om op ieder moment kritisch te blijven denken, om actief op zoek te gaan naar waarheid, via debatgroepen en vormingsmomenten of nog andere wegen. Wij, als Dominicaans geïnspireerde gemeenschap, zijn bij uitstek geroepen om “Veritas”, waarheid na te streven en ervan te getuigen. Maar meer dan het factchecken en nuanceren, het aantonen dat nepnieuws alleen maar dient om je te manipuleren, is het een taak om vertrouwen te stimuleren. Om het met Anne Carson in De Standaard der Letteren van dit weekend te zeggen: “Je moet vertrouwen vertolken, ook al denk je: wie ben ik maar”. Het maakt verschil.

Het vierde monster is dat van de ecologische vernietiging. De belofte van vooruitgang botst op de realiteit van een uitgeputte planeet. Daar hoeft niet veel verdere uitleg bij. Die vooruitgang zou niet beperkt mogen worden tot louter technologie en economie, maar moet ook menselijk welzijn en de duurzaamheid van onze planeet als centraal doel omvatten. Zorg en verantwoordelijkheid als alternatieven voor exploitatie. Het is de zorg voor de schepping als centrale Bijbelse opdracht in praktijk gebracht. Ook hier is een taak voor elk van ons: we moeten blijven sensibiliseren, het thema steeds terug op de agenda plaatsen, onze consumptiegewoontes onder de loep nemen en anderen proberen inspireren.

Zingen we de twee laatste strofes van het lied om herscholing

Om herscholing in wijsheid bidden wij,
om kennis die tot leven strekt,
om vaardigheid tot vrede
en bekwaamheid tot bevrijding.

Om een nieuwe kennis van de natuur bidden wij.
Dat wij leren kiezen tussen scheppen of vernielen.
Dat wij de opslagplaatsen van de dood ontmaskeren
en onze strijd niet staken
voor een menswaardig leefmilieu.

Om een nieuwe methode van rekenen bidden wij.
Dat wij ons oefenen en bekwamen
in het vermenigvuldigen door te delen.
Dat uitgerekend het gebaar van breken en delen
het teken wordt van overleven.
Dat ooit het Laatste Avondmaal van Jezus
de eerste Overvloed van allen wordt.

(Jan van Opbergen)

Het vijfde monster is dat van de onrechtvaardigheid. De kloof tussen rijk en arm groeit, met een steeds kleinere elite die de macht en middelen bezit. Een samenleving waar die verschillen groot zijn, is vatbaarder voor geweld en voor radicalisering en dus verdeeldheid. Het is een monster dat niet veel nodig heeft om zich te voeden, maar ook één dat ons christenen bijzonder aan het hart moet gaan: wij geloven immers dat alle mensen evenwaardig geschapen zijn en dat hun recht op leven, op goed leven onvervreemdbaar is. Hier zijn we terug bij Deuteronomium: hoe bouwen we een rechtvaardige samenleving en hoe houden we die in stand? Hoe verzetten we ons tegen het veelkoppig onrecht in deze wereld?
Het kan door kleine daden van verzet, door mee te stappen in vreedzame protestmarsen, door stilzwijgend te manifesteren in stiltecirkels, door met studie de machtsstructuren te blijven blootleggen en het onrecht bij naam te noemen, door luis in de pels te zijn, door profeet te worden en op te staan.
Dat woord is niet te hoog en niet te zwaar, wij kunnen het volbrengen.
Ook die tekst komt uit het boek Deuteronomium. Zingen we dat vertrouwen samen uit met dit lied uit de kaft

Het woord dat ik jou geef is niet te zwaar,
is niet te hoog, jij kunt het volbrengen.
(Dt. 11:14)

 

    TAFELDIENST

Welkom rond deze gewone en buitengewone tafel.

Tafelen verbindt. Jezus maakte er zijn merkteken van. Rond deze buitengewone tafel weten we ons verbonden over grenzen van tijd en plaats.
We weten ons verbonden met onze geliefde doden, de vele slachtoffers, gekende en ongekende, onze nabije doden.
Rond deze tafel weten we ons verbonden met allen die waar ook ter wereld die andere samenleving -voorbij angst, onrecht en geweld- handen en voeten geven.

Wie heeft brood genoeg
voor zo grote hongerige menigte?
Wie heeft brood genoeg
voor zo grote hongerige menigte?

Woord dat zegt wat liefde is,
en weer zegt: de aarde delen,
recht is liefde, brood voor velen,
God is brood is mensenrecht?
Woord van God, God in ons, hou aan.
Eeuwig woord, alledagenwoord,
doe ons verstaan.

Hongerdood genoeg
voor zo grote goddeloze menigte.
Hongerdood genoeg
voor zo grote goddeloze menigte.

Hand die kan wat liefde is
maar niet doet: de aarde delen,
nieuwe levensbomen telen,
God de hand die mensheid voedt?
Hand, doe goed. God in ons, hou aan.
Kinderhand, grotemensenhand,
breng dood tot staan.

Grote dank past hier om Jezus van Nazareth, Uw zoon.
Hij heeft ons voorgedaan wat ‘goed doen’ is, hoe dood tot staan gebracht wordt.
Op de laatste maaltijd met zijn vrienden nam hij brood, zegende het, brak het en deelde: “dit is mijn lichaam gebroken voor u, neem het en deel het opdat er leven en liefde in overvloed is.”

Na de maaltijd nam hij de beker met wijn, zegende die en gaf hem rond, “dit is mijn bloed vergoten opdat bevrijding mag winnen. Blijf samen eten en drinken terwijl je mijn leven, dood en verrijzenis herdenkt. Moge God in jullie te ontmoeten zijn, moge Hij jullie liefde aanvuren.”

Mensengeest genoeg
voor zo grote mensgeworden menigte.
Mensengeest genoeg
voor zo grote mensgeworden menigte.

Geest die weet wat liefde is,
en volvoert: de aarde delen,
hoeveel liefde zal het schelen
of er God of niet-god is?
Mens, doe goed. God in ons, hou aan.
Levensgeest, allemensengeest,
vuur liefde aan.

Wie is God genoeg
voor zo grote hongerige menigte?
Wie is God genoeg
voor zo grote hongerige menigte?
(Huub Oosterhuis)

 

Jezus heeft zijn vrienden vrede toegewenst. De vrede waar hijzelf van vervuld was omdat hij erop durfde vertrouwen dat angst alleen maar afleiding is en ons afbrengt van waar het echt om draait: gekend en gedragen zijn op ieder moment van ons leven. Wensen we elkaar dat we vrij mogen komen van onze angsten en die vrede mogen vinden.

ZENDING


Dat een nieuwe wereld komen zal

waar brood genoeg – en water stroomt voor allen.
Daar bouwen wij veilige buurten
wonen dooreen in wijken van vrede
in schaduw van bomen.
Geen kinderen zullen daar sterven
oude mensen maken hun dagen vol
en jonge mensen zullen daar pas
op hun honderdste sterven.
Wij zullen niet voor de leegte zwoegen
geen kinderen baren voor de verschrikking.
De wolf en het lam zullen weiden tezamen:
wij leren de oorlog af.
Dat een nieuwe wereld komen zal
waar brood genoeg – en water stroomt voor allen.

 

Slotlied

Nu nog met halve woorden, hier en daar,
kijkend in donk’re spiegels, bijna waar,
blijven wij vreemden die zien en weer vergeten,
doen in den blinde wat moet, maar ongeweten.
Dan, eenmaal, wordt, wat niet bestaat:
wij zullen opengaan,
en zien en horen, oog in oog,
van mens tot mens verstaan.

Weten voorbij aan alle angst en schijn
en liefde, liefde zal geen woord meer zijn.
Lichaam en zwijgen genoeg, en onze namen
rusten in licht als leeuw en lam tesamen.
Nu nog verslaafd, dan waar en vrij,
ontketend, onverbloemd.
Nu nog in tranen, dan getroost
en met mijzelf verzoend.

(Huub Oosterhuis)

*

Het schilderij is een werk van de Iraans-Belgische kunstenares Maryam Nadj (1965): Wanderlust
Het schilderij hoort bij de collectie van Mu-Zee (Oostende).
Eigen foto.