VIERING : AANRAKEN EN AANGERAAKT WORDEN

Dominicus Gent

Viering van zondag 14 september

Aanraken en aangeraakt worden

 

Welkom. Dit is de tweede viering in een reeks van drie, over angst en vertrouwen.
Vorige week hadden we het over het onbehagen in onze samenleving. Hoe het weefsel van verbinding onder druk staat, over een gevoel van angst en onzekerheid. En over de bijbelse oproep : ‘Wees niet bang.’

In deze viering gaan wij verder in op het wonderlijke samenspel als mensen geraakt worden door elkaar. En hoe dat een ommekeer kan worden: van onverschilligheid naar inzet, van angst naar vertrouwen.

Laten we bidden. We plaatsen ons onder het licht van de paaskaars.

Gebed

Gij die in grote barmhartigheid doet leven,
gezegend Gij, die liefhebt gerechtigheid en recht.
woon onder ons, in deze stad, bouw haar, binnenkort,in onze dagen.
Gezegend Gij, die bouwt.

Geef zegen op het aangezicht van de akkers,
zegen dit seizoen
en al wat het opbrengt ten goede.

Zegen ons lichaam.
Gezegend Gij,
die de zieken geneest.

Wij zingen deze viering in: Geen leed blijft ongeweten, geen traan blijft ongezien, geen man, geen vrouw vergeten, God is ons aan te zien.

Twee handen schoon gebleven
door onpartijdigheid,
wie durft ze uit te steken
en noemen God gewijd?

Twee ogen uitgekeken,
geen ander meer zien staan,
wie zou ze durven sluiten
en zo ten einde gaan?

Twee oren doof gebleven
voor andermans verdriet,
wie zou daarmee nog horen
een hoopvol mensenlied?

Met handen, ogen, oren,
door keuze vroeg of laat,
herscheppen wij de aarde,
tot alle goeds in staat.

Dan delen wij het leven
met al het lief en leed,
wij nemen en wij geven,
die dag komt, ooit, God weet!

Geen leed blijft ongeweten,
geen traan blijft ongezien,
geen man, geen vrouw vergeten,
God is ons aan te zien!

Tekst: Jan Van Opbergen Muziek: Bernard Huijbers

 

Inleiding

De lezing van vandaag gaat over een meisje en een volwassen vrouw. Ze dreigen hun moed te verliezen: hun kracht en energie vloeit uit hen weg. Ze hebben hulp nodig.
We horen over de angst die mensen om het hart slaat als zijzelf of hun dierbaren ziek worden. Hoe kunnen mensen daarin een weg vinden? Een weg van uitzicht en vertrouwen?

De lezing van vandaag is een “dubbelverhaal”. Jaïrus is een man van status, hoofd van de synagoge. Jaïrus treedt naar voren vanuit de massa, valt voor de voeten van Jezus en smeekt hem openlijk om hulp smeekt voor zijn dochtertje. Jezus gaat met hem mee, maar wordt opgehouden. Door een vrouw, zonder naam, zonder status, met een levensbedreigende ziekte. Deze vrouw blijft eerst onopvallend in de massa, beschaamd, bang. Ze benadert Jezus achter zijn rug om, om even de zoom van zijn mantel aan te raken.
Pas na dit oponthoud en deze genezing, gaat het eerste verhaal over het dochtertje van Jaïrus weer verder.

Deze twee verhalen zijn zo met elkaar verweven dat zij elkaars betekenis verhelderen.

• Lezing : Lucas 8, 40-55

Toen Jezus bij zijn terugkeer door het volk werd ontvangen, omdat iedereen Hem verwachtte, 41trad er een man naar voren, die Jaïrus heette en overste van de synagoge was. Hij viel voor de voeten van Jezus en smeekte Hem naar zijn huis te komen, want hij had maar één dochter, een kind van een jaar of twaalf, en deze lag op sterven. Terwijl Hij er heen ging, raakte Hij door de opdringende menigte bekneld.
Er was een vrouw bij die sinds twaalf jaar aan bloedvloeiing leed. Haar hele vermogen had zij aan dokters uitgegeven, maar bij niemand genezing kunnen vinden. Zij naderde Hem van achteren, raakte de zoom van zijn mantel aan en op hetzelfde ogenblik hield haar bloedvloeiing op.Jezus vroeg nu: ‘Wie heeft mij aangeraakt?’ Allen ontkenden het en Petrus merkte op: ‘Meester, de samengepakte menigte dringt van alle kanten tegen U op.’ Maar Jezus zei: ‘Iemand heeft Mij aangeraakt, want Ik heb een kracht van Mij voelen uitgaan.’ Toen de vrouw zag, dat zij niet onopgemerkt was gebleven, kwam zij bevend naar voren, viel Hem te voet en verhaalde ten aanhoren van al het volk, waarom zij Hem had aangeraakt en hoe zij op hetzelfde ogenblik genezen was. Hij sprak tot haar: ‘Dochter, uw geloof heeft u genezen; ga in vrede.’
Nog was Hij niet uitgesproken, of daar kwam iemand uit het huis van de overste van de synagoge met de boodschap: ‘Uw dochter is gestorven; val de Meester niet langer lastig.’ Maar Jezus die het hoorde, zei tot Jaïrus: ‘Wees niet bang, maar heb geloof, dan zal zij gered worden.’ Toen Hij aan het huis kwam, liet Hij niemand mee binnengaan, behalve Petrus, Johannes en Jakobus, en de vader en moeder van het kind. Allen waren luid aan het wenen als rouwklacht over haar. Maar Hij sprak: ‘Weent niet; ze is niet gestorven, maar slaapt.’ Ze lachten Hem uit, omdat ze wisten, dat ze gestorven was. Hij pakte haar bij de hand en riep: ‘Meisje, sta op!’ Haar levensgeesten keerden terug en onmiddellijk stond ze op. Hij gaf opdracht haar te eten te geven. Haar ouders stonden verbaasd, maar Hij verbood hun aan iemand te vertellen wat er gebeurd was

 

1 Het is nooit te laat om op te staan…

Jaïrus is het hoofd van de synagoge, de synagoge met al haar regels en religieuze en morele richtlijnen. Hij én zijn gezin staan model voor de kracht van deze godsdienst. Hij zal dus het goede voorbeeld moeten geven. Je zal maar een dochter zijn van zo’n belangrijke figuur! Deze Jaïrus gaat openlijk voor Jezus staan. Temidden van de massa smeekt hij om hulp, voor zijn kindje, zijn enig dochtertje. Hij is bang.

We vernemen dat zijn kindje eigenlijk geen kindje meer is, maar al een dochter van 12 jaar is, op de drempelleeftijd van kind naar volwassen vrouw. Waarschijnlijk heeft ze al haar eerste maandstonden gekregen. Maar haar leven dreigt op een doodlopend spoor te komen.
Jezus wekt deze puber weer ‘tot leven’. Ook al denken omstaanders dat het te laat is, Jezus laat zich niet verlammen door angst, noch door de ernst van de situatie. Hij neemt haar bij de hand : “Meisje, sta op!” Marcus noteert het zelfs in de Aramese spreektaal van Jezus: ” Talitha Koem”. Lucas vertaalt het hier, maar de kern van de zaak is duidelijk: Jezus’ helpende hand en zijn woord maken haar vrij, verlossen haar van haar angst. Ze kan een volwassen vrouw worden, haar lichaam accepteren, ze kan leven!
Het is niet te laat om op te staan, het is niet onmogelijk om te verrijzen. Het is niet te laat om iemand op te richten uit haar problemen, haar op haar voeten te zetten, haar weer tussen haar vader en moeder te plaatsen. Wat er precies aan de hand is met dat meisje, dat weten we niet. Was er anorexia in het spel? Wat het psychisch? Welke ziekte had ze? Dat is niet zo duidelijk. Maar als ze is opgestaan, moet ze nog verder aansterken: de ouders moeten haar te eten geven. Jezus plaatst haar op een nieuwe manier weer tussen haar beide ouders in.

Dit verhaal schetst een een micro-kosmos waarin een ommekeer tot stand komt. Het is een wonderlijk samenspel tussen 7 mensen: de vader die publiekelijk om hulp smeekt, de moeder thuis bij de dochter, de aanraking door Jezus en het opstaan van de dochter, en op de achtergrond: de aanwezigheid van Petrus, Johannes en Jacobus. In dit samenspel van aanraken en geraakt worden, keert de situatie. Zeven is het getal van de schepping, van het leven, de ommekeer van dreiging naar toekomst, van angst naar vertrouwen. In dit samenspel speelt geen individueel heldendom, geen ‘truc’ van Jezus die wonderkrachten bezat. Wel moed en initiatief van verschillende mensen, elk op hun eigen manier. Het effect is een beweging van dood naar leven.

Ook bij de genezing van de vrouw die aan bloedvloeiing leed, is er sprake van een bijzondere transformatie. Deze vrouw staat niet zoals de dochter, aan het begin van haar leven als vrouw, neen, ze lijdt al jaren aan bloedverlies. Normaal is zoiets tijdelijk voor een vrouw en was je – in die tijd- ook religieus tijdelijk onaanraakbaar en sociaal tijdelijk buitengesloten gedurende één week.
Maar de miserie van deze vrouw is blijven duren: 12 lange jaren. Ze is monddood gemaakt, beschaamd, er rust een groot taboe op haar ziekte. We kunnen ons de gevolgen inbeelden: ze is lusteloos, depressief misschien, wanhopig. Als bloed wegvloeit uit het lichaam, dreigt ook het leven weg te vloeien.
Deze vrouw heeft ervaren: voor hulp moet je betalen. Dat was vroeger zo, dat is nu nog zo: dokters, psychologen, psychiaters, therapeuten: je betaalt om een beetje tijd te veroveren, in de hoop dat ze naar je luisteren, dat ze je kunnen helpen. Een fortuin heeft het haar al gekost.

Deze vrouw ziet Jezus in gezelschap van het hoofd van de synagoge. Maar ze heeft het gehad met al de religieuze regels van de synagoge! Ze heeft het gehad met de goedverdienende dokters! Ze weet maar al te goed dat ze Jezus niet mag aanraken, maar haar verlangen naar redding is zo sterk dat ze de zoom van zijn mantel toch aanraakt.

Wonderlijk, hoe zo’n lichte aanraking te midden van drukte en geduw, wordt aangevoeld door Jezus en begrepen als een smeekbede om hulp. Zo’n lichte aanraking, met zo’n groot effect. Deze vrouw doorbreekt de gangbare culturele en religieuze muren. Het kleine beetje ruimte dat haar nog rest, weet ze te gebruiken, omdat ze zich niet laat verlammen door de grenzen die haar worden opgelegd. In die houding lijkt ze eigenlijk ook op Jezus, die, enkele hoofdstukken voor dit verhaal, de enige zoon van een moeder heeft aangeraakt en van dood naar leven heeft gebracht.

Merkwaardig toch dat Jezus zelf eigenlijk helemaal niet weet wat hij heeft gedaan. Jezus voelt wel dat er een kracht van hem was uitgegaan, en wil openlijk weten wie hem heeft aangeraakt. Deze vraag leidt bij de vrouw tot een opmerkelijke ommekeer. De beschaamde, onopgemerkte, verlegen vrouw die zich verstopte in de massa, komt door Jezus’ vraag naar voren, en ze gaat, net zoals Jaïrus, voor Jezus staan, valt neer aan zijn voeten en spreekt. Haar moed wordt openbaar zichtbaar en hoorbaar, haar situatie erkend.

Jezus had haar – in het bijzijn van het hoofd van de synagoge- bestraffend kunnen toespreken omdat ze deed wat niet mocht, maar Jezus prijst haar vertrouwen en wenst haar vrede toe. Dochter, noemt hij haar, en wenst haar vrede toe.
De toehoorders van dit verhaal begrijpen hoe Jezus en deze vrouw samen een weg naar menselijkheid vinden, een weg ten leven.

2 Over micro-revoluties…

In een uitzending van “Elvis blijft altijd bestaan” gebruikte de kinderpsychiater Winny Ang een mooi woord : micro-revoluties. Tegenover de grote krachten in de wereld, tegenover mensen die ons vernederen of kwetsen, voelen wij ons soms onmachtig of bang. Maar, zo zegt deze psychiater, in de micro-kosmos van ons dagelijks samenleven blijven er zo veel mogelijkheden tot “micro-revoluties.” Wanneer we niet lamgeslagen worden door angst, maar kleine daden stellen tegen onrecht of discriminatie. Kleine daden van zorg en genezing.
In de uitzending verwijst Winny Ang naar een film waarin leerlingen uit het secundair onderwijs op hun bank gaan staan, bij wijze van protest, om het onrecht dat een leerkracht wordt aangedaan, openlijk te uiten. Niet iedereen in de klas durft dit. Maar wie wel durft, getuigt van een kracht die henzelf en anderen ontroert en trots en ‘groot’ maakt. Wie het eenmaal ervaren heeft in zijn of haar leven, vergeet dit nooit meer.

Christoph Busch wees ons in zijn lezing hier recent op het effect van de vele daden van kleine goedheid, die Belgische mensen tijdens wereldoorlog 2 gesteld hebben om joodse families te redden. In België werden, ten gevolge hiervan, procentueel minder dan de helft joodse mensen opgepakt en gedood, in vergelijking met Nederland. Deze daden van micro-revoluties hebben voor vele vervolgden een verschil gemaakt tussen leven en dood.

Maar wij dachten daarbij : er spelen in iedere context veel meer factoren een rol. Zo heeft de Nederlandse kerk openlijker gereageerd en stelling ingenomen tegen het nazisme, en ten gevolge daarvan was de reactie van de Nazi’s enorm verscherpt in Nederland. De Belgische kerk was veel voorzichtiger, onduidelijker, uit angst, ook omdat zij de gevolgen voor die sterkere repressie vreesde. Het is wikken en wegen als je daden van verzet stelt: wat zijn de gevolgen, voor jezelf, voor je familie, je vriendenkring?
Onze Senegalese schoonzoon wilde het onrecht in zijn land daar ter plaatse aankaarten. Maar zijn vrienden waarschuwden hen: het is nu niet het moment. Ga naar België en doe daar wat je kan. Hier is het nu te gevaarlijk.

Deze twee voorbeelden maken duidelijk dat kleine daden van verzet niet altijd een gunstig effect hebben op grote schaal. Zo ook in het leven van Jezus. Ook daarover spreekt de bijbel heel duidelijk.

Maar in de verhalen van de lezing van vandaag, zien we aspecten van microrevoluties, van daden van moed en kleine goedheid die wél een wonderlijk effect hebben : een vrouw die niet mag aanraken, raakt aan. Een puber wordt aangeraakt en begint weer te leven. Jezus laat zich aanraken, een genezing gebeurt. Wie zich schaamt, durft openlijk te spreken. Samen vinden mensen een weg uit de inperkende kaders van godsdienst en cultuur. Zo breekt iets door van het Rijk van God in hun eigen lichaam. Lucas spreekt over Jezus en de apostelen als over mensen die de macht hadden om boze geesten uit te drijven’. De kracht om te helen groeide in hun samenspel van solidariteit.

De moed om onze angst en onmacht te doorbreken, kunnen ook wij bij elkaar opwekken en vergroten. Moedige daden kunnen heel verschillende vormen aannemen. Soms volstaat het om iemand bij de hand te nemen, om een wanhopig verlangen naar menselijkheid aan te voelen en daarop in te gaan.

Zingen wij dit verlangen uit in het lied: Wie leidt de slaven? Wat brengt de minsten tot menswaardigheid?

 

Wie leidt de slaven naar de vrijheid toe

Wie leidt de slaven naar de vrijheid toe?
Wie breekt hun ketens en verlicht hun lasten?
Dat doen de slaven zélf en God weet hoe, –
eens zijn hun heren laatstgenoemde gasten!

Wie brengt de minsten tot menswaardigheid?
Wie geeft hun brood en huizen om te wonen?
Dat doen de minsten zélf, – God kent hun tijd-
eens zullen zij verdelen alle lonen!
Wie brengt de wereld ooit nog tot geloof?
Wie geeft God naam tot bij de vreemde volken?
Dat doen de vreemden zélf, en zie, Gods faam
zullen zij eens bij ons opnieuw vertolken!

Wie geeft de doden aan het leven weer?
Wie maakt hun sterven tot een nieuw beginnen?
Dat doen de doden zélf, -bij God de Heer-
eens roepen zij bij ons de vrede binnen!

• tekst: Jan Van Opbergen; muziek: Bernard Huijbers

 

Inleiding tafeldienst

In het evangelie van vandaag vraagt Jezus, nadat het meisje uit de dood is opgewekt, om haar te eten te geven. Want het leven gaat verder, en leven kan niet zonder het levengevend voedsel.
Nadat er opgekomen wordt voor het leven, moet er ook gewoon verder kunnen geleefd worden. En dat bestaat meestal uit doodgewone dagelijkse handelingen.

Samen aan tafel gaan is zoiets. Samen eten is verbinden door te delen van wat er is.

Als wij hier aan tafel samenkomen verbinden we ons met het verleden, het nu en de toekomst. Want we herdenken wat Jezus ons voordeed: brood breken en wijn delen, om zijn boodschap en leven in herinnering te houden. Ook in verbinding met hen die ons daarin voorgingen, onze lieve doden.
Wij doen dit nu nog steeds om die tekenen tot leven te laten komen in ons eigen leven en denken aan allen die dit , waar ook ter wereld ter harte nemen.
Wij steken voor hen het solidariteitskaarsje aan.

En daarmee stellen we ons in de traditie van mensen die toekomst willen maken die uitzicht zoeken dat wenkt en samen willen waar maken wie onze God is.

Tafelgebed: Gezegend, Eeuwige

Gezegend Eeuwige , Gij reddende God!
In de nacht klonk uw stem, sprak uw hart.
In de nacht brak het donker op uw woord van licht.

Een dag ongeweten, een uitzicht dat wenkt,
roept Gij wakker voor ons.

Opstaan vertrouwen en gaan zullen wij naar de morgen,
zingen om U het lied van alle reisgenoten:
Heilig, heilig, heilig, zullen wij U zingen.
Heilig, heilig, heilig, moeten wij U noemen,
met heel de schepping mee uw grote daden roemen!
Zingen wij Hosanna, hemelhoog Hosanna!
Zegen van Godswege,
Hij die komt gezegend met de Naam van Hem!
Zingen wij Hosanna, hemelhoog Hosanna!

In de nacht bleef Gij trouw aan het volk van uw liefde,
aan de Zoon van uw hart.
Uit het geestloze dal van de duizenden doden
hebt Gij hen tot leven gebracht.

Gezegend Eeuwige , Gij reddende God,
om de Zoon van uw liefde,
Hij onze geboorte , de nieuwe dag!

Instellingswoorden

Delen wij samen hier in zijn lichaam
vinden wij leven eens en voorgoed in zijn bloed.
Voeg ons bijeen tot één levend lichaam
een tempel van liefde, oase van vrede,
een woning voor u.
Dat onze dagen U zullen aanbidden en eren uw Naam,
doen wie Gij zijt: Eeuwige , reddende God!

T: Jan Van Opbergen M: gregoriaans

Onze Vader

Vredeswens
Jezus zegt tegen de vrouw: “Dochter, uw vertrouwen heeft u genezen. Ga in vrede. “
Laten wij elkaar dit vertrouwen en deze vrede toewensen.

Communie

Slotoverweging

Liefhebben is stap voor stap angst overwinnen
geloven in de toekomst van de aarde,
blijven zingen
dat liefde het fundament is voor een nieuwe wereld

Liefhebben is : vertrouwen dat het nooit te laat is
kansen grijpen voor elk klein begin,
vertrouwen op de kracht van het samenspel tussen mensen.

Liefhebben is : beginnen daar waar je leeft,
de naaste worden van wie jouw hulp nodig heeft
elkaar aanraken en oprichten
en samen een weg vinden van dood naar leven.

 

Uittochtlied  

Alsof de richting ons werd ingeschapen
gaan wij, de onbegonnen lange weg.
Een harde dienst is van ons afgenomen.
Vrijheid van spreken is ons aangezegd.
Sprekend alleen zullen wij op Hem lijken
die sprak: Het worde licht, Ik zal er zijn.
Nog eeuwen en wij zullen woorden vinden,
nieuwe zonsopgang boven de woestijn.
Er zal een land zijn, uit de zee gespaard.
Er zullen mensen zijn, uit ons geboren.
De grond zal nog de grond zijn, het gezaaide
zal sterven en ontbloeien. Het wordt zomer.
En het wordt winter. En de afgrond daalt
over de aarde, diepe zee van eeuwen
waarin wij weg zijn.
En weer zullen slaven,
uit ons geboren, om bevrijding schreeuwen.
En weer zullen slaven, uit ons geboren,
om bevrijding schreeuwen.

tekst: Huub Oosterhuis; muziek: Antoine Oomen

————————————————————————————————

Inspiratie voor de interpretatie van de bijbelverhalen vonden we bij Eugen Drewermann.
https://www.youtube.com/c/DrewermannKanal