VIERING : EEN RIJKDOM DIE NIET IN SCHUREN WORDT BEWAARD…

Dominicus Gent 

Viering van zondag 03.08.2055

EEN RIJKDOM DIE NIET IN SCHUREN WORDT BEWAARD… 

 

Beste vrienden, we zijn er weer na enkele weken vakantierust. Welkom in deze viering. Welkom aan iedereen die hier is en ook aan wie via een scherm meeviert. We worden uitgenodigd om samen even stil te vallen en ons hart open te zetten rond woord en tafel.

Het thema van deze viering gaat over meer dan verzamelen. Over een rijkdom die niet in schuren wordt bewaard, maar in harten, in relaties en in actie.

We gaan eens te meer op weg met Jezus. Onderweg ontmoet hij mensen, stelt vragen, daagt uit. En hij maakt ons wakker voor iets wezenlijks: hoe kijken wij naar ons bezit, onze schuren, onze erfenissen? Hoe leven wij samen? Hoeveel ruimte geven wij aan delen, aan vrede, aan verbondenheid?

Laten we met die vragen ons hart openen, en samen vieren. We steken de paaskaars aan. In dat licht worden we gezonden. Dat zingen we in het openingslied:

 

Zoals ikzelf gezonden ben

Zoals Ikzelf gezonden ben
zo moet ook gij op weg gaan.
Geen knechten, vrienden noem Ik u,
mijn woord zal door uw mond gaan.

Wat gij gehoord hebt en gezien
Moet gij bekend gaan maken:
wat Ik in stilte tot u sprak
roept dat vanaf de daken.

Neemt onderweg geen reiszak mee
maar gaat met lege handen
en boodschapt als een vredesduif:
‘Gods Rijk is nu op handen’.

Leert van de duif de simpelheid,
weest waakzaam als de slangen
en, vreest niet hoe gij spreken zult
Al neemt men u gevangen.

Zo zal het Rijk der Hemelen
onder de mensen komen:
op aarde zal hernieuwde hoop
En goede vrede wonen.

T: H. Jongerius – M: Joris Backeljauw

 

Bijbellezing : Lucas 12, 13 – 21

Uit het volk zei iemand tegen Hem: ‘Meester, zeg aan mijn broer, dat hij de erfenis met mij deelt.’ Maar Jezus antwoordde hem: ‘Man, wie heeft Mij over u beiden tot rechter of bemiddelaar aangesteld?’ En Hij sprak tot hem: ‘Pas op en wacht u voor alle hebzucht! Want geen enkel bezit, al is dit nog zo overvloedig, kan uw leven veiligstellen.’ Hij vertelde hun de volgende gelijkenis: ‘Het land van een rijk man had een grote oogst opgeleverd. Daarom overlegde deze bij zichzelf: Wat moet ik doen? Ik heb geen ruimte om mijn oogst te bergen. En hij zei: Dit ga ik doen: ik breek mijn schuren af en bouw grotere; daarin zal ik dan heel mijn rijkdom aan koren bergen. Dan zal ik tot mijzelf zeggen: Man, je hebt een grote rijkdom liggen, voor lange jaren, rust nu uit, eet en drink en geniet ervan! Maar God sprak tot hem: Dwaas! Nog deze nacht komt men je leven van je opeisen; en al die voorzieningen die je getroffen hebt, voor wie zijn die dan? Zo gaat het met iemand die schatten vergaart voor zichzelf, maar niet rijk is bij God.’

Eerste overweging 

Jezus is een pelgrim op weg naar Jeruzalem. Naar het centrum van de joodse gemeenschap. Onderweg komt hij mensen tegen van uiteenlopende achtergrond. Mensen van alle slag en soort. Joden en Samaritanen. Jezus zendt leerlingen op weg (72) om mensen warm te maken voor de levensstijl van het rijk Gods.

Jezus zelf wordt niet meteen met een welkomstwoord begroet. Integendeel. Er is een scherpe vraag waarmee hij geconfronteerd wordt. Een vraag die uit de realiteit van het gewone leven komt. Die vraag gaat over geld en over erfrecht. Jezus heeft geen rechten gestudeerd, geen economie en ook geen notariaat. Hij weet dus geen antwoord te geven. Wat niet betekent dat de levensstijl van het rijk Gods daar niets mee te maken heeft!

Dat mag meteen blijken uit het verhaal dat hij vertelt voor zijn leerlingen. Het gaat over een man die maar één doel heeft in zijn leven. Dat luidt: Hoe kan ik mijn rijkdom verzekeren en nog uitbreiden? Hoe kan ik nog meer bezitten? Het ligt voor de hand: Hij moet zijn bedrijf uitbreiden. De zaak moet groeien. Hij moet er vooral voor zorgen voldoende vergaard te hebben om later in alle rust te kunnen genieten van al waar hij van kan dromen. Daar wil hij zeker van zijn.

Het valt toch wel op dat deze man met geen woord rept over een vis à vis. Het is alsof hij alleen op de wereld staat: niemand die hem in de ogen kijkt en die ook hij in de ogen kan kijken. Niemand met wie hij kan overleggen en plannen maken. Niemand die hij kan helpen om zelf een toekomst uit te bouwen. Hoe zielig die eenzaamheid. Dat gevangen zitten in onverzadigbaarheid.

Jezus’ reactie is bijzonder scherp: Dwaas! Niemand kan het leven naar zijn hand zetten. Je kunt je levenslot niet zelf bepalen. Het aards paradijs is niet te koop. Ook niet voor het hoogste bod.

Jezus heeft een heel andere levensstijl voor ogen waarvoor hij mensen warm wil maken. De sleutelwoorden die de leerlingen mee krijgen hebben het veeleer over wat mensen kunnen delen met elkaar. En dat is inderdaad een heel ander universum.

Jezus’ advies aan zijn leerlingen luidt: Als ge bij iemand binnen komt zal uw groet zijn: “Vrede aan dit huis”: Daarmee begint alles. “Vrede aan dit huis”. Ook al weet je niet waar je terecht komt. Begroet de mensen van harte. Begin er zélf mee het gesprek te openen: vrede. Begin niet te vragen naar een politieke overtuiging, ook niet naar zijn/haar financiële portefeuille, evenmin naar seksuele geaardheid. Begin zelf: met een woord dat openheid bewerkt: “vrede”. Sommige mensen leven namelijk in een cocon leven waardoor ze nauwelijks oog of oor hebben voor wie naast hen leeft. Laat hen voelen dat je interesse hebt voor wie ze zijn. Genees hen.

Het tweede sleutelwoord dat Jezus meegeeft is: als je ergens wordt uitgenodigd om de tafel te delen, aanvaard dan die uitnodiging. Het is een vraag uit interesse; een vraag om te horen wat je te zeggen hebt. De tafel is de plaats bij uitstek waar we elkaar aanvoelen en beluisteren, het is brood en wijn die gedeeld worden als teken van het leven en de vreugde die we delen. Het is de warmte van het samen zijn. Er zijn natuurlijk ook tafels waar geen woord gesproken wordt. Of opgedirkte tafels voor de show. Of peperdure tafels waar een ijzige sfeer heerst.

Het geldt niet alleen voor Jezus’ dagen. Het is niet anders vandaag. Vrede en tafelgemeenschap: er kan, als je dat wil, een nieuwe wereld open gaan. Vooral wanneer je ontdekt dat je zelf iets kunt delen. Hoe je door een positieve houding de vreugde van een gedeelde tafel helpt waar maken. We weten hoe iemand gewoon door zijn/haar aanwezigheid warmte brengt. Omdat hij/zij vrede uitstraalt, de tafel tot leven brengt. Je kunt er vooral ook vrede voor vinden in jezelf. Want dat is toch een grote voldoening dat je gelukkig bent om het geluk van een ander. Reken maar dat iedereen aan tafel blij zal zijn met jouw aanwezigheid.

We mogen hopen dat ieder van ons een klankbord mag vinden dat ons helpt. Of iemand die je een spiegel voorhoudt. En dat doet met warmte en liefde. Laten we daarover zingen: dat we niet dromen van luchtkastelen, maar leven zonder al te veel ijdelheden: B. 522

 

Deze wereld omgekeerd

De wijze woorden en het groot vertoon
de goede sier van goede werken
de ijdelheden op hun pauwentroon
de luchtkastelen van de sterken
al wat hoog staat aangeschreven
zal Gods woord niet overleven
hij wiens kracht in onze zwakheid woont
beschaamt de ogen van de sterken.

Zijn woord wil deze wereld omgekeerd:
dat lachen zullen zij die wenen
dat wonen zal wie hier geen woonplaats heeft
dat dorst en honger zijn verdwenen –
de onvruchtbare zal vruchtbaar zijn
mensen zullen an’dre mensen zijn
de bierkaai wordt een stad van vrede

Wie denken durft dat deze droom het houdt
een vlam die kwijnt maar niet zal doven
wie zich aan deze dwaasheid toevertrouw
al komt de onderste steen boven:
die zal kreunen onder zorgen
die zal vechten in ’t verborgen
die zal waken tot de morgen dauwt –
hij zal zijn ogen niet geloven.

T: Huub Oosterhuis M: Bernard Huijbers

 

Tweede overweging

Stel je even het beeld voor: Een man roept Jezus toe uit de menigte: “Meester, zeg tegen mijn broer dat hij de erfenis met mij moet delen.” Een begrijpelijke vraag.

Vandaag zou die misschien klinken als: “Zeg tegen mijn zus dat ik recht heb op mijn deel van het huis.” Of: “Zeg aan de fiscus dat ze van mijn spaargeld moeten afblijven.” Of misschien zelfs: “Zeg aan de overheid dat ik recht heb op méér, want ik heb ervoor gewerkt.”

Maar Jezus weigert rechter te spelen. Hij gaat niet mee in het conflict, maar legt de vinger op iets diepers. Hij vertelt een verhaal. Over een rijke man die een topjaar heeft. Een gigantische oogst, meer dan hij kwijt kan. Dus wat doet hij? Hij maakt plannen. Hij zal grotere schuren bouwen. Pensioen verzekerd. “Nu kan ik rustig leven,” zegt hij. “Eten, drinken, genieten.” Herkenbaar, toch?

Maar dan komt die scherpe wending. God noemt hem een dwaas. “Deze nacht nog zal je leven van je worden opgeëist. En al wat je verzameld hebt, voor wie is het dan?”

Dwaas. Niet omdat hij succes heeft. Niet omdat hij plannen maakt. Maar omdat hij leeft alsof hij eeuwig tijd heeft. Alsof bezit veiligheid garandeert. Alsof het leven draait om verzamelen. Klinkt dat vandaag nog steeds heel herkenbaar?

We leven in een tijd van overvolle schuren. Van beleggingen, rendementen, vastgoed, pensioenspaarplannen. Van mensen die zich willen ‘verzekeren’ tegen alles. We bouwen economische systemen die draaien op groei, ook als de aarde kraakt onder ons gewicht.

En tegelijk stellen we vragen over eerlijk delen. Over een meerwaardebelasting in België. Over hoe rijkdom zich opstapelt bij enkelen, terwijl velen het moeilijk hebben om de maand rond te komen.

Over het Globale Zuiden, waar klimaatverandering, oorlog en ongelijkheid mensen dwingt tot vluchten, terwijl wij muren bouwen en silo’s sluiten.

En Jezus zegt: “Let op. Pas op voor hebzucht.” Niet als beschuldiging. Maar als waarschuwing. Want het echte gevaar is niet dat we veel hebben, maar dat we denken dat dat genoeg en noodzakelijk is om te leven.

De rijke man in de evangelielezing meet in bezit, opslag en rendement. Maar God leeft in een andere tijd. Een tijd van relatie, solidariteit en verantwoordelijkheid.

Rijk zijn bij God, wat zou dat vandaag kunnen betekenen?

Misschien dat je schuren niet bouwt om angstvallig te bewaren, maar om uit te delen.
Misschien dat je niet alleen vraagt hoeveel iets opbrengt, maar ook wie erbij wint.
Misschien dat je beseft dat het leven is kwetsbaar is. En net daarom kostbaar. En bedoeld om gedeeld te worden.

Ik las onlangs ergens in een economische rubriek: “We moeten een economie van genoeg durven bedenken. Niet omdat we te weinig hebben, maar omdat we te veel voor onszelf houden.”

Rijk zijn bij God… het klinkt als een tegendraadse droom. Maar het is een droom die mensenlevens kan veranderen. En misschien zelfs onze planeet.

Daarom zingen we samen over leven en delen:

Wie zijn leven  

Wie zijn leven niet wil geven,
Niet wil delen met zovelen
Met een ander, gaat verloren.

Wie wil geven wat hij heeft,
Die zal leven, opgegeten,
Die zal weten dat hij leeft.

T: Huub Oosterhuis M: Bernard Huijbers

 

Tafeldienst

Op weg naar Jeruzalem geeft Jezus commentaar aan zijn leerlingen over de gewone dingen des levens. Hij heeft het over de vreugde die je kunt beleven wanneer je leert delen met elkaar. Delen bevrijdt van zoveel nutteloze zorgen. Delen brengt vreugde voor jezelf en elkaar. Dit is de leerschool die hij zijn leerlingen voor houdt. Moge ons samenzijn rond deze tafel een teken zijn die ons die leerschool telkens weer in herinnering brengt.

We weten ons verbonden met zovelen die ons zijn voorgegaan en die we ons hier en nu voor de geest halen: onze ouders en voorouders die de weg gegaan zijn van Jezus’ tocht naar Jeruzalem. Voor hen de kaarsjes. En ook voor allen die waar ook ter wereld delen met hun medemensen.

 

Tafelgebed: Gezegend, Eeuwige.

Gezegend, Eeuwige, Gij reddende God!
In de nacht klonk uw stem, sprak uw hart
In de nacht brak het donker op uw woord van licht
Een dag ongeweten, een uitzicht dat wenkt,
roept Gij wakker voor ons.
Opstaan, vertrouwen en gaan zullen wij naar de morgen,
zingen om U het lied van alle reisgenoten:
Heilig, heilig, heilig, zullen wij U
zingen. Heilig, heilig, heilig,
moeten wij U noemen, met heel de schepping mee uw
grote daden roemen! Zingen wij Hosanna,
hemelhoog Hosanna! Zegen van Godswege,
Hij die komt gezegend met de naam van Hem!
Zingen wij Hosanna, hemelhoog Hosanna!
In de nacht bleef Gij trouw aan het volk van Uw liefde,
aan de Zoon van uw hart.
Uit het geestloze dal van de duizenden doden,
hebt Gij hen tot leven gebracht.
Gezegend, Eeuwige,
Gij reddende God, om de Zoon van uw liefde.
Hij onze geboorte, de nieuwe dag!

 In die laatste nacht heeft hij inderdaad een teken van zijn liefde tot het uiterste gegeven.
Hij nam brood in zijn handen.
Dankend aanvaardde hij een gegeven man te zijn,
trouw in de liefde,
ook als het lichaam gebroken wordt.
Dan brak hij het brood
en deelde het uit aan zijn vrienden met de woorden:
neem en eet hiervan,
dit is mijn lichaam
dat voor u en voor allen
gebroken en gegeven wordt.

Toen nam hij ook de beker in zijn handen en dankte u
Dankend aanvaardde hij de beker
die Gij hem gegeven hebt
dankend aanvaardde hij
zijn leven te geven voor zijn vrienden.
Dan reikte hij hun de beker met de woorden:
Drink allen hiervan
want dit is de beker van het nieuwe verbond
dit is mijn bloed
dat voor u en voor allen vergoten wordt.
Blijf eten van dit brood en drinken uit deze beker
om mij te gedenken.

Delen wij samen hier in zijn lichaam,
vinden wij leven eens en vooral in zijn bloed.
Voeg ons bijeen tot één levend lichaam,
een tempel van liefde, oase van vrede,
een woning voor U. Dat onze dagen U zullen aanbidden
en eren Uw Naam, doen wie Gij zijt;
Eeuwige, reddende God!

T. Sytze de Vries – M. Willem Vogel

 

Onze Vader

 

Vredeswens 

Moge de vrede ons hart vullen, opdat we niet opgesloten blijven in onze eigen schuren, maar elkaar vinden in openheid en delen.

Moge die vrede ons samenbrengen aan één tafel, waar brood en vreugde gedeeld worden,
waar verbondenheid sterker is dan bezit.

Laten we die vrede delen

 

Slotlied :  Lied om mee te gaan.

Wij moeten gaan; aan ’t lied van bevrijding
voegden we weer een eigen refrein,
zagen rondom de glans van herkenning
hoe we elkaar tot Verbondgenoot zijn.
Vonden het Woord, eerder gehoord,
Als nieuw bron op eigen terrein.

Laten we gaan. Geloof in de zegen
die onze God steeds toegezegd heeft,
in niemandsland soms worst’lend verkregen
maar die ons hoop, moed en waakzaamheid geeft.
Neem van hier mee, het vaste idee
Licht blijft de kern, vaak tastend beleefd.

Neem bij het gaan de mantel van vrede
die we behoedzaam om mogen slaan,
waarin de Naam vol kleur is geweven,
vage beschutting in mensenbestaan.
In de woestijn, vruchten en wijn:
vrede en zegen! Laten we gaan.

T: Gonny Luijpers M: Herma Bulder