Dominicus Gent
Viering van zondag 7 september 2025
GELOOF EN ANGST IN ONZEKERE TIJDEN
Welkom
Welkom op de eerste zondag van het nieuwe schooljaar. De vakantie is voorbij. Hopelijk was het een deugddoende tijd. Een tijd van rusten en reizen, van tijd maken voor wie ons dierbaar zijn, van aandacht voor vrienden en familie. Vandaag hebben we reeds een hele schoolweek achter de rug. Terug naar de duidelijke structuren, de vaste schema’s en redelijk interessante onderwerpen.
We nemen dus ook de draad terug op van de zondagsvieringen zoals we die in Dominicus gewoon zijn. Vorige vrijdag hebben we met de Werf, dat is de zogeheten groep van de voorgangers, allerlei voorstellen van elkaar beluisterd over actuele thema’s die ons bezig houden. Uit al die voorstellen hebben we een hopelijk boeiende selectie gemaakt, die aansluit bij alles wat ons bezig houdt. We bidden dat onze openheid van hart en geest de vieringen zinvol en verrijkend zal maken. Dat is ten slotte de diepste reden waarom we hier telkens weer samenkomen. Elke zondag weer ontsteken we bij het begin van de dienst de paaskaars die verwijst naar de verrezen Christus die we in ons hart meedragen.
Vandaag gaan we dus van start met een eerste reeks van drie vieringen waarin we het hebben over angst als kenmerk van de wereld waarin we leven. We proberen te begrijpen wat er gaande is en hoe we ons daartoe verhouden. Het is een feit dat veel mensen op verschillende manieren met angst te maken hebben. Angst voor alles en nog wat. We zoeken inspiratie in de joods-christelijke traditie waar we onszelf toe rekenen.
Daartoe openen we de dienst met een lied dat ons op gang brengt: een lied waarin we zingend bidden: vervul dit huis met hart en geest, met aandacht voor de kleinen, dat wie hier naar binnen gaat, u noemen mag de zijne…
1 Van grenzenloosheid naar teleurstelling naar vertrouwen…
‘Zijn de tijden onzeker’? Augustinus zei het al: ‘wij zijn de tijden’. Wij mensen maken onze wereld, onze tijd, onze cultuur. Heel onze menselijke conditie, ons ongevraagd bestaan en onafwendbare dood, ellende en grootheid, goed en kwaad hebben we verwerkt in dat zelfgemaakte culturele weefsel. De normen en waarden ervan zijn verinnerlijkte gewoonten waarmee we ons gedragen; soms even ondoordacht als vissen in water. Pas bij rampen, pandemie of oorlogen, komen we op het droge terecht en happen we angstig naar adem.
Die vanzelfsprekendheid maakt onze cultuur moeilijk toegankelijk voor kritiek. Van dat weefsel zijn alle draden uit menselijk ‘goed en kwaad’ gesponnen. Maar het netwerk is dicht en hecht geweven; we zitten er midden in, het houdt ons in leven én ook ± gevangen. En bovendien is er geen boven- of buitenmenselijk standpunt om te onderzoeken of te bepalen wat ‘mens zijn’ is of moet betekenen.
In dat netwerk van onze tijd zie ik toch minstens één zeer opvallende, rode draad: grenzeloosheid.
Jaren geleden zag ik een film van Woody Allen. Ik herinner me de scène waarin hij ’s morgens vroeg in Central Park in New York wandelt. Hij ziet er de ene na de andere ‘jogger’ en mompelt: ‘Daar is er nog een die rent tegen de dood’.
Vandaag overheerst een absoluut gebod van ‘meer, beter en sneller’. Iedereen moet zichzelf zien als een ‘project’ en constant ‘zijn grenzen verleggen’. Eigen en andermans grenzen eerbiedigen, beperken, relativeren en nuanceren zijn een teken van zwakte. We moeten, strijdvaardig en zelfverzekerd, ‘aan de slag gaan’! Rusteloos rennen, oneindig groeien! Is dat niet onze oneindigheid beleven? Denk aan de dagelijkse ‘ratrace’: Gent Sint-Pieters tussen halfzeven en negen uur ’s morgens, of, de snelweg tussen Kruibeke en Merksem.
Natuurlijk: onze levensdrang doet ons bewegen; niet meer bewegen is dood zijn. Onze lichamelijke, psychische, intellectuele en spirituele behoeften drijven ons. Ontevredenheid, onrust is een kenmerk van onze soort. Steeds nieuwe honger.
Maar lijdt onze wereld niet aan onverzadigbare boulimie?
Oneindige economische groei van productie, consumptie en geld is de droom van het neoliberalisme. Met dat doel onttrekt het zich aan democratische, sociale, ecologische en ethische grenzen en creëert tegelijk een onverzadigbare consumptie- en genotscultuur. Mogen we Tomorrowland en Werchter als collectieve boulimie beschouwen als we zien wat na afloop onachtzaam ‘uitgebraakt’ achterblijft? En wat te denken van de nu reeds 7800 communicatiesatellieten die Starlink in de ruimte schoot? De bedoeling is 42.000. En denk aan de vraatzucht van tech-reuzen die energie én informatie opschrokken, monopoliseren en uitspuwen als wolken ‘content’. Te vaak zijn waarheid en giftige leugens er niet te onderscheiden. Om te zwijgen over de plastiek in de oceanen en de CO2 in onze atmosfeer. Ondertussen leidt dodend geweld in Gaza, Oekraïne, Soedan tot opgelegde hongerdood, anorexie.
Ja, leven is bewegen, onrust is onze menselijke conditie. Maar een cultuur van grenzeloze behoeften blijft grenzeloos onbevredigd. Wie nooit een echt antwoord krijgt op een behoefte, blijft eeuwig onzeker en angstig. Hier speelt een sociaal-psychologische wetmatigheid: verwennen en verwaarlozen hebben, hetzelfde effect. Mensen (kinderen én volwassenen) verwennen (snoepjes, geld, vleien, ophemelen) en verwaarlozen (negeren, afwijzen, kleineren) hebben hetzelfde effect. Verwennen én verwaarlozen bieden een vals, ongeldig antwoord op de reële behoeften aan erkenning en aan wederkerig respect. En doen de behoefte eindeloos groeien. [Zelfs ‘The Economist’ zegt nu dat de smartphone in scholen best verboden wordt.] Dat maakt van de wereld een onmetelijk teleurstellende plek. De multinationale Molochs van deze wereld, de reclame, de sociale media beloven verwennen en verwaarlozen eindeloos. Ze stellen ook eindeloos teleur. Gevolg is een grenzeloos zeurende emotie: angst, depressie.
Natuurlijk hebben wereldwijd internet en globalisering van kennis en techniek ook buitengewone voordelen. En, we moeten vooral anderen niet aanklagen om de eigen morele uitmuntendheid te laten schitteren. We zijn, nillens willens, deel van wat gebeurt.
Hoe blijven we uit de klauwen van de Molochs? Hoe ons niet laten vangen door subtiele dwang en oneindig aangeprate behoeften?
Wat is de weg naar het goede leven?
Hier samenzijn betekent dat de weg die Jezus koos ons aanspreekt. Die wordt beknopt en ongewoon krachtig uitgedrukt in verzen 14 en 15 van het eerste hst. van het Marcusevangelie.
‘Nadat Johannes was gevangen genomen, kwam Jezus naar Galilea waar hij Gods goede nieuws verkondigde. En hij zei: de juiste tijd is aangebroken. En het rijk Gods is nabij; bekeer u en vertrouw op het goede nieuws.’
De ‘juiste’ tijd. Grieks ‘kairos’: het gunstige moment dat nieuwe mogelijkheden bevat en waarmee de tijd openbreekt.
Wat hebben we te doen?
Ons bekeren tot vertrouwen in het volle leven. Het betekent zich dankbaar, rustig, volkomen vrij en onvoorwaardelijk het ‘goede leven voor iedereen’ tot doel te stellen. Dat vraagt om zelfbedrog over wie of wat ‘ik’ moet zijn, moet hebben, moet denken of moet willen achter ons te laten. Op dat nulpunt van bekering openen zich nieuwe perspectieven; alsof je een gordijn opentrekt.
2 Perspectief van hoop en vertrouwen
We beseffen maar al te goed voor welke uitdagingen we staan. We beleven geen gemakkelijke tijd. Mensen zijn op hun hoede. Ze sluiten de ogen omdat de werkelijkheid hen té benauwend overkomt. Of ze plooien op zichzelf terug omdat ze zich onmachtig voelen om ook maar iets ten goede te veranderen. Nog anderen volgen de logica van de angst of de onverschilligheid: kome wat komt, alles wordt toch boven de hoofden beslist. Het klinkt niet bepaald enthousiast. Het lijkt alsof het weefsel van onze samenleving steeds verder uiteenrafelt. Mensen ontwijken elkaar of duiken onder in de anonimiteit. Paul Verhaeghe zei het reeds in zijn boek “Onbehagen”: er is een tevredenheid die we zijn kwijt gespeeld. Het onbehagen wekt agressie op uit angst en onvermogen om de situatie om te buigen.
We zijn uiteraard niet de eersten die een dergelijk onbehagen meemaken. In een onrustige nacht kwam mij de naam van een filosoof voor de geest die daar één en ander over verteld heeft: zaken die niet bepaald opbeurend zijn. Het gaat over de Engelse filosoof Thomas Hobbes uit de 17 eeuw. Hij kende niet alleen een ongelukkige jeugd, hij heeft ook de burgeroorlogen in Europa meegemaakt die hem heel zeker hebben beïnvloed. Hij is namelijk bekend geworden door zijn gezegde: homo homini lupus. Mensen vertrouwen elkaar niet meer. Ze zijn als wolven voor elkaar. Hobbes is één van de grondleggers van de moderne politieke filosofie. Het mensbeeld dat hij beschrijft is niet bepaald hartverwarmend. Mensen zijn laf, ze wentelen hun verantwoordelijk af op de gezagsdragers, ze denken alleen aan zichzelf, desnoods ten koste van anderen. Mensen zijn van nature egoïst. Ze vertrouwen elkaar niet.
De titel van Hobbes’ voornaamste filosofisch werk draagt niet zonder reden de titel “Leviatan”. Leviatan is een beeld uit de Fenicische mythologie dat ook in de bijbel beland is. Het gaat om een reusachtig, slangachtig zeemonster dat symbool staat voor chaos, het kwaad, de goddeloze machten en volkeren. Het beeld komt op verschillende plaatsen in de Bijbel (psalmen, Jesaja) maar misschien het sterkst in het boek Job. Job is een vroom en welvarend man. Hij is gelukkig en vertrouwt er op dat zijn kinderen in dezelfde lijn zullen verder zetten. Hij leidt een deugdzaam leven, zorgt voor zijn familie, geeft aalmoezen voor de armen.
En dan plots, zonder enige reden wordt alles wat hem dierbaar is ontnomen: zijn bezittingen: vreemdelingen hebben zijn dieren geroofd, zijn kinderen komen allen om in een woeste storm, hij zelf is gezeten in as en vuil. Hij begrijpt niet hoe een rechtvaardige God zoiets kan laten gebeuren. Er is geen gerechtigheid.
Leviatan heeft het voor het zeggen. Hoe ontzettend moeilijk Job het ook heeft, uiteindelijk geeft hij niet toe aan de verleiding. Ondanks alles wat hem overkomt blijft hij geloven dat God hem niet voor goed in de steek laat. Leviatan heeft niet het laatste woord. Neen. JHWH is groter dan dit geweldig vuurspuwend, meerkoppig monster.
De Bijbel erkent de twijfel die mensen kan overvallen en teneer slaan. Maar hij laat vooral het perspectief van hoop en vertrouwen niet los. Het blijkt al bij het begin van de geschiedenis. Van meet af aan klinkt er een stem die de mens tot leven roept. Zo ervaart Abraham het. De oer-aartsvader Abraham. Hij hoort een stem die hem uitdaagt te vertrouwen dat het leven hem goed gezind zal zijn. Dat lijkt hem redelijkerwijs gesproken zeer onwaarschijnlijk. Hij is oud en dat is ook het geval met Sara, zijn echtgenote. Er zijn geen kinderen. Dus geen toekomst. Maar dan overkomt hen het grootste geluk dat ze konden dromen: Isaak wordt geboren. Tegen alle verwachting in.
Abraham heeft geluisterd. Hij is het oerbeeld van de mens die gehoor geeft aan de roepstem. De hele joodse geschiedenis wordt gedragen door dat geloof, dat vertrouwen. We vinden het bij de profeten, maar ook in andere joodse geschriften zoals in de Talmoed. De Talmoed is het belangrijkste joodse boek na de Tora. Het is het boek dat de Rabbijnse discussies en commentaren op de joodse wet en traditie bijeenbrengt. De term ”talmoed” betekent zoveel als leren of onderwijzen. We gaan één van die teksten beluisteren. Een tekst die ons tot op de dag vandaag kan raken.
Uit de Talmoed
Je kunt de eerste toon zijn in een lied
waardoor alle grenzen vergeten worden
wees niet bang
ook niet wanneer de toon amper klinkt
Je kunt de eerste vonk zijn voor een vuur
dat alle wapens tot ploegen omsmelt
wees niet bang
ook niet wanneer de tegenwind je striemt
Je kunt de eerste graankorrel zijn op een akker
die alle handen vullen zal met brood
wees niet bang
ook niet wanneer het land vol stenen zit
Je kunt de eerste druppel zijn voor een bron
die in de woestijn levensliederen zingt
wees niet bang
ook niet wanneer de wolk nog zwijgt
Je kunt de eerste pas zijn voor een dans
die alle voeten leidt naar onze God
wees niet bang
ook niet wanneer je voet nog struikelt
En dan nog dit …
Als je in mensen geloofd hebt
die het af lieten weten: ga dan toch door te geloven.
Als je op een wonder gehoopt hebt
dat niet is gebeurd: ga dan toch door en blijf hopen.
Als je een spoor van liefde wilde nalaten
dat werd vertrapt: ga dan nog verder met liefde.
Als je gedroomd hebt en daarna ontwaakt,
droom verder tot aan de morgen!
Is dit niet de drijfveer en de kracht geweest van Jezus van Nazareth. Zijn tocht naar Jeruzalem was uitermate geriskeerd. Maar hij is gegaan. Hij was misschien wel bang, maar de angst heeft hem niet lam geslagen. Hij wist dat hij een weg moest gaan die geen “walk in the park” zou zijn. Maar hij is zijn roeping trouw gebleven. Hij hoopte dat ook zijn leerlingen hùn levensroeping trouw zouden zijn. “Wees niet bang”: die woorden willen ook wij ter harte nemen. Laten we daarom biddend zingen dat wij op onze beurt onze roeping trouw zijn: Ga mee met ons, trek lichtend ons vooruit…
Jezus van Nazareth nodigt ons uit aan deze tafel.
Hij vroeg ons, zijn leerlingen, hem op die manier te gedenken. Samen eten, maaltijd vieren zoals bij het joodse feestmaal: dankzeggen voor ons leven en alle weldaden van de schepping.
Als brood en wijn gaf Jezus ons zichzelf, zijn boodschap, zijn leven en sterven.
Zo is hij in ons midden: als voedsel tot volop leven.
Wat ons ter harte gaat en wie we zijn, delen we met elkaar:
onze zorgen en onze hoop, verdriet en vertrouwen, pijn en vreugde, twijfel en daadkracht, stilte en actie.
En ook onze zorg en aandacht voor de aarde, voor onszelf en alle mensen delen wij.
We doen dit verbonden met mensen en groepen wereldwijd die actief én in alle stilte zich inzetten voor het leven van anderen.
En we gedenken onze lieve doden; zij die ons voorgingen in hoop, vertrouwen en liefde.
Laat ons samen het tafelgebed zingen: Gezegend, Eeuwige, Gij reddende God…
In de nacht waarin hij werd overgeleverd,
heeft Hij brood in zijn handen genomen.
Hij heeft zijn ogen opgeslagen
naar u, God, zijn almachtige Vader,
Hij heeft u dank gezegd,
het brood gebroken
en het aan zijn vrienden uitgedeeld
met de woorden:
neemt en eet
dit is mijn lichaam voor u.
Doet dit tot mijn gedachtenis.
Zo nam Hij ook de beker,
sprak een dankgebed uit en zei:
deze beker is het nieuwe verbond in mijn bloed
dat voor u en voor allen wordt vergoten
tot vergeving van de zonden.
Telkens als gij deze beker drinkt
zult gij het doen tot mijn gedachtenis.
Als wij dan eten van dit brood
en drinken uit deze beker,
verkondigen wij de dood des Heren / totdat Hij komt.
Onze Vader
Vredeswens
Communie
Slottekst
Fil 4: 4-9;
Laat de heer uw vreugde blijven; ik zeg u nogmaals: wees altijd verheugd.
Laat iedereen u kennen als vriendelijke mensen.
De Heer is nabij.
Wees over niets bezorgd, maar vraag God wat u nodig hebt en dank hem in al uw gebeden. Dan zal de vrede van God, die alle verstand te boven gaat, uw hart en gedachten in Christus Jezus bewaren.
Tenslotte, broeders en zusters, schenk aandacht aan alles wat waar is, alles wat edel is, alles wat rechtvaardig is, alles wat zuiver is, alles wat lieflijk is, alles wat eervol is, kortom, aan alles wat deugdzaam is en lof verdient.
Doe alles wat ik u heb geleerd en overgedragen, wat ik heb verteld en laten zien. Doe het, en de God van de vrede zal met u zijn.
Slotlied
Ik wandel door Gods seizoenen
het leven een nieuw begin,
een zegening, niet te noemen,
ik wandel, ik leef en ik zing.
(Vic Nees)
Vredeswens
Dat we niet bang zijn naar elkaar toe te gaan, elkaar te bemoedigen, te blijven geloven in de toekomst. Dat we niet bang zijn te blijven geloven dat enkel gerechtigheid vrede brengt. Mogen we die vrede hier vandaag aan elkaar toewensen.


