Pasen 2022

DOMINICUS GENT

PAASVIERING

17/04/2022
 

“Hoop is een bewustzijn
en staat of valt niet met wat er in de wereld gebeurt.
Hoop zit ons in de ziel, in het hart gegrift,
ligt voor anker voorbij de horizon. “
(Václav Havel)

Bijzondere welkom en een zalige Pasen aan jullie allen
die hier of thuis op deze hoogdag komen meevieren.
Vieren rond het Paasverhaal dat ons beslissend aanzegt
dat het leven kan kantelen van dood naar leven,
van donker naar licht,
van wanhoop naar hoop.

In deze onzekere tijd biedt deze tekst over hoop
ons wellicht een troostend kompas.
Een kompas om samen de weg te vinden
naar een meer rechtvaardige en solidaire wereld.
Elke dag kiezen mensen opnieuw om leven te geven en leven te vinden.
Als we zo met genoeg zijn zal ons samenleven anders worden.
Dan telt iedereen mee in een wereld waar hoopvol delen een levenshouding wordt.
Straks zijn we met 25%, voldoende om het tij te keren.
Het leven is altijd sterker dan de dood.
Daar staat onze God, de Ene, borg voor.
Hij of Zij die altijd roept “Ik zal er zijn”

 

Lied: Vroeg in de morgen

Vroeg in de morgen, donker was het nog,
zijn wij gegaan, een keer,
nog in ons hart de dichtheid van de nacht.
Jij bent niet die wij dachten.
Uit het vuur riep ons bij naam een stem.
Wij zagen niets. Jij riep: “Ik zal er zijn”.
Op licht en schaduw, bomen aan de bron,
op stilte leek die naam.
Een gloed van liefde schroeide ons gezicht.
Om wat wij hoorden (maar wat hoorden wij?),
Om wat op vrijheid leek,
omdat het moest en blijven niet meer kon,
zijn wij gegaan, onstuimig en verward,
om nergens om, om jou –
om liefde over alle grenzen heen.
Een troep die sloft en zwerft, de richting kwijt.
De nagalm van een stem.
De weerklank van wat woorden in ons hart.
Een slingerende stoet naar goed wijd land.
Een eeuwenlang smal pad.
Een ademtocht, de route van het licht.
Het duizendschone schitterende licht,
een file in de nacht,
een spoor van mensen die de nacht verslaan.
Die strompelen tot waar? Tot waar jij bent,
in rusten aan de bron,
in gloed van liefde, vuur dat niet verflauwt.
Vroeg in de morgen, donker was het nog,
zijn wij gegaan, een keer,
met niets dan in ons hart: “Ik zal er zijn”.
(T. Huub Oosterhuis / M. Antoine Oomen)

 

Lichtritueel

Het ochtendlicht kleurt en schept onze omgeving op een ander manier dan het avondlicht.
En nog anders ‘s middags.
Zo ook doet het prille lentelicht alles in een ander sfeer baden, anders dan in het herfstlicht.
De afwezigheid van licht lijkt wel de absolute vorm van niet-zijn, van dood.
Die afwezigheid doet ons elke morgen opnieuw verlangen naar het eerste morgenlicht,
zodat het de contouren en de contrasten aan ons leven kan teruggeven.

Laten wij bidden:

Gij die Licht zijt,
Gij die elke morgen doorbreekt,
Gij die eb en vloed, winter en zomer, berg en dal,
zee en wolken
alles en allen tot bestaan roept;
Gij die ons leidt van de morgen naar de gloed van de dag,
onstuitbaar, niet te doven,
kom ons tegemoet,
in elke mens die een antwoord is
op de vraag van ons bestaan.
Laat in ons oplichten wie Gij zijt.

Dat Jezus, een mens, één mens de duisternis kon verdrijven,
willen we week na week in herinnering brengen met het licht van de paaskaars.
Een kleine vlampit die een oproep aan ons allen is om zelf het licht van de wereld te zijn,
om zijn voorbeeld te volgen, een kleine pit die een oproep is
om nooit de hoop te laten varen dat het leven het zal halen op de dood.

Tom zal de nieuwe paaskaars aansteken.
Hij zal ze vandaag niet gewoon terug op de kandelaar zetten maar ze achteraan brengen.
Daar staan veel kaarsjes te wachten om aangestoken te worden
aan het licht van de nieuwe paaskaars.
Enkele mensen zullen Tom begeleiden en met het nieuwe licht,
het licht van hoop onze tafel versieren.
Het onstuitbare Licht, niet te doven, een afstraling van het mysterie
dat ons van verre verbindt met elkaar en met deze wereld.

 

Laten we nu samen het lichtritueel bekrachtigen met het lied “Ontwaakt gij die slaapt “

Ontwaakt, gij die slaapt, staat op uit de dood
en Christus zal over u lichten.
Wij wachten op licht, maar het blijft donker,
op het licht van de zon, maar wij dolen in duisternis.
Als blinden tasten wij langs de wand, onzeker
als mensen zonder ogen.
Wij struikelen op klaarlichte dag,
in de bloei van ons leven zijn wij als doden.
Ontwaakt, gij die slaapt, staat op uit de dood
en Christus zal over u lichten.
Sta op en word helder, uw licht is gekomen.
De glorie van God zal over u lichten.
Hij is een mantel van licht om u heen.
Hij zal u noemen: “niet langer verlaten”
En ’s nachts zal de maan uw licht niet meer zijn,
want God de Heer zal een licht voor u zijn.
Ontwaakt, gij die slaapt, staat op uit de dood
en Christus zal over u lichten.
Wees hier aanwezig,
licht in ons midden,
kom ons bevrijden,
dat wij herleven.
God in ons midden,
Jezus Messias.
Licht van de wereld,
kom hier aanwezig.
Zijt Gij de levende,
bron van ons leven.
Kom ons bevrijden,
Zoon van God.
Zijt Gij de levende,
licht van de wereld.
Wees hier aanwezig,
bron van ons leven.
Kom ons bevrijden,
Zoon van God.

Ontwaakt, gij die slaapt, staat op uit de dood
en Christus zal over u lichten.
(T. Huub Oosterhuis / M. Bernard Huijbers)

 

Paasverhaal (Johannes, 20, 1-18)
Vroeg op de eerste dag van de week, toen het nog donker was, kwam Maria uit Magdala bij het graf. Ze zag dat de steen van de opening van het graf was weggehaald.
Ze liep snel terug naar Simon Petrus en de andere leerling, van wie Jezus veel hield, en zei: ‘Ze hebben de Heer uit het graf weggehaald en we weten niet waar ze hem nu neergelegd hebben.’
Petrus en de andere leerling gingen op weg naar het graf. Ze liepen beiden snel, maar de andere leerling rende vooruit, sneller dan Petrus, en kwam als eerste bij het graf.
Hij boog zich voorover en zag de linnen doeken liggen, maar hij ging niet naar binnen. Even later kwam Simon Petrus en hij ging het graf wel in. Ook hij zag de linnen doeken, en hij zag dat de doek die Jezus’ gezicht bedekt had niet bij de andere doeken lag, maar apart opgerold op een andere plek.
Toen ging ook de andere leerling, die het eerst bij het graf gekomen was, het graf in. Hij zag het en geloofde. Want ze hadden uit de Schrift nog niet begrepen dat hij uit de dood moest opstaan.
De leerlingen gingen terug naar huis.
Maria stond nog bij het graf en huilde. Huilend boog ze zich naar het graf, en daar zag ze twee engelen in witte kleren zitten, een bij het hoofdeind en een bij het voeteneind van de plek waar het lichaam van Jezus had gelegen.
‘Waarom huil je?’ vroegen ze haar. Ze zei: ‘Ze hebben mijn Heer weggehaald en ik weet niet waar ze hem hebben neergelegd.’
Na deze woorden keek ze om en zag ze Jezus staan, maar ze wist niet dat het Jezus was. ‘Waarom huil je?’ vroeg Jezus. ‘Wie zoek je?’ Maria dacht dat het de tuinman was en zei: ‘Als u hem hebt weggehaald, vertel me dan waar u hem hebt neergelegd, dan kan ik hem meenemen.’ Jezus zei tegen haar: ‘Maria!’ Ze draaide zich om en zei: ‘Rabboeni!’ (Dat betekent ‘meester’.)
‘Houd me niet vast,’ zei Jezus. ‘Ik ben nog niet opgestegen naar de Vader. Ga naar mijn broeders en zusters en zeg tegen hen dat ik opstijg naar mijn Vader, die ook jullie Vader is, naar mijn God, die ook jullie God is.’
Maria uit Magdala ging naar de leerlingen en zei tegen hen: ‘Ik heb de Heer gezien!’ En ze vertelde alles wat hij tegen haar gezegd had.

 

Klein Paaslied
Tussen waken, tussen dromen,
in het vroege morgenlicht,
wordt de steen van ’t graf genomen,
horen vrouwen het bericht,
dat door dood en duisternis
Jezus leeft en bij ons is.
Zij die zich als eersten buigen
over leven in haar schoot,
zijn op Pasen kroongetuigen
van nieuw leven uit de dood.
Vrouwen hebben Hem ontmoet,
weten zich bevrijd voorgoed.
Uit een sprakeloos verleden,
weggeschoven, ongehoord,
wordt een nieuwe tuin betreden
open is de laatste poort,
sluiers worden weggedaan:
het is tijd om op te staan.
Lente kleurt de kale bomen,
door het leven aangeraakt
bloeien bloemen aan de zomen,
zo wordt alles nieuw gemaakt.
Juichend stemt het leven in
met de toon van het begin.
(T. Hanna Lam / M. Mark Joly)

https://youtu.be/SSARSSDDiHA

 

Overdenking van het paasgebeuren

Is dat niet fel overroepen, dat Paasgeloof? Is het geen zoethoudertje voor de ziel of een vorm van pathologisch optimisme? We willen toch geloven dat ‘het’ goed komt, ondanks alles? En ondertussen vallen om ons heen de bommen, helpen we onze eigen leefomgeving naar de verdoemenis, worden mensen ‘en masse’ ontmenselijkt, gedeporteerd, afgeslacht, opgeofferd.
Kunnen we werkelijk zeggen dat het goed komt aan de vrouw die haar man, de liefde van haar leven, zag geliquideerd worden in Boetsja of aan de Russische moeder die haar dode soldatenzoon in een bodybag ziet terugkeren, of nog aan het Palestijns gezin dat nog maar eens een familielid verliest door zinloos geweld, aan… de lijst lijkt eindeloos. Is dat dan Paasgeloof? Een soort toedekken, wegstoppen, ontkennen van de werkelijkheid omdat die in se niet te verdragen is?

Het evangelieverhaal duwt ons in alle geval in een andere richting.
Maria van Magdala en de leerlingen vinden een open graf. Het is een gapende wonde waar ze geen blijf mee weten. Liever wilden ze die wonde van Jezus’ verschrikkelijke folterdood achter of onder een steen weggestopt houden. Ze doet immers te veel pijn. Ze hebben niet alleen een geliefde vriend verloren, de toekomst die ze gedroomd hebben, lijkt samen met Jezus dood en begraven. En als de toekomst weg is, schiet alleen het verleden over en de troost van mooie herinneringen. En de tijd om de wonde traag te laten helen.
Maar niets hiervan in het verhaal, hier wordt de wonde weer opengereten.
De leerlingen komen aan bij het graf en zien dat open en leeg. Petrus gaat het graf binnen, kijkt rond en ziet enkel nog een hoop linnen lijkwindsels en een zweetdoek, netjes opgevouwen. Wat hij ziet, zijn alleen wat resten van een triest verleden. Wat moet je in hemelsnaam beginnen met een leeg graf? Petrus is verbijsterd, ontdaan, wordt overvallen door twijfel. Hij, die zo de zekerheid nastreeft.
Er is absoluut niets te vinden in dat graf. Zelfs de hypothese dat iemand het lijk om God weet welke reden zou gestolen hebben, houdt geen stand, want welke dief zou de lijkwindsels eerst verwijderen en de hoofddoek mooi opvouwen? En waren die doeken wel van Jezus geweest? Er blijft alleen het absolute niets. Niets dat lijkt aan te geven dat je er een toekomst kan op bouwen. Hij ziet het in alle geval niet, als kijkt hij op een blinde muur. Hij is nu niet alleen de toekomst kwijt, maar tezamen ook met Jezus’ lichaam, het verleden. Alsof dat helemaal niet bestaan heeft. Hij staat er met lege handen. De ontreddering is compleet.

Bij de geliefde leerling gaat het iets anders. Hiervoor moet u me een kleine didactische zijsprong toestaan. De evangelist gebruikt in dit verhaal drie verschillende woorden voor ‘zien’. Voor zij die iedere avond voor het slapengaan één of ander gedicht in de taal van Homeros plegen te reciteren en mij ongetwijfeld zullen betrappen op slechte uitspraak, vergeef het mij, ik ben een barbaar die slechts wat Latijn heeft gestudeerd.
Johannes gebruikt ‘blepei’ wanneer hij het heeft over Maria van Magdala die ziet dat de steen is weggerold, of wanneer de geliefde leerling nog uithijgend bij het graf binnenkijkt en windsels ziet liggen. Blepei is gewoon ‘zien’, de fysieke waarneming, zoals u mij nu ziet of de tafel. Voor het ‘zien’ van Petrus gebruikt de evangelist ‘theorei’, waarvan onze woorden ‘theorie’ en ‘theater’ zijn afgeleid. Dat is een ander ‘zien’. We zouden het kunnen vertalen met: beschouwen, onderscheiden, betekenis zoeken. Petrus probeert in wat hij constateert betekenis te vinden, maar krijgt er dus kop nog staart aan. ‘theorei’ wordt ook gebruikt wanneer Maria van Magdala de twee mannen ziet, of wanneer ze Jezus ziet en hem verwart met de tuinman. Het is in de eerste plaats een mentale activiteit, doorkijken en verbeelden. Het woord om naar de werkelijkheid te kijken en te proberen er betekenis en zin in te vinden.

Voor de geliefde leerling wordt echter nog een ander woord gebruikt. ‘Horao’ is zien met de geest en met het hart, spiritueel zien, naar binnen gericht, inzicht als het ware. Het is waarheid zien, zien dat weten wordt. Over de geliefde leerling staat er: “Hij gaat het graf binnen, ziet en gaat geloven.” En ook Maria van Magdala vertelt met hetzelfde woord achteraf aan de leerlingen: “Ik heb de Heer gezien”.
Tot zover deze zijsprong. Terug naar het lege graf waar we Petrus in gedachten verzonken achtergelaten hebben. De geliefde leerling gaat uiteindelijk ook binnen, ziet hetzelfde “niets” als Petrus en gelooft. Hij ziet nochtans evenmin iets tastbaars dat een bewijs zou kunnen zijn voor een eventuele verrijzenis. Hij ziet alleen de leegte. Maar misschien herinnert hij zich de woorden uit Genesis dat Jahweh leven schept uit het niets. Of misschien voelt hij dat zijn liefde blijft duren, en dat hij geliefd blijft, ondanks alles, ondanks de dood. Dat geloof overkomt hem, het wordt hem gegeven, wordt als het ware door een ander voor hem uit de doeken gedaan.

Petrus is nog niet zover, hij blijft zitten in de constatering, hij is ingehaald door een mysterie waarvan hij de draagwijdte niet vat. Misschien is het net daarom dat de evangelist Petrus letterlijk laat voorbijlopen door de geliefde leerling, door de liefde, als was het om te zeggen: “Kijk goed, nog voor je aan het graf bent, heb je al kunnen zien wat je zou kunnen drijven”.
Petrus wordt verlamd door zijn ontdekking, de geliefde leerling gaat verder, laat zich niet tegenhouden en stelt zich open, zoekt verder. Hetzelfde zoeken dat ook Maria van Magdala beweegt, zoals we in een andere vertaling lezen: “Ze hebben mijn Heer weggenomen en ik weet niet waar ik Hem moet zoeken”.

Ons paasgeloof is geen constatering dat alles zomaar goed komt, voor Petrus en de geliefde leerling is er ook geen beschrijving van een ontmoeting met de Levende. Er is hier geen triomfalistisch gejubel, alleen twijfel. En toch komt de geliefde leerling tot geloof. En toch.
Is het dan misschien wel zo dat Paasgeloof een zoektocht is die veelbelovend lijkt, maar in zich geen garantie op een goede uitkomst inhoudt? Het deed ons onwillekeurig denken aan dat gekende gedicht “Hoop” dat aan de Tsjechische oud-president Václav Havel wordt toegeschreven. Je zou het woord “Hoop” daarin perfect kunnen vervangen door “Geloof”. Hij schrijft daarin “Hoop is ergens voor werken omdat het goed is, niet in de eerste plaats omdat je ervan overtuigd ben dat iets goed zal aflopen, maar wel omdat je de zekerheid hebt dat iets zinvol is, afgezien van de afloop, het resultaat.”
Die zoektocht kan enkel gevoed worden door een diep maar onloochenbaar vermoeden dat er altijd een mogelijkheid tot bevrijding bestaat waar mensen elkaar nabij zijn, dat er altijd de mogelijkheid bestaat dat nieuw leven kan geschapen worden uit de absolute leegte, daar waar je het niet of niet meer verwacht.
Dat vraagt van ons een ander soort kijken, een ander blikveld, een zien met het hart, los van alle wetten en praktische bezwaren. Geen ‘theorei’, geen theorie, maar iets dat gedaan moet worden, geïnspireerd door het bijzondere leven van die ene mens uit Nazareth, hoe die mensen nabij was, hen uitdaagde en steunde, het leven met hen deelde, de wereld anders zag.
Paasgeloof is een zoektocht die telkens vertrekt vanuit het zien van het lege graf, de open wonde, het menselijk lijden in al haar vormen, vanuit de confrontatie met onze onmacht, met het besef dat liefde in al haar kwetsbare zachtheid een uitweg en uitzicht, nieuw perspectief kan scheppen, kan laten zien met nieuwe ogen. Zo komt er opstanding, het haalt de kranten of de journaals niet, maar het gebeurt in het klein, op mensenmaat, hier en nu, iedere dag, al eeuwenlang, ontelbare keren.
Die zoektocht zal van onszelf nieuwe vreugdevolle mensen maken, dat geloof zal ons dopen met een heilig pinkstervuur dat het aanschijn van de aarde kan veranderen.

 

Ritueel hernieuwing van de doop- en geloofsbeloften

 

Lucht, vuur, water en aarde
zij grijpen op elkaar in in een voortdurend samenspel
zij omgeven ons,
zij maken ons bestaan mogelijk.
Wij worden eruit geboren, zij nemen ons terug op, zij bestendigen ons bestaan.

Moge dit water waarmee we in het leven werden geroepen
ons verbinden met elkaar,
niet alleen wijzelf die dit leven leven hier en nu en in de gehele wereld,
maar ook allen die ons zijn voorgegaan,
verder oplichten in een vuur dat niet overgaat.

En laat ons dan ons geloof uitzingen
in het mysterie dat ons, levenden en doden,
door Jezus is aangereikt,
dat ons omringt en ons begeleidt naar onze bestemming.

 

Zingen we nu samen de geloofsbelijdenis uit:

Wij geloven in God, de Ene, de Eeuwige.
Al wat bestaat leeft door Hem: hemel en aarde, mensen als wij,
geboren als geroepen, op liefde gebouwd.
Wij leren zijn naam van Israël, zijn volk, dat Hij bevrijdde en in zijn hart sloot.

Wij kennen zijn aangezicht door Jezus Messias, zijn Eerste, zijn Liefste,
die zijn ontferming onder ons leefde.
Hem hebben mensen verlaten, gekruisigd en aan hun ontrouw is hij gestorven.
God hield hem vast op zijn weg door de dood,
kroonde zijn trouw met het licht van de morgen.
Ons is zijn sterven de weg naar het leven.

En zijn gezindheid wordt door Gods Geest in ons geademd,
vandaag en voorgoed.
Dat houdt ons in leven tot aan de Dag dat hij zal komen de aarde richten
en wij zullen zingen de Ene, de Eeuwige,
tot al wat bestaat nieuw is geworden
en Hij zal zijn alles in allen!

(T. Sytze de Vries / M. Willem Vogel)

 

Inleiding op tafeldienst
Laten we aan tafel gaan. Hier delen we niet alleen de oogst van het land en onze arbeid, brood en wijn, maar delen we ook ons leven, onze dromen, onze vreugde, ons verdriet.
Hier delen we het geloof dat wanneer we dit eenvoudige, alledaagse teken, wanneer we dit teken keer op keer herhalen, hier en hierbuiten, we de kans op leven, goed leven voor iedereen tastbaar maken.
Want Jezus heeft ons de weg getoond met woord en daad. Hij zei: “dit brood en deze wijn, dit ben ik helemaal, hierin zit mijn hele leven, dit alles is het allerbelangrijkste”. Wanneer we dit samen blijven doen wordt nieuwe toekomst mogelijk en kan nieuw leven openbloeien, geschapen uit het niets.
Week na week, jaar na jaar, eeuw na eeuw doen we dit al, niet alleen, maar schouder aan schouder met allen die hetzelfde doen overal ter wereld en in verbondenheid met hen die ons hierin voorgingen, onze lieve doden.

Tafelgebed
Gij die weet wat in mensen omgaat
aan hoop en twijfel, drift, plezier, onzekerheid.
Gij die ons denken peilt
en ieder woord naar waarheid schat
en wat onzegbaar onmiddellijk verstaat.
Gij toetst ons hart
en gij zijt groter dan ons hart.
Op elk van ons houdt Gij uw oog gericht.
En niemand, of hij heeft een naam bij U.
En niemand valt of hij valt in uw handen
en niemand leeft of hij leeft naar U toe.
Maar nooit heeft iemand U gezien.
In dit heelal zijt Gij onhoorbaar.
En diep in de aarde klinkt uw stem niet.
En ook uit de hoogte niet.
En niemand die de dood is ingegaan
keerde ooit terug om ons van U te groeten.
Aan U zijn wij gehecht. Naar U genoemd.
Gij alleen weet wat dat betekent. Wij niet.
Wij gaan de wereld door met dichte ogen.
Maar soms herinneren wij ons een naam,
een oud verhaal dat ons is doorverteld,
over een mens die vol was van uw kracht,
Jezus van Nazareth, een zoon van Abraham.
In hem zou uw genade zijn verschenen,
uw mildheid en uw trouw. In hem zou voorgoed
aan het licht gekomen zijn hoe Gij bestaat:
weerloos en zelveloos, dienaar van mensen.
Hij was zoals wij zouden willen zijn:
een mens van God, een vriend, een herder,
die niet te eigen bate heeft geleefd
en niet vergeefs, onvruchtbaar is gestorven.
Die in de laatste nacht dat hij nog leefde
het brood gebroken heeft en uitgedeeld
en heeft gezegd: Neemt, eet, dit is mijn lichaam –
zo zult gij doen tot mijn gedachtenis.
Toen nam hij ook de beker en zei:
Dit is het nieuw verbond, dit is mijn bloed,
dat wordt vergoten tot vergeving van uw zonden.
Als je uit deze beker drinkt, denk dan aan mij.
Tot zijn gedachtenis nemen wij daarom
dit brood en breken het voor elkaar,
om goed te weten wat ons te wachten staat
als wij leven hem achterna.
Als Gij hem hebt gered van de dood, God,
als hij, dood en begraven, toch leeft bij U,
red dan ook ons en houd ons in leven,
haal ook ons door de dood heen, nu.
En maak ons nieuw, want waarom hij wel,
en waarom wij niet –wij zijn toch ook mensen.
(T. Huub Oosterhuis / M. Bernard Huijbers)

Onze Vader
Gezongen Vredeswens
Laat vrede gaan van hand tot hand,
deelt haar in daden uit,
totdat zij reikt van land tot land
en heel de aard’ omsluit.

(T. Hans Mudde / M. Dick Troost)

Communie

Slotgedachte
De nevel om ons heen trekt op.
En er ontkiemt iets in ons hart
wanneer wij op de terugweg
van het graf
elkaar terugvinden.
En de bestorven woorden
in ons laten spreken.
Over liefde
dat het ultieme antwoord blijft.
Over het wondere vermogen
dat in elke mens is neergelegd
om het vertrouwen
alle vrees te laten overstemmen.
Want Hij, die mens van hoop,
is hier.
Onder de levenden.
Halleluja
(K. Gelaude)

 

Slotlied
De steppe zal bloeien
de steppe zal lachen en juichen.
De rotsen die staan
vanaf de dagen der schepping
staan vol water, maar dicht
de rotsen gaan open.
Het water zal stromen
het water zal tintelen, stralen,
dorstigen komen en drinken.
De steppe zal drinken,
de steppe zal bloeien.
de steppe zal lachen en juichen.
De ballingen keren
zij keren met blinkende schoven.
Die gingen in rouw
tot aan de einden der aarde,
één voor één, en voorgoed
die keren in stoeten.
Als beken vol water,
als beken vol toesnellend water,
schietend omlaag van de bergen.
Met lachen en juichen –
die zaaiden in tranen,
die keren met lachen en juichen.
De dode zal leven
de dode zal horen: nu leven.
Ten einde gegaan
en onder stenen bedolven:
dode, dode, sta op,
het licht van de morgen.
Een hand zal ons wenken,
een stem zal ons roepen: Ik open
hemel en aarde en afgrond.
En wij zullen horen
en wij zullen opstaan
en lachen en juichen en leven.
(T. Huub Oosterhuis / M. Antoine Oomen)

 

Blijf verbonden met de gemeenschap van Dominicus Gent:
via de nieuwsbrieven: https://www.dominicusgent.be/nieuwsbrief/
via Facebook ( https://www.facebook.com/Dominicus-Gent-324436994242688/)
Abonneer u nu op ons Youtube-kanaal ( https://www.youtube.com/channel/UCBCXMCRb0cNw8Dd3tMc9elQ)

Indien u meent dat voor een bepaald object het auteursrecht van de auteur of zijn/haar erfgenamen, of het recht op afbeelding geschonden werd, neem dan contact op met ons zodat de situatie kan worden rechtgezet.