Over het verleden dat nooit voltooid is: twee ballades… (corona-viering)

Dominicus Gent in coronatijden

Viering van zondag 17 mei 2020 

Twee ballades over het verleden dat nooit voltooid is…

(Vierde viering in een reeks over herinneren, omgaan met geschiedenis)

Schriftlied 

Die mensen riep tot zinsverband
Hij schreef ons tot bescherming
Zijn handvest van ontferming,
Hij schreef ons vrij, met eigen hand.
Schrift die mensenoorsprong schrijft,
Woord dat trouw blijft.

Dat boek waarin geschreven staan
Gezichten, zielen naam voor naam,
Hun overslaande liefde,
Hun overgaande liefde,
Hun weeën die niet overgaan.
Schrift die mensendagen schrijft,
Licht dat aan blijft.

Zijn onvergankelijk testament
Dat Hij ons in de dood nog kent.
De dagen van ons leven
Ten dode opgeschreven
Ten eeuwig leven omgewend
Schrift die mensentoekomst schrijft,
Naam die trouw blijft.


Tekst Huub Oosterhuis I Muziek Antoine Oomen.
Gezongen door Ria Cabus en Bernard De Cock.
Aan de piano begeleid door Kristoffel Demoen.

 

1

Het verhaal van een onvoltooid verleden…

 

In de meimaand zijn er traditiegetrouw nogal wat herdenkingsmomenten. Om te beginnen 1 mei als Dag van de Arbeid, 8 mei Bevrijdingsdag, 15 mei Nakba, voor Palestijnen de herdenking van de catastrofe, 21 mei Hemelvaart, 23 mei, einde van de Ramadan, de maand waarin moslims overdag vasten en de openbaringen van Mohammed overwegen, 28-29 mei Sjavoeot, het feest van de Thora, 31 mei Pinksteren.

De lijst kan ongetwijfeld nog aangevuld worden. Ze is selectief en getuigt van een keuze. Sommigen herdenkingsmomenten zijn voor de hand liggend, andere veel minder of helemaal niet. Bovendien is datgene wat herdacht wordt vaak ook niet éénduidig. Want wat is er belangrijker over het verleden dan de feiten? Ontegensprekelijk: het geheugen, persoonlijk en collectief. Het geheugen is veel meer dan een eenvoudigweg opslaan van feiten uit het verleden. Het is een voortdurende herscheppende verbeelding. Met andere woorden: het verleden kan niet worden opgeborgen. Het wordt bewerkt en overgebracht.

Er is een voortdurende strijd over het perspectief van waaruit men geschiedenis leest en wat en hoe men die geschiedenis doorverteld wil zien. Kennelijk spelen gedenkdagen een heel grote rol in het verhaal dat men wil laten horen. Ze zijn daarom de inzet van veel politiek getouwtrek.

Het is dan ook niet verwonderlijk dat nu nogal wat artikels gepubliceerd worden over het belang van herdenken en herinneren.
Herdenken gaat uit van de vaststelling dat het verleden niet voltooid is,” zei Arnon Grunberg naar aanleiding van 8 mei.
“De geschiedenis telkens opnieuw omploegen om de voren voor het heden te trekken,” bedenkt Jos Geysels.

Dit is precies wat de bijbelse verhalen doen. Wanneer ze verhalen uit het verleden vertellen, dan zijn die niet allereerst bedoeld om ons een geschiedenisles te leren maar wordt een herinnering verhaald als profetie. Als wat toekomst kan worden. Mensen kunnen iets zeggen over hoe hun verhaal doorgaat en zich ontvouwt. Ze kunnen keuzes maken. Als profetie is herinnering een stimulans. Ze helpt ons op basis van onze levendige herinneringen vooruit te komen, een nieuwe toekomst en een nieuw, nog niet vertelde verhaallijn uit te werken.

Jesaja 60

17 De vrede benoem ik tot gezaghebber bij u, en de gerechtigheid tot leider. 18 Men hoort dan niet langer van geweld in uw land, van verwoesting en puin binnen uw grenzen. Uw muren zult u ‘redding’ noemen, en uw poorten ‘roem’. 19 Bij dag zal de zon uw licht niet meer zijn, de glans van de maan zal u ’s nachts niet verlichten; de Ene zelf zal uw licht zijn voor eeuwig en uw God wordt uw luister. 20 Uw zon gaat nooit onder, uw maan neemt niet meer af, want de Ene zal uw licht zijn voor eeuwig; uw dagen van rouw zijn te einde.


Dit is de boodschap van een volk dat gedurende heel zijn geschiedenis op hun kleine strook land door machtige buren omver werd gelopen, uitgebuit, gedeporteerd, …

In de verhalen van dit volk krijgen de verpletterende feiten niet het laatste woord.

Deze verhalen genereerden zoveel kracht dat zij het volk van Palestina in staat stelden te overleven onder bijna onmogelijke omstandigheden.

Altijd opnieuw gaven zij dit geloof door: we staan onder een belofte van nabijheid, van toekomst, van zegen.

Want wij behoren tot een zingevend verband. Een verbond waarin onze voorouders zich geëngageerd hebben en waartoe elke generatie opnieuw opgeroepen wordt. Een uitnodiging tot vrij en bevrijdend leven:

Jesaja 58

6 Is dit niet het vasten zoals Ik het verkies: boosaardige boeien losmaken, de banden van het juk losmaken, de onderdrukten hun vrijheid hergeven, en alle jukken doorbreken? 7 Is vasten niet dit: uw brood delen met wie honger heeft; arme zwervers opnemen in uw huis; een naakte kleden die u ziet en u niet onttrekken aan de zorg voor uw broeder? 8 Dan breekt uw licht als de dageraad door en groeien uw wonden spoedig dicht; dan gaat uw gerechtigheid voor u uit, en sluit de heerlijkheid van de Ene uw stoet.


Dat is de wijze waarop Jezus, die jood uit Nazareth, zijn traditie verstaan heeft, zijn eigen leven gelezen en geleefd heeft. Dat is de wijze waarop zijn volgelingen hem begrepen hebben en mogen herinneren tot op vandaag.

Beluisteren we nu de ballade over Jezus. Niet alleen het verhaal over een onvoltooid verleden maar mensgeworden belofte van nabijheid, toekomst en zegen.

 

Gezongen door Ria Cabus en Bernard De Cock en begeleid aan de piano door Kristoffel Demoen

 

 Ballade over Jezus 

Dit lied gaat over Jezus, die man van lang geleden,
het dorp waar hij vandaan komt is klein, heet Nazareth.
Zijn naam is alle eeuwen tot hiertoe doorverteld.

Hij was een zoon der mensen, geboren en getogen
uit arme Joodse ouders, een twijg uit Davids stam,
Een kind van de belofte, een zoon van Abraham.

Hij was een jaar of dertig toen hij van zich deed horen.
De mensen schoolden samen als vissen om hem heen.
Zijn moeder en zijn broeders begrepen niets van hem.

De tijd is vol, bekeer je en wees het zout der aarde,
wees voor elkaar barmhartig zoals mij vader is,
op zoek in deze wereld naar wat verloren is.

Ben jij niet voor je kinderen zo goed als je maar zijn kunt,
geef jij een ander stenen wanneer hij vraagt om brood?
Als wij gewone mensen, hoeveel te meer dan God.

Met tollenaars en zondaars dronk hij dezelfde beker,
Hij kwam een dode tegen en nam hem bij de hand.
De naam van God herleefde in heel het Joodse land.

De goden van het duister, de geest van kwaad tot erger
die mensen houdt gevangen, heeft hij tenietgedaan.
Hij heeft hun macht ervaren maar als een man weerstaan.

Zo doende wat hij doen kon ten dienste van de mensen
viel hij in mensenhanden, vond veel te jong de dood.
Er zijn er nog die zeggen: hij is de zoon van God.

Wij gaan met dichte ogen als vreemdelingen verder;
waarom is hij gekruisigd, wij hadden zo gehoopt.
Wie zal de Schrift verklaren, wie breekt voor ons het brood?

Er is nog meer te zeggen, te veel om te bewaren,
de wereld zal te klein zijn als alles helder wordt.
Als wij het moesten zingen, wij kwamen stem te kort.

Huub Oosterhuis/Bernard Huijbers

 

2

Elke geschiedenis is ooit een heden geweest…

 

Jullie konden in de video hierboven een ballade beluisteren. In een ballade wordt een episch verhaal verteld in korte strofen, dikwijls sprongsgewijs. Alles wat bijzaak is of vanzelf spreekt, wordt overgeslagen. De onderwerpen in ballades worden vaak ontleed aan oude verhalen. Wat we hoorden gaat over een oude geschiedenis. Een ballade over een zekere Jezus, die vandaag nog steeds verteld en bezongen wordt. En sterker nog, die nog steeds richting geeft en inspireert.

Ik had er nooit echt bij stil gestaan, maar elke geschiedenis is ooit een heden geweest. Van een “goede” geschiedenis blijft heel lang iets hangen, iets doorleven in het vandaag. Oude geschiedenis die zich weerspiegelt in hedendaagse geschiedenis. In het hier en nu dat ook weer op het punt staat geschiedenis te worden.

Wat zal er over deze tijd verteld worden?

Ik sta even stil bij ‘vandaag’. Wat zich vandaag afspeelt komt vrijwel zeker in de geschiedenisboeken terecht. Wat zal er over deze tijd verteld worden? Zullen er over deze tijd ooit ballades geschreven worden? En welk verhaal zal in die ballades verteld worden? We zijn wie we nu zijn dankzij wat anderen voor ons waren. En wie zullen wij geweest zijn voor hen die na ons komen?  Zal dat lied ook inspireren, verbinden en richting geven? Ik vraag het mij af…

Ik ben geen dichter. Maar ik wil, in wat hier volgt wat inspiratie bieden voor de inhoud van de verschillende strofen. Het spreek vanzelf dat, als u zich dichter voelt of balladezanger, u zelf strofen kan toevoegen of schrappen. De echte dichter is vrij…

 

   Blauwdruk voor een ballade over de tijden waarin corona woedde

1

Een strofe over onmacht en bevrijding

Ik las het in interviews met dichteres Ellen Deckwitz en met Jos Geyssels.
De verwachting is dat de armoede in België van 16 tot 25 procent zal oplopen.
Corona slaat in die groep nog een tweede keer toe.
Blijven we ermee akkoord gaan dat mensen lage lonen krijgen
zodat onze behoeftes gretig worden vervuld?
Blijven we leven in een systeem dat mensen opvreet?
Luidt de bevrijding van het virus ook de bevrijding in van de slaven?
Zou dat de inhoud van de eerste strofe kunnen zijn?

2

Een strofe over kwetsbaarheid

Over kwetsbaarheid dat het nieuwe normaal geworden is.
Over de aandacht die er groeide voor de kwetsbaarheid die schuilt in elk van ons.
Of zoals Marian Verkerk het beschrijft: “De kwetsbaarheid als kenmerkend aspect
van wie wij mensen zijn, wordt nu heel erg onderstreept.
Tot voor kort leek het alsof slechts een aantal van ons kwetsbaar was
en dat de meerderheid individueel kon werken
aan de vervulling van zijn levensproject,
en daar ook controle en grip op leek te hebben.
Dit virus dringt aan ons op dat wij kwetsbaar zijn, allemaal.

Zingt deze strofe over een oude samenleving
waarin mensen wederzijdse afhankelijkheid zoveel als mogelijk ontweken?
Waarin persoonlijke autonomie als hoogste streven werd beschouwd?
En dat het dan plots fundamenteel kantelde naar een nieuwe ervaring,
een nieuw normaal van ‘er samen voor gaan’, van ’het samen doen’?

3

Een strofe over het verlangen

Dit moet er zeker in.
Over het verlangen naar een onbestaand ‘vroegerwashetbeter’
of het verlangen naar tijdelijke en voorbijgaande belevingen.
En hoe dat plaats maakte voor een ander soort verlangen.
Het verlangen naar de warmte van elkaar.
Het verlangen naar het visioen van Jezus.
Het verlangen naar een gerechtige wereld.
Naar ik ben er voor u.
En natuurlijk ook naar knuffels en gevulde terrassen,
klinkende glazen en schallende liederen,
vrolijke vrienden en spelende kinderen.

4

Een strofe over verantwoordelijkheid

Over het virus dat ons een spiegel voorhield
en dat ons duidelijk maakte dat het naast kwetsbaarheid
ook over verantwoordelijkheid ging.
Marian Verkerk schrijft: “Wij zijn als samenleving zo gericht op zelfredzaamheid,
op verantwoordelijkheid nemen voor jezelf,
terwijl je verantwoordelijkheid ook kunt zien
als verantwoordelijkheid voor jezelf
én voor diegenen die door jouw handelen kwetsbaarder worden.

Zal een strofe in de ballade
die nieuwe opgenomen verantwoordelijkheid bezingen?

5

Een strofe over solidariteit

Er worden laptops ingezameld voor kansarme leerlingen.
Er worden voedselpakketten uitgedeeld.
Burgers en middenveldorganisaties steken de handen uit de mouwen.
Jos Geysels vindt dit lovenswaardig en bemoedigend.
Maar meer is nodig, zegt hij.
Zal er dan ook gezongen worden over een overheid
die geïnspireerd werd door die initiatieven van haar burgers?
En deze solidariteit ook vertaalde in een concreet beleid
die het opneemt voor de stijgende groep mensen onder de armoedegrens?

6

Een strofe over de nieuwe richting / heroriëntatie

Zal er in de ballade gezongen worden over de lockdown
en de nieuwe mogelijkheden die mensen ontwikkelden
en zo uitzicht gaven op een beloofd land?
Over hoe de kwade droom werd ontmaskerd
en nieuwe oriëntatie gaf aan een oud visioen.
Hoe mensen een nieuwe weg insloegen naar een nieuwe normaal?
Of bleef alles toch bij het oude normaal?
Betekende de bevrijding van het virus ook een bevrijding van de valse profeten?

7

Een strofe over het nieuwe normaal in het postcoronium

Over een nieuw begrip dat eigenlijk al redelijk oud bleek te zijn.
In 1918, op het einde van de eerste wereldoorlog,
voorspelde een tijdschrift dat ‘the new normal’ zou aanbreken,
dat ‘in de plaats komt van het oude normaal’.
Het verwijst naar een nieuwe realiteit
die aanbreekt na een schokkende gebeurtenis.
Zal deze strofe zingen over de retour naar het oude normaal?
Over een pauzeknop die we even ingedrukt hadden?
Of over de tijd die we achter ons lieten
en de aangebroken tijd van de ingeloste belofte, de bevrijding?

 

Ellen Deckwitz (Deventer, 20 mei 1982) is een Nederlandse dichteres, schrijfster, theatermaakster en columniste – Marian Verkerk, Nederlandse hoogleraar zorgethiek (https://sociaal.net/achtergrond/onze-kwetsbaarheid-wordt-nu-onderstreept/) – Jos Geyssels, voormalig voorzitter van armoedeplatform Decenniumdoelen

Kom in mij

Kom in mij, win, ontwapen mij.
Zie mij, doe mij aan.
Weersta mij, wacht mij, delf in mij.
Ontdooi mijn naam,
ontraadsel mijn bestaan.

Kom in mij, maak geluid in mij,
dood is diep in mij,
versteend mijn stem – ontsta in mij,
doe pijn, doorgloei mij,
leef mij, licht in mij.

Kom uit mij, scheur mij, kind van mij,
mens in mij ontwaak.
Ontvang mij, overschaduw mij.
En ga met mij
waar niemand met mij gaat.

Huub Oosterhuis

* 

Blijf verbonden met de gemeenschap van Dominicus Gent:
via de nieuwsbrieven: https://www.dominicusgent.be/nieuwsbrief/
via Facebook ( https://www.facebook.com/Dominicus-Gent-324436994242688/)
Abonneer u nu op ons Youtube-kanaal ( https://www.youtube.com/channel/UCBCXMCRb0cNw8Dd3tMc9elQ)

*

Foto’s Guido Vanhercke

Indien u meent dat voor een bepaald object het auteursrecht van de auteur of zijn/haar erfgenamen, of het recht op afbeelding geschonden werd, neem dan contact op met ons zodat de situatie kan worden rechtgezet.