Onze Vader (3)

Dominicus Gent
Viering van zondag 20 februari 2022
Onze Vader (3) 

 
We staan vandaag stil bij de eerste 3 beden van het Onze Vader: Geheiligd zij Uw Naam, Uw rijk kome, Uw wil geschiede.
Drie omschrijvingen voor het hetzelfde met enkele accentverschillen.  

Wat meteen opvalt is dat de mens die bidt zich plaatst tegenover “iemand”, “een ander” en dat het in haar gebed wezenlijk om die andere gaat: de Naam, het rijk, de wil van de Andere. Die asymmetrische verhouding van “ik” tegenover “de Ander” is naar ons hedendaags aanvoelen en zelfverstaan een beetje een vreemd relatiepatroon. Het is toch evengoed belangrijk wat IK wil doen of niet?

Maar laten we ons bij het begin van deze viering onder het licht van de paaskaars stellen en bidden:
We steken de Paaskaars aan. 

Gij die het sprakeloze bidden hoort
achter de woorden die wij tot U roepen.
Gij die de mensen ziet zoals geen een.
Gij die uw woord in ons hebt neergelegd
in den beginne als een bron van weten.
Gij die ons hebt geschapen naar U toe.
Wek onze kracht, vuur onze hartstocht aan,
heradem ons dat wij in U volharden.
Doe lichten over ons uw lieve Naam.

 

Lied: Hoe is Uw naam?

1.Hoe is uw naam, waar zijt Gij te vinden,
eeuwige God, wij willen U zien.
Geef ons vandaag een teken van liefde.

2. Eeuwige God, wij willen U zien,
geef ons vandaag een teken van liefde.

3. Want wat de hemel is voor de aarde,
dat is uw liefde voor hen die geloven.

4. Geef ons vandaag een teken van liefde.

5. Gij, de vergeving van alle zonden,
recht en gerechtigheid voor deze wereld.

6. Gij, de vergeving van alle zonden,
geef ons vandaag een teken van liefde.

7. Gij kent ons toch, Gij zult niet vergeten,
dat wij uw mensen zijn, Gij, onze God.

8. Hoe is uw naam, waar zijt Gij te vinden,
eeuwige God, wij willen U zien.
Geef ons vandaag een teken van liefde.

T: Huub Oosterhuis M: Bernard Huijbers

Lezing
Mozes was herder geworden van de kudden van Jetro, de priester van Midian, de vader van zijn vrouw. Op een keer had hij de kudde naar de overkant van de woestijn gebracht. Daar kwam hij bij de berg Horeb, de berg van God. Daar kwam de Engel van de Heer naar hem toe. De Engel stond midden in een braamstruik en zag er uit als een vuurvlam. Mozes zag dat de braamstruik wel in brand stond, maar niet verbrandde. Hij dacht: “Dat is wonderlijk! Ik zal eens gaan kijken waarom die braamstruik niet verbrandt.” Toen de Heer zag dat hij ging kijken, riep Hij vanuit de braamstruik: “Mozes! Mozes!” Hij antwoordde: “Ja, Heer.” Toen zei de Heer: “Kom niet dichterbij. Trek je schoenen uit, want je staat op heilige grond. Ik ben de God van je vader, de God van Abraham, de God van Izaäk en de God van Jakob.” Toen verborg Mozes zijn gezicht, want hij was bang om God te zien.
De Heer zei: “Ik heb heel goed gezien hoe vreselijk mijn volk lijdt in Egypte. Ik heb gehoord hoe ze het tot Mij uitschreeuwen over hun slavernij. Ik ken hun pijn en verdriet. Daarom ben Ik gekomen om hen uit de macht van de Egyptenaren te bevrijden. Ik zal hen uit Egypte halen. Ik zal hen naar een goed en ruim land brengen, een prachtig en vruchtbaar land. Nu wonen daar nog de Kanaänieten, de Hetieten, de Amorieten, de Perezieten, de Hevieten en de Jebusieten. Ik heb gehoord hoe de Israëlieten het uitschreeuwen. Ik heb gezien hoe vreselijk slecht de Egyptenaren hen behandelen. Daarom stuur Ik jou, Mozes, naar de farao. Jij gaat mijn volk uit Egypte weghalen.” Maar Mozes zei: “Ik? Maar dat kan ik helemaal niet! Hoe zou ik naar de farao kunnen gaan? En hoe zou ik het volk uit Egypte kunnen halen?”
Toen zei Hij: “Ik ben toch bij je! En Ik zal je bewijzen dat Ik je heb gestuurd: als je het volk uit Egypte hebt meegenomen, zullen jullie Mij op deze berg aanbidden.”
Toen zei Mozes tegen God: “Maar als ik tegen de Israëlieten zeg: ‘De God van jullie voorvaders heeft mij naar jullie toe gestuurd,’ dan vragen ze mij misschien: ‘Hoe heet Hij dan?’ Wat moet ik dan tegen hen zeggen?” Toen zei God tegen Mozes: “Mijn naam is IK BEN. Zeg tegen de Israëlieten: ‘IK BEN heeft mij gestuurd”.

 
Uw naam worde geheiligd

Wat wordt bedoeld met: Uw naam heiligen?
Heilig noemen we het belangrijkste, het hoogste, het meest dierbare dat er is in het leven. Het is niet voor iedereen gelijk, dat ervaren we in onze maatschappij. Voor de ene mens zijn de kinderen heilig, de natuur, muziek, …. Voor een andere is niets heilig.
In het Onze Vader wordt het woord heilig een werkwoord. En het wordt gekoppeld aan de naam van God, aan de naam van de Vader. Hoe kunnen we de naam heiligen?

Wat heiligen spontaan in mij oproept zijn ervaringen in de natuur. Als ik deze dagen wakker wordt om 5u dan kan ik liggen luisteren naar het gezang van een vogeltje, ik denk dat het een roodborstje is. Het parelende jubelen gaat door tot de morgen. In de nog pikkedonkere nacht lijkt dit kleine vogeltje zichzelf te overstijgen en zijn leven te heiligen. Als ik het hoor dan glimlach ik en ik probeer even wakker te blijven en te luisteren.
Guido Gezelle beschrijft dit in gedichten. Hij mijmert bij de bewegingen van het krinklende winklende waterding dat het de Eeuwige name van God schrijft.
Deze ervaringen kunnen wij als mens hebben door de schoonheid van de natuur.

Hoe kunnen wij mensen de naam van de vader heiligen?
Van in onze kindertijd is het onze vader vertrouwd. We zeggen het vaak meer dan een keer per dag. Het bevat elementen van het Kaddisjgebed, waar in de eerste zondag van deze reeks ook al naar verwezen werd. Daar staat het zo:

“Moge zijn grote naam verheven en geheiligd worden
in de wereld die hij geschapen heeft naar zijn wil.
Moge zijn koninkrijk erkend worden in uw leven en in uw dagen
en in het leven van het gehele huis van Israël,
weldra en spoedig.
…..
Moge zijn grote naam gezegend zijn nu en voor altijd.
Gezegend, geprezen, gevierd, en hoog en hoger steeds verheven
Verheerlijkt, gehuldigd en bejubeld worde de naam van de Heilige,
gezegend zij hij
hoog boven iedere zegening, elk lied,
lof en troost die op de wereld gezegd wordt. …… “

De Naam van God verwijst naar het boek Exodus, naar het moment waar Mozes geroepen wordt aan de brandende braamstruik. God zendt hem om de Israëlieten uit de slavernij van Egypte te leiden. Mozes vraagt naar de naam en God antwoordt: “Ik zal er zijn”.
Huub Oosterhuis schrijft: “De Naam wordt uitgelegd, toegelicht, verklaard, geopenbaard in verhalen over mensen die in opstand komen tegen onrecht en elkaar wegvoeren uit diensthuis en vernedering. Zulke mensen ‘leven’ de Naam.
De Naam van God betekent dat de vernederden uit het stof zullen worden opgericht.
Dat klinkt als een belofte, het is een opdracht: de politieke opdracht, aan mensen-nu om nu vernederde mensen omhoog te werken uit hun ellende – ofwel: de roeping om ‘gerechtigheid’ te doen. Het betekent niet meer of minder dan dat we nieuwe menselijke verhoudingen moeten scheppen: dat we geen genoegen mogen nemen met de gewone, vlakke, vervreemdende, verslavende, onderdrukkende relaties tussen mensen. Maar dat we dan ook alles wat we met mensen hebben, in vriendschappen en liefdes, een goede buur, verre vriend, lastige vreemdeling, omringende menigte, vluchtige passant…. proberen iets zichtbaar te maken van een stijl van leven die de gedachte oproept aan ‘een goed wijd land’. Dat we in alles wat we doen toewerken naar ‘een nieuwe aarde waar gerechtigheid woont’. Gerechtigheid is de praktische, politieke gestalte van die innerlijke kracht en houding die wij ‘liefde’ noemen. Liefde is de Naam leven, God doen.”

Als we de Naam van ‘onze vader’ heiligen, heiligen we ons leven en de wereld. Dan geschiedt ook Zijn wil, en realiseren we dat zijn koninkrijk komt. Want dat koninkrijk is het ‘goed wijd land’ waar gerechtigheid en liefde de maatstaf zijn.

Het is een groots visioen.
Het werd gegeven in de woestijn bij het wegtrekken uit de slavernij.
En er werd op het hart gedrukt:
Deze woorden aan jou opgedragen
hier en heden prent ze in je hart,
berg ze in het binnenst van je ziel,
leer ze aan je kinderen. Herhaal ze,
thuis en onderweg, waar je ook bent
als je slapen gaat en als je opstaat
deze woorden aan jou toevertrouwd.

 

 “Uw wil geschiede”

“Uw wil geschiede” is de bede die Matteüs in het Onze Vader inschuift.
Bij Lucas staat het er niet.

“Uw wil geschiede” krijgt in het evangelie van Matteüs dan ook een heel bijzondere betekenis. Hij herhaalt deze uitspraak meermaals, soms als gebed, soms om prioriteiten duidelijk te stellen, en soms is dat hetzelfde.
Tijdens zijn doodsangst in Getsemani bidt Jezus: “Vader, als het niet mogelijk is dat deze kelk aan mij voorbijgaat zonder dat ik eruit drink, laat dan uw wil geschieden”. Jezus is bereid de wil van de Vader – het brengen van het koninkrijk van de hemel – tot het uiterste te volbrengen. Hij zal niet vluchten noch compromissen sluiten, maar de weg ten einde gaan.
Het tekent heel Jezus’ houding : ‘Ik ben gekomen om Wet en Profeten te vervullen.’ Dat is Thora. Thora is de wil van God doen.
En voor Jezus leidt die wil doen hem naar het kruis.

Je voelt het impact van zo’n bede. Het is duidelijk allesbehalve vanzelfsprekend.
Het botst met ons zelfverstaan en ons levensproject waarin we graag geloven dat we zelf ‘autonoom’ beslissen over wat we doen en laten, over de belangrijke keuzes in ons leven.
We kunnen dit gebed wellicht best beschouwen als de uitdrukkelijke bereidheid om ons in te schakelen in een groter project, waar we graag voor kiezen, met name een samenleven in rechtvaardige en warme relaties, in harmonie met onszelf, met anderen, met onze omgeving. Want dat is ‘de wil van God’.
Maar ook dan nog is het een ‘straf’ gebed want het uitbouwen van zo’n samenleven kan bikkelharde gevolgen hebben voor ons leven. Wij leven in omstandigheden waarin dat best lijkt mee te vallen alhoewel je er aan consequente keuzes ook hier een prijskaartje hangt. Maar er zijn in de geschiedenis en helaas vandaag nog altijd heel bedreigende omstandigheden voor mensen die opkomen voor wiens rechten geschonden worden, voor betere werk- en levensomstandigheden, tegen uitsluiting, uitbuiting enz….. Voorbeelden genoeg van journalisten, vakbondsmensen die hun inzet hiervoor met hun leven betalen, voorbeelden genoeg ook van christenen die omwille van hun geloof vervolgd worden.

Op het einde van de Bergrede, waarvan het Onze Vader het centrale gedeelte, het kloppende hart is, zegt Jezus: “Niet iedereen die Heer, Heer tegen mij zegt, zal het koninkrijk van de hemel binnengaan, alleen wie de wil doet van mijn Vader in de hemel.”
Het gaat er niet om de juiste geloofspapieren te hebben, bij de juiste club aan te sluiten en de geijkte formules te herhalen, het gaat om Gods wil te doen. Om je in te schakelen in een persoonlijk én maatschappelijk programma van rechtvaardige verhoudingen, liefdevolle relaties en duurzame vrede. Met dit tekstfragment besluit Matteüs de Bergrede van Jezus.
In de voorbije vieringen hebben we al heel wat van de betekenis van het gebed Onze Vader uitgediept. En we hebben dat zorgvuldig en met onze gebruikelijke ernst gedaan. Want dit bidden is geen vlucht uit de realiteit of rekenen op een deus ex machina die de zaken voor ons wel eventjes zal regelen. Het is een gebed dat ons voor onze gezamenlijke verantwoordelijkheid stelt.

Verrassend en heel aanstekelijk lijkt mij dan ook de wijze waarop een Tanzaniaanse groep jongeren het Onze Vader in het Swahili brengt.
Hun zingen én dansen brengt een dynamiek van lichtheid, vreugde en een nieuwe adem teweeg. Een beleving die ook ons uitnodigt.

Luisteren naar: Baba Yetu, het Onze Vader in het Swahili
https://www.youtube.com/watch?v=rFEx0jY5emc