VIERING: OVER TOENADEREN EN HERSTELLEN… (LEVITICUS,1)

Dominicus Gent

Viering van zondag 19 nov 2023

Leviticus (1) : over toenaderen en herstellen…

 

Welkom aan iedereen hier in de kerk en thuis, welkom om mee te vieren.
Straks na de Paaskaars, zingen we als openingslied: wij gaan de weg van oude woorden. Ik blijf het merkwaardig inspirerend vinden, die combinatie van oude woorden en tegelijk de wereld binnenbrengen in onze vieringen.
Vandaag zullen we ons buigen over wel heel oude en vreemde woorden: het boek Leviticus. Het derde boek van de vijf eerste boeken van de bijbel. Men zegt wel: het hart van de Thora, terwijl het eigenlijk een heel merkwaardige opsomming is van offerregels en offerwetten die moeten onderhouden worden. Wie de tv-reeks over de Antwerpse traditionele joden heeft gevolgd, weet hoe vreemd die wetten kunnen zijn voor buitenstaanders. Ria zal die offercultus voor ons helderder maken. Ik zal nadien de vraag stellen of herstel ook vandaag voor ons nog belangrijk kan zijn.

Maar laten we eerst de Paaskaars aansteken. Een symbool dat zijn wortels heeft in diezelfde Thora: het wegtrekken uit slaverij, Jezus die op de vooravond van het Paasfeest zijn testament nalaat, wij die datzelfde licht laten schijnen, week na week na week.

 

Wij gaan de weg van oude woorden

Wij gaan de weg van oude woorden,  van overlevering,
 die wij van onze ouders hoorden,  in eigen luisterkring. 
Verhalen uit geloof geboren  om onze weg te gaan 
en tekens die ons veel beloven,  als wij ze nieuw verstaan. 

Wij zijn een schakel van de keten,  verbintenis van hoop,
mensen op zoek naar beter weten,  oprechte levensloop.
Er is geen God aan onze zijde  die zegt: ‘Zo ga je goed’.
Wel Eén die roept door alle tijden:  ‘zoek verder, het komt goed’.

T Jan van Opbergen M Lyon 1548

 

Inleiding  

God heeft het volk uit Egypte, uit het land van benauwdheid verlost en weggeleid. Maar nu moeten ze het zien vol te houden, moeten ze hun weg zoeken, in de wildernis , in de crisis.  Na de euforie van de bevrijding komt de dagelijkse routine.  Het boek Leviticus toont een manier om God te naderen, om een nieuw begin, een begaanbare weg te vinden met God en met elkaar.  En om de blik gericht te houden op dat grote visioen van een goed leven voor iedereen.

lezing

Lezing: 25,25-29  Wanneer uw broeder in armoede is gekomen, zodat hij een deel van zijn bezit moet verkopen, dan moet zijn naaste verwant komen en het verkochte van zijn broeder terugkopen. Hij zal zijn losser zijn. En wanneer iemand geen losser heeft die het voor hem terugkoopt, maar het gaat het hem zo goed dat hij zelf weer in staat is terug te kopen, dan kan hij zelf terugkopen.  Hij moet dan het aantal jaren sinds de verkoop berekenen en  in mindering brengen op de verkoopprijs en dat verschil terugbetalen aan de man aan wie hij had verkocht. Dan krijgt hij zijn bezit terug.  Is hij niet in staat om terug te kopen, dan blijft het verkochte goed slechts tot het jubeljaar in de hand van de koper.  Maar in het jubeljaar, komt het weer vrij voor hem: dan wordt hij in zijn bezit hersteld. Dan is het verkochte goed niet meer in de macht van degene die het gekocht had. 

35  En als uw broeder verarmd zal zijn, en zijn hand naar jou grijpt, zult gij hem vasthouden, zelfs een vreemdeling en bijwoner, opdat hij bij u zou leven.   Uit eerbied voor God moogt gij geen rente of overwinst van hem nemen. Geef hem te eten zonder toeslag, zodat hij bij je kan leven.  Ik ben JHWH, uw losser, ik heb u uit Egypte geleid, opdat ik jullie tot God zou zijn.

Leviticus 1 : En JHWH riep Mozes, en sprak tot hem, vanuit de tent van de samenkomst en zei: spreek tot de kinderen van Israël en zeg tot hen: als iemand van jullie JHWH vrijwillig een toenaderingsgave wil brengen, kunt gij een rund of een stuk kleinvee kiezen. Hij moet een gaaf dier nemen en dat bij de ingang van de tent der samenkomst aanbieden.  Zo schept JHWH behagen in hem. Hij legt dan zijn hand op de kop van het offerdier; zo wordt het aanvaard en bewerkt het verzoening voor hem.  Hij slacht het rund voor Jahwe.  De priesters, de zonen van Aäron, offeren het bloed en sprenkelen het rondom op het altaar bij de ingang van de tent der samenkomst.

 

Over offeren

Het jubeljaar, net zoals het sabbatjaar hoort bij het weidse bijbelse vergezicht van een goede samenleving.  Daarbij is het nodig om regelmatig een nieuw begin te kunnen maken, vooral door hen die door armoede  in een benarde situatie zijn gekomen.  De mentaliteit van een mens die de naaste verlost door iemands schuld over te nemen en af te lossen, is zo anders dan wat gangbaar is in de ‘normale’ economische verhoudingen.

Zulke mentaliteit kan je oefenen, zegt het boek Leviticus: door te offeren.  Deze joodse offercultus heeft maar bestaan tot de verwoesting van de tempel in het jaar 70 n.Chr.  Daarna werd deze offercultus vervangen, o.a. door gebeden.    

Wij associëren een offercultus met het paaien van goden, in de hoop dat zij onze wensen zouden vervullen, dat hun woede gestild wordt en onheil afgewenteld. Wij geven iets, wij offeren iets op, en in ruil verwachten wij iets terug.  Vaak vinden we zulke rituelen onzinnig en primitief.

Maar offeren in de bijbel betekent iets heel anders: het gaat om naderen, naderbij brengen. God naderen, met een geschenk, met iets dat je heel dierbaar is.  Het mooiste, het gaafste dier uit je kudde.  Maar het kan ook meel zijn, of koeken. Een toenaderingsgave.

God roept ons daartoe op, vanuit een grote tederheid, vanuit liefde. En de mens wil deel uitmaken van deze intieme verbinding.  God is geen God die gepaaid moet worden met offers, God is geen God waar je bang moet voor zijn.

Waarom zou iemand met een toenaderingsgave God willen naderen? De motieven kunnen heel uiteenlopend zijn:   je hebt iets gedaan waarmee je iemand- zonder dat je dit besefte- toch gekwetst hebt en de relaties in een gemeenschap hebt verstoord.  Of je bent dankbaar omdat een hindernis in je leven is genomen. Of blij omdat je een project succesvol tot een einde hebt gebracht.   Of je bent in een totaal nieuwe situatie gekomen: je bent vader of moeder geworden, je trouwt, je wordt ziek.  Deze nieuwe situaties vragen om het ontdekken van een nieuwe weg,  je kan niet meer terug naar de vroegere weg.  Je moet verzoend raken met de nieuwe situatie. 

Een toenaderingsgave, een offer, heeft alleen maar zin als het oprecht is, als je het met je naaste  hebt proberen goedmaken: als je schadevergoeding hebt betaald, of excuses aangeboden, … als je wat verstoord is geraakt, weer herstelt.  Alleen dan wordt de geur van de verbrande gave  als een lieflijke, aangename geur voor God.  Zonder deze eerlijkheid en zonder ethiek is dit ritueel waardeloos. Het steekt heel nauw, elke offercultus leidt al gauw tot een perversie van godsdienst.  Dat zeggen de profeten. Dat zegt ook Jezus.

Wat kunnen wij vandaag leren van deze toenaderingshouding? 

Door iets heel waardevols af te staan,  door het mooiste dier uit je kudde af te staan, of als je arm bent, iets van je eigen eten,  breek je met de gewone economische logica van ‘voor wat, hoort wat’.  Je breekt met wat de bijbel ‘het verlangen naar Egypte ‘ noemt, het verlangen naar hebben, naar consumeren. 

Je laat verbranden, je geeft weg, je staat met lege handen voor het aangezicht van God.  Je toont je bereidheid om de manier waarop je normaal je economische en financiële belangen verdedigt, los te laten. Je getuigt dat God groter is en dat de macht van Egypte niet over je heerst.   Je drukt uit dat je wil herstellen, dat je dankbaar bent, dat je verzoening zoekt met de nieuwe situatie in je leven.  In de vraag om verzoening verliest de kracht die ons benauwt, haar imponerende werking. Zo  krijgt iemand weer bewegingsruimte om de crisis het hoofd te bieden, om het uit te houden.  

Niemand moet een toenaderingsgave alleen voltrekken: er is altijd de gemeenschap waarbinnen iemand zich toont – zonder veel woorden- , er is de begeleiding van de priester of de leviet in het ritueel, die soms schuld en zwaarte helpt dragen of overneemt, in elk geval is er iemand die je ondersteunt.

Bovendien: zo’n toenaderingsgave is geen verplichting. Het is een vrijwillige geste.  Mensen drukken hun verlangen uit om weer opgenomen te worden in het weefsel van het leven.  Drukken het dankbare besef uit dat wij niet kunnen leven zonder ontmoeting, dat wil zeggen, zonder de gemeenschap met God en met elkaar.  Dan kunnen mensen de naaste die in armoede is vervallen,  lossen, verlossen.  Zo naderen wij het geheim van het leven, naderen wij God, die op ons wacht. 

 

Gij wacht op ons

Gij wacht op ons totdat wij opengaan voor U.
Wij wachten op uw woord dat ons ontvankelijk maakt.
Stem ons af op uw stem, op uw stilte.

T Oosterhuis M Huijbers

 

(Marietjie Uys:   https://bybellegkaart.blogspot.com/2019/08/bible-journaling-leviticus-9-10.html

 

Over herstellen

Wat een merkwaardig boek is dat toch, dacht ik, toen ik Leviticus doorlas. Lijkt wel een soort bezwerend muziekstuk, met al die opsommingen, en vooral die herhalingen. Soms leek het mij wel een volière, als opgesomd wordt welke vogels niet gegeten mogen worden (hfst11).

Maar die herhalende nadruk dat het volk de geboden zou onderhouden moet een bepaalde reden hebben, dacht ik. Een sterkere reden dan enkel luid en krachtig verwittigen. En dan zie ik dat de eerste 19 hoofdstukken in detail de vele soorten offers bepalen, maar dat nadien plots echt duidelijk wordt waarover het gaat: over de zorg voor arme en vreemdeling en arbeiders en mensen met beperking en bejaarden. Bijvoorbeeld: systematisch wat overlaten voor hen lijkt wel een soort sociaal systeem avant la lettre. Bijvoorbeeld: mensen niet treiteren noch bedriegen, noch woekeren met geld. Bijvoorbeeld: schuldaflossing ten voordele van wie verarmd is, en van slaaf en dagloner.  En zelfs tegenover de andere schepselen is er zorg.  Die volière bijvoorbeeld zegt uitdrukkelijk dat we niet zomaar alles kunnen doden, dat wij niet de baas zijn over al het andere leven, dat er grenzen zijn aan wat we kunnen bezitten.

Een gedetailleerd wetboek schrijven, om daarin en daardoor een beter leven te voorzien voor iedereen, ook de minsten. Een wetboek dat verder gaat dan ons wetboek van “ieder gelijk voor de wet”! Want we weten dat “ieder” niet bestaat. All men are equal, zei Orwell, but some are more equal than others.

Maar het gaat blijkbaar evengoed over herstel: wat doen we als er iets misgelopen is. Ook daar zijn wij vandaag nog maar aan het begin van ons nadenken: herstelbemiddeling, slachtofferhulp, reïntegratie van gestraften, detentiehuizen, enz. Mijn vrouw Lieve heeft twintig jaar slachtofferhulp gedaan in het CAW Gent, en ik herinner me uit haar woorden hoe belangrijk het was voor slachtoffers dat er een vrijwilliger de moeite nam om op bezoek te komen, om naar hen te luisteren, om mee te gaan naar de rechtbank. Belangrijker nog dan de professional, want zo veel betekenisvoller. Die vrijwilliger hoefde dat niet te doen, maar zij of hij deed het toch. Het was alsof de maatschappij zelf op bezoek kwam, haar best deed om iets te herstellen van wat kapot was. De maatschappij was dus zoveel meer dan dader. Alleen al tegen verbittering is zo’n bezoek goud waard.

Herstel is zo belangrijk. Het luisterend oor van de gevangenisbezoeker, van de anonieme stem of chat van Tele-Onthaal, Kindertelefoon. De warmte van het pleeggezin. Zelfs de biecht kan die functie hebben, als het een bevrijdend gesprek is. Iemand zoekt om weer opgenomen te worden in een gemeenschap, en durft de hand grijpen die uitgestoken wordt. Straffen is nodig als er iets verkeerd liep, maar nog belangrijker is het ritueel om weer opgenomen te kunnen worden, om weer mee te mogen doen.

En daarmee hebben we nog niets gezegd over de dankoffers waar Ria het over had. Doen we dat vandaag nog, een ritueel om dank te zeggen voor de gaven die we van het leven krijgen? Doen we dat nog, beseffen dat veel in het leven niet onze verdienste is, maar een cadeau, een zegen om dank u tegen te zeggen?

 

Een schoot van ontferming is Onze God

Een schoot van ontferming is onze God.
Hij heeft ons gezocht en gezien
zoals de opgaande zon aan de hemel.
Hij is ons verschenen toen wij in
duisternis waren, in schaduw van dood.
Hij zal onze voeten richten
op de weg van de vrede.

tekst: Huub Oosterhuis; muziek: Antoine Oomen

 

 

 

Blijf verbonden met de gemeenschap van Dominicus Gent:
via de nieuwsbrieven: https://www.dominicusgent.be/nieuwsbrief/
via Facebook ( https://www.facebook.com/Dominicus-Gent-324436994242688/)
Abonneer u nu op ons nieuw online platformhttp://Bijlichten.be 
Ga er in gesprek met de auteurs van de filmpjes!

Indien u meent dat voor een bepaald object het auteursrecht van de auteur of zijn/haar erfgenamen, of het recht op afbeelding geschonden werd, neem dan contact op met ons zodat de situatie kan worden rechtgezet.