Koningen in de bijbel, het koninklijke in de mens… Spr 16,10-16 & Joh18,36


Viering  van zondag 21 juli 2013

 

Welkom op deze bijzondere zondag van 21 juli. De Gentse feesten hebben hun startschot gekregen, in de kathedraal wordt op dit moment het Te Deum gezongen voor de nationale feestdag, een zoon erft de job van zijn vader die op pensioen gaat  en de ronde van Frankrijk 2013 krijgt haar besluit. Allemaal feesten die een aspect van ons publieke samenleven vieren.

Wij vieren hier eenvoudiger, zonder kanonschoten. Maar elke week valt er  weer wat te vieren dat ons als mens diep raakt en waarin we Gods werking mogen ervaren. Vandaag laten we ons inspireren door al het feestgedruis en staan stil bij ‘Koningen in de bijbel en het koninklijke in elke mens’.  Geen simpele opdracht, we  laten er het licht van de Paaskaars op schijnen en vragen om Gods aanwezigheid.

Als openingslied zingen we van “het land dat vreugde heet, vrij van geweld en oorlogsleed, op zoek naar de stad die God regeert”.

Twee lezingen

De koning spreekt Gods oordeel uit,wanneer hij rechtspreekt, faalt hij niet.
De HEER bepaalt de maatstaf van het recht,hij stelt de gewichten en balans vast.
Koningen verfoeien goddeloosheid,rechtvaardigheid schraagt hun troon.
Een koning schept behagen in oprechte woorden,wie de waarheid spreekt, is hem dierbaar.
De woede van de koning is een bode van de dood,een wijze brengt hem tot bedaren.
Het stralende gezicht van de koning brengt leven,als een voorjaarsregen is zijn gunstbewijs.
Hoeveel beter is het wijsheid te verwerven dan goud,hoezeer is inzicht te verkiezen boven zilver.  (Spreuken 16, van vers 10 –16)

Jezus antwoordde: ‘Mijn koningschap hoort niet bij deze wereld. Als mijn koningschap bij deze wereld hoorde, zouden mijn dienaren wel gevochten hebben om te voorkomen dat ik aan de Joden werd uitgeleverd. Maar mijn koninkrijk is niet van hier.’  (Johannes 18, vers 36)

Koningschap in de joods-christelijke traditie

Koningen en koninginnen, prinsen en prinsessen…:  sprookjes, fabels, verhalen staan er bol van. In kinderspel zijn ze niet weg te denken. Wie heeft als kind nooit gedroomd van een prinsenleven als koningskind in een groot en mooi paleis. Van de prins (al dan niet op het witte paard) die verschijnt voor de ultieme kus. En ze leefden nog lang en gelukkig …

De geschiedenis toont ons echter een ander plaatje. Het is van alle tijden en van alle continenten dat koningen (‘de machtigen der aarde’), in hun paleizen, grote sier vertonen ten koste van goed leven voor de gewone sterveling. Het dromen van macht, van overwicht over mensen, van grenzeloze honger naar rijkdom: dit soort ‘koningschap’ bestaat ook nog vandaag. Alleen heten ze niet meer koning maar ploegbaas, president, voorzitter, …

Ook de bijbel heeft niet veel goeds te melden over de koningen op hun hoge tronen. In het boek Samuël lezen we een waarschuwing dat het koningschap vooral ellende oplevert:  ‘Je zonen moeten het leger in, je dochters de hofhouding dienen en de koning vordert belasting’ (1 Sam. 8). En de twee boeken die helemaal gaan over de koningen van Israël en Juda staan vol verhalen over wandaden, zonden, onrecht en oorlogen.

Deze boeken gaan over een periode van ongeveer vierhonderd jaar waarin vele koningen opkomen en weer ten onder gaan. Koning David, de beroemdste koning uit de bijbel, sterft aan het begin van deze koningsverhalen. Na hem komt de wijze koning Salomo met wie een periode van machtsstrijd wordt ingeluid. Rond het jaar 925 voor Christus ontstaan twee rijken: Israël in het noorden met haar tien stammen en Juda in het zuiden met twee stammen.

Maar in deze boeken uit het oude testament gaat het niet over wereldse geschiedschrijving,  over feiten en verhalen van koningen die er niets van bakken. Het gaat over een ander soort koningschap, een alternatief voor wat Israël ervaren heeft met farao (godenzoon)in Egypte. In de persoon van koning David krijgt dit ten volle gestalte. Hij is degene die de Thora volgt. Koning David is door God aangewezen om gerechtigheid en vrede te brengen.

Wat bij koning David begon, komt tot volle wasdom in de figuur van Jezus. Geen koning van paleizen en grote sier, maar een koning van de wereld zoals ze door God is bedoeld.

Het is niet vanzelfsprekend om dit soort tegendraads koningschap te aanvaarden. In onze katholieke geschiedenis (begin vorige eeuw) werd onder paus Pius XI ook Jezus een machtig koningschap aangemeten. Het ‘Feest van het Koningschap van Jezus Christus’ schoof de gedachte naar voor van Jezus als almachtige koning van het heelal, als verheven en schitterende opperheerser (weerspiegeling van het toenmalige godsbeeld). Sinds Vaticanum II heet het feest ‘Christus, koning van het Heelal’ waarbij de nadruk ligt op het vers uit het Johannesevangelie “Mijn koningschap is niet van deze wereld”. Waar eer wordt gedaan aan de God van liefde en van trouw…

Het koninklijke in ieder van ons

Als we in het boek spreuken lezen over een haast goddelijk goede koning, dan weten we het wel: dat koningschap is niet van deze wereld. Maar wat betekent het als Jezus, die door en door mens is naar het hart van God, die woorden in de mond neemt, op een kritiek moment wanneer hij met de dood bedreigd wordt `Mijn koningschap is niet van deze wereld’.

Voor Anselm Grun is de esssentie hier dat  Jezus  zijn koninklijke waardigheid ziet als iets dat hij van God ontvangt. Het gaat om iets in onszelf dat niemand ons kan ontnemen, een domein in mij , in jou, waar de wereld uiteindelijk geen macht op heeft. Het heeft te maken met authenticiteit, een diep menselijke kern. Dat waar we echt in geloven, dat door ervaring gelouterd is en dat we weten waar te zijn, dat is niet te kwetsen, daarin ligt ten diepste onze waardigheid.

In Johannes 18 vat Jezus het zo samen: Ik ben geboren en in de wereld gekomen met geen andere bestemming dan om te getuigen van de waarheid. Hij is niet iemand die met de scepter zwaait en desnoods met geweld afdwingt. Hij wil tot inzicht brengen en ons zo van een zware last bevrijden, tot vrije mensen maken, zoals hij dat deed bij die tollenaar die spontaan het gestolen geld wou teruggeven. Hij doet  dit als de wijze die ons inleidt in zijn kennis, deelgenoot maakt van de waarheid. Zijn houding is daarbij die van een herder die de gekwetste mens oppakt en verzorgt, eerder dan  terechtwijst  of afdwingt.  Ook dat is een nieuw soort koningschap

Die koninklijke waardigheid zit dus in elk van ons. Toegegeven: bij sommigen veel beter verborgen dan bij anderen. Ze komt op bijzondere wijze  tot uiting op kritieke momenten, als er belangrijke keuzes moeten gemaakt worden of we geconfronteerd worden met subtiele of manifeste manipulatie, bedreiging zelfs, wanneer verzet nodig is om de rechte weg te blijven gaan. Geven we dan toe of niet, waarom en hoe slagen we erin om dat te doen?

Het heeft dan uiteraard niet met rang of stand te maken maar met authenticiteit, het niet veinzen en niet zwichten voor machtsspelletje,  vleierei of beloftes, maar het vasthouden aan de waarheid, hoe men die ook mag zien. Het is vaak krachtiger en duidelijker onverschrokken aanwezig bij de arme, de kleine mens, een kind zelfs.  Wat is daarbij de kip en het ei natuurlijk…  Wie niet meedeint met de mode en macht van het moment heeft ook minder publiek aanzien en komt op die manier genakkelijker in een vorm van materiële armoede terecht.

Mensen die die koninklijke waardigheid bij uitstek belichaamd hebben, kennen we wel.  Neem nu die advocate die zich inzet voor de reclassering van gevangenen, mensen die een fosterkind in huis nemen of een vluchteling op weg helpen, een politicus die fraude aanpakt.  In confrontatie met pijnlijke omstandigheden werden zij net als wij opgeroepen om keuzes te maken die veel kunnen kosten. Van Nelson Mandela onthouden we niet alleen dat hij voor jaren in de gevangenis belandde omdat hij vasthield aan zijn overtuiging dat zwart en blank een gelijke behandeling moeten krijgen, maar ook hoe hij met de cipiers en medegevangenen wist om te gaan. Hoe hij vanuit de schijnbaar  machteloze positie van gevangenen in een wreed bestel erin slaagde om de machtsspelletjes te keren waarmee men de gevangenen tegen elkaar uitspeelde.  Door zijn intrinsiek koninklijk gezag wist hij solidariteit te scheppen binnen de gehavende gemeenschap van hongerige en uitgeputte gevangenen. Het maakte zozeer indruk dat zelfs de wreedste cipiers niet naast de adel van de mens konden kijken en hem willens nillens met bijzondere eerbied behandelden. Men moet de kans krijgen om iets op te bouwen natuurlijk, dat was bij Trayvon Martin niet zo.

Onze kinderen als prinsen en prinsessen behandelen betekent in dat licht dan ook: zeer zeker niet hen met geschenken en weelde overladen en aan elke gril toegeven. Maar in tegendeel hen een basis meegeven die hen in staat stelt op te komen voor de waardigheid van elke mens, zichzelf incluis.  Als we daarin slagen dan zijn ze echte prinsen en prinsessen: allicht niet immuun, maar toch gewapend tegen pesterijen. Dan kunnen ze er tegenin gaan en de zwakte van de pester doorprikken. Misschien zelfs zoals Mandela. een zodanige relatie opbouwen met de pester dat er een respect groeit en de waardigheid van beide partijen erdoor verheven wordt.

Door de eeuwen heen zijn mensen  voor hun geloof door het vuur gegaan – vaak letterlijk met een gruwelijke dood tot gevolg.  Zou ik er zelf de moed toe hebben om zo voor mijn waarheid uit te komen? Het is een goeie vraag. Wel weet ik dat leven onder valse pretenties, belijden waar men niet achter kan staan, een door en door pijnlijke zaak is. In de leugen leven, zijn koninklijke waardigheid verliezen lijkt zeker zo erg dan de lichamelijke dood. Wat een verademing dat wij vandaag in onze democratie voor onze overtuiging kunnen uitkomen ook al blijven er massa’s krachten die ons in allerlei richtingen willen sturen. De getuigenis van die waarheid  in doen en laten, reikt verder dan we durven vermoeden. Het is een geschenk dat ik van deze gemeenschap persoonlijk ontvang, maar niet alleen ikzelf: ook onze bredere gemeenschap: een echt feest voor Gent.

Inleiding tot het tafelgebed

Het koninkrijk van God, goed leven voor allen, dat ons is aangezegd. Een belofte, niet alleen voor ergens ooit, maar iets dat nu al begint. Hier en nu.

In breken en delen zoals Jezus ons heeft voorgedaan.

Klaar om brood te breken, de beker te delen denken we aan de mensen die grote nood hebben aan dat goede leven, aan de zieken, aan de vluchtelingen. We denken ook aan de mensen die hier niet aanwezig zijn vandaag: vakantie of werk, zorg en verdriet, feest en vreugde.

We gedenken de mensen, overal ter wereld, die zich inzetten om het koninkrijk van God handen en voeten te geven. En we gedenken onze lieve doden.

Laten we aan tafel gaan…