VIERING : THUISKOMEN IN DE PSALMEN (PSALM 55)

Dominicus Gent
Viering van zondag 19 oktober 2025

THUISKOMEN IN DE PSALMEN (PSALM 55)
 

 Psalm 55 (bewerking Huub Oosterhuis)

Aan vaste zeden en tijden gehecht
aan huis en haardstee
ben ik een zwerver geworden
een opgejaagde, een vervolgde.

Ik wou een duif zijn,
opvliegen naar veilige oorden.
Ben een hond geworden,
ben wind voortstormend.

Ben de stad ontvlucht
van de gespleten tongen,
spraakverwarring, schelden,
geweld van woorden, die stad
van dreiging en bedrog op de markt
in sloppen en paleizen.

En om mijn enige ben ik gevlucht,
die mij niet hoonde en haatte,
die mijn maat was, mijn vertrouweling
met wie ik
over god en dood kon praten

maar zij sponnen hem in
in hun verhalen, god verdoem ze,
en hij viel mij af.

Ochtenduren, middag, avond
lig ik te kreunen
van angst en pijn.

Mijn god woont in een schone naam:

“Voor jou zal Ik er zijn.”

 

Lied : Die mij droeg

Die mij droeg op adelaarsvleugels
die mij hebt geworpen in de ruimte
en als ik krijsend viel
mij ondervangen met uw wieken
en weer opgegooid
totdat ik vliegen kon
op eigen kracht

T: Huub Oosterhuis M: Bernard Huijbers

 

Goede morgen en welkom in de Blaisantkerk. Welkom ook als je van thuis uit met ons meeviert.
Bij het opstellen van de kalender van de vieringen spraken we met de voorgangers een reeks van 3 vieringen af over psalmen. Deze volgen niet op elkaar; er zitten andere reeksen of vieringen tussen. Dit is de eerste.

Een viering rond psalmen mee voorbereiden was geen evidentie voor mij, maar een leerrijke weg om te gaan. We hebben de viering opgebouwd rond 1 psalm, namelijk psalm 55: we beluisteren hem in de verwoording van Huub Oosterhuis, van Ida Gerhardt en Marie Van der Zeyde, van Guido Vanhercke en in een lied van Bono. Vele verwoordingen die hopelijk een deur kunnen openen naar de betekenis van deze psalm.

Mijn ervaring met psalmen was het grootst in de tijd toen ik in Mirte woonde, toch een zestal jaren. Voor wie hier nog geen lange geschiedenis heeft: Mirte was een kleine gemeenschap met Bernard De Cock, Antoinette Van Mossevelde en een aantal wisselende mensen, zoals Mia, Dirk, Anne, Mahmoud en ik vergeet wellicht nog iemand. We woonden samen en een aantal vergaderingen en voordrachten gingen daar door. We hadden een gemeenschappelijk gebed en maaltijden. In het ochtendgebed zongen we telkens een week lang een psalm. We hadden natuurlijk het geluk dat Bernard ons daarbij meenam in het gezang. Sommige spraken me meer aan dan andere, sommige bleven hangen.
Ik ervaarde ze als een ankerpunt, het afstemmen op een andere realiteit dat ons voorbereidde op de verantwoordelijkheden van die dag.

Bij bezoek of verblijf in een abdij word je uitgenodigd om de officies te volgen. En ook daar beluister je de psalmen mee want zij vormen de structuur van de dagelijkse gebeden. Ze zijn niet zo toegankelijk voor mij. Misschien ook niet voor jullie. Daarom hebben we de vier teksten op een blad voorzien om mee te nemen en nog eens te lezen als je dit wilt.
Bart zal dieper ingaan op de betekenis van de psalmen, voor hem gaan ze al heel lang mee.
 

THUISKOMEN IN DE PSALMEN

De psalmen gaan inderdaad al een flink deel van de 57 jaar van mijn leven met me mee. Sedert ik in 1986 een voet binnenzette in het Grootseminarie van Brugge om daar de priesteropleiding aan te vatten, werden ze deel van mijn leven.
Een aantal keer per dag werden er in de kapel psalmen gelezen en gezongen waardoor we in een week de hele cyclus van 150 psalmen volgens het brevier hoorden voorbijkomen, net zoals dat in een abdij gebeurt tijdens het getijdengebed.

Het was toen br. Benedict, de gastenpater van de abdij van Westmalle, ooit voor onze Pax Christi-groep getuigde over psalmen dat ook het leven er – voor mij voor het eerst – in binnenkwam: een pas vrij gekomen jonge ex-gedetineerde verbleef in de gemeenschap en kreeg van Benedict de opdracht mee “om een psalm tot de zijne te maken”. De jongeman ging aan de slag en slaagde er na vele weken in om een psalm te “omarmen”.

Het jarenlange reciteren van psalmen, vooral de vertaling van ‘de tantekes’, zoals Bernard de Cock ze altijd noemde, maar eigenlijk stonden ze bekend als ‘de Dames’, Ida Gerhardt en Marie Van der Zeyde, heeft ervoor gezorgd dat ik ze soms nog kan meezeggen of -zingen als ik nog ‘ns in West-Vleteren kom (en niet enkel voor een twaalf graden). De vertaling door de Dames klinkt inmiddels toch wat bonkig en natuurlijk werd ik inmiddels geconfronteerd met tal van waardevolle vertalingen en hertalingen: Bronkhorst, Oosterhuis, Vander Plas, de vertaling in de Naardense Bijbel maar die is ook best stijf al sluit ze goed aan bij de basisteksten, de hertalingen van Guido en de pa van Joke, Jef Van Pelt, uit de eigen gemeenschap,…

Voor mij zijn psalmen een hulpmiddel geworden om verbinding te krijgen met God, de wereld, de anderen en mezelf en is dat ook niet de bedoeling?
De psalmen noemt Peter Schmidt de weerspiegeling van ongeveer alle aspecten van het Oude Testament. Soms wordt het psalterium (psalter) ook het ‘OT in het klein’ genoemd.
Karen Armstrong, de welbekende Amerikaanse godsdiensthistorica en een paar jaar geleden te gast in Gent, schreef: “De psalmen vatten het hele leven samen, van extreem verdriet, over extreme woede tot extreme vreugde.”

Het psalterium kent een bundeling van eeuwen bidden en zingen in poëzie. Doorheen de eeuwen zijn kleine bundels ontstaan tot een geheel in de derde eeuw voor Chr.
De verzameling werd afgesloten rond 200 voor Chr. Zij horen thuis in de wereld van Israël, van het OT, een wereld die de onze niet meer is. Dat merk je in de taal, gebruiken, beeldspraak, theologie en wereldbeschouwing. Dat de psalm soms vreemd klinkt is dus normaal. Maar toch bevatten ze universele ervaringen van lijden en dood, vijandschap, liefde, trouw, vreugde, onrecht, gevoelens van wraak, van zonde en onrust, het zoeken naar God,… ‘Niets des mensen is de psalmen vreemd’…

De psalmen zijn gedichten, en liederen. Met een liturgische functie, in de tempel en synagogen maar ook in de huisliturgie. We kunnen de psalmen literair erfgoed noemen. Het is het meest gebruikte Bijbelgoed en bevat het grootste aantal handschriften.

Jezus van Nazaret heeft zeker, als gelovige jood, de psalmen gebeden en erover gemediteerd. Hij zal deze gebeden in de synagoge en bij persoonlijk onderricht van commentaar hebben voorzien. Zelf leefde hij volgens de grote lijnen van de psalmen: armen en onderdrukten nabij zijn, gerechtigheid en waarachtigheid laten primeren.

De eerste christenen bleven de psalmen bidden, in of buiten de synagoge. Zo werden de psalmen ook de gebeden van de kerk, al werden ze bijwijlen ook wel teveel gechristologiseerd, maar dat zou me nu echt té ver leiden.

Hoe meer je je verdiept in de psalmen, hoe meer die psalmen hun rijkdom en veelzijdigheid prijsgeven en hoe meer je thuiskomt in het geloof en de gevoeligheid van de psalmist, de bidder of zanger. Uiteindelijk merk je hoe de psalmen je eigen leven en denken raken, hoe diep menselijk ze zijn. Ze tonen ook aan dat het Godsgeloof helemaal geen evidentie is.
In de psalmen ervaren we hoe je als gelovige worstelt met Godsbeelden door de traditie aangereikt, zoals God die de goede mensen beloont en de boosdoeners straft. Het godsbeeld in de psalmen laat ons vooral een transcendente en toch nabije en bevrijdende God, maar die toch niet altijd beantwoordt aan persoonlijke verlangens.

De psalm vertelt over God die een volk uitkiest met de bedoeling een voorbeeldfunctie te zijn voor anderen; een volk van gerechtigheid, van aandacht voor de zwakkeren en zo God looft en eert.
De psalm toont aan dat God niet alles toelaat en als zijn volk haar functie niet uitoefent, dat Hij dan niet aarzelt alle bescherming weg te nemen.
Zo keren ook andere volken zich af van het zogenaamde uitverkoren volk.
Geactualiseerd: de voorbeeldfunctie is bij Netanyahu en zijn kliek ver te zoeken. Zouden zij nog psalmen bidden? Onlangs stonden ze toch aan de Klaagmuur? Zouden zij zich de vraag stellen of God nog bij hun moordplannen blijft staan? Mochten zij dan bidden: “God van de hemelse machten, keer u tot ons”. In het bewustzijn dat hun gebed slechts waarde heeft als zij bereid zijn hun voorbeeldfunctie opnieuw te vervullen.

Psalm 55 is voor velen van ons onbekend terrein. Uitgerekend in deze psalm staat in vers 23 de geliefde woorden: Werpt al uw bekommernis op Hem, want Hij zorgt voor u. Paulus citeert ze in zijn eerste brief.
De hele tekst is best zwaar en kan je samenvatten als volgt:
Een doodsbang kind van God, David, klaagt zijn nood en smeekt om gehoor. Zijn goddeloze vijanden bestoken hem met hun woede. Heel de stad is ten prooi aan terreur en rampspoed.
Zijn wens: “God, verwar als in Babel hun spraak; laat toch die mannen van bloed en bedrog levend neerdalen in de kuil der ontbinding.” En midden in de tekst staat wat hij het allerergste vindt: de vertrouwde hartsvriend met wie hij feestelijk Gods huis bezocht, heeft hem laten vallen.


Psalmodiëren van psalm 55


Al bijna 5 decennia combineert de Ierse band U2 meeslepende rock met christelijke spiritualiteit. Vele miljoenen mensen zagen de groep inmiddels optreden in de grootste stadions ter wereld en hun albums bereikten moeiteloos de hoogste plaatsen van de albumlijsten.

Ook daarbuiten reikt hun invloed ver: de charismatische zanger Bono schuift geregeld aan bij de groten der aarde om aandacht te vragen voor de bestrijding van armoede en onrecht in de wereld.
De frontman maakt er geen geheim van dat het christendom hem inspireert. Als twaalfjarige was Paul Hewson, zoals hij eigenlijk heet, al fan van de Bijbelse koning David. Hij noemt hem de ‘Elvis van het Oude Testament’ en zijn psalmen de blues.

In “I still haven’t found what I’m looking for” uit Bono zijn twijfels over het bestaan van God. Ogenschijnlijk kan het een lied lijken van iemand die op zoek is naar liefde.
We luisteren naar een van hun bekendste songs en een nummer dat ook een hit werd. De videoclip behorend bij de gospelsong werd opgenomen in de stad waar zo’n beetje alles gebeurt wat God verboden heeft: ‘Sin City’, oftewel Las Vegas. 

 

Lied over psalm 55: I still haven’t found what I’m looking for

Ik heb de hoogste bergen beklommen
Ik heb door de velden gelopen
Enkel om bij U te zijn
Ik heb gerend
Ik heb gekropen
Ik heb deze stadsmuren beklommen
Deze stadsmuren
Enkel om bij U te zijn

Maar ik heb nog steeds niet gevonden waar ik naar zocht

Ik heb honinglippen gekust
Voelde de genezing in haar vingertoppen
Het brandde als een vuur
Dit brandende verlangen

Ik heb met de engelen gesproken
Ik hield de hand van de duivel vast
Het was warm in de nacht
Ik was zo koud als een steen
Maar ik heb nog steeds niet gevonden waar ik naar zocht
Ik geloof in het Komende Koninkrijk
Dan zullen alle kleuren tot één vervloeien
Vervloeien tot één
Maar ik ben nog steeds aan het rennen

U brak de banden
En U verloor de ketenen
Droeg het kruis
Van mijn schaamte
Oh mijn schaamte
U weet dat ik het geloof

Maar ik heb nog steeds niet gevonden waar ik naar zocht

Bono:

I have climbed highest mountain
I have run through the fields
Only to be with you
Only to be with you
I have run, I have crawled
I have scaled these city walls
These city walls
Only to be with you

But I still haven’t found what I’m lookin’ for
But I still haven’t found what I’m lookin’ for

I have kissed honey lips
Felt the healing fingertips
It burned like fire
This burnin’ desire
I have spoke with the tongue of angels
I have held the hand of a devil
It was warm in the night
I was cold as a stone

But I still haven’t found what I’m lookin’ for
But I still haven’t found what I’m lookin’ for

I believe in the Kingdom Come
Then all the colours will bleed into one
Bleed into one
But yes, I’m still runnin’
You broke the bonds and you loosened the chains
Carried the cross of my shame
Of my shame
You know I believe it

But I still haven’t found what I’m lookin’ for

 

Lied: Psalm 146 

Refrein:
Zing, zeg ik tegen mijn hart, maar ik kan het toch niet laten, ik moet van u zingen zo lang ik leef.

Vertrouw de machthebbers niet, de groten die denken
dat zij alles kunnen, bij hen is geen heil.

Hun adem is kort, vult het leven van anderen niet:
wat zij willen, verstikt voor het avond is. (Refr)

Anderen zijn er die verder uitzien, die ademen aan de
oorsprong van hemel en aarde, de geweldige zee.

Zij weten een hart daar dat altijd antwoordt, een stem
die verdrukking recht doet, honger verzadigt. (Refr)

Gevangenen worden bevrijd, blinden dansen van licht,
die krom gingen van pijn lopen rechtop.

Die iedereen geven wat hem toekomt, worden gezegend;
de vreemdelingen onder ons vinden een thuis. (Refr)

Het kind dat geen vader en moeder meer heeft,
kan weer lachen, er is een hart dat het opneemt.

De vrouw zonder man die haar alleenzijn niet dragen kan,
krijgt in haar stomme nachten antwoord. (Refr)

Die het zelf altijd beter weten, gaan op een weg die
in eigen gekronkel verloren loopt.

Maar die meer waarheid kennen dan van zichzelf, weten
beraad dat van ouder op ouder bijblijft,

geluk dat reikt van geslacht tot geslacht, en dat alle
leven voltooit, de pijn van de tijd voorbij. (Refr)

T: Gabriël Smit M: Berre van Thielt

 

 Uitnodiging tafeldienst

‘Mijn god woont in een schone naam’ dicht Huub Oosterhuis in zijn hertaling van psalm 55: “Voor jou zal Ik er zijn.”

In het gebaar van het breken van brood en ronddelen van de beker spreekt Jezus de woorden: doe dit en blijf mij gedenken. En dan kan God er zijn, voor ons, voor de wereld.

Daarom komen wij bijeen, Groot Mysterie,
om uw belofte er te zijn en om het leven
en de boodschap van Jezus te herdenken in deze gebaren.
Omdat we dit niet alleen kunnen,
omdat we elkaar nodig hebben
en omdat we geloven dat ‘waar twee of meer samen zijn in uw naam’,
gij bij ons aanwezig zijt.

Mag ik jullie uitnodigen om samen het tafelgebed te zingen:

 

Tafelgebed

Gij die weet wat in mensen omgaat
aan hoop en twijfel, drift, plezier, onzekerheid.
Gij die ons denken peilt
en ieder woord naar waarheid schat
en wat onzegbaar onmiddellijk verstaat.
Gij toetst ons hart
en gij zijt groter dan ons hart.
Op elk van ons houdt Gij uw oog gericht.
En niemand, of hij heeft een naam bij U.
En niemand valt of hij valt in uw handen
en niemand leeft of hij leeft naar U toe.
Maar nooit heeft iemand U gezien.
In dit heelal zijt Gij onhoorbaar.
En diep in de aarde klinkt uw stem niet.
En ook uit de hoogte niet.
En niemand die de dood is ingegaan
keerde ooit terug om ons van U te groeten.
Aan U zijn wij gehecht. Naar U genoemd.
Gij alleen weet wat dat betekent. Wij niet.
Wij gaan de wereld door met dichte ogen.
Maar soms herinneren wij ons een naam,
een oud verhaal dat ons is doorverteld,
over een mens die vol was van uw kracht,
Jezus van Nazareth, een zoon van Abraham.
In hem zou uw genade zijn verschenen,
uw mildheid en uw trouw. In hem zou voorgoed
aan het licht gekomen zijn hoe Gij bestaat:
weerloos en zelveloos, dienaar van mensen.
Hij was zoals wij zouden willen zijn:
een mens van God, een vriend, een herder,
die niet te eigen bate heeft geleefd
en niet vergeefs, onvruchtbaar is gestorven.
Die in de laatste nacht dat hij nog leefde
het brood gebroken heeft en uitgedeeld
en heeft gezegd: Neemt, eet, dit is mijn lichaam –
zo zult gij doen tot mijn gedachtenis.
Toen nam hij ook de beker en zei:
Dit is het nieuw verbond, dit is mijn bloed,
dat wordt vergoten tot vergeving van uw zonden.
Als je uit deze beker drinkt, denk dan aan mij.
Tot zijn gedachtenis nemen wij daarom
dit brood en breken het voor elkaar,
om goed te weten wat ons te wachten staat
als wij leven hem achterna.
Als Gij hem hebt gered van de dood, God,
als hij, dood en begraven, toch leeft bij U,
red dan ook ons en houd ons in leven,
haal ook ons door de dood heen, nu.
En maak ons nieuw, want waarom hij wel,
en waarom wij niet –wij zijn toch ook mensen.

T: Huub Oosterhuis M: Bernard Huijbers

 

Onze Vader 

Vredeswens 

Gezegende mensen zijn zij die zoeken naar waarheid en liefde,
naar recht en vrede voor de hele wereld.
Mogen wij zulke mensen zijn en elkaar nu die vrede toewensen.

 

Psalm 55 (bewerking Guido Vanhercke)

Had ik vleugels, ik wiekte voorbij de winden,
tot in de woestijn, tot ik niets meer zie
dan leegte die mij gerust laat
die mij laat inslapen, niets zegt,
eindelijk laat slapen.

Laat mij uitstromen in de grootste leegte.
Want alles wat ik vertrouwde, heeft me
verraden, wildernis die me verscheurt.

Het woord van vriendschap stak
een mes in mijn hart, ziet het daar bloeden.

De olie van liefde kraste op mijn mond
en ik wenste ongeluk, waar ik liefde vroeg.
Daarom wil ik genezen waar niets is
behalve mijn eerste naakte leven:
ademen, wenen en inslapen.

En dat er weer een hand is
die mij laat geboren worden, genezen
van mijn etterende wond.
Maar klein, bij de hand genomen
door voorzichtige, trage tijd.

 

Lied: Om warmte

Om warmte gaan wij een leven
gaan wij over de zee,
vliegen wij langs de hemel om
iemand gaan wij een leven met licht en met
donker mee. Vogeltje van de
bergen, waar gaat de tocht naar toe?
Om warmte wil ik zwerven en
komen naar iemand toe.

Om zachtheid gaan wij een leven
gaan wij onder de nacht
kruipen wij onder de hemel om
woorden gaan wij een leven om lachen en
zoenen zacht. Mensje daar in de
verte waar snelt je voetstap heen?
Waar zachtheid is te vinden daar
snellen mijn voeten heen.

Om liefde gaan wij een leven
sterven wij dood na dood
wagen de verste wegen om
jou, op hoop van zegen, mijn liefde, mijn
reisgenoot. Dalen van zwarte
aarde bergen van hemels blauw.
om alles ga ik dit leven om
alles of niets met jou.

T: Huub Oosterhuis M: Wilfred Kemp