Dominicus Gent
Viering van zondag 18 oktober 2026
GETUIGE ZIJN… (Missiezondag)
In elke viering schenkt Gods woord ons een krachtig beeld: dat van een gedekte tafel. Gods redding is niet voorbehouden aan enkelen. Zijn verlangen is om te verzamelen, te troosten, tranen te laten verdwijnen en alle volkeren in Zijn vreugde te brengen.
Dit is de kern van onze missie: een God kenbaar maken die Zijn tafel voor allen opent. Christen zijn met een missie betekent niet wachten tot anderen naar ons toe komen. Het is zelf naar buiten gaan. Het is naar de kruispunten gaan, naar hen die ver weg zijn maar ook naar al onze gemeenschappen dichtbij. Naar hen die denken dat ze er niet bij horen en hen die we soms vergeten uit te nodigen. Maar, God dwingt niemand. Hij nodigt uit, Hij doet ons een voorstel. Hij respecteert onze vrijheid. Onze missie heeft ditzelfde gezicht: niet opdringen, maar mensen laten komen en warm verwelkomen met onze vreugde, onze verbondenheid en onze manier van het evangelie beleven.
Misschien kunnen we een wens uitdrukken: Moge onze gemeenschappen werkelijk gedekte tafels worden, waar iedereen kan ontdekken dat God hen verwacht, welkom heet en liefde ervaart.
Licht, ontloken aan het donker,
Licht, gebroken uit de steen,
Licht, waarachtig levensteken,
werp uw waarheid om ons heen!
Licht, geschapen, uitgesproken,
Licht, dat straalt van Gods gelaat,
Licht uit Licht, uit God geboren,
groet ons als de dageraad!
Licht, aan liefde aangestoken,
Licht, dat door het donker brandt,
Licht, jij lieve lentebode,
zet de nacht in vuur en vlam!
Licht, verschenen uit de hoge,
Licht, gedompeld in de dood,
Licht, onstuitbaar, niet te doven,
zegen ons met morgenrood!
Licht, straal hier in onze ogen,
Licht, breek uit in duizendvoud,
Licht, kom ons met stralen tooien,
ga ons voor van hand tot hand!
(Sytze de Vries)
Matteüs, hoofdstuk 10
In die tijd sprak Jezus tot zijn leerlingen: Verkondig op je tocht: Het koninkrijk der hemelen is ophanden! Genees zieken, wek doden op, maak melaatsen rein, drijf demonen uit. Voor niets hebben jullie gekregen, voor niets moet je geven. Neem geen goud-, zilver- of kopergeld mee in je beurs, neem geen reistas mee voor onderweg, geen twee stel kleren, geen sandalen en geen stok. Want de arbeider is zijn levensonderhoud waard. Als je een stad of dorp binnenkomt, onderzoek dan wie het waard is jullie daar te ontvangen. Blijf daar tot je verder reist. Als je een huis binnengaat, wens het dan vrede. Als het huis die waard is, moge jullie vrede dan daarop neerdalen, en als het die niet waard is, moge jullie vrede dan naar jullie terugkeren.
Bedenk wel: Ik stuur jullie als schapen tussen de wolven. Wees dus slim als slangen en eenvoudig als duiven. Pas op voor de mensen, want ze zullen je uitleveren aan rechtbanken. Wanneer ze jullie uitleveren, maak je dan geen zorgen over hoe je zult spreken en wat je zult zeggen. Want op dat uur zal jullie ingegeven worden wat je moet zeggen. Want jullie zijn het niet die spreken, maar het is de Geest van je Vader die in jullie spreekt.
Overweging
Het is niet zo, denk ik, dat wij hier trouw de kalender van het officiële Kerkinstituut volgen. Sommige evenementen of gebruiken zeggen ons immers niet zo heel veel meer. En dat was ook mijn eerste reflex bij het bericht dat vandaag Missiezondag wordt gevierd. ’t Zal wel iets zijn met een oproep voor meer missionarissen en missiezusters, dacht ik, een in Vlaanderen sterk verouderende en zeldzaam wordende soort. Die missionering lijkt dezer dagen eerder in de andere richting te verlopen, waarbij Afrikaanse, Aziatische en Oost-Europese priesters naar hier gehaald worden om de gaten van het oplopend priestertekort op te vullen. Of dat allemaal heel succesvol is, valt af te wachten, maar het geeft in alle geval te denken.
Maar je weet het, je mag nooit zomaar afgaan op je eerste gedacht en dus ben ik op onderzoek getogen, zoals dat heet. En wie weet, misschien is er zelfs een actuelere invulling aan te geven.
Tot min verbazing klonk 100 jaar geleden al dat missionering niet het exclusieve werk was van een klein groepje religieuze pioniers, maar een verantwoordelijkheid voor iedere Katholiek, was het niet in persoon, dan toch minstens via materiële steun. Het bleef wel een soort eenrichtingsverkeer. Wij westerlingen naar de te kerstenen volkeren. Het tweede Vaticaans Concilie bracht nog een actualisering. Daar werd gesteld dat eenheid niet verward mag worden met overal hetzelfde. Ze toonde een Kerk als een wereldwijd netwerk met iedereen die samenwerkt op gelijke voet, de opbouw van de lokale kerkgemeenschappen van onderuit en binnenuit en het brengen van hoop en concrete naastenliefde door ondersteuningsprojecten.
Maar wellicht mag het nog breder gezien worden, als we het evangelieverhaal van daarnet goed beluisterden. Hoe Jezus dat zag, hoe we dat concreet moeten maken, horen we niet alleen daar, maar ook in een lied van Henk Jongerius “Zoals ikzelf gezonden ben”:
Zoals Ikzelf gezonden ben
zo moet ook gij op weg gaan.
Geen knechten, vrienden noem Ik u,
mijn woord zal door uw mond gaan.
Wat gij gehoord hebt en gezien
Moet gij bekend gaan maken:
wat Ik in stilte tot u sprak
roept dat vanaf de daken.
Neemt onderweg geen reiszak mee
maar gaat met lege handen
en boodschapt als een vredesduif:
‘Gods Rijk is nu op handen’.
Leert van de duif de simpelheid,
weest waakzaam als de slangen
en, vreest niet hoe gij spreken zult
Al neemt men u gevangen.
Zo zal het Rijk der Hemelen
onder de mensen komen:
op aarde zal hernieuwde hoop
En goede vrede wonen.
De tekst nodigt ons uit om stil te staan bij onze roeping als mens en als christen. Jezus roept niet alleen zijn vrienden, maar ook ons op om niet alleen naar zijn woorden te luisteren, maar ze ook zichtbaar te maken in ons dagelijks leven. Dat bedoelt hij met op weg gaan. Het moet meer zijn dan hier op zondag eens samenkomen. Het is een opdracht om te leven vanuit liefde, vrede, eenvoud en vertrouwen.
Jezus zegt zijn vrienden: waar je ook komt, verkondig daar dat het Rijk der hemelen komende is. En hij maakt dat meteen concreet: “Genees zieken, wek doden op, maak melaatsen rein, drijf demonen uit.”. Het Rijk Gods is geen verre hemelspiegeling, geen rijstpapfestijn met gouden lepeltjes, geen bovenmenselijke waarheid die je kan bezitten en moet verdedigen, neen, het Rijk Gods is te doen, te maken, hier en nu. Laat zien door wat je doet, door hoe je leeft, welke keuzes je maakt, hoe dat Rijk Gods er kan uitzien. Wees daarbij mensen uit één stuk.
Dat doen we niet als knechten die uit een soort verplichting een opdracht moeten uitvoeren. Neen, Jezus noemt ons vrienden, mensen die hij vertrouwt. Dat vertrouwen geeft ons de moed en de vaste overtuiging om op weg te gaan, ook wanneer we niet precies weten wat ons te wachten staat. We hoeven ook niet alles te kunnen of overal een antwoord op te hebben. Soms is het voldoende om er te zijn voor iemand die het moeilijk heeft, om te luisteren zonder te oordelen of om een klein gebaar van goedheid te stellen.
Ook de oproep om met lege handen op weg te gaan, moet ons doen nadenken. We willen vaak zekerheid, controle en garanties voor we een stap zetten. Toch vraagt deze tekst ons om niet alles zelf in handen te willen houden. Met lege handen gaan, betekent een open, onbevangen geest bewaren, ruimte maken voor anderen, vertrouwen op wat zich aandient en bereid zijn om je te laten raken door wie je onderweg ontmoet.
Dat zit ook in het “Boodschapt als een vredesduif”. In het evangelie klinkt het als “Als je een huis binnengaat, wens het vrede, als het die vrede niet waard is, laat dan de vrede naar jullie terugkeren.” Een beetje een vreemd beeld om, denk ik, te tonen dat ons gedrag vrede en wijsheid moet uitstralen. We worden dezer dagen om de oren geslagen met berichten waar een goedmenend mens minstens een beetje tot heel erg coleirig van wordt. U kan er zich zo wel een paar voor de geest halen. Maar hoewel begrijpelijk en menselijk, zegt Jezus, is het niet de juiste reflex: “laat de vrede op jullie terugkeren” zegt ons als het ware: laat je niet neerhalen en verlammen door negatieve emoties, laat je niet van de wijs brengen, blijf standvastig, onverstoord verder werken voor het goede.
Blijf zachtmoedig en eenvoudig, maar blijf ook waakzaam: vrede betekent niet dat je alles zomaar moet aanvaarden of onrecht mag negeren, dat je kan recht praten wat krom is. Toon moed, geef inzicht en verlaag je niet tot het niveau van zij die anderen onrecht berokkenen. Die houding zal opvallen, zal misschien weerstand opwekken – ook al neemt men je gevangen – ze zal hopelijk minstens doen nadenken. Ze laat zich inspireren door de overtuiging dat geweld op termijn toch altijd weer geweld veroorzaakt en dat we ons daar niet mogen laten door inpalmen. We moeten ons daarentegen laten inpalmen door Gods vrede.
Misschien is dit wel de echte kerngedachte van deze missiezondag: ze herinnert ons eraan dat we allemaal gezonden zijn om Gods Liefde door te geven, om, zoals Brigitte Herremans het schreef in een recente column in De Standaard, om de wereld te herstellen.
Die zending kan gewoon beginnen bij de mens die naast ons staat. Gezonden zijn betekent uiteindelijk niet alleen spreken over Jezus, maar vooral leven zoals Hij, getuigen van het licht dat hem en ons doordringt en ons het juiste perspectief aanreikt: met aandacht voor de kwetsbare mens, openheid voor de ander en het vertrouwen dat kleine gebaren van liefde onherroepelijke bouwstenen zijn van een wereld waar meer hoop en vrede kan groeien, waar mensen nieuwe kansen krijgen, waar we verschillen overbruggen en niemand aan zijn lot wordt overgelaten.
Lied : Getuigen zijn wij van het licht
Getuigen zijn wij van het licht.
Al is de duisternis hardnekkig,
nog sterker is het trouwe licht.
Waar leven is daar hoopt het licht,
Daar wenkt, daar leidt dit koppig licht.
Wij mensen zijn geplooid naar licht.
Wij weten van een blik die draagt,
Van weg, van stem, van overvloed.
Er is een blik in ons gelegd
Die weet van thuiskomst, altijd weer.
Alsof wij worden toegevoegd
Aan grootheid die ons overstijgt,
Alsof ons licht het grote licht
Nog groter maakt in trouw, in moed.
(T Guido Vanhercke, M Mark Joly)
Toen dokter Jacques Coupez een tijd geleden hier in de viering getuigde over zijn inzet in De Tinten, voor vluchtelingen en mensen aan de rand, zei hij iets wat ik niet rap zal vergeten. Soms wordt mij gezegd, zei hij: maar wat jij doet, dat zijn toch maar druppels op een hete plaat? Dat kan zijn, zei Jacques, maar die druppel heeft een mens een moment heel gelukkig gemaakt.
Kijk, dat is getuigen van het licht.
Ik denk dat Jacques, om zoiets te kunnen zeggen, uit ervaring heel goed weet wat de kracht is van licht. Een beetje licht kan een hoop duisternis aan. Zelfs het kleinste lampje maakt dat het donker niet meer echt donker is. Toch opvallend dat dat niet voor het omgekeerde geldt, een beetje donkerte heeft niet hetzelfde effect op licht. en beetje bijlichten doet wonderen, belet dat je struikelt (nooit plezant), toont weer een richting om verder te doen. We hebben er onze digitale leerhuis naar genoemd: http://Bijlichten.be. Een compliment van een leerkracht leert je evenveel als de leerstof zelf, het luisterend oor aan de crisistelefoon neemt de stress van je over en je hebt weer adem, een gesprekje op straat en je weet weer dat je meetelt, iemand die je papieren in orde helpt maken brengt weer toekomst, enzovoorts, een beetje licht is genoeg.
Een beetje duisternis kan alle duisternis verjagen. Daarom is licht zo’n sterk religieus beeld. We hebben hier genoeg aan een kaars om ons de grote Belofte van vrijmaking te herinneren, en om er weer naar te verlangen.
De wereld is groot en vaak moedeloos makend. Kan het kleine licht van onze kleine goedheid wel zoveel problemen aan? Het klinkt naïef, maar ik denk het. Het zijn wel vluchtelingen met zoveel angsten die door de vrijwilligers van de Tinten geraakt worden. De Joodse vrijwilligers die meehelpen met de Palestijnse boeren om de oogst binnen te halen, en soms zelf beschoten worden door kolonisten, herstellen toch het beeld dat een andere maatschappij mogelijk is. Dat is in het groot, maar het kan ook in het klein. De verzorgenden in het dagcentrum waar mijn vrouw Lieve tweemaal in de week naartoe gaat, tonen met hun innemende vriendelijkheid dat ook gehavende mensen unieke mensen blijven, respect en een welkom verdienen. Licht is koppig, licht is trouw, zingt het lied. Koppig en trouw: denk aan zoveel ouders en grootouders, denk aan het werk van de omarmers van Thope, bij gezinnen die een nieuw leven moeten beginnen. Begin daar maar eens aan, aan een nieuw leven…
Licht is niet alleen een weg, licht roept en draagt ons ook. Licht leert ons dat er zoveel meer bestaat, dat we medeschepsel zijn, dat er overvloed is, moet zijn, voor iedereen. Licht leert dankbaar te zijn, want die overvloed houdt ons in leven, lucht en water en voedsel, en de kennis en de trouwe inzet van mensen. Licht is thuiskomst. Daar kan je alleen maar heel dankbaar voor zijn.
De Bijbel heeft een oud woord voor die bewuste dankbaarheid: loven. Misschien moeten we dat meer doen, af en toe heel goed uit onze ogen kijken, en dan oprechte dankbaarheid voelen. Even een momentje van lofprijzing. En dan dat momentje delen, als het kan. Wie weet wie er dan allemaal heel gelukkig van wordt…
Tot slot wou ik nog iets zeggen over het einde van het lied. Ik hoop dat al beetjes licht die wij waren in ons leven, ik hoop echt dat dat niet verloren gaat, maar iets toevoegt aan het grote licht dat er al is. Een beetje zoals kennis: de ene wetenschapper bouwt voort op de kennis van de andere voor hem. Daarom steken wij ook een klein lichtje aan voor onze geliefde doden: wij worden gedragen door hun licht in ons. Ze waren moedig, ze waren trouw, anders waren wij hier niet…
Tafeldienst
Laten we aan tafel gaan: brood breken en delen, wijn te drinken geven.
Dit eenvoudige teken, een kleine daad van verzet in een wereld waar breken en delen steeds meer onder druk komt.
Een klein gebaar dat, wanneer we het keer op keer herhalen,onomkeerbaar het onze wordt, en van waaruit we kunnen leven.
Een klein gebaar dat zegt dat we niet vergeefs geboren zijn.
Zoals Jezus zei: ”Dit brood en deze wijn, dit ben ik helemaal, hierin zit mijn hele leven”.
Laat het een teken zijn dat iets laat oplichten van het mysterie van leven voorbij alle vormen van dood.
Een teken dat opstanding gebeurt, dat licht doorbreekt, steeds opnieuw.
Hier aan tafel herinneren we ons de mensen die dit jaren met ons samen gedaan hebben: onze lieve doden.
Hier aan tafel willen we solidair zijn met allen die waar ook ter wereld datzelfde visioen willen vieren en uitdragen.
Gezegend zijt Gij levende God
omwille van Hem de zoon van de mensen,
woord en gestalte van uw heerlijkheid,
beeld en gelijkenis van uw trouw,
die werd vernederd en gebroken,
die werd verheven in uw licht,
die wordt gehoord, die wordt geleefd,
die komen zal in deze wereld,
die ons een nieuwe naam zal geven,
die onze weg is door de dood,
die wij herkennen, die wij verkondigen
hier in het breken van het brood.
(H. Oosterhuis)
In de nacht waarin hij werd overgeleverd
heeft Jezus aan tafel een teken gegeven van zijn liefde tot het uiterste:
Hij nam brood in zijn handen
en dankte God die hij zijn vader noemde.
Dankend aanvaardde hij een gegeven man te zijn,
trouw in de liefde,
ook als het lichaam gebroken wordt.
Dan brak hij het brood
en deelde het uit aan zijn vrienden.
Neem en eet ervan, zei hij,
dit is een teken van mijn leven
dat voor jullie gegeven wordt.
Toen nam hij ook de beker
en dankte nogmaals.
Dankend aanvaardde hij
zijn leven te geven voor zijn vrienden.
Dan reikte hij hun de beker.
Drink hiervan, zei hij
dit is de beker van mijn bloed,
mijn leven dat aan jullie wordt uitgedeeld.
Blijf eten van dit brood en drinken uit deze beker
om mij te gedenken.
Vredeswens: Laat vrede gaan van hand tot hand, deelt haar in daden uit,
totdat zij reikt van land tot land en heel de aard’ omsluit.
(H. Mudde)
Slotoverweging
“Ben van religie niet “ een tekst van Huub Oosterhuis hier voorgelezen door Bart, tijdens een dankbare herinneringsviering aan de theoloog-dichter. Een tekst die mij altijd is bijgebleven.
Ben van religie niet.
Heb wel de stem gehoord
van het bevrijdingsvisioen
dat gloedrood in de Joodse Bijbel
staat geschreven.
‘Gelijke rechten op geluk
de zachte krachten van de solidariteit
genade brood voor ieder mens
uittocht uit alle wrede slimme
martelende slavernijsystemen
ooit en steeds opnieuw bedacht.’
De stem die dit
tot mijn geweten spreekt
is God voor mij.
En als ik zing uitzinnig ingetogen
in eigen ziele taal ,of Bach aanhoor:
‘t gaat over dit, die God alleen…
en verder godsdienst geen
(H. Oosterhuis)
Slotlied
Wij moeten gaan; aan ’t lied van bevrijding
voegden we weer een eigen refrein,
zagen rondom de glans van herkenning
hoe we elkaar tot Verbondgenoot zijn.
Vonden het Woord, eerder gehoord,
als nieuwe bron op eigen terrein.
Laten we gaan. Geloof in de zegen
die onze God steeds toegezegd heeft,
in niemandsland soms worst’lend verkregen
maar die ons hoop, moed en waakzaamheid geeft.
Neem van hier mee, het vaste idee
Licht blijft de kern, vaak tastend beleefd.
Neem bij het gaan de mantel van vrede
die we behoedzaam om mogen slaan
waarin de naam vol kleur is geweven,
vage beschutting in mensenbestaan.
In de woestijn, vruchten en wijn:
Vrede en zegen! Laten we gaan.
(Gonny Luijpers)



