VIERING : EEN STROOM VAN LUCHT EN VRIJHEID…

Dominicus Gent
Viering van zondag 17 mei 2026 

EEN STROOM VAN LUCHT EN VRIJHEID…

 

Van harte welkom. We mijmeren vandaag over de verbindende kracht van adem. Een stroom van lucht en vrijheid die in een levenslange beweging in en uit ons vloeit.

We steken de Paaskaars aan om ons te verbinden met het Licht van de Eeuwige.

Eeuwige, wij scharen ons in uw licht als we hier samen komen. Wij ademen in en we ademen uit en we glimlachen. We voegen ons in een levenslange adembeweging van onszelf, van het leven zelf. We komen even tot rust en veiligheid.

We zingen ons tezamen met het lied Adem in mij:

 
Gij adem van vrijheid adem in mij
en in heel de wereld.
Gij stroom van leven stroom in mij
en in heel de wereld.
Gij flits van een nieuwe wereld licht op in mij
en in heel de wereld.
Gij donder van gerechtigheid dreun in mij
en in heel de wereld.
Gij levend in geweldloosheid leef in mij
en in heel de wereld.
Gij roos van vrede bloei in mij
en in heel de wereld.
Gij frisse wind waai in mij
en in heel de wereld.
Gij goddelijke aandrang doordring mij
en de hele wereld.

T: Anton Rotzetter M: Berre van Tielt

 

Waarom jouw adem niet van jou is..

 

“Stichting Maatschapwij” is een inspiratieplatform voor een groen, gezond en verbonden Nederland. Zij zetten denkers en doeners in de spotlight die van regeneratie, verbinding en compassie het nieuwe normaal maken. Ik vond op hun platform een artikel van auteur Michael Van Loenen met als titel “Waarom jouw adem niet van jou is”. De titel trok onmiddellijk mijn aandacht. Ik wil het voor jullie hier even proberen samenvatten.

De lucht die we inademen bestaat uit moleculen die continu in beweging zijn en zich mengen in de atmosfeer. Door processen zoals wind, diffusie en luchtstromen worden die moleculen wereldwijd verspreid. Daardoor is het zo dat de lucht vandaag niet “nieuw” is, maar al miljarden keren is rondgegaan op aarde. Dat betekent dat het zeer waarschijnlijk is dat sommige van de moleculen die jij nu inademt ooit ook zijn ingeademd door andere mensen in het verleden zoals Jezus Christus of Mohammed. Niet omdat er iets speciaals zit aan die moleculen, maar omdat de atmosfeer zich over duizenden jaren volledig mengt. De astrofisicus Neil Tyson stelt: er zijn meer luchtmoleculen in één enkele ademhaling dan dat er ademhalingen zijn in de gehele atmosfeer van de aarde. Dus, ja, in een puur fysische zin klopt het idee: we delen allemaal dezelfde lucht door de tijd heen. Die moleculen zijn ondertussen ontelbaar vaak van plaats veranderd, opgenomen in planten, dieren, oceanen enz.

Het gaat om losse moleculen, niet om haar of zijn adem als geheel. De astrofysicus gaat verder en stelt dat dit inzicht grenst aan het spirituele. Misschien is het spirituele helemaal niet zo ver van het wetenschappelijke af als we denken. Misschien zijn het twee talen die hetzelfde vertellen: dat we één zijn, altijd geweest zijn en altijd zullen zijn. Elke ademhaling is een herinnering aan onze fundamentele vervlechting.

De auteur eindigt het artikel met: ik wens jullie een bewuste ademhaling toe. Eén waarin je voelt dat je niet alleen bent en nooit alleen bent geweest.

De vaststelling is nu “er zit geen identiteit of herinnering in die moleculen”. We gaan ten rade bij de filosofen.

Ons lichaam verandert voortdurend, onze gedachten ook. Toch hebben we het gevoel dat we dezelfde persoon blijven. Filosofen, zoals David Hume, zeiden: als je goed kijkt vind je nergens een vaste kern – alleen een bundel van indrukken, herinneringen en ervaringen die elkaar opvolgen.
Is onze identiteit dan geen bezit, maar een patroon van continu veranderen? En is ons bewustzijn ook een stroom waarin alles verschijnt? De Franse filosoof Maurice Merleau Ponty zag bewustzijn niet als los van de wereld, maar als iets dat altijd in relatie staat tot de wereld. Je bent geen toeschouwer die naar de realiteit kijkt. Je staat er middenin verweven.

Er is iets bevrijdends, maar ook iets ongemakkelijks voor mij in heel die gedachtegang. Bevrijdend omdat je niet alles hoeft vast te houden. Ongemakkelijk omdat er misschien geen harde kern is om vast te klampen.

De Bijbel benadert dit onderwerp heel anders. Waar sommige denkers zeggen dat er geen vaste kern is, benadrukt de Bijbel juist de relatie, oorsprong en betekenis. In Genesis staat dat God de mens vormt en hem de levensadem inblaast. De adem is dus niet van de mens zelf, het is iets wat hij ontvangt. We zijn iemand die gewild en gekend wordt.

“De Geest van God waait als een wind, op vleugels van de vrede-als adem die ons leven doet – deelt ons een onrust mede.”
 

LIED

De Geest van God waait als een wind
op vleugels van de vrede,
als adem die ons leven doet,
deelt ons een onrust mede
die soms als storm durft op te staan,
geweld en kwaad durft tegengaan,
een koele bries die zuivert.

De Geest van God is als een vuur,
als vlammen felbewogen,
verterend wat aan onrecht leeft,
een gloed vol mededogen.
Een vonk van hoop in onze nacht,
een wenkend licht dat op ons wacht,
een warmt’ in hart en ogen.

In stilte werkt de Geest van God,
stuwt voort met zachte krachten,
een wijze moeder die ons hoedt,
een bron van goede machten.
Zij geeft ons moed om door te gaan,
doet mensen weer elkaar verstaan,
omgeeft ons als een mantel.

T: Marijke de Bruijne M: Gon Voorhoeve

 

Lezing Gen 2:4-7
Dit is de geschiedenis van het ontstaan van de hemel en aarde, zoals ze geschapen zijn. Toen Jahwe God de aarde en de hemel maakte, waren er op aarde nog geen wilde planten en groeide er geen enkel veldgewas, want Jahwe God had nog geen regen op de aarde laten vallen en er was nog geen mens om de grond te bebouwen, om het water uit de aarde omhoog te halen en de aardbodem te bevloeien. Toen boetseerde Jahwe God de mens uit stof, van de aarde genomen, en Hij blies hem de levensadem in de neus: zo werd de mens een levend wezen.

 

Enkele mijmeringen over (levens)adem

De schepping van de mens wordt in de Bijbel beschreven als volgt: het Grote Mysterie boetseert uit aarde de mens, zoals alle andere wezens, en blaast de levensadem in de neus. Zo werd de mens een levend wezen.

Ik wil enkele mijmeringen met jullie delen.

Ergens in de ontwikkeling van de aarde, die wellicht wat meer voeten in de aarde had dan hier beschreven, wordt het principe van ademen aan de mens gegeven. Als een mens geboren wordt ademt hij in en schreeuwt het vaak uit. Als we sterven ademen we een laatste keer uit. Tussen die beide momenten leven wij ons leven, kort of lang. Onze adem, die we gemeen hebben met alle levende wezens, planten en dieren, houdt ons in leven. Die adem is iets heel geheimzinnig, waar we bijna nooit bij stilstaan, tenzij hij gehinderd wordt: door verkoudheid of gebrek aan zuurstof. Of als we door te schrikken of angst heel vlug en oppervlakkig gaan ademen. Meditatietechnieken maken ons bewust van onze adem en leren hem gebruiken om te ervaren hoe lucht ons lichaam instroomt en uitstroomt.

Die adem is een ritme, een beweging. Als Jahweh de mens geschapen heeft naar zijn beeld en gelijkenis en ons daartoe haar levensadem heeft ingeblazen dan is dat niet enkel het leven dat we kregen. Het is ook ritme van in- en uitademen. Van opnemen en afgeven. Van openen en sluiten. Zoals we al hoorden, delen we onze adem met alle mensen over de wereld en doorheen de tijd, en met alles wat op aarde in en uitademt.

Een scheppingsverhaal is een mythe die ons iets wil duidelijk maken. Bij dit scheppingsverhaal lees ik dat Adam, als eerste mens, het geschenk van de adem voor de hele mensheid ontvangt. Dat geschenk is niet enkel het leven, dat zelfstandig wordt met de eigen ademhaling. Het is ook een beweging. Misschien wil er ook gezegd worden dat we door onze ademhaling ons kunnen afstemmen op het woord dat God tot ons spreekt. Dat we, als we onze weg kwijtgeraakt zijn, door onze aandacht op ademen, de stem van God in de stilte terug kunnen horen?
Het Hebreeuwse woord voor adem is ruach. Het Griekse woord pneuma betekent ook ‘geest’. Beide woorden betekenen Geest, adem, wind. Het Latijnse woord voor geest kennen we als spirit. Daarvan is het bijvoeglijk naamwoord spiritueel afgeleid en het zelfstandig naamwoord inspiratie.

Er is nog iets bijzonders met onze adem. Door de lucht die in en uit ons gaat kunnen we spreken. Door te spreken kunnen we onze gedachten onder woorden brengen en met elkaar delen. In Genesis staat niet dat God de dieren adem inblies, dieren spreken ook niet met elkaar om hun diepe zielenroerselen te delen, ook al hebben zij ook een eigen taal die wij nog maar weinig kennen. Net als de planten trouwens. Maar dat is een ander verhaal.
We delen onze adem en we delen onze gedachten door ze uit te spreken, uit te ademen. Ook op deze manier zijn we verbonden met elkaar. Om over zingen nog maar te zwijgen!

 
LIED 
Dat ik aarde zou bewonen,
niet op vleugels als een arend,
niet in schemer als een nachtuil,
niet kortstondig als een bloem

niet op vinnen onder water,
niet gejaagd en niet de jager,
niet op hoeven, niet met klauwen,
maar op voeten twee`

om de verte te belopen,
om de horizon te halen –
en met handen die wat kunnen: kappen,
ruimen, zaaien, oogsten;

met een neus vol levensadem,
met een buik vol van begeren,
met een hoofd niet in de wolken,
wel geheven naar de zon

om te overzien die aarde,
haar te hoeden als een kudde,
haar te dienen als een akker
en te noemen bij haar naam.

Dat ik ben, niet meer of minder,
dan een mens, een kind van mensen,
een van velen, een met allen,
groot en nietig, weerloos vrij

om te zijn elkaar tot zegen,
om te gaan een weg van dagen,
liefdes weg, die ooit zal leiden
naar een menselijk bestaan.

T. Huub Oosterhuis – M. Tom Löwenthal

 

 

Tafeldienst

Onze adem is door het Grote Mysterie in elk van ons ingeblazen. In deze viering mijmeren we erover en vieren dit geheim van het leven. We willen hier aan tafel niet alleen brood en wijn delen, maar ook ons hele leven, onze dromen, onze vreugde, ons verdriet. Hier delen we het geloof dat wanneer we dit eenvoudige teken van breken en delen keer op keer herhalen, hier en hierbuiten, we de kans op goed leven voor iedereen zichtbaar en tastbaar maken. Jezus, onze levensadem bezield door onophoudelijke geestkracht, heeft ons daartoe de weg getoond in woord en daad.

Hij zei: ” Dit brood en deze wijn, dit ben ik helemaal, hierin zit mijn hele leven”. Wanneer we dit samen blijven doen, maken we een nieuwe toekomst mogelijk. Week na week, jaar na jaar, eeuw na eeuw doen we dit al, niet alleen, maar samen met allen die geestdriftig blijven werken aan een betere wereld.

We doen het ook in verbondenheid met hen die ons hierin voorgingen, onze lieve doden. We steken de kaarsjes aan voor hen die ons voorgingen
En we steken het solidariteitskaarsje aan

 

Tafellied

Gij die weet wat in mensen omgaat
aan hoop en twijfel, drift, plezier, onzekerheid.
Gij die ons denken peilt
en ieder woord naar waarheid schat
en wat onzegbaar is onmiddellijk verstaat.

Gij toetst ons hart
en gij zijt groter dan ons hart.
Op elk van ons houdt Gij uw oog gericht.
En niemand, of hij heeft een naam bij U.
En niemand valt of hij valt in uw handen
en niemand leeft of hij leeft naar U toe.

Maar nooit heeft iemand U gezien.
In dit heelal zijt Gij onhoorbaar.
En diep in de aarde klinkt uw stem niet.
En ook uit de hoogte niet.
En niemand die de dood is ingegaan
keerde ooit terug om ons van U te groeten.
Aan U zijn wij gehecht. Naar U genoemd.
Gij alleen weet wat dat betekent. Wij niet.
Wij gaan de wereld door met dichte ogen.

Maar soms herinneren wij ons een naam,
een oud verhaal dat ons is doorverteld,
over een mens die vol was van uw kracht,
Jezus van Nazareth, een Jodenman.
In hem zou uw genade zijn verschenen,
uw mildheid en uw trouw. In hem zou voorgoed
aan het licht gekomen zijn hoe Gij bestaat:
weerloos en zelveloos, dienaar van mensen.
Hij was zoals wij zouden willen zijn:
een mens van God, een vriend, een licht, een herder,
die niet te eigen bate heeft geleefd
en niet vergeefs, onvruchtbaar is gestorven.

Die in de laatste nacht dat hij nog leefde
het brood gebroken heeft en uitgedeeld
en heeft gezegd: Neemt, eet, dit is mijn lichaam –
zo zult gij doen tot mijn gedachtenis.
Toen nam hij ook de beker en zei:
Dit is het nieuw verbond, dit is mijn bloed,
dat wordt vergoten tot vergeving van uw zonden.
Als je uit deze beker drinkt, denk dan aan mij.

Tot zijn gedachtenis nemen wij daarom
dit brood en breken het voor elkaar,
om goed te weten wat ons te wachten staat
als wij leven hem achterna.
Als Gij hem hebt gered van de dood, God,
als hij, dood en begraven, toch leeft bij U,
red dan ook ons en houd ons in leven,
haal ook ons door de dood heen, nu.
En maak ons nieuw, want waarom hij wel,
en waarom wij niet –wij zijn toch ook mensen.

T: Huub Oosterhuis M: Bernard Huijbers

 

Onze Vader

Vredeswens  
Niemand, of hij heeft een naam bij U.
En niemand valt of hij valt in uw handen
en niemand leeft of hij leeft naar U toe. Wensen we elkaar vrede toe.

Communie & piano

 

 

Psalm 9 

Een aarden pot ben ik,
maar soms zingt het in mij.
En als ik een lied ben,
wil het juichen, zo hoog.

Wonderbaarlijk is wakker
worden zonder pijn,
ademen zonder grens,
wandelen zonder argwaan.

De hemel en de aarde,
en daartussen leef ik.
Zo is uitrusten: kind
van eeuwigheden en mensen.

(Bewerking Guido Vanhercke)

 

Lied 

Dat wij volstromen met levensadem
en schreeuwen eindelijk geboren.

Dat wij volstromen met levensadem
en lachen eindelijk geboren.

Dat wij volstromen met levensadem
en weten eindelijk geboren.

T: Huub Oosterhuis M: Bernard Huijbers