Dominicus Gent
Viering van Palmzondag
30 maart 2026
Van harte welkom op deze Palmzondag. Vandaag gaan we die heel bijzondere tijd van het jaar in, die we de Goede Week noemen. Een Heilige tijd van inkeer en bezinning is ons gegund. We zijn blij dat we die in deze gemeenschap samen mogen inzetten. Het is een tijd van mee-leven met wie zich in het zicht van de macht inzet voor de kwetsbare mens, een tijd van meeleven met onschuld en weerloosheid, die vernederd en gekwetst wordt tot in de dood. Dat dringt door in hart en ziel. Die kwetsbare mens komt onze huiskamers binnen via beeldschermen die ons bombarderen met nieuws dat jammer genoeg al lang geen nieuws meer is. Pijn lijkt alom tegenwoordig. Maar ook veerkacht: deze week werd een maraton gelopen in Gaza, wie had dat gedacht ?
Voor we de diepte induiken, herbeleven we op deze zondag het enthousiasme van het begin, die keer dat het visioen van vrede met al zijn grootsheid en kwetsbaarheid in Jezus tot ons doordrong, gebracht door die mens op een ezel. Laat ons in dit innige uur het licht van de Paaskaars doen schijnen, dat het ons een week lang mag vergezellen tot we vanuit het diepste dal de hoop weer zien schitteren. En laat dan nu onze oproep klinken:
Vervul dit huis met hart en geest
met aandacht voor de kleinen.
Dat al wie hier naar binnen gaat
hen noemen zal de zijnen.
Wees hier opnieuw verbeeldingskracht,
geef taal en toon aan dromen.
Geef stem aan wat verborgen bleef,
laat hier Jouw Rijk maar komen.
Wees kracht en troost voor jong en oud,
dat niemand hoeft te vrezen
als hij zich inzet voor Jouw Rijk,
want dood heet daar ‘verrezen’.
T: Jan van Opbergen, M: Ons is geboren
Lezing Mattheüs 21:1-11 – De intocht in Jeruzalem
Toen zij Jeruzalem naderden en de Olijfberg bestegen in de richting van Betfage zond Jezus twee leerlingen uit met de opdracht: “Gaat naar het dorp daar voor u en het eerste dat gij zult vinden is een vastgebonden ezelin met een veulen. Maak die los en breng ze bij Mij. En als iemand u iets zegt, dan zeg dan:” De Heer heeft ze nodig. Maar hij stuurt ze meteen terug.” Dit gebeurde, opdat in vervulling zou gaan het woord van de profeet: Zeg aan de dochter van Sion: Zie, uw Koning komt tot u, zachtmoedig en gezeten op een ezel, op een veulen, het jong van een lastdier. De leerlingen begaven zich op weg en deden wat Jezus hun had opgedragen; zij brachten de ezelin met haar veulen, legden er hun mantels overheen en Hij ging er op zitten. Zeer velen uit het volk spreidden hun mantels uit op de weg, terwijl anderen de weg bedekten met twijgen die zij van de bomen hadden gesneden. De mensen die Hem omstuwden, jubelden: “Hosanna Zoon van David, Gezegend de Komende in de naam des Heren! Hosanna in den hoge!” Toen Hij Jeruzalem binnentrok, raakte de hele stad in beroering en men vroeg: “Wie is dat?” Het volk antwoordde: “Dit is de profeet Jezus uit Nazaret in Galilea.”
Gebed en zegening over de palmen
Vandaag wijden we groene takjes, de alom bekende palmtakjes. Het zijn takjes van de hoop, van geloof doet leven.
Zo’n takje is meer dan een aardigheid. Het is niet bedoeld als relikwie, ook niet als middel om ongeluk af te zweren of geluk aan te trekken. Zo’n takje herinnert ons aan de intocht van Jezus in Jeruzalem. Een feestelijke gebeurtenis. Maar we weten hoe het verhaal overgaat in verraad en dood. Maar ook van leven dat verdergaat. Leven dat ons is aangezegd.
Aan het eind van deze viering mogen we een takje meenemen naar huis als teken van leven over dood heen. Een takje dat een jaar lang teken wil zijn van hoop en bevrijding, van vrede, van doen wat onmogelijk is.
Gij Ene die ons roept
Moge deze takjes
hier door mensenhanden samengebracht
en besprenkeld met water
levenskracht betekenen,
beeld van nieuw leven in eenheid,
teken van verbonden-zijn
Moge het palmtakje ons voeren
naar de plek van de eerste ontroering,
het oudste wonder:
dat wie het leven krampachtig vasthoudt
het verliest
maar wie zijn leven geeft
bron van eeuwig leven wordt
Mogen deze palmen ons een jaar lang herinneren
aan wat ons Heilig is,
aan die mensen die wij hoog dragen
en tegelijk aan onze beperkte draagkracht
en standvastigheid als enkeling
Moge deze palmen tenslotte
een weg vinden naar
de huizen en de harten van de mensen
die ons dierbaar zijn.
symbool staan voor ons engagement
en voor hoop en vertrouwen
dat leven verdergaat
over elk dood punt heen.
De vrede zal het winnen.
Amen.
Lied : psalm 122
Stad van mijn hart, Jeroesjalajiem
met uw huizen schouder aan schouder.
Stad van de vrede, in uw midden
mag een mens gelukkig zijn.
Ik was verheugd toen ik het hoorde:
“Wij gaan op weg naar het huis van de Heer”.
En nu staan we voor uw poorten,
op uw grond Jeruzalem.
Stad van mijn hart, Jeroesjalajiem
met uw huizen schouder aan schouder.
Stad van de vrede, in uw midden
mag een mens gelukkig zijn.
Alle stammen van Israël
trekken er heen in karavanene
om uit te roepen de naam van de Heer,
dat is onze heilige plicht.
Stad van mijn hart, Jeroesjalajiem
met uw huizen schouder aan schouder.
Stad van de vrede, in uw midden
mag een mens gelukkig zijn.
Daar staan de zetels van het gerecht,
daar staat de koningstroon van David.
Bid om vrede voor deze stad,
wens haar kinderen alle zegen.
Stad van mijn hart, Jeroesjalajiem
met uw huizen schouder aan schouder.
Stad van de vrede, in uw midden
mag een mens gelukkig zijn.
Alle voorspoed wens ik jou,
lieve woning van mijn vrienden,
stad van God, ik wens je vrede,
vrede, vrede voor altijd.
Stad van mijn hart, Jeroesjalajiem
met uw huizen schouder aan schouder.
Stad van de vrede, in uw midden
mag een mens gelukkig zijn.
T. Huub Oosterhuis M; Bernard Huijbers.
Jeruzalem, stad van de vrede: ik zing het met gemengde gevoelens. De echte stad Jeruzalem is helemaal geen stad van de vrede, nu niet en in Jezus tijd ook niet.
Waarover zingen we dan wel? In bijbelse termen is Jeruzalem, waarover we daarnet zongen, de droom, de uiteindelijke bestemming van de mensheid, een stad , een plaats waar men zal leven naar de voorschriften van God, de redder, de bevrijder. Waar alle mensen in vrijheid, in waardigheid zullen leven, verbonden met elkaar en met God. Dat is het Jeroesjalajiem waarover we zongen.
Jezus gaat niet per toeval naar Jeruzalem op het moment van het Pesachfeest. Op dat feest herinneren de Joodse mensen zich de uittocht uit de slavernij, met Jahweh als hun bevrijder.
Bevrijd worden: dat is iets om uitbundig te vieren: denk maar aan de taferelen van vreugde als mensen bevrijd worden van dictaturen, van regimes die hun onderdrukten. Er is een opening gemaakt naar een nieuw begin, een nieuwe beter toekomst. Het lijkt wel roekeloos van Jezus, maar iemand die zo’n risico’s neemt kan wel degelijk inpact hebben: denken we maar aan wat Aleksey Navalny in onze dagen durfde te risceren.
Jezus heeft tijdens zijn optredens telkens weer verwezen naar die Jahweh, de bevrijder. Maar, zoals dat veelal gebeurt, geraakte dat bevrijdend gebeuren vastgeklemd in wetten en reglementen die op hun beurt weer beperkend werkten, omdat de volgen belangrijker werd dan de oorspronkelijke ervaring van bevrijding.
Jeruzalem is niet het Jeroesjalajiem geworden dat in de Bijbelse droom voor ogen stond. Jezus wil dit aankaarten, wil dit duidelijk maken, door naar het symbool van de bevrijdende boodschap te gaan . Hij stelt een daad van opstand, van aandacht vragen voor wat er misloopt, door naar Jeruzalem te gaan op het Pesachfeest.
Geheel in zijn stijl, geweldloos, maar duidelijk: op een ezeltje, zonder grootse stoeten, muzikanten, straatversiering.
Maar kijk, de evangelisten laten zien dat de boodschap van Jezus wel aandacht krijgt: mensen, begeesterd door zijn boodschap van hoop, van bevrijding van wat hen op dat moment onderdrukt, maken er zelf een heugelijk en feestelijk gebeuren van: ze spreiden hun mantels uit op de grond als betuiging van eerbied, ze wuiven met palmen en ze zullen wel gezongen of geapplaudisseerd hebben. Er heerst vreugde omdat mensen de bevrijdende boodschap begrepen hebben en er achter staan. En dat is belangrijk: mensen hebben steeds weer nood aan een moment waarop ze zienhoe het zou kunnen, een moment dat de verwachting vertolkt van een nieuw begin, dat een beter toekomst belooft.
We weten allemaal dat, na dit moment van euforie, dikwijls de ontnuchtering volgt, omdat een omwenteling veel vraagt van mensen, omdat de realiteit complex is en niet in een handomdraai verandert. Zoals blijkt uit de verhalen van de rest van deze week.
Maar laten we nu onze blijdschap vieren zodat we blijven zien wat kan veranderen en de utopie blijven in het vizier houden als richtlijn, als brandstof voor ons engagement in het spoor van Jezus, om een stapje te zetten richting het hemelse Jeroesjalajiem. Zien waar, in onze onvolmaakte wereld er zich al iets van kracht van verandering aankondigt en daarin durven geloven.
En laat het palmtakje ons daaraan herinneren.
We zingen dit uit in het lied:
Dat wij als wachters
Dat wij als wachters op de muren zijn,
geroepen om het zwijgen te verbreken,
een klein begin van opstanding, een teken.
Nog heerst verhuld de slavernij van man en macht
een maatschappij die in haar schild het onrecht voert
van leven dat wordt ingesnoerd.
Maak God om Christus’ wil ons vrij.
Dat wij als wachters op de muren zijn,
geroepen om het zwijgen te verbreken,
een klein begin van opstanding, een teken.
Nog duurt een ongelijk gevecht: de sterke die
zijn wil oplegt aan de verliezer op dood spoor
gaat hij verarmd de dagen door.
God, wie verschaft de zwakke recht?
Dat wij als wachters op de muren zijn,
geroepen om het zwijgen te verbreken,
een klein begin van opstanding, een teken.
Nog wordt het gouden kalf vereerd van nooit genoeg
en altijd meer. Maar schrijnend is het tegendeel:
de rekening voor ons teveel.
God zegen wie het onrecht keert.
Dat wij als wachters op de muren zijn,
geroepen om het zwijgen te verbreken,
een klein begin van opstanding, een teken.
Nog heerst het drogbeeld van de staat:
er is een vijand die men haat;
nooit is een wapen sterk genoeg.
O God bevrijd ons van de vloek
die eens geen leven overlaat.
Dat wij als wachters op de muren zijn,
geroepen om het zwijgen te verbreken,
een klein begin van opstanding, een teken.
Zie nog de mens die wordt bespot,
al is hij beelddrager van God,
zijn bondgenoot Samaritaan,
ont-rechte mens, leer ons verstaan,
wat liefde is naar zijn gebod.
Dat wij als wachters op de muren zijn,
geroepen om het zwijgen te verbreken,
een klein begin van opstanding, een teken.
Nog zucht de schepping doodsbenauwd,
aan onze zorgen toevertrouwd.
Het spansel rond de aarde barst,
door mensenhanden aangetast.
Bekeer ons, God, tot haar behoud.
Dat wij als wachters op de muren zijn,
geroepen om het zwijgen te verbreken,
een klein begin van opstanding, een teken.
En laat ons daarmee aan tafel gaan, het hart vol vreugde om het gedeelde visioen, en dankbaar om de man die ons de weg daarheen wees. Hij is midden onder ons.
Aan deze tafel regeert niet de macht niet, niet het recht van de sterkste, maar de zorg om elkaar. Brood en wijn willen we delen, kracht putten uit het voedsel, maar ook en vooral uit de kameraadschap die vertrekt vanuit die gedeelde bron en de bereidheid om de hand aan de ploeg te slaan, om elkaar te behoeden en doen leven.
We leerden dat van velen die ons voorgingen, onze geliefde doden; en van velen die waar ook dezelfde boodschap horen en helpen waarmaken. Het is een zegen om in dit gezelschap te vertoeven. Danken wij de goede God! Ja, wij willen voor hem zingen. Van alle dagen deze morgen, van heel de wereld deze plaats, van alle gaven brood en beker, van alle mensen jij naast mij…
Van alle dagen deze morgen
Danken wij de goede God!
Ja, wij willen voor hem zingen.
Van alle dagen deze morgen,
van heel de wereld deze plaats,
van alle gaven brood en beker,
van alle mensen jij naast mij.
God, die alles hebt geschapen,
het geheim van het morgenlicht
en de zon hoog aan de hemel,
lucht voor vogels, vrije zielen,
helder water voor de vissen
heel de aarde een mensentuin:
zelf gaf U ons stem en woorden
om te zingen: God is goed.
Van alle dagen deze morgen,
van heel de wereld deze plaats,
van alle gaven brood en beker,
van alle mensen jij naast mij.
Zoals overal ter wereld,
zoals overal de mensen
met verbazing en ontzag
zeggen wij hier: “Heilig, heilig,
heilig is de Heer van allen,
en gezegend hij die komt.
Heilig is de Heer van allen
en gezegend hij die komt.”
Van alle dagen deze morgen,
van heel de wereld deze plaats,
van alle gaven brood en beker,
van alle mensen jij naast mij.
Zo gezegend als die ene
is er nooit in heel de wereld,
is er nooit van alle dagen
is er nooit een mens geweest,
nooit een mens geweest als deze:
Jezus, Christus, hij, uw Zoon.
Nooit een mens geweest als deze
Jezus, Christus, hij, uw Zoon.
Van alle dagen deze morgen,
van heel de wereld deze plaats,
van alle gaven brood en beker,
van alle mensen jij naast mij.
Altijd wist hij waar verdriet was,
wie alleen was kende hij.
Feesten heeft hij opgevrolijkt,
in zijn hand werd water wijn.
Met twee vissen en vijf broden
leerde hij de mensen leven
voor elkaar zo goed als God,
voor elkaar zo goed als God.
Van alle dagen deze morgen,
van heel de wereld deze plaats,
van alle gaven brood en beker,
van alle mensen jij naast mij.
Hij naast ons. Zijn hele leven
gaf hij weg als een geschenk
tot de dood toe voor zijn vrienden
licht en leven, wijn en brood.
Zo heeft hij de laatste avond
dat hij met hen samen was
zelf het brood voor hen gebroken en gezegd:
“Dit is mijn lichaam. Neem het, eet.
En denk aan mij.”
Vol met wijn schonk hij de beker,
loofde God en gaf hem rond,
“Als je deze beker rondgeeft
deel je in mijn dood en leven,
deel je in mijn nieuw verbond.”
Als wij brood en wijn rondgeven,
delen wij zijn dood en leven,
delen wij zijn nieuw verbond.
Maranatha. Tot hij komt.
Van alle dagen deze morgen,
van heel de wereld deze plaats,
van alle gaven brood en beker,
van alle mensen jij naast mij.
Geest van God, help ons te leven
door dit brood en deze wijn
als die mens van alle mensen:
na deze morgen alle dagen
op deze plaats en waar ter wereld,
van nu af gevend vele gaven,
van alle mensen wij naast Hem.
T: Paul Robbers M: Paul Schollaert
Onze Vader
Vredeswens
Vrede wordt geboren uit de volharding in het geloof dat er iets kan veranderen aan wat aan onrecht en onderdrukking gebeurt in deze wereld. Wetende dat het niet af zal zijn, maar dat we samen iets van die vrede kunnen bewerkstelligen in ons eigen leven, in onze eigen omgeving. Steunen we elkaar in dit geloof door elkaar hier elke week die vrede toe te wensen.
Slotlied
Uit staat en stand en wijsheid losgewoeld,
Omgewaaid, ontwortelde plataan.
Toen heeft hij licht onder zijn schors gevoeld,
En vlaag van knoppen die op springen staan.
Uit jij en jou en woorden weggevlucht.
Ergens heen gejaagd. Boomgrens voorbij.
Op adem komen in de dunne lucht,
Je eigen hartslag horen. Vogelvrij.
Uit eigen aard en huid naar iemand toe,
Onontkoombaar en niet wonen meer,
Tot ik Hem, Hij mij vinden zal. En hoe –
Een zee van dromen gaat in mij tekeer.
T. Huub Oosterhuis M. Antoine Oomen

