PAASWAKE 2026

Dominicus Gent

PAASWAKE

Zaterdag 4 april 2026

 

Openingsrite achteraan in de kerk

Begin van Genesis 
In het begin maakte God de hemel en de aarde. De aarde was leeg en verlaten. Overal was water, en alles was donker. En er waaide een hevige wind over het water. Toen zei God: ‘Er moet licht komen.’ En er kwam licht. God zag hoe mooi het licht was. Hij scheidde het licht en het donker. Het licht noemde hij ‘dag’ en het donker noemde hij ‘nacht’. Toen werd het avond en het werd ochtend. Dat was de eerste dag.

 

Lied: “Of hoe dat heet” 

Gelukkig dat het licht bestaat
En dat het met me doet en praat
En dat ik weet dat ik er vandaan kom
Van het licht of hoe dat heet
Van het licht of hoe dat heet
T: Hans Andreus M: Bernard Huijbers

 

Welkom en duiding van de elementen

Welkom op deze Paaswake.
Op dit moment, tussen Goede vrijdag en Pasen zijn we samengekomen om de dood van Jezus te herdenken. We leven mee met de apostelen van toen en zovele mensen en gemeenschappen die – tot op vandaag – een Heilig geloof hebben in de mens die geroepen is om het goede te doen. Ook al zijn er krachten die dit met man en macht tegenwerken.

We beleven opnieuw wat zo’n 2000 jaar geleden is gebeurd. Een ingoed mens wordt geraakt door het onrecht dat hij om zich heen ziet en neemt het op voor verdrukte mensen. Dat doet hij zonder angst, ook al wordt snel duidelijk dat dit niet naar de zin is van machthebbers – die niet bang zijn om over lijken te gaan als hun macht op het spel staat. We zien het nog steeds iedere dag.
Als zo’n mens, die onvoorwaardelijk voor ons koos, die het leven de moeite waard maakte, waar we naar opkijken plots wordt weggerukt, een gruwelijke dood sterft om het moois dat hij heeft kunnen en willen doen, dan blijven we verweesd achter, leeg. Dit verdriet gaat heel diep. Dan zoeken we troost en warmte en sterkte bij elkaar en bij de heilsgeschiedenis van het volk van God.

Met lege handen, teruggeworpen op de essentie, zien we langzaam onder ogen wat onmiskenbaar is. Licht, water, aarde, lucht doen ons leven. Met een beetje inzet, is die kracht niet te stuiten. In dit seizoen spreekt alles om ons heen van opstanding. We zien de aarde openbarsten en vruchten voortbrengen. Er is het water dat ons laaft en verfrist; de lucht die ons nieuwe adem geeft en zingen doet, als we ze zuiver houden; en tenslotte vuur en licht om ons aan te warmen, om door te geven en de weg te helpen zien. Het zijn stuk voor stuk tekenen van hoop in de donkerste nacht.

Laat ons in dit uur dan zelf licht doorgeven aan de Paaskaars en ons tot gemeenschap zingen: `Gelukkig dat het licht bestaat’…

Lied: “Of hoe dat heet” 

 

Tekens aanbrengen op de paaskaars en vuur-ritueel  

De paaskaars gaat terug op het Romeinse gebruik om de paasnacht met veel licht door te brengen. Het licht dat aangestoken wordt in de paasnacht staat symbool voor Jezus’ verrijzenis uit zijn doodsnacht. Het duister krijgt niet het laatste woord, een kleine vlampit kan het verdrijven.

Pasen-opstanding draagt in zich ook nog de wonden van verdriet en pijn.
Daarom steek ik in de kaars de vijf wierooknagels, die herinneren aan de vijf wonden van Jezus, één in elke hand, één in elke voet en één in z’n zij.
Nemen wij hierbij mee al de mensen dichtbij en veraf, bekenden en onbekenden die gebukt gaan onder het lijden. Ook onszelf in onze donkere dagen.

De kaars is getekend met de eerste en de laatste letter van het Griekse alfabet: alfa en omega, Christus, gisteren, vandaag en morgen, begin en einde, het al. Schrijven ook wij onze levens in dat grote verhaal.
Wij, hier en nu op Pasen 2025.
Hier en nu, tussen herinnering en toekomst.
In die tussentijd zullen de klaarte en de warmte die de vlam van de paaskaars verspreidt, de solidariteit en verbondenheid uitstralen, zowel in verdriet als in vreugde.
Dat het paaslicht in elk van ons mag ontbranden.

(Iedereen geeft het vuur aan elkaar door en gaat plaats nemen in de kerk. We vormen met de stoelen een ronde of ovaal, van aan de tafel. Als iedereen zijn plaats heeft, wordt het licht in de kerk aangestoken. De pianist speelt een welkom in de vieringruimte.)

 

Het element “lucht”

We hebben het licht welkom geheten en aan mekaar doorgegeven. Licht komt van vuur en vuur kan alleen branden als er lucht is.
Lucht ademen we in en uit, zonder het te weten. Bij onze geboorte ademen we de eerste keer in; als we sterven ademen we een laatste keer uit. Onze adem blijft heel ons leven bij ons, ook terwijl we slapen. Houden we onze adem eens in zo lang als we kunnen. Dat lukt niet lang! We hebben lucht nodig om te blijven leven.
Soms is de lucht stil en beweegt er geen blad aan de bomen. En op andere momenten kan een stormwind die bomen omver blazen.
De lucht kan ook geuren meedragen. Zoals van dit stukje wierookhout. Ruik maar eens! (wierookhout ligt te branden in schaaltje)

Lezing: naar Genesis 2:7
Toen God de aarde gemaakt had, en er licht en donker was, aarde en water, bomen, bloemen en dieren rustte hij. God zag dat het goed was.
Toen boetseerde God uit het stof van de rode aarde een mens. En God blies de mens levensadem in de neus. Zo werd de mens levend en zag de mooie aarde rondom: Prachtige bomen en bloemen, zon en maan en sterren, vogels in de lucht, dieren op de grond, wormen en mollen onder de grond. In de zee zwommen kleine en grote vissen.

 

Gebed

God moeder en vader
Dank u voor de lucht om ons heen.
Wij ademen haar in en uit.
Wij kunnen spreken en zingen door de lucht in onze keel.
Wij kunnen zeilen met een schip over het water door de wind
en vliegen met een vliegtuig door de lucht die het draagt.
We ruiken de bloemen, het lekkere eten, de wierook die we hier branden.
We zijn blij met ons leven.

Lied: “Van de wind”

Soms wil ik met de wind mee,
met de wind mee, met de wind mee,
aanwaaien, omhelzen en strelen overal.

Waar kom je vandaan? Wat heb je gezien?
Hoelang wind, onderweg? Wat heb je gehoord.
Gefluister, gehuil, gekerm?
Zeg het me, zeg!

Soms wil ik met de wind mee,
met de wind mee, met de wind mee,
aanwaaien, omhelzen en strelen overal.

Waar ga je naartoe? Wat ga je daar doen?
Verwoesten in de nacht?
Of deel je met ons je scheppend geweld, je inblazing, je kracht?

Soms wil ik met de wind mee,
met de wind mee, met de wind mee,
aanwaaien, omhelzen en strelen overal.

T & M:Bernard Huijbers

 

Het element ‘aarde’

Wat mooi en goed dat wij hier op de avond van de Paaswake samenkomen en de vier elementen in ons bewust-zijn aanwezig stellen. In het lied dat we straks gaan zingen staat “aarde is al wat we zijn”. Het is zo vanzelf sprekend, dat er weinig wordt bij stil gestaan. Waar onze woon-, werk-, of leefplek ook is : de aarde draagt onze voeten. In een oude tekst hoor je de bede dat Moeder Aarde geen ver en vreemd wezen in onze dagelijkse beleving wordt….

 

Aarde ik voel U nu
Zachtjes beroer ik U
Duld toch mijn mensenvoet
Neem hem als liefdegroet
Draag mij bij iedere schree
Neem deze last nog mee
Laat mij hier leven nu
Aarde zo dank ik U.

Bij ons thuis worden dezer dagen vele potjes aarde gevuld. Met veel omzichtigheid en zorg worden de zaadjes in de grond gelegd en dan is het geduldig en verlangend uitkijken naar de kiemblaadjes die komen piepen.
Ook wij gaan dat nu doen. Ik nam de zaadjes mee van een bijzonder plantje : inkarnaatklaver. Wat een mooie naam : Trifolium Incarnatum.
Paule vroeg om rode bloemen voor haar kleinzoon en dat beloven ze te worden. Rode hoedjes. Zo wordt het plantje beschreven :
Eén tot tweejarige klaver met geringe vereisten aan de bodem. Snelgroeiend met sterk vertakt wortelnetwerk. Goede drachtplant. Dat zijn dus planten die nectar en of stuifmeel geven .Goed voor vlinders, bijtjes en voor de bestuiving dus. En ook heel bijzonder om de bodem vruchtbaar te houden en goed te verluchten.
Ik vind dat deze inkarnaatklaver de boodschap van Pasen met zich draagt : ze stelt zelf weinig eisen, geeft zich volledig over aan de grond om deze vruchtbaarder te maken (groenbemester), de blaadjes mogen worden gegeten in de slaatjes en de bloemen brengen kleur en nectar. Het wordt allemaal belangloos geschonken door de Trifolium incarnatum !

We gaan dus aan het werk :
• Eerst mengen we onder de teelaarde nog wat voeding, zodat de zaadjes flink kunnen wortelen straks
• Dan voorzichtig in kleine potjes en lichtjes aandrukken
• Beetje water geven
• En laten kiemen in licht en warmte….

 

Gebed 

Dank om Uw scheppingskracht en het leven op Moeder Aarde
Dank voor het voedsel dat mag groeien,
voor de dieren, kleurige bloemen en kruiden
Maak ons tot bondgenoot van uw Schepping.
God van licht, geef ons nieuwe ogen
Om de aarde als een kostbaar goed te zien.
God van zorg, geef ons zachte handen
Die zorgzaam met de aarde omgaan.
God van wijsheid, geef ons bezield verstand
Om de aarde te behoeden.
God van liefde, geef ons een warm hart
Voor alle leven en voor alle wezens op aarde.

 

Lied 

Lieve hemel ooit van aarde,
Aarde is al wat wij zijn.
En de mensen mogen leven
Tot ze mens en naaste zijn
Tot ze ooit in vrede zijn,
Tot ze eens weldenkend zijn
Lieve hemel ooit van aarde,
God zal mens geworden zijn

 

Lezing: Paasverhaal 

De sabbat was voorbij. De eerste dag van een nieuwe week begon. Maria van Magdala en de andere Maria gingen kijken naar het graf van Jezus. Ineens begon de aarde erg te beven, want een engel van de Heer kwam uit de hemel. Hij rolde de steen voor het graf weg en ging erop zitten. De engel schitterde als de bliksem en zijn kleren waren wit als sneeuw. De soldaten bij het graf beefden van angst. Ze werden lijkbleek. De engel zei tegen de vrouwen: ‘Jullie moeten niet bang zijn. Ik weet dat jullie Jezus zoeken die gestorven is op een kruis. Hij is niet hier. Hij is verrezen, zoals Hij gezegd heeft. Kom, kijk naar de plaats waar Hij gelegen heeft. Ga snel tegen zijn leerlingen zeggen: “Hij is verrezen. Kijk, Hij gaat naar Galilea. Daar zullen jullie Hem zien.” Dit wilde ik jullie zeggen.’ De vrouwen liepen snel van het graf weg. Ze waren één en al angst en ook vol vreugde. Ze liepen snel om dat aan zijn leerlingen te vertellen. En kijk, Jezus kwam hun tegen. ‘Dag’, zei Hij. Ze gingen naar Hem toe. Ze grepen Hem bij de voeten vast en vielen voor Hem op de knieën. Toen zei Jezus: ‘Jullie moeten niet bang zijn. Ga mijn broeders vertellen dat ze naar Galilea moeten gaan. Daar zullen ze Me zien.’

 

Lied: Klein Paaslied

Tussen waken, tussen dromen,
in het vroege morgenlicht,
wordt de steen van ’t graf genomen,
horen vrouwen het bericht,
dat door dood en duisternis
Jezus leeft en bij ons is.

Zij die zich als eersten buigen
over leven in haar schoot,
zijn op Pasen kroongetuigen
van nieuw leven uit de dood.
Vrouwen hebben Hem ontmoet,
weten zich bevrijd voorgoed.

Uit een sprakeloos verleden,
weggeschoven, ongehoord,
wordt een nieuwe tuin betreden
open is de laatste poort,
sluiers worden weggedaan:
het is tijd om op te staan.

Lente kleurt de kale bomen,
door het leven aangeraakt
bloeien bloemen aan de zomen,
zo wordt alles nieuw gemaakt.
Juichend stemt het leven in
met de toon van het begin.

T: Hanna Lam M: Mark Joly

 

Duiding

“Maria dacht dat het de tuinman was”. Het lijkt een kleine, onbeduidende tussenzin in het verhaal om de verwarring van Maria te beschrijven. Het arme wicht is zo ondersteboven van de situatie, dat ze het Noorden kwijt is en Jezus niet herkent. Maar waarom staat er dan specifiek dat Maria van Magdala aan een tuinman denkt? Het zal niet geweest zijn omdat die gewapend met bosmaaier of godbetert bladblazer op zo’n vroeg uur aan het werk was in de tuin. En wellicht ook niet omdat hij paaseieren aan het verstoppen was voor de kinderen van Jozef van Arimatea, want de chocolade en de klokken van Rome moesten nog uitgevonden worden. Alle gekheid op een stokje, de gewoontes van de evangelisten een beetje kennende, wordt dat beeld niet zomaar gebruikt. Meer nog, het verwijst voor mij naar de kern van de paasboodschap.
Maria ziet een leeg graf, alles weg, geen lichaam meer om te verzorgen en te balsemen, alleen het grote niets. Diepe duisternis. Snijdende wanhoop. Totale chaos. Zwarte, dorre aarde.
In die ontreddering verschijnt Jezus, de tuinman, de hovenier, in het Latijn hortolanus, letterlijk hij die bij de tuin hoort. Zo’n hortolanus had de zorg en het beheer over de tuin en kweekte er groenten, kruiden en fruit.
Voor een gepassioneerde tuinman is diezelfde zwarte aarde geen doods gegeven, maar een wereld vol kansen en mogelijkheden. Er schuilt belofte in. Vol geloof kijkt de hovenier naar de grond en gaat ermee aan de slag. Hij woelt hem om, zodat er lucht en licht en warmte kan in komen. Hij geeft de aarde extra voedingsstoffen en water, zodat het een rijke bodem kan worden waarin nieuw leven voedsel kan vinden om te groeien.
En voorzichtig legt hij zaden in de donkere aarde. Hij moet erop vertrouwen dat die zaden zullen kiemen, opschieten, zich een weg zoeken in de duisternis en licht vinden. Prille, kwetsbare plantjes die uitgroeien tot stevige planten en struiken die vrucht dragen en voedsel voor de mens. De zorg en het werk is nooit af, er moet over gewaakt worden dat het onkruid de frêle plantjes niet overwoekert, en menig tuinman en -vrouw zal weten wat rupsen en slakken en ander ongedierte kunnen aanrichten.
Ik mocht een aantal jaren geleden tijdens een reis naar het zuiden van Senegal, zelf zien hoe zo’n tuin letterlijk het verschil maakt tussen leven en dood, bij het bezoek aan een aantal ontwikkelingsprojecten. Met beperkte steun van buitenaf die ervoor zorgde dat er een stevige omheining voorzien werd en een waterput geboord, slaagden vrouwen en oude mannen erin bloeiende groentetuinen te onderhouden die niet alleen hun woongemeenschappen van voldoende voedsel konden voorzien, maar waar ze ook van de overvloed konden verkopen om in het dorp onderwijs en gezondheidszorg te voorzien. Daar wordt een tuin letterlijk een bron van nieuw leven.
De metafoor van de tuinier en zijn werk geeft ons al een bepaald inzicht op het Paasgebeuren, maar het valt te betwijfelen dat de evangelist met zijn beeld alleen dat heeft bedoeld. In de tekst klinken immers nog meer echo’s door.
Het evangelieverhaal dat we daarnet beluisterden, klinkt in onze vertaling als “Vroeg op de eerste dag van de week”, maar letterlijk staat er “Op dag EEN van de sabbatsweek”, niet “eerste”, maar “EEN”. Het is niet zomaar een dag in de rij. Dag EEN verwijst regelrecht naar het scheppingsverhaal in Genesis: “God roept tot het licht ‘dag’ en tot het duister heeft hij geroepen ‘nacht’; er geschiedt een avond en er geschiedt een ochtend: dag één.” Het is niet zomaar een dag, maar één die alle volgende zal kenmerken.
Wie Genesis zegt, denkt dan ook onmiddellijk aan die andere tuin: de tuin van Eden. Ook de eerste mens Adam wordt er aangesteld als tuinman om de tuin te onderhouden en tot bloei te brengen. Maar Adam maakt er een beetje een potje van. Hij heeft geen groene vingers. Hij struikelt, valt diep en moet de tuin van Eden verlaten omdat hij probeert zichzelf tot centrum van de schepping te maken, hij wil zelf aanbeden worden, veel likes en volgers hebben (wat in zijn geval al helemaal geen strak plan was). Wat ooit leven in een prachtig paradijs kon zijn, vervalt tot leven in een woeste en onherbergzame wildernis. Het is het verhaal van de mensheid.
Door Jezus als tuinman te omschrijven, zegt de evangelist eigenlijk “Jezus is de nieuwe Adam”. Een mens zoals God hem gedroomd heeft. Hij was zoals wij zouden willen zijn, een mens van God, een vriend, een licht, een herder, zoals Oosterhuis het schreef en wij het zingen.
Hiermee zegt de evangelist ons: “De mens is niet verloren, hij is niet voorgoed verjaagd uit de tuin van Eden, er is een tweede kans, het droeve lot is niet de bestemming, de mens is tot meer uitgenodigd. Jezus herstelt de gebroken schepping, brengt terug wat in Eden verloren ging en verandert de tuin van verdriet in een plek van ontmoeting en nieuwe hoop.
Zo ook wordt dit verhaal er één van schepping, herstel en opdracht. Ook wij worden met onze naam genoemd en de weg gewezen: zoek hem onder de levenden, wij allen moeten de hoveniers worden van ons hart en van de schepping. Als wij dat doen, zullen we nieuw leven vinden, daar waar we het niet verwachten.
Hovenier worden van je hart wil zeggen: je tuin lezen en verstaan, zien wat die echt nodig heeft, welke planten je wil houden omdat je er kan van leven, omdat ze je van voedsel voorzien, en wat je wil wieden, omdat het al het andere dreigt te overwoekeren en te verstikken, het echte leven fnuikt. Het betekent de handen vuil maken in de zwarte aarde, graven, wieden, besproeien en bemesten. Het heeft als consequentie dat je soms lelijk kan bezeren aan de doorns van distels en anders struiken die al het andere verstikken en dat er kapwerk te doen is. Maar een goede tuinman stopt die schrammen en littekens niet weg, want ze herinneren hem aan de weg die hij afgelegd heeft. Zien waar het op aankomt, dat voeden en weghalen wat het in de weg staat, geeft kansen aan het nieuwe leven dat sterker dan ooit kan bloeien. Maar tegelijkertijd daarmee zijn we ook uitgenodigd om hoveniers te zijn van de hele schepping. Die is bij deze herschepping op Pasen opnieuw aan de mens, aan jou en mij toevertrouwd. Ook hier horen we de roep om in opstand te komen tegen alles wat nieuw leven in de kiem smoort, wat levende grond verschroeit, de roep om in opstand te komen tegen al die vormen van dood: onrecht, geweld, oorlog, armoede, jacht op vluchtelingen, het vernietigen van onze leefomgeving, het recht van de sterkste, het gewin van enkelingen ten koste van de mensengemeenschap.
Pasen legt in ons het diepe vertrouwen dat die dood niet zal overwinnen. Ondanks oorlog en vernietiging, worden nog steeds kinderen geboren, wordt er misschien nog meer voor de zwakken gezorgd en klinkt het protest en verzet tegen onrecht steeds luider.
Heel veel mensen zijn al opgestaan en zijn gaan tuinieren. Zij hebben meer gezien dan de zwarte verschroeide aarde. Zij zien nu al het nieuwe leven dat zal uitbreken, ze doen er alles aan om dat leven alle kansen te geven, ook al zullen ze de vruchten misschien niet zelf oogsten. Pasen gebeurt hier en nu en op vele plaatsen.
Sta op. Wis droefenis en twijfel uit je ogen en ga aan de slag met schoffel en hark, maak de handen vuil, maak opstanding waar. Allemaal tuinier.
Zalig Pasen.

 

Wijding van het water en geloofsbelijdenis

Water was het eerste element van de schepping. God blies over het water en toen ontstond het land.
Water is zo belangrijk voor het leven. Ons lichaam is voor het grootste deel water. We drinken het, we wassen er ons mee. We geven het aan de planten. Alle rivieren, zeeën, oceanen zitten vol water.
God blies over het water en gaf het zo de kracht van de Geest. Wij zijn gedoopt met dit gezegend water.
Ik nodig de kinderen uit om nu ook over het water te blazen om het te zegenen.
Dan dompelen we de paaskaars 3x in het water.

 

Gebed

Schepper God, Zoals jij deed, doen wij.
We blazen Geest en Leven in dit water. Fijne rimpelingen die ons vertellen dat het Goed Komt, Goed is. Dat het water onze dorst zal lessen en Uw Geest draagt, Levenskracht en Liefde.

We bidden samen het gebed over onze keuzes:

Gij God die liefde zijt,
zie ons hier bijeen.
Zegen ons, één voor één
en tezamen
opdat wij groeien
tot mensen van uw liefde.
Keer ons naar elkaar
in verwondering,
totdat wij elkaar zien
in een nieuw licht.

We gaan rond met kan en kom en papieren doekjes. We gieten telkens een beetje water over de handen in de schaal. We zalven het voorhoofd van de genodigden, met als tekst:

Moge uw keuzes u verder dragen
en moge God en de mensen u daarbij steunen.

 

Geloofsbelijdenis 

Ik geloof in Jou, God
Ik geloof dat Jij de aarde liefhebt.
Ik geloof dat Jij gewonde vogels opraapt.
Ik geloof dat Jij voor kinderen een bondgenoot bent.
Ik geloof dat Jij je hart soms vasthoudt.
Ik geloof dat Jij als moeder ongezien zal waken.
Ik geloof dat Jij het zwijgen kent van vaders.
Ik geloof dat Jij nooit dwingt, niets opdringt.
Ik geloof dat Jij heel vaak een stap opzij zet.
Ik geloof dat Jij de eenvoud blijft.
Ik geloof dat Jij van schoonheid nooit genoeg krijgt.
Ik geloof dat Jij soms voor mijn deur staat.
Ik geloof dat Jij graag bij ons aanschuift.
Ik geloof dat Jij de vreugde niet kan missen.
Ik geloof dat Jij het beste in elke mens zoekt.
Ik geloof dat Jij niets liever wil dan tranen drogen.
Ik geloof dat Jij soms sprakeloos naast mij zit.
Ik geloof dat Jij je thuis voelt in de stilte.
Ik geloof dat Jij het leven koestert.
Ik geloof dat Jij met elk van ons blijft meegaan.
Ik geloof dat Jij zal wachten,
met de liefsten der geliefden.
Jij, God met open armen.
(Kris Gelaude)

 

Tafeldienst

Jezus nodigt ons uit om aan tafel te gaan. Wij herinneren onszelf elke week er aan hoe belangrijk hij het vond om brood breken en delen met zijn vrienden. Samen eten en drinken en dat met elkaar delen is wat ons tot mensen maakt die met elkaar verbonden zijn. Het gebeurt elke dag waar mensen samen leven.
We steken de kaarsjes aan om de mensen te gedenken die gestorven zijn. En we steken een kaarsje aan voor iedereen die zich inzet om van deze aarde een stukje hemel te maken. We zingen een tafelgebed:

 Als wij weer het brood gaan breken
dat Gij, Heer, ons geeft,
leer ons dan met hem/haar te delen
die geen deel van leven heeft.

Als wij van de feestwijn drinken
die Gij, Heer, ons geeft,
leer ons dan om te gedenken
wie een lege beker heeft.

Als wij samen in de kring staan,
om wat Gij ons geeft,
leer ons dan om vast te houden
wie geen hand in handen heeft.

Als wij weer de lofzang zingen
om wat Gij ons geeft,
leer ons dan voor hem/haar te roepen
die geen stem meer over heeft.

Als wij zo de toekomst vieren
die Gij, Heer, ons geeft
leer ons dan vandaag te zorgen
voor wie zelfs geen morgen heeft.

T: Wim van der Zee M: Arie Eikelboom

Op het einde van zijn leven zat Jezus met zijn vrienden samen aan tafel.
Hij nam brood en brak het en deelde het met hen en Hij zei:
Overal ter wereld breken mensen brood en delen het met hun familie en vrienden.
Het gebeurt elke dag.
Elke keer als jullie brood breken en met elkaar delen, denk dan aan mij en herinner je hoeveel ik van alle mensen heb gehouden.
Zie mekaar graag zoals ik jullie heb voorgedaan.

Hij nam ook een beker wijn, gaf die rond en zei:
Drink deze beker samen met Mij. Blijf dit samen doen om mij nooit te vergeten. Draag zorg voor elkaar en voor alle mensen. Vergeet niemand en sluit niemand uit.

Onze Vader 

Vredeswens 

Lieve hemel ooit van aarde,

Aarde is al wat wij zijn.
En de mensen mogen leven
Tot ze mens en naaste zijn
Tot ze ooit in vrede zijn!

Communie

Liederen

LAAT JE LICHT MAAR SCHIJNEN

Refr. Laat je licht maar schijnen (echo)
in de duisternis (echo)
laat je licht maar schijnen (echo)
waar geen licht meer is (echo)

Want je bent het licht
hier in deze wereld
schijn dan voor de mensen om je heen
net zoals een stad
boven op een heuvel
heel goed is te zien voor iedereen Refr.

Als het donker is
fiets je met je licht aan
zo laat jij je zien in het verkeer

schijn dan met je licht
dat je goede daden
zichtbaar zijn en God krijgt alle eer

Denk aan wat je zelf wilt
dat een ander voor je doet
doe dat voor die ander
en dan doe je ’t goed

Laat je licht maar schijnen…. (Refr. 2x)

T & M: Marcel Zimmer

THIS LITTLE LIGHT OF MINE (Negro Spiritual)

This little light of mine,
I’m gonna let it shine.
This little light of mine,
I’m gonna let it shine.
This little light of mine,
I’m gonna let it shine,
let it shine, let it shine, let it shine.

Out in the darkest night,
I’m gonna let it shine.
Out in the darkest night,
I’m gonna let it shine.
Out in the darkest night,
I’m gonna let it shine,
let it shine, let it shine, let it shine.

Everywhere I go,
I’m gonna let it shine.
Everywhere I go,
I’m gonna let it shine.
Everywhere I go,
I’m gonna let it shine.
Let it shine, let i shine, let it shine.