PINKSTEREN 2026

Dominicus Gent

Viering van Pinksteren

24 mei 2026

 

We heten jullie allen van harte welkom op deze viering van Pinksteren.
Pinksteren, het sluitstuk van een hele periode, waarin we het leven van Jezus op deze aarde definitief hebben afgesloten op hemelvaart, en nu de Geest verwelkomen die Jezus beloofd had. We lezen dit zo bij Lucas, maar, zoals Ignace vorige week al vertelde, is dit een constructie van ‘achertaf‘. In werkelijkheid zal het voor de leerlingen een hele periode van zoeken, vertwijfeling, niet weten geweest zijn, eer ze op een of andere manier (we weten niet hoe dat gebeurd is: plots of geleidelijk) de begeestering die Jezus in hen opgewekt had terugvonden of opnieuw ervaarden.
Ze vertellen dat dan als iets wonderlijks, iets dat totaal niet verwacht was. Die Geest be“zielt“ hen, doet hen opstaan uit de angst en hopeloosheid en opent de deuren naar een nieuwe toekomst.

Wij herdenken dit vandaag, niet alleen als herinnering, maar met het verlangen en de hoop dat deze Geest ook ons mag bezielen en in ons leven vorm en gestalte mag krijgen. Wat dat kan betekenen, daarover straks meer.

We steken eerst de Paaskaars aan, een klein vlammetje dat bij ons blijft deze viering, ons blijft bemoedigen en aanmoedigen om te leven in en met de geest van Jezus van Nazareth.

 

Lezing uit de eerste Korintiërbrief (1Kor. 12,1-14)
Over de gaven van de Geest, broeders en zusters, wil ik u het volgende zeggen.
Zoals u weet was u in de tijd dat u nog niet geloofde volledig in de ban van de afgoden die taal noch teken geven.
Daarom zeg ik u nadrukkelijk: niemand kan door toedoen van de Geest van God zeggen:
‘Vervloekt is Jezus‘, en niemand kan zeggen: ‘Jezus is de Heer’, behalve door toedoen van de heilige Geest.
Er zijn verschillende gaven, maar er is één Geest;
Er zijn verschillende dienende taken, maar er is één Heer;
Er zijn verschillende uitingen van bijzondere kracht, maar het is één God die ze allemaal en bij iedereen teweegbrengt.
In iedereen is de Geest zichtbaar aan het werk, ten bate van de gemeente.
Aan de een wordt door de Geest het verkondigen van wijsheid geschonken,
aan de andere door diezelfde Geest het overdragen van kennis;
de een ontvangt van de Geest een groot geloof,
de ander de gave om te genezen;
en weer anderen de kracht om wonderen te verrichten,
te profeteren, en om te oordelen of een profetie van de Geest afkomstig is,
om klanktaal te spreken of om klanktaal uit te leggen.
Al deze gaven worden geschonken door een en dezelfde Geest,
die ze aan iedereen afzonderlijk toebedeelt zoals Hij wil.
Een lichaam is een eenheid die uit vele delen bestaat;
ondanks hun veelheid vormen al die delen samen één lichaam.
Zo is het ook met het lichaam van Christus.
Wij zijn allen gedoopt in één Geest en zijn daardoor één lichaam geworden;
Of we nu Joden of Grieken zijn, slaven of vrije mensen,
we zijn allen van één Geest doordrenkt.
Tegelijk bestaat een lichaam niet uit één deel, maar uit vele.
. . . .
Wanneer één lichaamsdeel pijn lijdt, lijden alle anderen mee;
Wanneer één lichaamsdeel met respect behandeld wordt, delen alle andere in die vreugde.
Welnu, u bent het lichaam van Christus en ieder van u maakt daar deel van uit.

 
Rond 54 antwoordt Paulus in een lange brief op vragen van de Korintiërs. Uit zijn antwoorden leiden we af wat ze vroegen: mag iedereen spreken in de bijeenkomsten? Hij antwoordt volmondig ‘ja’. ‘Jullie waren gewend aan stomme afgoden, en ook jullie zegden niets. Iedereen mag spreken’. Want zij ontvingen bij hun doop door handoplegging Jezus’ Geest. De Geest wóónt in hen; Paulus noemt hen ’tempel van de Heilige Geest’. Wie met Gods Adem bezield is, spreekt vanuit Gods Geest.
Paulus, als geleerde en mondige farizeeër verwacht van de Korintische gelovigen wat hij kende in de joodse synagogen. Maar hier zijn de verschillen veel groter: mannen en vrouwen, Grieken en Joden, slaven en vrijen.
Veertig jaar later vertelt Lucas in het bekende Pinksterverhaal hoe de Jezusleerlingen vol vuur uitbraken uit het cenakel. Voor die profetische en kritische mondigheid was Jezus hun voorbeeld. Door mensenwoorden is Gods Geest aanwezig in de ekklesia. Samen met de maaltijd van de Heer, ‘het breken van het brood’, is inspiratie door de Geest de tweede pijler van de gemeente.

Paulus’ overtuiging over Gods Geest steunt op zijn persoonlijke ervaring. Het is die onverwachte stem die ons toevalt, een bezieling die ons vastgeroeste ‘zelf’ openbreekt en ons vrijer en verantwoordelijker maakt. Ook joodse profeten hadden het over de begeestering door Gods Geest. Zo Jeremias: ‘Ik zal mijn wet in hun binnenste leggen en hem in hun hart schrijven als nieuw verbond (Jer 31: 33). Ook Jezus’ eerste woorden waren: bekeer u (Mc 1: 15). Persoonlijke bekering schept een innerlijke ruimte waar we Gods Geest ontmoeten; die ontsluit onze vaste identiteit en zet ons op weg om een mens voor alle mensen te worden.

Wat doet de Geest volgens Paulus?
Hij schenkt ons allerlei verschillende ‘gaven, taken en bijzondere krachten’ die nodig zijn om vredevol samen te leven en te werken. ‘In iedereen is de Geest zichtbaar aan het werk, ten bate van de gemeenschap’. Hij noemt: wijsheid, kennis, geloof, geneeskracht, wonderen, profetentaal, onderscheidingsvermogen, klanktaal spreken en de uitleg erbij. En Paulus gaat enthousiast door op zijn elan: de Geest veroorzaakt en verbindt al die ‘charisma’s’ tot één functioneel geheel. Alle verschillen in de ekklesia worden gewaardeerd, erkend en gericht op één Lichaam. Hun betrekkingen zijn onderling functioneel; zo houden ze zichzelf, elkaar en het Lichaam levenskrachtig.
Paulus was duidelijk een ervaren groepswerker met doorzicht in groepsdynamica. Hij beschrijft een ideaal. In ieder is dezelfde Geest aan het werk. De Geest woont in ons als in zijn ’tempel’. Samen zijn we één ‘Lichaam van Christus’.

Voor Paulus betekent ‘Lichaam’ (sooma Gr.) de ervaarbare, concrete aanwezigheid van een persoon: iemand (‘somebody’). Lichaam van Christus, de gemeente, is de concrete gestalte van de gekruisigde en opgewekte Jezus tot nieuw, lichamelijk, empirisch te constateren menselijk leven en samenleven. De ‘kerk’ is geen theologische abstractie waarin je moet geloven. Maar een gemeenschap die werkt aan het Rijk Gods.
Al die metaforen zijn mythisch geformuleerde overtuigingen over wat een mens, mensen, groepen beleven die daadwerkelijk de weg van Jezus, de Christus, opgaan; de weg van geloof, onderling vertrouwen, hoop en liefde.

Als ik die teksten lees kan ik niet anders dan me afvragen: wat zou Paulus vinden van Dominicus Gent? Wat van het Vaticaan en de katholieke kerk?
Ieder kan zijn eigen antwoord geven.
Zelf ben ik ontzettend dankbaar bij deze gemeenschap te behoren. Een groep van een vijftigtal vrijwilligers houden deze ekklesia in stand. Daaromheen een honderdtal anderen die mee-luisteren, af en toe meedoen. Hier zijn mannen en vrouwen, afwassers en bloemenschikkers, voorgangers, dichters en boekhouders, IT-ers en pianisten, zangers, zwijgers en sprekers, en velen die een ander nuttig verschil inbrengen. De inzet van al die charisma’s is nodig! Ieder kan bijdragen. Ieders talent wordt gewaardeerd en is dienst aan het Lichaam. Dat vraagt overleg en communicatie in alle richtingen, naar binnen en naar buiten.
En, uiteraard is er soms spanning tussen hoofd en hart, tussen maag en darmen, tussen knieën en voeten, zoals in elk lichaam. Maar de Geest van vertrouwen, rechtvaardigheid, gelijkwaardigheid, oprechtheid en liefde, levensvreugde, de Geest van Jezus, haalt het altijd weer.

Stel, we vragen Paulus: ‘welke score geef jij Dominicus Gent op de schaal van ‘Lichaam van Christus’?, dan zou hij allicht zeggen: ‘Dit is het songfestival niet. Laat de Geest van Jezus doorheen alle leden van je Lichaam waaien en luister als vrije en verantwoordelijke mensen naar de goede impulsen van elk hart.’

Paulus’ vurig enthousiasme dwong hem soms gas terug te nemen. Dan waarschuwt hij: niet iedereen kan alles. Blijf nederig, zegt hij ook tegen zichzelf, onderschat noch overschat jezelf. En na zijn loflied op al die diverse talenten komt het dertiende hoofdstuk: het hooglied van de liefde. Er staat: ‘Richt u op de hoogste gaven. Ik wijs u een weg die nog voortreffelijker is. Al sprak ik de taal van alle mensen en die van de engelen, had ik de liefde niet . . .’.

 

Afsluitend gebed  

Dit is de dag, Heer God,
dat Gij uw levensadem geeft aan deze wereld
dat Gij een vuur van liefde aansteekt in mensen,
vandaag is de dag dat wij bijeengeroepen worden
om uw gemeenschap te zijn.

Gij zijt de oorsprong en de vader
van ons, van mij
van elke mens in deze wereld;
zo lang er mensen zijn op aarde zijt Gij te vinden,
onverwacht, overal waar wij gaan.
Maak ons zo nieuw en zo oorpronkelijk
dat wij durven beginnen met elkaar
dichtbij, van dag tot dag,
God, vandaag en alle dagen van ons leven.

Uw koninkrijk is midden onder ons
verborgen en dichtbij
een mens om van te houden
mensen om voor te leven;
uw wil geschiedde op aarde,
overal,
waar mensen leven voor elkaar.
Dat wij dit alles mogen volbrengen
gaandeweg, van dag tot dag,
om zo vertrouwd te worden
met uw Naam en U te vinden.

 

    TAFELDIENST

Be“geest“ering zoeken we hier als we samenkomen rond woord en tafel. De tafel waarrond eens de leerlingen van Jezus inzicht kregen van wat hen te doen staat als ee mens willen zijn. Uitgedrukt in twee symbolen, dagelijkse handelingen die kracht en een bijzondere betekenis krijgen als we ze hier, en op zovele plaatsen telkens weer herhalen: breken en delen. Telkens we die gebaren herhalen is die Geest aanwezig die Jezus bezielde.
Daarom herhalen we ze hier ook elke week, samen, in een gemeenschap die zoekt hoe te
leven. In verbondenheid met zovelen die deze gebaren, waar ook ter wereld, als richtlijnen ten leven herhalen, steken we het solidariteitskaarje aan.

En we steken de kaarsjes aan voor allen die ons voorgingen, die we graag zagen, die ons deze manier van leven voorhielden: mens te zijn voor mensen, in gemeenschap met elkaar en verbonden met God.

 
In de nacht waarin hij werd overgeleverd,
heeft Hij brood in zijn handen genomen.
Hij heeft zijn ogen opgeslagen
naar u, God, zijn almachtige Vader,
Hij heeft u dank gezegd,
het brood gebroken
en het aan zijn vrienden uitgedeeld
met de woorden:
neemt en eet
dit is mijn lichaam voor u.
Doet dit tot mijn gedachtenis.

Zo nam Hij ook de beker,
sprak een dankgebed uit en zei:
deze beker is het nieuwe verbond in mijn bloed
dat voor u en voor allen wordt vergoten
tot vergeving van de zonden.
Telkens als gij deze beker drinkt
zult gij het doen tot mijn gedachtenis.

Als wij dan eten van dit brood
en drinken uit deze beker,
verkondigen wij de dood des heren
totdat Hij komt.

 

Onze Vader

Vredeswens
Vrede is het verschil dat de ander is als geschenk aanvaarden en mijzelf als verschil ter beschikking houden. Vrede is onze verschillen onderling vruchtbaar laten zijn. Wensen wij elkaar die vrede.

Communie

Slot

Heilige geest is kracht in mensen: een tegenkracht, warmte kracht tegen wat rigide, koud en van steen is in ons. Naarmate mensen zich meer verbinden aan elkaar, voor goede en kwade dagen, komt die tegenkracht over hen – als ze met elkaar onder één dak en aan één tafel willen zijn.
Dit betekent: bereid zijn om met armen brood en leeftocht te delen, met mensen in moeilijkheden je levenslicht.

Scheppen, een van de werkingen van de Geest, is bewoonbaar maken: chaos veranderen in een tafel waaraan je kinderen kunnen eten: puin ruimen, ingekankerde ziektes genezen- wanhoop, doem-denken, niet -nadenken,

Scheppen is „iets maken uit het niets“ zeggen filosofen. In de bijbel is „niets“ een ander woord voor „mensonwaardig“.
Scheppen is menswaardig leven mogelijk maken.

Heilige-geest-in-ons is scheppingskracht: het vermogen om van deze wereld een keten van bewoonbare plaatsen te maken, een spoor van oases in de woestijn.

Hier, onder één dak, waar we gemeenschap vormen met al wat we zijn, maken we van deze plaats een levend huis, waar we elkaar dragen en bemoedigen, elkaar begeesteren met zijn Geest.