VIERING : ZAL IK HET WATER VOOR JE SCHEPPEN OF ZAL IK WACHTEN OP JE DORST

Dominicus Gent

Viering van zondag 26 oktober 2025

ZAL IK HET WATER VOOR JE SCHEPPEN OF ZAL IK WACHTEN OP JE DORST

 
Goede morgen allemaal.
Wij plaatsen ons onder de lichtende aanwezigheid van onze gastheer Jezus Christus.

Onze samenkomst heeft vandaag een extra aanleiding. Pianist Ignace Derese werd deze week 70 en vroeg ons om zijn engagement als vaste pianist bij ons te mogen beëindigen. Met pijn in het hart maar met respect en begrip voor die keuze laten we hem gaan. Onze dankbaarheid voor de vele jaren, vieren we door ons samenkomen op te bouwen rond liederen die Ignace zelf heeft gekozen.

Gij die ons blijft samenroepen,
Groot Mysterie, Bron van ons bestaan,
Dank, om de hoop die Gij voedt: dat het er eens zal van komen, die wereld in vrede.
Dank om oude woorden, om brood en wijn,
om uw zegen, om uw bekoring tot vrede.
Met een hoopvol lied zingen we deze ontmoeting met Jou open

 

Lied : Wij zoeken U

Wij zoeken U, als wij samenkomen,
hopen dat Gij aanwezig zijn,
hopen dat het er eens zal van komen:
mensen in vrede vandaag en altijd.

Wij horen U in oude woorden,
hopen dat wij uw stem verstaan,
hopen dat zij gaan verwoorden
waarheid en leven,
de bron van bestaan.

Wij breken brood en delen het samen,
hopen dat het wonder geschiedt,
hopen dat wij op hem gaan gelijken
die ons dit teken als spijs achterliet.

Wij vragen U om behoud en zegen,
hopen dat Gij ons bidden hoort,
hopen dat Gij ons adem zult geven:
geestkracht die mensen tot vrede bekoort.

T Henk Jongerius – M Mark Joly

 

Inleidend woordje door Ignace

Het is niet gebruikelijk dat de pianist het woord neemt in de viering, maar voor mij is
het een bijzondere viering vandaag. Deze week werd ik 70 jaar, en ik had al een tijd
geleden aangekondigd dat ik mijn engagement als vaste pianist van Dominicus dan
wenste te stoppen. Ik heb gedurende ongeveer 25 jaar heel wat mooie vieringen
meegemaakt. Voor de viering van vandaag was ik uitgenodigd om mee te werken
aan de voorbereiding, en ik wou graag iets rond “zachtheid” doen. In gesprek met
Marie-Ann en Els kwamen we als onderwerp tot een element dat zowel warm en
zacht als koud en stormachtig kan zijn. Ik laat het aan hen om hierover uit te weiden.
Maar genieten we nu eerst samen van de zachtheid in het lied “Wek mijn zachtheid
weer”, dat je vindt in het boek op pagina 742.

 

Lied : voor de zevende dag

Wek mijn zachtheid weer.
Geef mij terug de ogen van een kind.
Dat ik zie wat is.
En mij toevertrouw.
En het licht niet haat.

T Huub Oosterhuis – M Antoine Oomen

 

WOORDDIENST

1

Muziek verzacht de zeden zegt het spreekwoord, en dat is ongetwijfeld waar. Als het thema te zwaar is, de woorden te moeilijk, te dichtbij komen of wat extra persoonlijke overweging en perspectief nodig hebben, dan komt daar dat streepje muziek. Het is bij ons niet artificieel intelligent, niet ingeblikt of duur betaald. Het staat niet in de schijnwerpers hoog op een podium. Maar het komt dichtbij, intiem, levend en echt, met zorg voorbereid en beleefd elke week opnieuw: die muzikale begeleiding.

Deze muziek bestaat, net als vele facetten van ons samenzijn hier, dankzij vrijwilligerswerk dat uit de gulheid van hart en handen komt, waar we kunnen op rekenen vele jaren lang. Vrijwillige inzet is allesbehalve vanzelfsprekend, maar een zorg die ons als mens en als gemeenschap draagt, op vele kritieke momenten van het leven. Zonder zo’n inzet zou het maar een schraal bestaan zijn, objectief en in de feiten, maar ook in de geest van wat gebeurt. Dat men het ‘voor niets’ doet, bewijst dat men het de moeite waard vindt, dat wij ertoe doen.

Lang geleden kreeg Ignace de vraag van Marie-Ann, of hij eens een keer wou komen piano spelen voor het KUC, de zang begeleiden in het toenmalige Katholiek Universitair Centrum. Hij zei ja. En hier staan we nu voor het afscheid van een dienst aan deze gemeenschap die 25 jaar heeft mogen duren. Een moment om stil te staan bij wat ten diepste waardevol was en blijft. Een aanleiding om de vanzelfsprekendheid van veel dat ons gegeven is met nieuwe ogen te bekijken, met de ogen van een kind.

Het lied vraagt om op die manier te zien wat is. Wat is is een belangrijk startpunt en bij uitstek een bron van verbinding. Gemakkelijk is het niet om zo te kijken. Als ik mijn studenten vraag een eenvoudige puntenwolk te beschrijven, zien ze al spontaan van alles dat er niet staat. Het doet mij beter begrijpen hoe we op het publieke toneel in die babelse spraakverwarring zijn beland, waar iedereen denkt dat zijn waarheid de vanzelfsprekend enige waarheid is.

Als we hier week na week de Bijbel op de krant leggen, gaan we op zoek naar wat is. We stellen vragen die ons toelaten dichter bij de kern te komen. We vertrouwen ons toe aan wat is, en laten het licht zo helder mogelijk stralen. Dat licht straalt op bijzondere wijze in elke mens die zich vrijwillig inzet voor zijn naaste, die helpt om dat rijk Gods tastbaar te maken in woord en daad, die het laat klinken en voelen hier en nu, en zo de burger moed geeft. Muziek wordt zo geschenk voor onze God, voor de mens die komt bidden, voor de tollenaar en de farizeeër, voor het kansarme kind. Ze laat ons uiting geven aan de vele emoties en verlangens die diep in ons leven, ons tot mens en kind van God maken.

In elk fase van een mensenleven kondigen zich nieuwe mogelijkheden aan. Bij elke deur die sluit gaat een nieuwe open. Een nieuw vizier met tijd en ruimte om anders te luisteren en kijken naar wat is. Een opdracht waarbij we mekaar kunnen steunen.

Klank en muziek zijn als water, levensnoodzakelijk, aan onze zorg toevertrouwd, we dorsten ernaar. We worden erin gedoopt, kunnen er ons in baden, er ons aan laven en het schenken aan elkaar. We kunnen het vragen aan wie dicht bij de bron staat. Het wordt ons ook gevraagd vanuit soms onverwachte hoek. Het wil stromen van jou naar mij, van mij naar jou, van God tot ons en van ons tot God. Het zit in ons, het komt tot ons in vele, vele dingen. Soms zacht als de dauw van het rorate coeli, soms stormachtig als in de dies irae. Leven gevend in al haar vormen tot op het einde. Het is een geschenk dat we met ons meedragen, in het gelaafde lichaam en geest.

Beluisteren we in het Johannes-evangelie hoe Jezus zelf ons om water vraagt en onze dorst ten diepste lessen kan (Hoofdstuk 4: 1-15)

Zodra de Heer te weten kwam dat de Farizeeën vernomen hadden dat Hij meer leerlingen maakte en doopte dan Johannes, – 2hoewel Jezus niet zelf doopte, maar zijn leerlingen –, 3verliet Hij Judea en ging weer naar Galilea. 4Hij moest door Samaria en 5kwam zo aan een stad van Samaria, Sichar genaamd, dichtbij het stuk grond dat Jakob aan zijn zoon Jozef had gegeven. 6Daar bevond zich de bron van Jakob en vermoeid van de tocht ging Jezus zomaar bij deze bron zitten. Het was ongeveer het zesde uur. 7Toen een vrouw uit Samaria water kwam putten zei Jezus tot haar: “Geef Mij te drinken.” 8De leerlingen waren namelijk naar de stad gegaan om levensmiddelen te kopen. 9De Samaritaanse zei tot Hem: “Hoe kunt Gij als Jood nu te drinken vragen aan mij, een Samaritaanse?” Joden onderhouden namelijk geen betrekkingen met de Samaritanen. 10Jezus gaf haar ten antwoord: “Als ge enig begrip had van de gave Gods en wist wie het is, die u zegt: Geef Mij te drinken, zoudt ge het aan Hem hebben gevraagd en Hij zou u levend water hebben gegeven.” 11Daarop zei de vrouw tot Hem: “Heer, Ge hebt niet eens een emmer en de put is diep; waar haalt Ge dan dat levende water vandaan? 12Zijt ge soms groter dan onze vader Jakob die ons de put gaf en er met zijn zonen en zijn vee uit dronk?” 13Jezus antwoordde haar: “Iedereen die van dit water drinkt, krijgt weer dorst, 14maar wie van het water drinkt dat Ik hem zal geven, krijgt in eeuwigheid geen dorst meer; integendeel, het water dat Ik hem zal geven, zal in hem een waterbron worden, opborrelend tot eeuwig leven.” 15Hierop zei de vrouw tot Hem: “Heer geef mij van dat water, zodat ik geen dorst meer krijg en niet meer hier behoef te komen om te putten.”

 

Dat we in elke fase van het leven kunnen blijven drinken aan de bron, die steeds dieper in ons stroomt, tot smaak van licht en overvloed waarin we de ander nabij komen. We vragen het in het lied i

Lied – Zal ik het water voor je scheppen

Zal ik het water voor je scheppen,
of zal ik wachten op je dorst?
Je dorst zal drinken aan een bron
die dieper in je vloeien gaat,
tot wijn van zuiver licht en kleur,
tot smaak van licht en overvloed.
Kom ik je daarom nu nabij,
Of zal ik wachten tot je kijkt?

T Guido Vanhercke – M: Mark Joly

 

2

Wat een mooi lied. Dankjewel Guido en Mark.
Het doet denken aan prille verliefdheid tussen twee die elkaar al vroeg in hun jeugd opmerken. Binnen hetzelfde vriendengroepje verliezen ze elkaar niet uit het oog, zijn schijnbaar toevallig op dezelfde plaats of moeten dezelfde richting uit. De ratio zegt dat een toekomst-samen onmogelijk is, ze zijn zo jong en verschillend, ze denken elk voor zich dat ze de ander niet waard zijn, … partnerliefde lijkt buiten bereik. En toch, na lange tijd…. raken hun handen elkaar en laten ze elkaar niet meer los. Tot op hoge leeftijd raakt hen het wonder van de gelijktijdigheid van dat gebaar na de jarenlange dans rond ‘zou het’, ‘kan het’, ‘mag het’.

Dezelfde zorgzame dans klinkt in het lied: kom ik je nu nabij of zal ik wachten tot je kijkt? én in het verhaal aan de waterput: zal ik water voor je scheppen of zal ik wachten op je dorst? De vrouw geeft Jezus het gevraagde water en Jezus biedt Levend water aan… waarnaar zij dan weer verlangt, een ontmoeting die nooit af is.

Zulk voorzichtig aftastend dansen mogen we dromen voor onze oude dag of als we hulpbehoevend zijn.

Bij de voorbereiding én naar aanleiding van zijn 70ste verjaardag stelde Ignace de vraag wanneer de tijd komt dat hijzelf geen zorgverlener meer kan zijn maar zorgvrager wordt en of de eigen kinderen dan voor die zorg kunnen instaan met hun drukke gezins- en beroepslevens.
Hij zal niet de eerste zijn die zich die vraag stelt. Er is in onze samenleving terechte zorg om ‘zorgen voor’ en zorg om ‘zorg-op-zich’, niet alleen in gezinsrelaties. De mooie viering rond mantelzorg van enkele weken geleden maakte ook al heel wat los rond dit thema.

Hoe zorg wel en niet kan -of moet- is geen zwart-wit verhaal. Het is delicate materie waar je niet met lompe voeten doorheen loopt maar tijd en aandacht wederkerig geeft en ontvangt.
We mogen uiteraard hopen dat deskundigheid hand-in-hand gaat met liefde en nabijheid, hoe verschillend de verwachtingen bij zorgvrager en zorgverlener ook zijn.
Bij een slechtnieuwsgesprek bv. mag je hopen dat zorgkundigen zien áchter tranen en horen achter de vraag. Dat ze op delicate wijze beschikbaar zijn met hun kennis en kunde om mét jou te zoeken naar een menswaardige weg in jouw ellende. Maar tegelijk mag je bij een gesprongen blindedarm een adequate chirurg aan je bed verhopen en geen dansende.
Hulp vragen, geven en ontvangen blijft een zoekproces naar gepast en soms paradoxaal partnerschap.

Groot mysterie, Gij die liefde zijt, Gij meest nabije,
Dank voor uw nooit aflatend uitnodigen om de weg van nabijheid en partnerschap te gaan.
Dank voor uw zoon in wiens levensweg uw nabijheid concreet wordt.
Dank voor zijn mateloze alertheid, wars van betutteling en opdringerigheid, zijn gul geven in warmmenselijke ontmoetingen.
Open ons hart tot respectvol ‘dansen’ met mensen in pijn en eenzaamheid.
Open ons hart tot vertrouwvol zorg vragen en – ontvangen
Dank voor de velen in wie we oprechte nabijheid mogen ervaren.

Wanneer Boeddhisten in hun meditatie liefde zenden naar alles en iedereen, hoe werkt dat?
Wanneer Mia Leyssen, emeritus hoogleraar psychologie, haar studenten aanleert om opmerkzaam te worden voor de kracht van levensenergie bij zichzelf, bij anderen en in de natuur…, dan doet ze dat vanuit de overtuiging dat dit het begin is van transformatie en heling. Wat bedoelt ze daar precies mee ?
Wanneer kloosters, abdijen en christengemeenschappen bidden voor vrede en gerechtigheid… Hoe functioneert dat dan?
Wanneer wij een kaarsje aansteken bij een moeilijk verhaal in onze omgeving… wat doen we dan?

Misschien is het dat wat het lievelingslied van Ignace ons leert: wanneer zachtheid gewekt wordt, kunnen we wat nu eenmaal is: twijfel, domheid, drift, angst, onzekerheid, dan leren we dat alles terug te zien als een kind. Dát we ons durven toevertrouwen aan die houding, door meditatie, opmerkzaamheid, gebed of het aansteken van een kaarsje, voorkomt angst of dat we cynisch worden en nodigt uit om mee te ‘dansen’ in zorgzame zachtheid die verbindt.
Dat is niet softy of melig, maar vraagt moed en draagt in zich een omvormende kracht.

Mogen we zien en geloven dat door anders kijken -als een kind?- iets in ons verandert.
Mogen we zien en geloven dat door anders nabijzijn -met zachtheid?- iets nieuw mogelijk wordt.
Mogen we zien en geloven dat door ons bidden en zingen kracht groeit om te veranderen naar zachter, vredevoller samenleven.

Het volgende lied is heel straf in dat nieuwe anders kijken en nabij-zijn, het draait gewoon de maatschappelijke rollen om waardoor authentiek partnerschap groeit:
• Zorgkundigen worden leerling van zorgvragers.
• Ervaringsdeskundigen in armoede worden leermeesters in hoe een wereld in vrede en gerechtigheid eruitziet.
• Wie doorheen pijn de essentie van het leven aanraakt schept toekomst voor allen.
• …
Wie het ooit op één of ander terrein mocht meemaken kent de kracht van zo’n authentiek partnerschap. Laten we zingen over die omvormende kracht, dat het aan ons moge gebeuren.

 

Lied – Wie leidt de slaven naar de vrijheid toe?

Wie leidt de slaven naar de vrijheid toe?
Wie breekt hun ketens en verlicht hun lasten?
Dat doen de slaven zélf en God weet hoe, –
eens zijn hun heren laatstgenoemde gasten!

Wie brengt de minsten tot menswaardigheid?
Wie geeft hun brood en huizen om te wonen?
Dat doen de minsten zélf, – God kent hun tijd-
eens zullen zij verdelen alle lonen!

Wie brengt de wereld ooit nog tot geloof?
Wie geeft God naam tot bij de vreemde volken?
Dat doen de vreemden zélf, en zie, Gods faam
zullen zij eens bij ons opnieuw vertolken!

Wie geeft de doden aan het leven weer?
Wie maakt hun sterven tot een nieuw beginnen?
Dat doen de doden zélf, -bij God de Heer-
eens roepen zij bij ons de vrede binnen!

T: Jan van Opbergen – M: Bernard Huijbers

 

TAFELDIENST

Welkom aan tafel
Bij een afscheid past een feest, we willen wat belangrijk en dierbaar is centraal stellen en vasthouden in herinnering. We hoorden hoe Jezus op zo’n moment zijn vrienden aan tafel uitnodigt en met hen de maaltijd deelt. Voor wie dorst om hem te volgen komt de uitnodiging als een geschenk en wij zijn er graag bij.

Hier staan we, dankbaar om het brood dat de natuur ons schenkt. Dankbaar om alle levens die gedeeld worden opdat anderen zouden leven. Zo gedenken we hier wie ons zijn voorgegaan op die weg, onze lieve doden.

We stellen dit gebaar van breken en delen in verbondenheid met velen die zich waar ook ter wereld inzetten voor echte vrede en zo Gods naam eren. We denken daarbij in het bijzonder aan wie zich inzet voor een rechtvaardige vrede in Gaza, in Soedan, Ukraine, de VS, …

Gezegend de onzienlijke… dag liefde die dorstig maakt, licht dat ziende maakt

 

Lied – Gezegend de onzienlijke

Gezegend de onzienlijke
gezegend de verborgene
gezegend de levende
dag liefde die dorstig maakt
licht dat ziende maakt.

Gezegend mensen die goed zijn
de hand die niet slaat
de mond die niet verraadt
de vriend die zijn vriend niet verloochent.

Gezegend zij de vrouw voor de man
en de man voor de vrouw
en oud voor jong en sterk voor zwak.

Gezegend is de nieuwe mens voorbij de dood
die in ons zucht en kreunt,
die in ons leeft Jezus Messias.

Gezegend zijt Gij
levende, scheppende God
Om Jezus van Nazareth.
Die op de vooravond van zijn sterven
met zijn vrienden aan tafel zat.
Hij nam brood, brak het en deelde het uit
met de woorden:
Neemt en eet,
dit is voor u,
mijn lichaam, mijn hele leven.

Ook de beker heeft hij aangereikt
Het teken van een nieuwe relatie
met alle mensen
die mekaar behoeden en doen leven.
Drink hiervan tot mijn gedachtenis.
zei hij.

Die zich gegeven heeft,
zich nemen laat,
die wordt gebroken,
uitgedeeld van hand tot hand,
als brood gegeten.

Gezegend wie, door angst gelouterd,
aan de dood voorbij,
leven in licht, opnieuw geboren.

Gezegend de onzienlijke
gezegend de verborgene
gezegend de levende
dag liefde die dorstig maakt
licht dat ziende maakt.

T. Huub Oosterhuis / M. Bernard Huijbers

 

Onze Vader

Vredeswens
Wensen we elkaar de omvormende kracht toe van de vrede die Jezus ons heeft toegezegd. Vrede zij met jou, met ons.

 

ZENDING

Lied Van grond en vuur

Van grond en vuur zult Gij ons maken,
hoog op rotsen, aan levend water,
van geur en smaak, van licht en stem,
uw evenbeeld.

Volk dat in duisternis gaat,
mensen met stomheid geslagen,
het zal geschieden, zegt Hij,
dat zij weer glanzen als nieuw.

Van licht en stem zult Gij ons
maken, uw evenbeeld.

Niet meer beklemd en verdeeld
niet meer in woorden gevangen
één en gekend en bevrijd
eindelijk mens zal ik zijn.

Van licht en stem zult Gij ons
maken, uw evenbeeld.

Daar staat de stoel van het recht,
daar zal staan de tafel der armen,
dan is de dag van het lam,
zie, Ik kom haastig, zegt Hij.

Van grond en vuur zult Gij ons maken,
hoog op rotsen, aan levend water,
van geur en smaak, van licht en stem,
uw evenbeeld.

T: Huub Oosterhuis M: Antoine Oomen