VIERING : WAAR IS GOD IN HET LIJDEN?

Dominicus Gent

Viering van zondag 15 juni 2025

WAAR IS GOD IN HET LIJDEN?

 

Welkom op deze eerste zondag na Pinksteren, aan de mensen hier aanwezig en aan jullie die er online bij zijn. De zon schijnt en het belooft een mooie dag te worden, maar er zijn ook erg donkere wolken waar niemand nog van weg kan kijken.

Na een reeks vieringen over bronnen van vreugde in de bijbel, vierden we vorige zondag het feest van de vurige tongen. Het buitengewone verhaal waarin de boodschap van Jezus, die charismatische mens die het opneemt voor wie verdrukt is, plots door velen begrepen wordt, nadat hij eerst gruwelijk om het leven is gebracht. Wie het nieuws bekijkt de laatste maanden, weken en dagen ziet weinig dat getuigt van een feest van harmonie of zelfs maar goede constructieve dialoog. De vraag die we ons vandaag stellen blijft dan ook brandend actueel: waar is God in de miserie?

We hopen samen met u wat dichter bij het antwoord te komen. We steken daartoe de Paaskaars aan, als symbool van Zijn aanwezigheid op deze Heilige plek, waar we in Zijn naam samen komen.

En brengen we bij het begin van deze viering nog eens dat visioen tot leven: de geest van God die waait als een wind, op vleugels van de vrede, als adem die ons leven doet, geweld en kwaad durft tegen gaan, een koele bries die zuivert.

 

1 Twee gelovige getuigenissen

In situaties van lijden, van uitzichtloosheid of onderdrukking, in momenten van grote miserie, vragen mensen zich af : Is God er niet, bestaat God wel? Is God ons nabij? Waait die geest van God inderdaad als een wind die geweld en kwaad durft tegengaan, zoals we net zongen?
In deze inleiding bekijken we deze vraag vanuit twee gelovige getuigenissen : Alekssey Navalny en Melissa Raphaël.

De Russische politicus Aleksej Navalny wilde het opnemen tegen Poetin. Maar het regime van Poetin heeft hem geboycot, vergiftigd, en uiteindelijk gevangen gezet. Vanuit de gevangenis schrijft hij het verhaal van hemzelf en Joelia, zijn vrouw en van de tegenbeweging waar hij deel van uitmaakte.
De veerkracht, zijn humor, zijn gelovige beschouwingen hebben mij erg getroffen bij het lezen van zijn boek. (Titel van het boek : Patriot. Mijn verhaal. Uitgeverij Atlas, 2024)

Hij schrijft: “Het is mijn verjaardag vandaag. De gevangenispsycholoog zei mij dat het de zestiende keer is, dat ze mij naar de strafcel sturen, maar hij zei ook : ‘U blijft maar grappen maken en uw stemming is veel beter dan die van de commissieleden die u veroordeelden.
Ik wil eerlijk zijn met mezelf: ben ik echt in een goede stemming? Of dwing ik mezelf om me zo te voelen?
Mijn antwoord luidt: ‘Ik ben echt in een goede stemming. Laten we eerlijk zijn. Ik zou willen dat ik niet wakker hoefde te worden in dit afschuwelijke oord en in plaats daarvan kon ontbijten met mijn gezin, kusjes op mijn wang kreeg van mijn kinderen, cadeautjes mocht uitpakken en dan kon zeggen: ‘Geweldig, dit is precies wat ik zo graag wilde!’ Maar het gaat in het leven nu eenmaal zo dat een betere toekomst alleen kan worden bereikt als een bepaald aantal mensen bereid is de prijs te betalen voor het recht om er een eigen overtuiging op na te houden.
Feit is dat ik religieus ben. Met als gevolg dat ik binnen de Anticorruptiestichting en door de mensen om me heen voortdurend belachelijk wordt gemaakt, want de meeste mensen zijn atheïst. Ik was dat zelf ook, en zelfs een zeer strijdbare. Maar wie had dat gedacht: ik ben nu een gelovig mens, en ik moet zeggen dat het mij veel steun biedt bij mijn werk.
De bijbel, dat boek, dat is er. En in dat boek staat min of meer duidelijk beschreven wat je in een bepaalde situatie moet doen. Het is niet altijd gemakkelijk om te doen wat dat boek zegt, maar ik doe mijn best.”

Tijdens een viering in de gevangenis wordt Navalny hevig ontroerd door de lezing van die zondag. Hij schrijft hierover: “Zalig die hongeren en dorsten naar gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden. Dat is toch geweldig, om zoiets te horen in de gevangenis!”
“Die bijbeltekst beschouw ik als richtlijn voor mijn handelen. De macht ligt in de waarheid… Er zijn miljoenen mensen, tientallen miljoenen mensen die de waarheid willen. Zij hongeren naar rechtvaardigheid, en vroeg of laat zullen zij hun doel bereiken. Zij zullen verzadigd worden.
Geloof maakt het leven eenvoudiger.
Het is mijn taak op zoek te gaan naar het Koninkrijk van God en de rechtschapenheid ervan, en ik kan het aan die goeie ouwe Jezus en zijn familie overlaten om alle andere zaken te regelen. Ze zullen me niet in de steek laten. Of zoals ze hier in de gevangenis zeggen: zij zullen die klappen voor me opvangen. ‘ Zo eindigt zijn boek. (p.518)

Ik vind het een mysterie dat iemand vanuit zo’n vertrouwen kan leven, terwijl ze hem in de gevangenis pesten en iedere mede-gevangene verbieden om met hem te spreken. Ondanks dit verbod is er toch één medegevangene die op een dag , plotseling, een klein bidprentje aan hem geeft, van een engel, met vleugels. Navalry nam het aan en bewaarde het in zijn hemdzakje. “En iedere keer dat ik weerstand bood, voelde ik de vleugels fladderen”, grapt hij hierover. Ook zijn vrouw Joelia was een grote steun. Als ze op bezoek kwam, sloegen ze hun armen om elkaar heen, of ze maakten een teken van een hartje met hun handen, als ze elkaar niet mochten aanraken.

Een tweede invalshoek die mij heel erg heeft aangesproken ontdekte ik via de joodse theologe Melissa Raphaël.

Zij zegt: de theologie na Auschwitz stelde de vraag: Waar was God in de concentratiekampen? Was God daar, of was hij daar niet? Het is de vraag die we vandaag, over o.a. Gaza, ook stellen.
Melissa Raphaël zegt dat sommige gelovigen een almachtige, reddende God verwachten, die in staat is om vanuit zijn almacht het moorden te doen stoppen. En vanuit deze verwachting menen zij dan: zo’n God was er daar in Auschwitz niet. God was afwezig, God is dood.

Maar Melissa Raphaël meent, in haar boek ‘Het vrouwelijke gezicht van Auschwitz,’ dat die goddelijke kracht daar wél aanwezig was. De vraag is niet, zegt zij: was God daar midden in die gruwel en uitzichtloosheid? De vraag is volgens haar: HOE was God daar aanwezig? Vanuit gesprekken met overlevenden, vanuit getuigenissen leerde zij anders kijken.
Zij verwijst naar de liefdevolle gebaren van een groep vrouwen in het concentratiekamp, die elkaar wasten met het beetje water dat er aanwezig was. Zij gaven de schrobborstel door van de één naar de ander, om zich zo proper mogelijk te houden, om zich te beschermen tegen parasieten. In deze tedere, liefdevolle gebaren van zorg voor elkaar – tegen de ontmenselijking in- schiepen zij een heilige ruimte, een plaats van heiligheid waar God aanwezig kan komen.

De bijbel heeft daar een beeld voor : de sjekina, de liefhebbende en vrouwelijke gestalte van God, die lijdende mensen nabij blijft in de zorg voor elkaar. De gestalte van God die meegaat in ballingschap, als een tent boven hen gespannen, in een wolk. De gestalte van een God die deelt in het verdriet en de wacht houdt bij de godverlatenen.

Het is een bijzondere gedachte: God leren zien, niet als een almacht die tussenkomt, maar in een gestalte die naderbij kan komen, in gebaren van tederheid, in solidariteit en veerkracht.
De vernietigingslogica van de kampen heeft plaats gevonden, maar vindt, onder allerlei vormen, nog steeds plaats, nu. Denken wij maar aan Gaza. Maar het verzet ertegen blijft evenzeer plaats vinden. En daarin situeert Raphaël het goddelijke.
 

Lezing Mt 18,1-6

Maar ze zwegen, want ze hadden onderweg ruzie gehad over de vraag wie de grootste was. Hij ging zitten, riep de twaalf en zei hun: ‘Als iemand de eerste wil zijn, zal hij de laatste van allen zijn en de dienaar van allen.’ Hij haalde er een kind bij, zette het in hun midden, sloeg er zijn armen omheen en zei tegen hen: ‘Wie een van zulke kinderen (paidion) ontvangt in mijn naam, ontvangt Mij. En wie Mij ontvangt, ontvangt niet Mij, maar Hem die Mij gezonden heeft.’ Johannes zei tegen Hem: ‘Meester, we hebben iemand in uw naam demonen zien uitdrijven, en wij hebben hem tegengehouden, omdat hij geen volgeling van ons was.’ Maar Jezus zei: ‘Houd hem niet tegen, want iemand die in mijn naam een machtige daad verricht, zal niet gauw kwaad van Me spreken. Immers, wie niet tegen ons is, is vóór ons. Want als iemand je een beker water geeft omdat jullie van Christus zijn, Ik verzeker jullie, zijn loon zal hem niet ontgaan. Wie één van deze kleinen (mikron) die op Mij vertrouwen ten val brengt, kan beter met een molensteen om zijn nek in zee geworpen worden.

Duiding

Ruzie maken over wie de grootste is: het nieuws staat er bol van, en de gevolgen zijn desastreus. We zien het op grote en kleine schaal. Daar tegenover staan zij die opkomen voor wie klein en kwetsbaar is. Jezus, de man die als een toonbeeld van mildheid leeft, die de linkerwang aanbiedt als men op de rechterwang slaat, valt uit de toon als het daarop aankomt. “Wie een van zulke kinderen ontvangt in mijn naam, ontvangt Mij, “zegt hij. En dan ook: “Wie één van deze kleinen die op Mij vertrouwen ten val brengt, kan beter met een molensteen om zijn nek in zee geworpen worden…”

Waar is God als het slecht gaat? Grote voorbeelden als Navalny zijn zozeer verbonden met een Goddelijke missie voor rechtvaardigheid en bevrijding, dat ze met de glimlach zelfs de gevangenis van Siberië ingaan. Het is mij en wellicht velen onder ons niet zomaar gegeven. Maar we kunnen God wel zien en blijven ervaren als menselijkheid in kleine dingen die extra groot worden tegen een zwarte achtergrond.
Jawel, God is te vinden in Liefde die op ons pad komt, die kracht en diepe vreugde geeft. Zij kan overvloed aan zinvol leven doen opborrelen geïnspireerd door het schone, het ware en het goede, zelfs te midden de ergste chaos. Je kan die liefdevolle aandacht vinden en geven wat er ook gebeurt mits voldoende creativiteit en spirituele sterkte. De zorg voor een ander dragen, we hebben er des te meer nood aan, als onze wereld erg op de proef wordt gesteld en we zelf kwetsbaar zijn.

Mooie voorbeelden genoeg. Ik denk aan hoe Jezus op het kruis, het allerzwaarste moment, er nog toe komt om zijn moeder en zijn geliefde leerling aan elkaar te schenken. Wat een bijzonder sterk moment, een ongelofelijk cadeau dat hun leven lang zal meegaan en hen verenigt in herinnering aan die mens die zij beiden intens lief hadden. Ik denk ook aan de film `La vita e bella’, waarin een vader doorheen de gruwel van de vervolging de zotste verhalen verzint zodat er aan alles een positieve draai gegeven wordt en de wereld van het kind er zo lang mogelijk mooi uitziet.

Een plek waar het materieel en fysiek erg moeilijk kan worden, waar men geliefden ziet sterven, met een vooruitzicht dat niet meteen beterschap voorspelt op dat punt, is ‘de ouderdom’. Je kan het als miserie zien en voor sommigen is het dat ook. Tegelijk heb ik het altijd gezien als een haast heilige plek soms. Er komt zoveel levenservaring in samen. Het consumentisme en goedkoop vertier en afleiding zijn irrelevant geworden. Hier zet men in op de essentie van het leven, op onze fundamentele behoeften, op verbinding. We beseffen opnieuw dat we elkaar nodig hebben. We kunnen er zijn voor elkaar, en met name de zorg voor elkaar ligt erg voor de hand. Gewoon een praatje kan al wonderen doen. Zo’n praatje, enkele zinnen soms, betekent zoveel meer dan de ellenlange teksten die chatGPT kan uitspuwen. Er is tijd en gelegenheid.
Ik zie hoe mijn vader opleeft en zijn leven zin krijgt door de zorg voor mijn moeder – die momenteel in een revalidatiecentrum verblijft (ik heb het woord ‘wonen’ hier even gecorrigeerd: integenstelling tot het voorbije kortverblijf in een WZC is het hier niet voorzien op een woonfunctie en dat laat zich vooelen). Nu hij zelf ook ondersteuning nodig heeft, ziet hij zijn kinderen veel meer dan vroeger. Om het ander weekend ga ik er koken, samen eten en afwassen en nu ook samen mijn moeder bezoeken. Het zijn telkens vele uren quality time een op een, die er vroeger niet waren.

Het is wel eens anders geweest, maar nu heeft mijn vader er weer goede moed op en een basisvertrouwen dat het `goed’ komt op de een of andere manier. Dat vertrouwen is onlangs toch nog bruusk doorbroken, met tranen in de ogen en een slapeloze nacht tot gevolg, toen enkele mannelijke verplegers mijn moeder niet met het gebruikelijke respect benaderden, maar haar zaten uit te lachen. Hoe groot is het contrast met de liefdevolle zorg. En hoe precair inderdaad om in die toestand aan zoiets overgeleverd te zijn. Niet zo lang geleden is er een groep vrijwilligers opgepakt die mensonterende video’s maakten van kwetsbare oude mensen. Hoe weinig zelfrespect kan je hebben om zo laag te vallen.
Verzorgd worden door robots, aangestuurd door artificiële intelligentie, het dehumaniseert de zorg en is niet goed. Maar respectloze verzorging is erger.

Ik heb het altijd als een voorrecht ervaren en iets dat met veel schroom moet gebeuren, de zorg en ‘hulp’ die je mag bieden vanuit een eigen situatie aan relatieve overvloed – in gezondheid, mobiliteit, onderdak, middelen, toegang tot mensen en dingen en noem maar op.
Voor mijn ouders is er weer een project, een droom van terug samen thuis kunnen wonen die tastbaar dichtbij komt. Die anticipatie, het doordesemt elke minuut van de dag. Ik zal er zijn: elk met zijn inbreng in de relatie. Ik hoorde Salman Rushdie in een recente documentaire reflecteren op zijn terug thuis komen na maandenlang ziekenhuis, dat volgde op de bijna dodelijke messteken. De geur van het huis, alles erin getuigt van verbinding en mogelijkheden: wat was, wat is en wat nog kan om de wereld tegemoet te treden en iets te betekenen. Het gaf hem ongelofelijk veel kracht zei hij, dat thuis komen. Kierkegaard zegt het zo `Dat iets mogelijk is, is God’. God is altijd de opening.

En ook wij kunnen kracht sprokkelen met zicht op de onmenselijke gruwel in Gaza, waar duizenden kinderen worden uitgehongerd of doodgemarteld, door kleine en grote tekenen van solidariteit te tonen. Door straks de rode lijn mee te helpen trekken.

 

Inleiding tafeldienst

Wij gaan aan tafel. De tafel waar iedereen, ook de meest kwetsbaren, worden uitgenodigd. Deze tafel, waar ook mensen die geen licht meer zien, welkom zijn. De tafel die nieuwe mogelijkheden zichtbaar maakt en ons verlangen naar verzet tegen onrecht aanwakkert.

Wij verbinden ons aan deze tafel ook met onze dierbare overledenen.

Wij steken de solidariteitskaars aan. Wij weten ons gesterkt door de vele miljoenen ter wereld die hun arm slaan om de minsten, die de zwakkeren in het midden zetten en die ons leren om anderen te ondersteunen. Wij verbinden ons met alle betogers die deze middag in Brussel hun solidariteit met de slachtoffers zullen tonen.

Gezegend zijt Gij ,levende, scheppende God
om Jezus van Nazareth.
Die op de vooravond van zijn sterven met zijn vrienden aan tafel zat.
Hij nam brood, brak het en deelde het uit
met de woorden: “Neemt en eet, dit is voor u
mijn lichaam, mijn hele leven.”

Ook de beker heeft hij aangereikt.
Het teken van een nieuwe relatie met alle mensen
die mekaar behoeden en doen leven.
“Drink hiervan tot mijn gedachtenis,” zei hij.

Onze Vader

Vredeswens
Dat wij onder alle omstandigheden God mogen blijven zien en wegen zoeken om die grote Liefde zichtbaar te maken in kleine en grote daden. En al zoekend steeds duidelijker zijn aanwezigheid mogen ervaren en daarin Vrede vinden die we elkaar kunnen doorgeven. Vrede zij met u.

Slotgebed ( citaten uit psalm 91 en 121)

Wie woont onder de hoede van de allerhoogste God
Wie overnacht in de schaduw van God
zegt : “Mijn God, op u stel ik heel mijn vertrouwen.”

God maakt je los uit de netten van de vogelaar
houdt je af de pest van het kwaad.
God zal je bedekken met zijn vleugels
Onder zijn wieken vind jij jouw veiligheid.

God neemt je onder zijn hoede.
En waar je ook gaat of staat,
God zal je behoeden voor eeuwig.