VIERING : VEERKRACHT BEHOUDEN…

Dominicus Gent

Viering van zondag 19 april 2026

VEERKRACHT BEHOUDEN…

 

Dankbaar om deze wekelijkse uitnodiging tot samen-opstanding-vieren heten we iedereen van harte welkom: jullie hier in huis en jullie die van elders met ons meevieren.
In het licht van de paaskaars weten we de Verrezene aanwezig.

Gij die ons samenbrengt,
breek door in ons leven,
doorbreek wat is vastgeroest.

Licht dat van elders komt,
laat veerkracht ontkiemen
breng wat ongezien is aan het licht.

Geest van saamhorigheid
kom naar ons toe,
adem in ons het vuur van het begin.

Om van de Geest te zingen moeten we niet op een zoveelste Pinksteren wachten: die Geest waait waar ze wil … én kan ook vandaag aan ons gebeuren.

Lied van vandaag en morgen

Wat altijd is geweest,
het waaien van de geest
gebeurt aan ons vandaag.
Dat vuur van het begin
wij ademen het in,
Gods woord dat antwoord vraagt.
Die in de stilte sprak,
het noodlot onderbrak
en nieuwe wegen baande,
Hij is nog niet verstomd,
Hij zwaait ons toe en komt
en zegt Ik ben uw Vader.

Het meeste gaat voorbij
maar meer en meer wordt Hij
de toekomst die ons wacht.
Bij Hem is geen verraad,
Hij zelf heeft ons gemaakt,
zijn oog is in ons hart.
Wij leven zijn bestaan,
zijn ongekende Naam
aanschouwen wij van verre.
Zijn zwijgen is van goud
zijn woord is ons behoud
in leven en in sterven.

Als alles is volbracht
zal Hij voor ons een stad
van brood en spelen zijn.
De stok die ons regeert,
de dood zal zijn gekeerd,
wij zullen mensen zijn.
Hij geeft een nieuw gezicht
aan duisternis en licht
aan alles wat wij deden.
Hij maakt zijn woorden waar,
wij spreken met elkaar
een taal van hoop en vrede.

T Huub Oosterhuis – M Bernard Huijbers

 

WOORDDIENST

Er zijn veel tekens die erop wijzen dat de veerkracht van jongeren én volwassenen is verzwakt. Dat mensen zich minder goed staande weten te houden. Wat is er aan de hand in onze samenleving?

Wij leven in een cultuur van individualisme, een cultuur die door velen als een vrijheid wordt omarmd. En zelfontplooiing is ook een groot goed.
Maar misschien schept dit individualisme ook een nieuw soort dwang : dwang om als individu te presteren. Hard werken dus, -want hoe kan je anders nog een eigen huis verwerven?-maar ook: dwang om veel te consumeren, en zelfs in je vrije tijd véél doen. Met bovendien ook leiders die radicaal egoïsme etaleren en promoten.

Dit doorgeslagen individualisme veroorzaakt bij veel mensen echter ook een gevoel van eenzaamheid, uitputting, leegte en depressie. Een ‘burn-out’-samenleving, waar niet alleen de harde eisen van de economie spelen, maar waar mensen ook zichzelf uitputten en hun veerkracht verliezen.
De ervaringen van somberheid, eenzaamheid en uitputting worden wel verinnerlijkt, maar niet meer met anderen besproken en gedeeld. Dat menen sommige psychologen. De vraag is ook of sociale media en Artificiële Intelligentie mensen in bubbels houden die wel echo’s produceren, maar geen oprechte confrontatie en nuancering meer toelaten. Of hebben wij deze bubbels nodig om op adem te komen en bevestiging te krijgen?

Hoe kunnen mensen hun veerkracht versterken? Dat is de vraag. Het antwoord in onze cultuur is duidelijk: jij moet je eigen veerkracht versterken. Dus, je hebt je eigen coach of therapeut nodig, of een assertiviteitscursus, of yoga, of mindfullness… Tegen betaling, weliswaar. De wachtlijsten zijn lang.
Deze op het individu gerichte ‘wellness-industrie’ is ondertussen al 4 keer groter dan de wereldwijde farmaceutische industrie. Veerkracht ziet men in dus vooral als een individuele capaciteit, een beetje ondersteund door de sociale omgeving. Je bent de baas van je eigen geluk. Zorg dat je hoort bij de happy few die zich succesvol staande weten te houden.

Kunnen we uit onze bijbelse traditie inspiratie halen over veerkracht? Bijbelverhalen zeggen niet: laat de buitenwereld voor wat die is en maak je eigen subjectieve gevoelens en behoeften tot je eigen God.
Veerkracht is in de bijbel ook collectieve dynamiek, waarin individuen juist opgetild worden, uit zichzelf verlost, en gericht worden op elkaar. Bubbels van gelijkgezinden zijn misschien nodig, om op adem te komen, om moed te houden. Maar in de bijbel blijft het daar niet bij.

We horen nu een verhaal over een dynamiek die ontstaat in de ontmoeting tussen 2 heel verschillende groepen.

Er is een eerste groepje, rond een zekere Petrus. Zij logeren ergens aan zee, in het huis van een leerlooier. Dat detail zegt al veel: een leerlooier is -volgens joodse normen- iemand met een onrein beroep. En het stinkt er bovendien, in die leerlooierij. Rare groep, dus, die Petrus en zijn joodse vrienden, daar bij die leerlooier.

En dan is er, 50 km verderop, een groepje rond een zekere Cornelius, officier in het Romeinse leger. Maar deze Cornelius bidt, hij is rechtvaardig en vrijgevig. Rare groep, deze Cornelius met zijn Romeinse familie en kennissen.
In de ontmoeting tussen deze twee groepen, wordt iets zichtbaar van dat Koninkrijk van God, waar Jezus het over had, over dat Rijk Van God dat nieuwe veerkracht en vertrouwen doet ontstaan.
Luisteren wij naar het verhaal uit Handelingen 10

Op een dag, rond het negende uur, zag Cornelius in een visioen duidelijk een engel van God zijn huis binnenkomen, die tegen hem zei: ‘Cornelius!’ Hij staarde hem aan en geschrokken zei hij: ‘Wat is er, heer?’ Hij zei tegen hem: ‘Uw gebeden en uw liefdadigheid zijn opgestegen tot God en zijn steeds in zijn gedachten. Stuur nu meteen enkele mannen naar Joppe om een zekere Simon te halen die ook Petrus genoemd wordt. Hij is te gast bij de leerlooier Simon, wiens huis aan zee staat.’ Toen de engel die tot hem sprak, was weggegaan, riep hij zijn twee huisknechten en een vrome soldaat uit de kring van zijn getrouwen, legde hun alles uit en stuurde hen naar Joppe. De volgende dag, toen zij nog onderweg waren en de stad al naderden, ging Petrus rond het zesde uur het dak op om te bidden. Hij kreeg honger en wilde wat eten. Terwijl dat bereid werd, raakte hij in extase. Hij zag de hemel open en er kwam iets naar beneden als een groot laken dat aan de vier punten werd neergelaten op aarde. Hierin bevonden zich alle viervoetige en kruipende dieren van de aarde en de vogels van de hemel. Er klonk een stem, die tegen hem zei: ‘Vooruit, Petrus, slacht en eet!’ Maar Petrus zei: ‘Geen sprake van, Heer, nog nooit heb ik iets gegeten dat onrein is of niet zuiver.’ Weer richtte de stem zich tot hem, nu voor de tweede keer: ‘Wat God gezuiverd heeft, moet jij niet onrein maken.’ Dit gebeurde tot driemaal toe; daarna werd de hele zaak meteen weer omhooggetrokken naar de hemel. Petrus wist nog niet wat hij moest denken van het visioen dat hij had gehad, toen de afgezanten van Cornelius, die overal navraag gedaan hadden naar het huis van Simon, ineens bij de poort stonden en riepen of Simon, ook Petrus genoemd, daar verbleef. Terwijl Petrus nog nadacht over het visioen, zei de Geest tegen hem: ‘Daar zijn drie mannen die jou zoeken. Vooruit, ga naar beneden en reis zonder aarzelen met hen mee, want Ik heb hen gestuurd.’ Petrus ging naar beneden en zei tegen de mannen: ‘Ik ben het naar wie u zoekt. Wat is de reden van uw komst?’ Zij zeiden: ‘De centurio Cornelius, een rechtvaardig man, een godvrezende, die goed bekend staat bij heel het Joodse volk, heeft van een heilige engel de opdracht gekregen om u bij hem thuis uit te nodigen om te horen wat u te zeggen hebt.’ Daarop nodigde hij hen binnen en bood hun onderdak. De volgende dag ging hij met hen op reis en enkele broeders uit Joppe gingen met hem mee.

Toen Petrus aankwam, liep Cornelius hem tegemoet en viel hem te voet om hem te aanbidden. Maar Petrus richtte hem op en zei: ‘Sta op, ik ben ook maar een mens.’ Terwijl hij met hem sprak, ging hij naar binnen en vond daar veel mensen bijeen. Hij zei tegen hen: ‘U weet dat het een Jood verboden is, om te gaan met iemand uit een ander volk of bij hem in huis te komen. Maar mij heeft God laten zien dat men geen mens ter wereld onrein of niet zuiver mag noemen. Daarom ben ik ook zonder tegenspreken gekomen toen ik gehaald werd. Maar ik zou wel willen weten waarom u mij hebt laten roepen.’

Cornelius vertelde wat er was gebeurd.

Petrus opende zijn mond en zei: ‘Nu weet ik zeker dat God geen aanzien des persoons kent, maar dat iedereen, ongeacht het volk waartoe hij behoort, Hem welgevallig is als hij godvrezend is en gerechtigheid doet. 36U kent het woord dat Hij de Israëlieten heeft gezonden, de goede boodschap van vrede door Jezus Christus – deze is de Heer over allen

Petrus was nog aan het woord toen de heilige Geest neerdaalde op allen die naar zijn toespraak luisterden. De besneden gelovigen die met Petrus meegekomen waren, stonden versteld, omdat de gave van de heilige Geest ook over de heidenen was uitgegoten; want zij hoorden hen in talen spreken en God verheerlijken.

 

Zoals de Geest neerdaalde op allen die naar zijn toespraak luisterden, zo zingen wij: Ga mee met ons.

 Ga mee met ons, trek lichtend ons vooruit
naar tijd en land door U ooit aangeduid.
Leef op in ons, de mens die leven moet,
een die de toekomst heeft die leeft voorgoed.

Ga mee met ons, verberg U niet altijd,
gun ons een flits, een teken in de tijd,`
dat U nog leeft, nog steeds om mensen geeft
en zonder wanhoop voor de vrede leeft.

Ga mee met ons. Wie zijn wij zonder U?
Een mens gaat dood aan enkel toen en nu.
Licht op in ons, wees vuur en vlam van hoop,
houd steeds in ons de toekomstmens ten doop.

T. Jan van Opbergen – M. W.H. Monk

 

Mens-zijn is toekomst zien, een betere toekomst maken, want aan enkel ‘toen en nu’ gaan we dood. In de bijbel breekt toekomst binnen bij onverwachte ontmoetingen.

In de tekst die we mochten beluisteren worden twee heel verschillende heren uit hun comfortzone gehaald: een visser en een legeraanvoerder. Beiden krijgen wat in bijbelterminologie ‘een visioen’ heet: een ervaring die weliswaar van buitenaf op hen toekomt maar resoneert met hun diepste verlangens, een belevenis die hen openbreekt op een onvermoede toekomst.

Opvallend is dat ze allebei bij aanvang van dit verhaal al uit hun bubbel, hun echokamer, zijn losgeweekt. De heidense Cornelius blijkt ‘vroom’ te zijn. Dat mag niet verbazen. Uit de brieven van Paulus weten we dat in Caesarea Maris al vroeg christelijke gezinnen en -samenkomsten waren.
Petrus van zijn kant, gepokt en gemazeld in de joodse wet, is niet alleen vertrokken uit Jeruzalem -het centrum van zijn traditie- maar logeert bij een ‘onreine’ leerlooier én krijgt een visioen waarin JHWH hem aanmaant onreine dieren te eten. De Thora-regels die zijn leven tot dan toe ordenden en stuurden kunnen niet fundamenteler in vraag gesteld.
De ommekeer die hen bij elkaar zal brengen is ongemerkt begonnen, er is al gezaaid… en het gezaaide begint te ontkiemen: er moet en zal iets ten goede keren, mensen kunnen niet bedoeld zijn voor verwarring, verdeeldheid en onderdrukking.

De wezenlijke verandering komt niet na een cursus navelstaren of een zelfhulpboek over veerkracht, maar door een open ontmoeting met veel aanwezigen waar dromen elkaar aansteken en de realiteit zienderogen ten goede keert.
De ontmoeting op zich belichaamt die veranderende wereld: wat je onmogelijk achtte gebeurt gewoon aan jou. Je had het niet kunnen bedenken of organiseren, het valt je toe, het breekt je open. De gezelschappen van Petrus en Cornelius treffen elkaar in hun gemeenschappelijk mens-zijn, in het besef ontvangende en gedragen wezens zijn…in plaats van autonome zelfredzame subjecten die hun bestaansrecht voortdurend moeten bewijzen. Wars van beperkende regels, protocol, dogma, aangeleerde omgangsvormen is hier sprake van een echte ont-moeting, de oprechte ontdekking en erkenning van het gedeeld mens-zijn.

Het kan niet anders dan dat dit gebeuren een boost geeft aan de vroege Jezusbeweging en hen veerkrachtig maakt. Er wenkt een gemeenschappelijke toekomst: die bevrijdende weg van Jezus gáán vanuit de diepe intuïtie dat dit een weg ten leven is voor allen.

 

Er gaat ook vandaag veerkracht uit van solidaire hoopvolle gemeenschappen waar collectief gedragen verhalen verteld worden en kwetsbaarheid welkom is.
 Denk aan het Zuid-Afrikaanse Ubuntu, ‘ik ben omdat wij zijn’ of aan de Palestijnse jongeren van de circusschool in Ramallah die bij het samen oefenen en optreden veerkracht ontwikkelen. Niet alleen om hoge sprongen te maken maar ook om de pesterijen te doorstaan en fierheid uit te stralen.
 Ik herinner me een Dominicusmedewerker die na een Goede vrijdagviering een Roemeens vluchteling met een beperking in huis nam en op weg zette naar een onverhoopte toekomst.
 Veerkracht. Je ziet het rondom in families, vriendengroepen en kerkgroepen die elkaar dragen, ook en vooral bij ziekte en rouw.
 Je ziet het in groepen waar lief en leed gedeeld wordt en waar in onze geloofstraditie of in kunst en actualiteit taal gevonden wordt om elkaar en het leven ten diepste te verstaan en ten goede te bewaren.
 Je ziet het in warme buurten en cohousingen waar totaal verschillende mensen samen tot veel meer bereid maar ook tot veel meer in staat zijn dan elk van hen alleen zou kunnen. Het delen van lief en leed maar ook van materiele zaken doet zowel vertrouwen als veerkracht groeien.
Uiteraard met vallen en opstaan, kwetsbaarheid is welkom….maar ooit zeiden mensen ‘ja’ aan een droom en gingen ervoor.

Veerkracht is geen hocus pocus met een vingerknip maar synoniem van geloof dat een betere toekomst voor mens en aarde mogelijk is, veerkracht is synoniem van vertrouwen dat toekomst ook letterlijk op ons toe-komt.

 

Oosterhuis schreef een meesterlijk lied bij een Paulustekst die ons op-weg-zijn-met-vallen-en-opstaan erkent en verlangend uitkijkt naar die beloftevolle toekomst.

Lied : Nu nog met halve woorden

Nu nog met halve woorden, hier en daar,
kijkend in donk’re spiegels, bijna waar,
blijven wij vreemden die zien en weer vergeten,
doen in den blinde wat moet, maar ongeweten.
Dan, eenmaal, wordt wat niet bestaat:
wij zullen open gaan
en zien en horen, oog in oog,
van mens tot mens verstaan.

Weten voorbij aan alle angst en schijn,
en liefde, liefde zal geen woord meer zijn.
Lichaam en zwijgen genoeg, en onze namen
rusten in licht als leeuw en lam tezamen.
Nu nog verslaafd, dan waar en vrij,
ontketend, onverbloemd.
Nu nog in tranen, dan getroost
en met mijzelf verzoend.

tekst: Huub Oosterhuis; muziek: O Heer die daar

 

TAFELDIENST

Zoals de groep rond Petrus te gast was in het huis van Cornelius, zo mogen ook wij aan tafel komen, de tafel van hoop en toekomst.
Om Jezus zijn wij dit uur bijeen, hij die ons zegt wat leven is : te doen wat goed is, recht, elkaar bevrijden.

Lied : Gij die de stomgeslagen mond verstaat

Gij die de stomgeslagen mond verstaat
van alle stervelingen die wij zijn,
wij roepen U de naam toe van een mens,
Jezus, de zoon der mensen, Uw geliefde.

Nooit sprak een mens als hij,
in hem verstonden wij uw bestaan,
de zin van ons bestaan.
Hij is Uw woord geweest,
hij heeft volbracht alle gerechtigheid,
een mens voor allen.

Om zijnentwil zie ons, dit uur bijeen.
Zie alle stervelingen van de wereld.
Waar onze doden zijn, verkoold, verwaaid,
vragen wij U hebt Gij hen nog gezien?

Waarom genadeloos vernietigd worden,
de armsten van de wereld uw geliefden;
waarom wij die met weinigen bezitten
wat allen toebehoort, uw woord niet doen,

geen wereld maken die in vrede is,
een nieuwe orde van gerechtigheid –
Gij die ons hebt gezegd wat leven is:
te doen wat goed is, recht, elkaar bevrijden.

Wij gedenken Jezus van Nazaret, die, in het gezelschap van zijn vrienden, tijdens de laatste maaltijd van zijn leven, het brood nam, het brak, het verdeelde en zei: “Neem en eet, dit ben ik. Dit is mijn lichaam.
Doe dit tot mijn gedachtenis.”

Na de maaltijd nam Jezus ook de beker met wijn, hij dankte en zei:
Dit is de beker van een nieuw verbond. Dit is mijn bloed dat voor jullie heeft gestroomd,
Drink uit deze beker, tot mijn gedachtenis.

Gij die dit woord ons ingegeven hebt,
een bron van kracht en moed en zeker weten,
Gij die het licht in ons geschapen hebt,
dat niet de duisternis ons overmeestert,

dat niet het laatste woord is aan de dood –
Gij die tot hier ons vasthoudt in het leven
Gij die ons afgestemd hebt op uw stem
Gij die ons hebt geschapen naar U toe,

Gij die ons zocht nog voor wij om U riepen
Gij die gezegd hebt dat Gij ons zult vinden –
wij roepen U de naam toe van uw mens,
Israël, deze aarde, uw geliefde.

T: Huub Oosterhuis M: Antoine Oomen

Onze Vader

Vredeswens

Moge ons samenkomen vrede doen ontkiemen in ons dagelijks denken en doen en moge dat uitgroeien tot een samenleven waar we onze kwetsbare menselijkheid delen.
Vrede zij met ons allen.

Communie

 

ZENDING

Zonder angst keuzes maken, vertrouwen hebben, toekomst verwachten:
kan één iemand daarvoor kiezen? En dat volhouden?
Neen, dat kan je niet in je eentje. En dat hoeft ook niet.
Veerkracht krijgen wij, als wij vertrouwen geven aan elkaar.
Veerkracht ontvangen wij, waar wij elkaar ontmoeten,
waar wij elkaar troosten en wijzer maken
en elkaar tot bondgenoot zijn.

Lied om mee te gaan

Wij moeten gaan; aan ’t lied van bevrijding
voegden we weer een eigen refrein,
zagen rondom de glans van herkenning
hoe we elkaar tot Verbondgenoot zijn.
Vonden het Woord, eerder gehoord,
Als nieuw bron op eigen terrein.

Laten we gaan. Geloof in de zegen
die onze God steeds toegezegd heeft,
in niemandsland soms worst’lend verkregen
maar die ons hoop, moed en waakzaamheid geeft.
Neem van hier mee, het vaste idee
Licht blijft de kern, vaak tastend beleefd.

Neem bij het gaan de mantel van vrede
die we behoedzaam om mogen slaan,
waarin de Naam vol kleur is geweven,
vage beschutting in mensenbestaan.
In de woestijn, vruchten en wijn:
vrede en zegen! Laten we gaan.

T: Gonny Luijpers M: Herma Bulder