ASWOENSDAG 2026

Dominicus Gent
Aswoensdagviering

18 februari 2026

 

Goedenavond en aan eenieder van harte welkom.
We zijn blij om met elkaar deze bijzondere tijd in aanloop naar Pasen in te gaan.

Ik weet niet hoe het voor jullie is maar voor mij heeft over de vastenperiode altijd een soort somberheid gehangen.
Een grote ernst en een zekere zwaarmoedigheid. Er is de spiegel van de dood:
Gedenk mens dat ge van stof en as zijt en tot stof en as zult weerkeren.
Een oproep die ons aanspoort om bewust keuzes te maken in het leven zodat we er later geen spijt van hebben.

En verder waren er de verstervingskens waartoe we aangemoedigd werden en later de gezonde en solidaire goede voornemens. Allemaal heel zinvol, zeer zeker en ook mooi. Toch confronteerden ze mij altijd met mijn kleinste kanten, mijn onverdiend comfort, mijn tekortschieten…. Wat ik ook probeerde, het kon nog altijd vele malen beter. Op het einde van die tijd hield ik er altijd een beetje een gevoel van mislukking aan over.

Vandaag begon voor velen ook de ramadan, anderen beginnen pas morgen de vastenmaand van de moslims. Ik mocht meemaken hoe totaal anders de beleving van die tijd is. Er wordt weken op voorhand naar uitgekeken. Het huis wordt klaargemaakt, gepoetst, versierd, voorraden aangelegd voor de speciale gerechten die enkel gedurende deze periode gegeten worden. Het is beter vergelijkbaar met ons uitzien naar Kerstmis, dan wel met onze vasten.
Het is een heel feestelijke periode. Naast de gedeelde maaltijden ’s avonds met liefst zoveel mogelijk mensen is het ook een tijd die heel erg beleefd wordt als een mooie en verdiepende tijd voor gelovigen. Bewuster vanuit je geloof leven en bewuster in solidariteit met arme mensen leven.

Ik vroeg me af hoe we onze vasten ook een beetje vreugdevoller zouden kunnen beleven. Niet zozeer als een ‘to do’ lijst van goede werken en te verbeteren levensstijl maar als uitnodiging tot stilstaan, rust, genieten, reflectie, ontvankelijkheid en verwondering. Een tijd om te groeien in dankbaarheid voor zoveel wat ons gegeven wordt. Om zozeer vervuld te worden dat we vanuit die overvloed zoveel mogelijk willen delen. Delen met allen die heel veel ontberen.

Een tijd om uit te zien naar een feestelijk thuiskomen op een plek van vrede en gerechtigheid

We steken de Paaskaars aan en bidden: Laat uw liefde ons bevrijden, die nog lijden aan de nacht, als een engel ons geleiden, als een licht dat wacht.

 

Lied van de ballingschap

Een volk eet weer het bitter brood,
moet leven bij de dag,
als bannelingen uitgestrooid
onder een vreemde vlag,

maar in de as van het verdriet
brandt nog een lopend vuur
van beter weten, ongezien,
dat deze nacht verduurt.

Laat uw liefde ons bevrijden
die nog lijden aan de nacht,
als een engel ons geleiden,
als een licht dat wacht.

De ballingschap, een nacht waarin
het zaad ontkiemen moet,
tot het gerijpt de nieuwe dag
met goede vrucht begroet,

want wat met tranen is gezaaid
wordt juichend ingehaald.
Verstrooid als graan geoogst tot brood
waarnaar de wereld taalt.

Laat uw liefde ons bevrijden
die nog lijden aan de nacht,
als een engel ons geleiden,
als een licht dat wacht.

Een volk dat, blindelings verdwaald,
zich keert naar Gods gezicht
en zien zal, eenmaal thuis gehaald,
als in het volle licht,

met ogen die als vensters zijn
tot op Jeruzalem
als doden, toch weer opgestaan,
geroepen door de Stem.

Laat uw liefde ons bevrijden
die nog lijden aan de nacht,
als een engel ons geleiden,
als een licht dat wacht.

Een Woord als stok en staf ter hand,
aanvaarden wij de reis.
Wij tasten naar het goede land,
doorlopen de woestijn.

Jeruzalem van boven is
de droom die allen leidt.
De voeten gaan de goede weg
van de gerechtigheid.

Laat uw liefde ons bevrijden
die nog lijden aan de nacht,
als een engel ons geleiden,
als een licht dat wacht.

Wij zijn elkaar tot reisgezel,
tot engelen van trouw,
zoals die onder vrienden telt
en tussen man en vrouw,

als pelgrims naar de Vrede stad
die zingen ‘God is goed!’
om Hem, die ons geroepen had
tot leven in de dood.

Laat uw liefde ons bevrijden
die nog lijden aan de nacht,
als een engel ons geleiden,
als een licht dat wacht.

T: Sytze de Vries M: Willem Vogel

 

Lezing Joël 2:12-17

Godsspraak van de Heer: ‘Keer u om naar Mij met heel uw hart, vastend, wenend en rouwend.’
Scheur uw hart en niet uw kleren, keer u om tot de Heer uw God want Hij is genadig en barmhartig, toegevend en vol liefde, en Hij heeft spijt over het onheil. Wie weet, zal Hij omkeren en krijgt Hij spijt en laat dan een zegen achter zich, een huldigingsoffer en een plengoffer voor de Heer uw God!

Blaas de bazuin op de Sion, kondig een heilige vastentijd af, roep een plechtige samenkomst bijeen. Verzamel het volk, beleg een heilige bijeenkomst, breng de oudsten samen en verzamel ook de kinderen en zuigelingen; laat de bruidegom zijn kamer verlaten en de bruid haar bruidsvertrek.
Laat tussen de voorhal en het altaar de priesters, die de dienst van de Heer verrichten, wenen en zeggen: ‘Spaar uw volk, Heer, laat niet met uw erfdeel spotten, laat de heidenen het niet overheersen. Waarom zouden ze onder de volken zeggen: Waar is hun God?’

Duiding 

De profeet Joël spreekt hier namens God en roept op om te gehoorzamen, te vasten, spijt en verdriet te hebben over het leven zoals het tot nu geleefd is. Wat voorafging in de tekst is een beschrijving hoe het land kaalgevreten werd door sprinkhanen, ook alle oogsten mislukten, er geen eten is voor mensen en dieren en ook niets om te offeren.
Hij maant aan om te bekeren, hij gaat er van uit dat het laatste oordeel van God nabij is en alles gedaan moet worden zodat God barmhartig is en hen niet laat vallen. Hij dringt aan om niet verder te gaan met ‘business as usual’. Met groot omhaal roept hij iedereen op om samen te komen, van oude mensen tot kleine kinderen, zelfs wie op dat moment trouwt, iedereen moet komen om vergeving te vragen, zich te bekeren en te beloven om op een andere manier te leven.

Ik vind dit een inspirerende gedachte om de vasten in te zetten: iedereen komt samen, laat vallen waar men mee bezig is, en oriënteert zich op wat nu echt aan de orde is. Er is een urgentie, het is niet zomaar vasten omdat het de tijd van het jaar is, maar mensen zien in dat er iets moet gebeuren, iets wat er toe doet. En eerlijk gezegd: het is ook urgent, hoezeer ook gelobbyd wordt om dat te ontkennen.

Hoe zou dat zijn: de kerk hier vol mensen, een eensgezindheid om het anders te gaan doen, met elkaar de emoties delen van angst voor een onzekere toekomst, maar ook blijdschap want we zijn hier met velen en we zijn bereid om de problemen aan te pakken.

We kennen de richting waarin de oplossing ligt: vasten (versoberen, minder bezig zijn met materie, minder afleiding, ….), beseffen dat het echt niet klopt hoe we bezig zijn met deze aarde uit te buiten, en de meest kwetsbare mensen erbij. Luisteren, openstaan voor het visioen dat God ons aanreikt: het leven, het doen van de boodschap die Jezus is komen brengen: brood en wijn delen, onze wereld herscheppen in vrede, gerechtigheid, liefde.

Iedereen bedenkt wat ànders kan, wat ànders moet en in enthousiasme wordt dit gedeeld met elkaar. En zo gaan we naar huis: met voornemens, intentie, een verbintenis om aan te pakken.

En door week na week samen te komen groeit de toewijding aan die verbintenis en kunnen echt zaken veranderen. Het is er al. Als we met 25% mensen zijn, dan kan die verandering groots zijn!
Dan zal dorst en honger verdwijnen, de bierkaai wordt een stad van vrede, we zullen onze ogen niet geloven. Moge het zo zijn.

 

Lied: Deze wereld omgekeerd

De wijze woorden en het groot vertoon
de goede sier van goede werken
de ijdelheden op hun pauwentroon
de luchtkastelen van de sterken
al wat hoog staat aangeschreven
zal Gods woord niet overleven
hij wiens kracht in onze zwakheid woont
beschaamt de ogen van de sterken.

Zijn woord wil deze wereld omgekeerd:
dat lachen zullen zij die wenen
dat wonen zal wie hier geen woonplaats heeft
dat dorst en honger zijn verdwenen –
de onvruchtbare zal vruchtbaar zijn
mensen zullen an’dre mensen zijn
de bierkaai wordt een stad van vrede

Wie denken durft dat deze droom het houdt
een vlam die kwijnt maar niet zal doven
wie zich aan deze dwaasheid toevertrouwt
al komt de onderste steen boven:
die zal kreunen onder zorgen
die zal vechten in ’t verborgen
die zal waken tot de morgen dauwt –
hij zal zijn ogen niet geloven.

T: Huub Oosterhuis M: Bernard Huijbers

 

Lezing Mt:6:6.16-18

Als je bidt, ga dan je binnenkamer in, doe de deur dicht, bid tot je Vader, die in het verborgene is, en je Vader, die in het verborgene ziet, zal het je lonen. (…)
Wanneer je vast, zet dan geen somber gezicht zoals de schijnheiligen, want zij vertrekken hun gezicht om met hun vasten op te vallen bij de mensen. Ik verzeker jullie, ze hebben hun loon al. Maar als jij vast, zalf dan je hoofd en was je gezicht, opdat het bij de mensen niet opvalt dat je vast, maar wel bij je Vader, die in het verborgene is; en je Vader die in het verborgene ziet, zal het je lonen.

 

Duiding

De tegenstelling tussen beide lezingen vandaag is opvallend. Bij de profeet Joël is de oproep tot vasten een groot publiek gebeuren, een evenement met bazuinen en geschal waarbij iedereen van klein tot groot betrokken wordt. Het evangelie van Matteüs vraagt om in alle discretie te vasten, in het geheim, ongezien voor anderen. Toch klinkt ook bij Joël: ‘Scheur uw hart en niet uw kleren.’ Blijkbaar was het uiterlijk vertoon bij het vasten verworden tot een soort ethisch statussymbool. Een manier om met de eigen morele voortreffelijkheid uit te pakken.

De context vandaag is dermate veranderd dat we niet het risico lopen sociaal aanzien te verwerven door deel te nemen aan de vastenperiode. Zelfs de wekenlange hongerstaking van de pro-Palestina activisten in Groot-Brittannië vond hier nauwelijks weerklank. Gelukkig hebben ze juridisch hun doelstellingen kunnen verwezenlijken: het recht om actie te mogen voeren en het protest tegen hun aanhouding en tegen de gevangenisomstandigheden.Moet dat soort vasten niet net meer publiekelijk weerklank krijgen?

Wat kan die oproep om naar binnen te gaan, de deur te sluiten en in het geheim te vasten, voor ons vandaag betekenen? Misschien duiden deze aanwijzingen erop dat we nooit onszelf mogen overslaan. In een collectief, sociaal gebeuren moeten we ook altijd als individu helder met onszelf zijn. Onze eigen relaties op orde krijgen en onze eigen positie bepalen. En daartoe onze binnenkamer ingaan om zonder sociale beïnvloeding, zonder druk van buitenaf, onszelf te confronteren met wat en met wie ons ten diepste beweegt. Het gaat erom ons telkens weer hierop af te stemmen en de verbinding te verdiepen. Bidden en vasten om ‘gevoed te worden’. Om ontvankelijk en open te komen en ons te laten vervullen door al wat ons gegeven wordt. Om vanuit die overvloed vreugdevol te delen.

 

Lied: Gij wacht op ons

Gij wacht op ons totdat wij opengaan voor U.
Wij wachten op uw woord dat ons ontvankelijk maakt.
Stem ons af op uw stem, stem ons af op uw stem,
op uw stilte.

T. Huub Oosterhuis – M. Bernard Huijbers

 

Asritueel

God van leven, Uw Schepping is rijk en wonderlijk. Mensen zijn gemaakt naar Uw beeld en gelijkenis. Alles komt voort van dezelfde stoffen van de aarde. Wij kunnen ons leven vruchtbaar maken: zaad in de aarde begraven, dat verrijst tot nieuw leven.
Asse daalt neer op de aarde na talloze bosbranden, oorlogen, verwoesting. Deze asse wil tevens symbool zijn dat uit de as nieuw leven kan ontstaan.

Laat ons bidden met de woorden van Huub Oosterhuis in zijn bewerking van psalm 51:
“Ik zie de wereldbrand die ik mee gesticht heb
Het volstrekte dat ik heb geschonden.
Was mij schoon en ik zal witter worden dan sneeuw.
Geef mij een nieuw hart.
Zend uw geest dat ik herschapen word.
Als dat zou kunnen…”
God van leven, dit is ons gebed: dat elk leven, hoe klein en anoniem ook, zaad kan zijn dat verrijzen wil. Moge het zo zijn.

(Handen zegenen de asse)

Laat dan Uw zegen komen over deze as, de verbrande palmtakken van vorig jaar die een jaar in onze huizen stonden. As als een symbool, dat we gezuiverde mensen mogen worden die gerechtigheid doen, vruchtbare mensen.

(Bestrooiing van het hoofd met asse)
“Van stof en as zijt gij, wees als een mens gezegend.”

 

Tafeldienst 

We mogen aan tafel gaan, brood en wijn delen zoals het ons voorgedaan is door Jezus.
We steken een kaars aan met iedereen die verbonden is in deze geest en kaarsjes voor hen die ons zijn voorgegaan in de dood.
We weten ons ingebed in een groot verband in tijd en ruimte.

Tafellied: Rondgang bij het delen

Slechts het brood dat wij te eten gaven zal ons verzadigen.
Slechts de gevangene die wij verlosten zal ons bevrijden.
Slechts het gewaad dat wij wegschonken zal ons bekleden.
Slechts de zieke die wij bezochten zal ons genezen.
Slechts het water dat wij te drinken gaven zal ons verkwikken.
Slechts het woord dat leed verzachtte zal ons troosten.

T: Tullio Consalvatico M: Bernard Huijbers

Rond deze tafel gedenken we het leven, de dood en de opstanding van Jezus, de man uit Nazareth die onze voorganger is. We danken voor zijn consequente solidariteit met wie verworpen wordt, voor allen die niet toekomen aan vrij en voluit leven.
Op de laatste avond van zijn leven zat hij samen met zijn vrienden aan tafel. Op het einde van de maaltijd nam een stuk brood, brak het en gaf het rond met de woorden:
Neem en eet, dit is mijn lichaam.
Daarna vulde hij een beker met wijn en gaf die rond met de woorden:
Neem en drink, dit is mijn bloed, mijn leven.
Het wordt jullie gegeven.
Laat mij jullie voedsel zijn en blijf breken en delen om in mijn spoor verder te leven.

 

Onze Vader

Vredeswens

Wensen wij elkaar een zegenrijke vastentijd.

Communie

Gebed 

Groot Mysterie,
We staan vandaag aan het begin van een vastenperiode,
dit jaar valt ze samen met de Ramadan.
We zijn met velen die deze 40 dagen bewust kijken
naar de wereld en onszelf.
We kijken kritisch naar het systeem
dat we opgebouwd hebben,
waar we tot onze diepste vezels mee vervlochten zijn.
Steun ons in ons vastenvoornemen,
help ons elke dag herinneren
waaraan we ons willen toewijden.
Richt onze voeten op de weg naar vrede.

 

Slotlied: Een schoot van ontferming

Een schoot van ontferming is onze God.
Hij heeft ons gezocht en gezien
zoals de opgaande zon aan de hemel.
Hij is ons verschenen toen wij in
duisternis waren in schaduw van dood.
Hij zal onze voeten richten
op de weg van de vrede.

T: Huub Oosterhuis M: Antoine Oomen