Dominicus Gent
Viering van zondag 25 oktober 2026
Actief pluralisme (2)
Welkom
Het is de in de voorbije vieringen onder meer gegaan over de uitdagingen waarmee we geconfronteerd worden in de pluralistische wereld die de onze is.
Pluralisme is niet gediend met gemakkelijke, slappe bedenkingen waarmee mensen alleen maar hun tijd vullen. Pluralisme nodigt uit om met elkaar het gesprek aan te gaan in oprechte openheid en wederzijds respect. Niet alleen maar beleefde zachtaardige complimentjes voor elkaar. Integendeel. Soms moet je doorpraten om elkaar echt te begrijpen. Dat is belangrijk wil een gesprek vruchtbaar zijn. Verschillende overtuigingen hoeven niet per se tot polarisatie te leiden.
We willen in deze viering aandacht vragen voor verschillen die niet tot polarisatie leiden, maar eerder tot een vruchtbare verstandhouding voor elkaars eigenheid. Daarom willen we de viering openen met het lied waarin we onze oprechte verbondenheid met elkaar uitzingen:
Lied: Zomaar een dak
Zomaar een dak boven wat hoofden,
deur die naar stilte openstaat.
Muren van huid, ramen als ogen,
speurend naar hoop en dageraad.
Huis dat een levend lichaam wordt
als wij er binnengaan
om recht voor God te staan.
Woorden van ver, vallende sterren,
vonken verleden, hier gezaaid.
Namen voor Hem, dromen, signalen
diep uit de wereld aangewaaid.
Monden van aarde horen en zien,
onthouden, spreken voort
Gods vrij en lichtend woord.
Tafel van Een, brood om te weten
dat wij elkaar gegeven zijn.
Wonder van God, mensen in vrede,
oud en vergeten nieuw geheim.
Breken en delen, zijn wat niet kan,
doen wat ondenkbaar is,
dood en verrijzenis.
Inleiding
Er wordt gezegd dat in onze samenleving de polarisatie toeneemt en veel mensen zijn daar bang voor. Polarisatie wordt vaak als probleem neergezet en kan het ook zijn, toch hoeft het niet per definitie erg te zijn. Het kunnen hebben van verschillende standpunten en het mogen uiten van kritiek op elkaar is belangrijk voor een goed werkende democratie. Aan maatschappelijke veranderingen, zoals de emancipatie van minderheidsgroepen, gaat vaak een periode van polarisatie vooraf. Daarna kan er weer een nieuwe sociale balans ontstaan. Daarnaast is het ook prettig om bij een groep te horen. Je ontleent je eigen identiteit aan het lid zijn van een bepaalde groep.
Polarisatie is soms nodig om botsende standpunten, scheidslijnen en conflicterende belangen duidelijk te maken. Maar polarisatie wordt ongewenst wanneer de tegenstellingen tussen groepen in de samenleving leiden tot spanningen waarin je niet meer constructief met elkaar kan communiceren. Dan wordt de kloof groter en veroorzaakt uiteindelijk segregatie. Vervreemding, vooroordelen, stereotypering, onbegrip, discriminatie en uitsluiting zijn dan aan de orde. En in extreme gevallen leidt het tot geweld, zoals we tijdens de terechte protestacties, de voorbije week mochten zien. Het is te gemakkelijk deze gewelddadige acties uitsluitend toe te schrijven aan op hol geslagen vandalen die enkel met nog hardere repressie te beheersen zijn. Er is meer aan de hand.
Maar die analyse gaan we nu niet maken. We willen tegenover de verontrustende beelden van brutaliteit en geweld andere verhalen plaatsen die vandaag eveneens gebeuren. Eén ervan was eveneens op televisie te zien. Het initiatief van Lidewij Nuitten die met haar camera haar buurt in Brussel in beeld bracht en 1 gezin gedurende 11 jaar bleef volgen. De reeks met als titel: On ira tous au paradis, wordt nu uitgezonden. Lidewij vertelt dat de ontmoeting met de gescheiden vrouw Lamia en haar drie kinderen heel snel vriendschap werd. En dat zowel de kracht als de kwetsbaarheid van dit gezin haar niet meer loslieten. Op een uitstap met de kinderen, stelt ze hen haar lief voor. Een meisje. De kinderen zijn verbaasd en een beetje ontsteld : ‘Jij bent lesbisch’. Dat past niet, mag eigenlijk niet in hun omgeving maar ze houden genoeg van Lidewij om daar even goed mee om te gaan.
Een ander bescheiden maar ook sterk verhaal is dat van de volkstuintjes. Dat gaat allereerst om gezonde groenten te kweken maar tezelfdertijd leren mensen via deze gedeelde passie elkaar kennen en helpen. Mensen met heel veel uiteenlopende achtergronden werken elk op hun eigen terrein maar delen hun overschotten én ook hun expertise met elkaar, gebruiken gezamenlijk materiaal, organiseren feesten, sneukelwandelingen, enz… Met het plantgoed en de hark worden verschillen overbrugd.
Tenslotte wil ik iets vertellen over de prachtige avond deze week georganiseerd door de Interlevensbeschouwelijke Werkgroep Gent. Inhoudelijk was het ontzettend boeiend en heel divers: we hoorden professoren over de kracht en het belang van spiritualiteit voor burgerschap en daarop volgden getuigenissen die dit vanuit de praktijk illustreren en mensen die vanuit verschillende levensbeschouwingen over hun engagement in onze stad vertellen. Onder andere ook Thope en Meridiaan. Bovendien bestond ook het publiek uit heel verschillende kleuren van onze samenleving. Het erkennen van het belang en het verschil in levensbeschouwingen bracht een hartverwarmende sfeer, een heel positieve ‘vibe’. In het naar huis gaan bleef een getuigenis bij mij hangen van een vrijzinnige lekenconsulent. Hij vertelde over zijn deelname aan ‘Waardige Uitvaart’. Ik weet dat Hilde hier aan meewerkt en het concept was dus niet nieuw voor mij. Maar toen die jonge man sprak over het feit dat het regelmatig gebeurt dat hij voor een volslagen onbekende waarover hij geen informatie heeft, een afscheid verzorgt in een mortuarium waarbij er behalve de overledene niet één iemand anders aanwezig is, raakte dit mij heel erg. Ik had mij daar nooit concreet een beeld gevormd over hoe zo’n uitvaart zonder andere mensen, verloopt. Toen ik hem hoorde dacht ik: wat je voor die totaal vreemde doet, dient nergens voor en toch lijkt het wezenlijk belangrijk. De overledene weet er niet van. Familie of kennissen ook niet. Je doet het omdat het een mens is die op dat laatste moment als mens gewaardeerd wordt, gewoon omdat hij of zij mens is. Hoe onbaatzuchtig.
Zo anoniem en ongezien maar heel fundamenteel wordt er door talloze mensen gewerkt aan een warme samenleving. Het gebeurt op talloze plaatsen waar mensen zich niet langer door hun angsten voor verschillen laten verlammen. Dat we zulke mensen mogen zijn, zingen we uit met lied om vrijheid.
Lied om vrijheid
Als vrijheid was wat vrijheid lijkt,
wij waren de mensen niet die wij nu angstig zijn –
wij zaaiden bronnen uit in de woestijn
wij oogsten zeeën zonder te vervaren.
Wij, tussen moed en wanhoop. Waarom weten
wij wel wat leven is maar leven niet?
Soms gaan wij op de vleugels van een lied
en durven onze zwaartekracht vergeten.
Verlangen, pijn van onbekende duur:
turen de verte in, niet kunnen laten
een stad te zien, een tuin, doorschijnend water –
dan valt de nacht over het middaguur.
Maar voorgevoel van liefde duurt het langst,
heugenis aan het woord in den beginne,
licht – ongebroken valt het bij ons binnen.
Even zijn wij ontkomen aan de angst.
Als vrijheid was wat vrijheid lijkt,
wij waren de mensen niet die wij nu angstig zijn –
wij zouden niet meer vluchten voor de pijn
en voor de grootste liefde niet vervaren.
Lezing Johannes 4, 1-30 (fragmenten)
Duiding
“Gesprek met een Samaritaanse vrouw”. Zo staat het in de tekst van de Bijbel. Het klinkt onschuldig. Maar het riskeert tegelijk de realiteit over het hoofd te zien. De eendracht onder de stammen van Israël is van korte duur geweest. Er is vooral veel onenigheid en ruzie geweest nadat de Noordelijke en Zuidelijke stammen zich van elkaar hebben afgescheurd. Beide groepen zijn steeds meer uit elkaar gegroeid. Ook religieus. Een ingewikkelde geschiedenis van onderlinge twisten en van buitenlandse bezettingen, deportaties, politieke intriges hebben hen steeds verder uit elkaar gedreven. De Samaritanen in het Noorden hadden hun eigen heilige plaatsen, terwijl het zuiden het bij Jeruzalem houdt. Van samenhorigheid is geen sprake, veeleer van wederzijdse minachting en regelrechte vijandigheid. Ook religieus is er geen eensgezindheid, eerder rivaliteit. Samaritanen en joden willen niets met elkaar te maken hebben.
Het is op zich reeds merkwaardig dat Jezus door Samaria trekt. Het was niet zonder gevaar. Dat hij een gesprek aangaat met een Samaritaanse vrouw is absoluut “not done”. Het gesprek verloopt ook niet bepaald vriendelijk. De Samaritaanse vindt het “niet kunnen” dat Jezus haar zomaar aanspreekt. Ze gaat dan ook zonder gêne tegen hem in. Het kan niet dat een joodse man haar zomaar te drinken vraagt. Ze luistert uitermate kritisch naar Jezus, die voor haar een gewone jood is, maar die ook nogal wat noten op zijn zang heeft. Jezus probeert zich te verduidelijken over het water dat ook voor hem van levensbelang is. Een joodse man en een Samaritaanse vrouw in gesprek. De erfenis van het verleden weegt zwaar. Wat zouden joden en Samaritanen elkaar te vertellen hebben. En toch. Beiden hebben dorst. Dorst naar water, dorst naar begrip, dorst naar inzicht.
Ze zitten bij een waterput. Bij een bron van leven. Hij, Jezus, is helemaal gefocust op de vrouw. Zij houdt de ogen op hem gericht. Het gesprek gaat verder. Ze hebben het niet over futiliteiten. Ze hebben het over wezenlijke zaken voor hun leven. Over de bron van leven, en over de plaats waar ze God vinden. Op de berg of in Jeruzalem. Als het daarover gaat is het belangrijk goed te luisteren en niet te vlug in te vallen of te onderbreken. Beiden zijn gegrepen door het gesprek. Bovendien lijken ze heel dicht te komen waar het gaat om wezenlijke zaken waar ze mee zitten. God vinden: hoe gaat dat, hoe gebeurt dat? Ze delen elkaars diepe verlangen naar wat ze God noemen. Ze delen een zoektocht naar vertrouwen waaraan ze zich kunnen vasthouden. Beiden beseffen dat alles waar mensen zich zo druk kunnen maken, plots van bijkomstige orde is. Er is misschien geen sluitend antwoord. Daarom juist willen ze elkaar beluisteren.
Misschien is dat wel een ervaring die velen opdoen wanneer ze hun stellingen verlaten en uit hun buik gaan spreken. Het gesprek begint met het aangeven van verschillen. Dat is belangrijk. Het vraagt discipline en fundamentele eerlijkheid, ook wanneer je de neiging hebt om toch maar wat omfloerst te spreken, uit veiligheid. De Samaritaanse vrouw doet er geen doekjes om. Het maakt meteen een opening. Dat gebeurt telkens weer wanneer je het “ergens” wil over hebben. Iets dat belang heeft. Dat betekent namelijk dat je bereid bent je bloot te geven, maar ook dat je ruimte maakt om te ontvangen. Want dit gebeurt ook tijdens dit gesprek. Het gesprek houdt in dat je bereid bent eigen inzichten bij te stellen of eventueel zelfs achter te laten. Je kan je dan wel even in je blootje voelen, maar het kan ook een ballast zijn die van je afvalt. Het kan blijken een van de boeiendste momenten te zijn die je de kracht geeft de zoektocht niet op te geven. Zo helpen mensen elkaar vooruit. Misschien niet op het moment zelf, maar misschien morgen, wanneer je tot eerlijke inzicht bent gekomen, in de bereidheid je open te stellen.
Het gesprek gaat ten slotte over in het overstijgen van je eigen verleden. “Er komt een tijd, en die tijd is nu gekomen, dat wie de Vader aanbidt, hem aanbidt in Geest en in waarheid. De Vader zoekt mensen die hem zo aanbidden, want God is Geest en wie hem aanbidt moet dat doen in Geest en in waarheid “. Ik ben mijn gesprekspartner dank verschuldigd. Hij/zij geeft me moed om verder op weg te gaan. In verlangen dat nooit stopt.
Lied: Hoor. Maar ik kan niet horen
Hoor. Maar ik kan niet horen.
Mijn oren dichtgestopt,
mijn adem opgekropt.
Mijn hart van leegte zwaar.
Ik ben nog niet geboren.
Ik ben niet ik. Niet waar.
Hoor. Maar ik wil niet horen.
Zou ik uw woord verstaan,
Ik moest uw wegen gaan,
U volgen hier en nu.
Ik durf niet zijn geboren
en leven toe naar U.
Hoor, roept Gij in mijn oren
en jaagt mijn angst uiteen.
O stem door merg en been
Verwek mij uit het graf,
uw mens opnieuw geboren –
o toekomst, laat niet af.
Tafeldienst
We gaan aan tafel om brood te breken en wijn te delen in Naam van Jezus.
Deze samenkomst is het kloppend hart van alle christenen die zich geroepen weten hun levensweg af te stemmen op zijn evangelie
We weten zoveel afwezigen toch dicht bij ons: de mensen uit onze gemeenschap die hier vandaag niet kunnen zijn omdat ze zorg dragen voor anderen, zelf ziek zijn of moeten werken.
We weten ook onze dierbare overledenen hier aanwezig: voor hen steken we de kaarsjes aan in de herdenkingsschaal.
We brengen ook alle mensen hier aanwezig die zich in Jezus’ spoor engageren waar ook ter wereld.
God zie ons hier bijeen,
wij allen aan deze tafel
wij die in ons leven meer willen dan eten voor ons alleen
en eten alleen voor ons genoeg.
Wij allen aan deze tafel die in ons leven dienstbaarheid voorrang willen geven op succes
of functies met veel aanzien
Wij die ons leven laten inspireren door Jezus van Nazaret
die in het breken van brood en delen van wijn
de roepstem is
die ons bestaan wil openen
naar een leven als broers en zusters van elkaar.
Wij bidden u
zegen dit samenzijn,
zegen deze maaltijd
Onze Vader
Vredeswens
Uittochtlied
Alsof de richting ons werd ingeschapen
gaan wij, de onbegonnen lange weg.
Een harde dienst is van ons afgenomen.
Vrijheid van spreken is ons aangezegd.
Alsof de richting ons werd ingeschapen
gaan wij, de onbegonnen lange weg.
Een harde dienst is van ons afgenomen.
Vrijheid van spreken is ons aangezegd.
Sprekend alleen zullen wij op Hem lijken
die sprak: Het worde licht, Ik zal er zijn.
Nog eeuwen en wij zullen woorden vinden,
nieuwe zonsopgang boven de woestijn.
Er zal een land zijn, uit de zee gespaard.
Er zullen mensen zijn, uit ons geboren.
De grond zal nog de grond zijn, het gezaaide
zal sterven en ontbloeien. Het wordt zomer.
En het wordt winter. En de afgrond daalt
over de aarde, diepe zee van eeuwen
waarin wij weg zijn.
En weer zullen slaven,
uit ons geboren, om bevrijding schreeuwen.
En weer zullen slaven,
uit ons geboren, om bevrijding schreeuwen.
En weer zullen slaven,
uit ons geboren, om bevrijding schreeuwen.

