VIERING : GRIJS & WIJS ELKAAR TOT ZEGEN ZIJN…

Dominicus Gent

Viering van zondag 13 september 2026

Wijs en grijs elkaar tot zegen zijn…

 

Goedemorgen, u hier in de kerk en u die via digitale weg meeviert. Welkom!

Deze en volgende week exploreren we in de viering het thema ‘Wijs en grijs elkaar tot zegen’. Dat was hier in februari al ‘ns goed voor een gespreksnamiddag…

De meesten van ons hebben ‘Abraham of Sara al gezien’, zijn 50 jaar of ouder. Ik ben met mijn 58 nog bij de jonkies van de gemeenschap.

Het is Open Monumentendag vandaag: anders dan in Frankrijk waar sterren met al wat méér kilometers op de teller worden geëerd als monumenten (Aznavour was hoogbejaard, Mireille Mathieu is dat ook, Brigitte Bardot was dat), is het met onze monumentenzorg (en dan bedoel ik dus monumenten van mensen) veel minder gesteld, ook al zingen we met Bobbejaan Schoepen sedert 1959: “Ik heb eerbied voor jouw grijze haren”. Die titel heeft trouwens een Bijbelse grondslag want lezen we bij Leviticus niet: Voor het grijze haar zult gij opstaan en aan de oude zult gij eer bewijzen (en voor uw God zult gij vrezen).

Hoe zit dat verder in de Bijbel?

De kleur grijs komt maar in 1 context in de Bijbel voor: bij de senior wiens haar grijs is geworden. Ik wist dat niet. En dat het allemaal mannen zijn? Het zou natuurlijk kunnen dat vrouwen hun haar toen ook al verfden? Grijsaard wordt in onze taal ook énkel voor mannen gebruikt. Een woord als grijsaardinnen kennen wij eigenlijk niet en het klinkt ook niet vriendelijk, vind ik. In elk geval spreekt de Bijbel positief en met respect over het grijze haar.

We gingen met het thema aan de slag en onze collega’s deden hetzelfde voor de viering van volgende week. We hopen dat we u kunnen enthousiasmeren voor een aantal van de ’50 tinten grijs en wijs’..?

Bij aanvang van de viering willen we het licht van de paaskaars ontsteken.

We zijn open en ontvankelijk voor het woord van de Eeuwige.
We voegen onze stemmen bij de stem van de Ene en zingen:

Lied : Gij wacht op ons

Gij wacht op ons totdat wij opengaan voor U.
Wij wachten op uw woord dat ons ontvankelijk maakt.
Stem ons af op uw stem, stem ons af op uw stem,
op uw stilte.

T. Huub Oosterhuis – M. Bernard Huijbers

 

 

 

Lezing Genesis 18, 1-10a: De gastvrijheid van Abraham

Op een dag kwam de Heer weer bij Abraham. Dat gebeurde bij de eiken van Mamre. Abraham zat in de ingang van zijn tent. Het was midden op de dag en het was heel warm. Opeens zag Abraham drie mannen staan. Hij liep vlug de tent uit naar hen toe. Hij maakte een diepe buiging en zei: ‘Kom alstublieft met me mee. U bent mijn gast. Ik zal wat water laten halen, dan kunt u uw voeten wassen. En rust hier maar uit onder de boom. Het is goed dat u hier langsgekomen bent. Ik zal ook eten voor u halen. Dan krijgt u weer kracht om verder te gaan.’ ‘Goed,’ zeiden de mannen, ‘doet u dat maar.’ Abraham ging vlug de tent in. Hij zei tegen Sara: ‘Pak snel een zak fijn meel, maak deeg en bak brood.’ Daarna liep hij vlug naar zijn dieren en hij zocht een mooi kalf uit. Hij zei tegen een knecht: ‘Maak een lekker stuk vlees klaar van dit kalf.’ De knecht ging snel aan het werk. Toen het eten klaar was, haalde Abraham ook nog boter en melk. Hij bracht alles naar zijn gasten. Zij gingen eten en Abraham bleef bij hen onder de boom staan. Toen vroegen de mannen: ‘Waar is uw vrouw Sara?’ ‘In de tent,’ zei Abraham. Eén van de mannen was de Heer.
Hij zei: ‘Over een jaar kom ik terug. Dan zal Sara een zoon hebben.’ Sara stond vlakbij te luisteren, bij de ingang van de tent. Abraham en Sara waren allebei al heel oud. Sara werd allang niet meer ongesteld. Ze begon in zichzelf te lachen. Want ze dacht: Hoe kan ik nog zwanger worden? Daar ben ik veel te oud voor!
En mijn man is ook al heel oud! Maar de Heer zei tegen Abraham: ‘Waarom lacht Sara? Waarom denkt ze dat ze te oud is om een kind te krijgen? Voor mij is toch niets te moeilijk! Over een jaar kom ik terug en dan heeft Sara een zoon.’

 

1

Het prachtige en krachtige verhaal inspireerde tot dat bekende icoon van Roublev ‘De gastvriendelijkheid van Abraham’, waar de 3 mannen als engelen werden neergezet. Ik moest daaraan denken maar het zal u ook niet verwonderen dat ik bij dit thema ook aan Oosterhuis heb gedacht…

Het speelt zich allemaal af in de omgeving van Mamre, en dat betekent ‘levenskracht’, de standplaats waar Abraham en Sara de meeste jaren hebben doorgebracht tijdens hun voorlopig verblijf als zwervende gelukszoekers in Kanaän.

Abraham en Sara zijn als vreemdelingen het land Kanaän binnengetrokken. Zij mochten er te gast zijn, min of meer geduld door de autochtone bewoners. Ze hadden er recht op een ‘tijdelijk verblijf’, maar kregen er letterlijk en figuurlijk nauwelijks voet aan de grond. De plek waar zij woonden, werd nooit hun eigendom.
Dat is typisch bijbels: voor JHWH-Adonaï, de God van Israël, is de aarde voor niemand te koop. Ze blijft een goddelijk geschenk, waarover je maar tijdelijk kan beschikken, zodat in principe iedereen en niet alleen de toevallige ‘bezitter’ van het land er in vrijheid en vrede kan leven. Gods volk kreeg er later het recht op wonen, de kans om welzijn en welvaart op te bouwen, maar ook de plicht om een verbond van vrede te sluiten met de buren binnen en buiten Kanäan, de opdracht om als gastland zelf altijd voor vreemdelingen gastvrij te zijn.

In de theologie van Oosterhuis staat Genesis 18 niet minder dan centraal als het ultieme fundamentele verhaal over gastvrijheid, gerechtigheid en menselijke verantwoordelijkheid. Ga daar maar ‘ns aan staan…

Voor Oosterhuis is de buiging van Abraham voor de drie onbekende mannen hét Bijbelse prototype van hoe de mens met de medemens moet omgaan. Abraham vraagt niet naar hun identiteitspapieren, werkvergunning of afkomst; hij snelt hen tegemoet en biedt hen het beste wat hij heeft.

De dichter-theoloog verbindt deze passage rechtstreeks met zijn maatschappijvisie. In zijn essay ‘Een huis waar alles woont’ maar ook in zoveel andere publicaties schrijft hij dat Gen. 18 ons oproept tot het creëren van een netwerk van opvanghuizen en communauteiten. Plekken, adressen.

Ik heb het letterlijke citaat opgezocht: ‘Ik zou graag een keten van huizen zien ontstaan – en aangrenzend: opvanghuizen voor asielzoekers, gastverblijven, kloosters van de eenentwintigste eeuw, communauteiten waar ook ongewone, onmogelijke mensen kunnen wonen; samen met gewone, voor het snelle leven van de komende eeuw iets meer toegeruste mensen. Zou graag een netwerk van huizen zien ontstaan waar het grote ‘land-wij-mensen-alles-voor-allen’-verhaal wordt gelezen, gespeld, gezongen, ondervraagd, uitgelegd, betwijfeld, aangevochten, bepleit, en weer gezongen alsof het leven ervan afhangt.’ Hij is die droom altijd blijven uitleggen, tot op het einde van zijn leven.

Helemaal in de lijn van de joodse exegese benadrukt Oosterhuis dat God zich niet openbaart in abstracte dogma’s maar in de gedaante van de kwetsbare vreemdeling. Wie de vreemdeling ontvangt, ontvangt het goddelijke.

De drie mannen beloven dat de hoogbejaarde Sara binnen een jaar een zoon zal baren, waarop Sara in de tent stiekem lacht om de biologische onmogelijkheid daarvan.

In de uitleg van Leerhuis & Liturgie staat deze lach symbool voor de menselijke scepsis wanner een utopie of een betere wereld wordt aangekondigd.
Gods antwoord (“Is voor de Ene iets te wonderlijk?”) is voor Oosterhuis de motor achter alle bijbelse hoop: tegen alle menselijke logica en dorheid in kan er nieuw, rechtvaardig leven geboren worden.

Tien schriftverzen zijn voor de verteller van Genesis voldoende om het geheim van de gastvrijheid te duiden. Ontvankelijkheid houdt veel beloften in! Het decor van Abrahams leven is ineens grandioos uitvergroot, ver buiten alle proporties van het gangbare of van de menselijke berekening. God mag weten wat de aartsvader straks in huis gaat krijgen.
In elk geval, de toekomst staat voor de deur en klopt.
Sara moet er echt om lachen, en die lach zal tot in de naam van het eerste messiaanse kind weerklinken: ‘Yitzhak’ (‘Isaak’), ‘God heeft ons reden tot lachen gegeven!’

Dezelfde Geest waait even verder in de Bijbel in het Boek van de Uittocht (Exodus). We moeten die verhalen blijven vertellen want “als we het Leerhuis loslaten, gaat de liturgie aan het galmen” (HO).
In Kortrijk namen we de voorbije weken afscheid van de populaire studentenpastor John Dekimpe. Er valt over John veel goeds te vertellen maar op 1 punt kwamen hij en ik niet overeen: John wilde niet dat er oudtestamentische teksten aan bod kwamen in de vieringen…

 

We zingen een tekst van Guido door Mark Joly op muziek gezet: “En ik blijf je dragen tot je oud en grijs bent”.

Lied : En ik blijf je dragen

En ik blijf je dragen
tot je oud en grijs bent
zo was en zal het zijn
ik neem je op mijn schouders
ik leid je van de afgrond
mijn eerstgeborene
kostbare mens van mij.

T: Guido Vanhercke (Jesaja 46) M: Mark Joly

 

2

Grijs en wijs tot zegen zijn. Mijn hart springt een beetje op als ik dat lees. Als we op een wijze manier oudere mens zijn is er zegen voor de wereld. Ik probeer er wat over te mijmeren hoe dat kan mogelijk worden.

Wie is oud en wat is wijs en wat is zegen?

Toen ik werkte als ouderenbeleidsmedewerker was de leeftijd vanaf 55 jaar onze doelgroep. Rekening houdend dat mensen meer dan honderd kunnen worden omspant deze periode bijna 50 jaar. Een oudere van begin 70 is niet hetzelfde als iemand van 90. Bovendien heeft elke mens haar eigen context en levensverhaal en dit is even verschillend als de sterren aan de hemel (om in de taal van de Bijbel te blijven).

Er zijn een aantal uitdagingen die vanaf oudere leeftijd méér op ons af komen: verlies van fysieke en mentale mogelijkheden, minder energie, verlies van status, materiële mogelijkheden, en vooral: van mensen om je heen. Dit betekent dat we ons hiermee moeten uiteenzetten. En daar zitten mogelijkheden tot wijsheid en zegen. Ouder worden nodigt uit om stil te staan en te reflecteren over ons leven. Te verlangzamen, aandacht te mogen geven aan wat zich binnen en buiten ons afspeelt. Ik las ergens: als oudere kom je in een proces van composteren van wat er in je leven aan mooie en moeilijke zaken gebeurd zijn en daarvan kan je gouden draden van wijsheid spinnen en een diepere spirituele weg gaan. Dat is een prachtige metafoor die mij enthousiast maakt. En ze sluit aan bij de levenslooptheorie van het echtpaar Erik en Joan Erikson.

Erikson was een Duitse psycholoog, hij schreef in de jaren 50 van de vorige eeuw een boek over de taken die horen bij elke leeftijd. Hij onderscheidt 8 levensfasen: zuigelingen, peuterleeftijd, kleuterleeftijd, basisschooltijd, adolescentie, volwassenheid, middenleeftijd en ouderdom. Zo zijn er ook 8 taken:
vb. bij de zuigeling: vertrouwen opbouwen. Als dat niet lukt omdat de opvoedingssituatie niet gunstig is, zal dat vertrouwen eerder wantrouwen zijn. Ouders zijn daar de belangrijkste personen. De levenssterkte die opgebouwd wordt is hoop.
Bij de oudere mens is de levenstaak: integreren van de voorbije levensperiode. Dat geeft wijsheid. Als dit niet goed lukt is er wanhoop. Ik denk hierbij aan de grote hoeveelheid antidepressiva en angstmedicatie die door heel wat oudere mensen genomen wordt.

De manier waarop we de huidige levensfase hebben ingevuld leert ons veel over de sterkten en zwakten die tijdens onze totale levensloop ons gedrag hebben beïnvloed. Daaruit kunnen we lessen trekken die ons helpen om met zoveel mogelijk sterkten onze laatste levensfase te beleven en niet te ondergaan.
Joan Erikson werd 92 jaar en ze voegde er een negende ontwikkelingsfase aan toe waarin de taak bestaat te oefenen om tot aanvaarding te komen. Als dit niet lukt is er misnoegdheid. De spanning in elk leven tussen aanvaarding en misnoegdheid noemt ze: gerotranscendentie. Gerotranscendentie wordt omschreven als een verandering in metaperspectief bij het ouder worden, van een materialistische en pragmatische naar een meer kosmische en transcendente levens- en wereldvisie, die gewoonlijk samengaat met een toename in welbevinden. Dit slaat op aanvaarding, berusting en dankbaarheid dat men oud kan zijn. Het is de tegenpool van verbittering en klachten over de lastige leeftijd.

Tegelijk kan bij mensen tot op hoge leeftijd een nieuwe impuls groeien waar ze nog helemaal voor willen gaan. Ik denk aan Toyo Shibata die op 92 jaar begon gedichten te schrijven en publiceerde, nadat ze moest stoppen met klassieke Japanse dans omwille van rugklachten. Ik denk aan Dirks vader die op zijn 80ste een boek schreef met als titel: ‘Voor ik het vergeet’. Hij kon als jongere niet studeren omwille van dyslexie, moest al snel gaan werken maar had een grote liefde voor verhalen en taal. Ik denk aan de Grootouders voor het Klimaat die elke week in Brussel rondrijden met een kinderwagen en mensen aanspreken op de noodzaak van politieke actie om onze klimaatuitstoot te beperken voor de generaties die na ons komen.

Ik ga nog eens terug naar Abraham en Sara. Ze zijn oud al is de leeftijd die in de Bijbel wordt vernoemd eerder symbolisch. Ze hebben de opdracht van Jahwe gevolgd, hebben alles verlaten en zijn naar het land gegaan dat Jahwe hun aangaf. Zij hebben een leven opgebouwd vanuit de belofte die hen gegeven was ook al is die belofte niet zo uitgekomen als ze gehoopt hadden: Sara heeft geen kind van zichzelf maar er is wel Ismaël, het kind van haar slavin en Abraham. Ze hebben hun dromen wellicht bijgesteld en zijn op een punt gekomen van aanvaarding hoe hun leven gegaan is.
Op dat moment komt Jahwe terug in hun leven en geeft alsnog een nieuwe opdracht en ook vervulling van de belofte: Sara zal een kind baren.
Op een gevorderde leeftijd zullen zij nog een zoon grootbrengen. Dat is een geschenk maar ook een opdracht: we kennen de onstuimige energie van kinderen die ons als oudere mens heel moe kan maken, ondanks de grote vervulling en liefde die we voor hen hebben.
We weten dat na deze opdracht nog een zware opdracht komt: dit kind, de vervulling van Gods belofte, offeren en opnieuw loslaten. Abraham vervult deze onbegrijpelijke opdracht die op het laatste nippertje gekeerd wordt.
Voor mezelf hoop ik op de genade van aanvaarding en een diep vertrouwen in God. Vertrouwen dat het goed komt. Dankbaarheid oefenen en op die manier een zegen zijn voor de mensen rondom. Dat wens ik ons allemaal toe. Langs weg en omweg…

Lied van weg en omweg 

Die mij getrokken uit de schoot
mij mens genoemd hebt en geëigend
mijn ogen wende aan het licht
mijn voeten zette dat ik stond
mij hebt doen weten dat ik gaan kon
dat ik zou komen waar Gij zijt
die als ik neerzit aan de kant
van weg en omweg, moe en dorstig,
mij overschaduwt met uw Naam
die toen ik neerlag in het stof
mij hebt omgeven met uw duister
dat geen gedierte mij verslond
die ongezien mij trekt tot U
U zal ik ongezien vertrouwen –
laat mij niet over aan mijzelf.
die ongezien mij trekt tot U
U zal ik ongezien vertrouwen –
laat mij niet over aan mijzelf.

T: Huub Oosterhuis M: Antoine Oomen

 

Uitnodiging tot stilte, gebed of inbreng

Na elke inbreng: Lied : Dan nog

Dan nog, dan nog
klamp ik mij, klamp ik mij
vast aan jou, of je wil of niet

Op ongenade of genade
ik zal red mij red mij roepen
of zoiets als heb mij lief.

T: Huub Oosterhuis M: Bernard Huijbers

 

Uitnodiging aan tafel

We zijn uitgenodigd aan tafel. We koesteren de gastvrijheid die we zelf elke dag oefenen. We vertrouwen dat deze gebaren doorgedragen worden.

We steken de kaarsjes aan voor hen die ons voorgingen en er niet meer zijn. En we steken het solidariteitskaarsje aan met allen die deze gebaren ergens op de wereld stellen.

Tafelgebed  

Gezegend de onzienlijke
gezegend de verborgene
gezegend de levende
dag liefde die dorstig maakt
licht dat ziende maakt.

Gezegend mensen die goed zijn
de hand die niet slaat
de mond die niet verraadt
de vriend die zijn vriend niet verloochent.

Gezegend zij de vrouw voor de man
en de man voor de vrouw
en oud voor jong en sterk voor zwak.

Gezegend is de nieuwe mens voorbij de dood
die in ons zucht en kreunt,
die in ons leeft Jezus Messias.

Die zich gegeven heeft,
zich nemen laat,
die wordt gebroken,
uitgedeeld van hand tot hand,
als brood gegeten.

Gezegend wie, door angst gelouterd,
aan de dood voorbij,
leven in licht, opnieuw geboren.

Gezegend de onzienlijke
gezegend de verborgene
gezegend de levende
dag liefde die dorstig maakt
licht dat ziende maakt.

T. Huub Oosterhuis / M. Bernard Huijbers

 

Onze Vader

Vredeswens

Communie – piano

Slot

Je kan veel kwijtraken onderweg.
Je wilde haren.
Grote zekerheden.
Illusies en verwachtingen.
En zelfs het pantser
waarvan je dacht
dat het je voor kwetsuren
zou behoeden.
Niemand wordt wijs
zonder de leerschool
van verliezen.

Maar wat er ook gebeurt
bewaar
wat in de diepste lagen van jezelf
als bronader verborgen ligt:
de stille kracht van
vertrouwen.

Naar Kris Gelaude

Lied : Zegening

Bevelen wij elkaar in de hoede van de Eeuwige;
Zegene ons de grote NAAM:
Met vrede gegroet en gezegend met licht!
Met vrede gegroet en gezegend met licht!
Voor wie zoeken in de stilte
naar een vuur voor hart en handen:
Met vrede gegroet en gezegend met licht!
Voor wie zingen op Gods Adem
van de hoop die niet zal doven:
Met vrede gegroet en gezegend met licht!
Voor wie roepen om vrede,
van gerechtigheid dromen:
Met vrede gegroet en gezegend met licht!
Voor wie wachten in vertrouwen
dat de liefde zal blijven:
Met vrede gegroet en gezegend met licht!
Het licht van Gods ogen gaat over u op!
De zon van zijn vrede, als een nieuwe dag!
Met vrede gegroet en gezegend met licht!
Met vrede gegroet en gezegend met licht!
Met vrede gegroet en gezegend met licht!

T: Sytze de Vries M: Willem Vogel