VIERING : OPRUIMEN…

Dominicus Gent

Viering van zondag 23 augustus 2026 

Opruimen…

 

Een paar maanden geleden is mijn schoonvader overleden. Mijn vrouw Lieve en ik hebben de voorbije weken nogal wat tijd doorgebracht in het huis waar mijn schoonouders méér dan 50 jaar gewoond hebben, en waar Lieve haar jeugd heeft doorgebracht. Een huis vol voorwerpen en herinneringen, dat nu moet leeggemaakt worden.

Ik vermoed dat nogal wat onder jullie ook ooit voor zo’n situatie gestaan hebben. Je vindt daar nogal wat. Dingen waarbij je je afvraagt: Waarom hebben ze dat bewaard? En dingen die inderdaad leuk of mooi of nuttig of interessant lijken. Dingen waarvan je onmiddellijk zegt: Dat is voor het containerpark. En andere misschien voor een Kringwinkel of voor Toontje of voor Oxfam. Of voor een vriend of familielid waarvan je denkt dat die dat leuk zal vinden. En dingen die je zelf wel wil houden. En dat gaat allemaal door uw handen.

Het werkwoord dat we daarvoor gebruiken, is “opruimen”. Nu: degenen onder jullie die puberkinderen hebben of gehad hebben, zullen weten dat “opruimen” zeer vele verschillende betekenissen kan hebben. Ook het moment en de bedoeling van dat opruimen, kan nogal uiteenlopen. Het gewone dagelijkse “een beetje orde houden”, het opruimen dat blijkbaar moet gebeuren voordat de poetshulp komt, het opruimen als je bezoek verwacht waarop je een goede indruk wil maken, noem maar op. Met dat opruimen schep je een beetje een nieuwe wereld, een wereld die iets méér gelijkt op hoe je hem zou wensen. En meteen schep je misschien ook een beetje jezelf, geef je vorm aan een identiteit met dingen die passen en niet passen.

In het eerste scheppingsverhaal in Genesis staat dat, toen God hemel en aarde schiep, alles eerst “tohu wa bohu” was. Tohubohu betekent in het Frans nog altijd: rommel, wanorde, chaos. En de rest van het scheppingsverhaal gaat dan over hoe God orde schiep uit die chaos: hoe hij een onderscheid maakte en alle een plaats gaf: aan licht en duisternis, aan land en zee, aan planten en dieren en mensen. En toen God klaar was met opruimen, rustte hij. Want opruimen kost energie: dat is de Tweede hoofdwet van de Thermodynamica. De ingenieurs onder jullie zullen dat herkennen…

We willen het dus vandaag hebben over “opruimen”. Het individuele opruimen, over orde scheppen rondom je en in je leven. En ook het collectieve opruimen, over hoe gemeenschappen groeien door dingen een plaats te geven.

Het eerste dat God schiep bij het begin van zijn opruimactie, was licht. Dat heb je nodig. Om te kunnen zien en inschatten en oordelen. Het licht waar wij ons willen onder plaatsen, is dat van de Paaskaars…

En we zingen deze viering open met een lied dat ruikt naar Schepping.

 

Lied: Van grond en vuur

Van grond en vuur zult Gij ons maken,

hoog op rotsen, aan levend water,

van geur en smaak, van licht en stem,

uw evenbeeld.

Volk dat in duisternis gaat,

mensen met stomheid geslagen,

het zal geschieden, zegt Hij,

dat zij weer glanzen als nieuw.

Van licht en stem zult Gij ons

maken, uw evenbeeld.

Niet meer beklemd en verdeeld,

niet meer in woorden gevangen,

één en gekend en bevrijd

eindelijk mens zal ik zijn.

Van licht en stem zult Gij ons

maken, uw evenbeeld.

Daar staat de stoel van het recht,

daar zal staan de tafel der armen,

dan is de dag van het lam,

zie, Ik kom haastig, zegt Hij.

Van grond en vuur zult Gij ons maken,

hoog op rotsen, aan levend water,

van geur en smaak, van licht en stem,

uw evenbeeld.      T: Huub Oosterhuis   M: Antoine Oomen

 

 1

Persoonlijk opruimen…

Bij opruimen denk ik spontaan aan orde scheppen en wegdoen wat je niet meer nodig heb en zo ruimte scheppen. Dat kan op zowel op het materiële of op het mentaal vlak van toepassing zijn.
Op materieel vlak helpt orde scheppen om het leven voor jezelf en voor anderen leefbaar te maken: Alles op zijn plaats maakt dat je niet urenlang moet zoeken waar je nu weer je GSM of je sleutels gelegd hebt. Of of je de chocopot niet in de diepvries moet gaan zoeken. Het voorkomt irritatie of een slecht humeur bij jezelf en je huisgenoten. Dat opzichzelf is al een daad van eigen – en naastenliefde..
Het is natuurlijk voor velen niet zo evident om dat consequent aan te houden: je raakt verstrooid, er vraagt iemand iets, je krijgt een telefoon en voor je het weet ben je vergeten waar dat boodschappenlijstje of je agenda nu weer ligt.
En wegdoen wat je niet meer gebruikt stoot bij sommigen op emotionele barrières: zoals Martin al vertelde.  Terwijl ik hoor van mensen die, omwille van een verhuis, blij zijn, zich letterlijk bevrijd voelen omdat ze zoveel moesten wegdoen. Er komt niet alleen plaats in hun huis, maar ook in hun hoofd.

Nog moeilijker, maar voor mij belangrijker is emotioneel orde scheppen. En dat wat je verhindert om te doen wat je graag wil verwezenlijken, kwijt te geraken.
Inzicht krijgen in je eigen functioneren, en leren zien wat je irriteert, waar je blokkeert, waarom je er maar niet toe komt om in gang te schieten, en waarom een bepaald iemand op je zenuwen werkt, helpt om met een opener geest en instelling naar anderen te luisteren, om met hen samen te leven.
De ander zien zoals je jezelf graag ziet , zoals Jezus opriep, is een verdomd moeilijke opdracht. Het is levenslang bijsturen, maar het is meer dan de moeite waard.

Ook op gelovig vlak heb ik opgeruimd .
Als kind was wat er ons geleerd werd te geloven evident: God zat boven in de hemel (toen gewoon nog ergens wat verder dan ons zonnestelsel), te kijken naar wat mensen zoals uitspookten. Hij had op zeven dagen de wereld en omstreken op orde gezet en ons als de sublieme top aangesteld om daarover te heersen. Hij zag ons graag, maar bij fouten maken werd er gestraft. Adam en Eva waren de eerst mensen, en door hun fout zaten we nu met de erfzonde.
De goeden werden beloond, de slechte gestraft, en als je het niet kon uitleggen wat er verkeerd gelopen was (oorlog, onrechtvaardige situaties) was het dat God daar een bedoeling mee had.

Naarmate ik ouder werd kon ik met dit godsbeeld niet veel aanvangen. Het klopte gewoon niet. Dank zij het KUC leerde ik dat ik best kritisch mocht kijken naar die voorstellingen en verhalen. 

De verhalen, beelden , waren gegroeid vanuit vragen die we ons nog steeds stellen als mens: hoe komen we hier? Wat is de zin van mijn, van ons bestaan? Is er iets dat groter is dan wijzelf? En waar vinden we daar sporen van in ons leven en dat van anderen.? Uit die vragen en met wat mensen toen wisten zijn er verhalen, beelden ontstaan in zeer verschillende culturen en gemeenschappen. Die mag je niet letterlijk nemen, ze zijn een poging om iets essentieels, iets belangrijks, te vertellen.

Ook Jezus wees de dingen af die in zijn geloof soms regelrecht kwamen te staan van de oorspronkelijke oproep: verwezenlijk mijn naam: Ik zal er zijn/ Bemin je naaste zoals jezelf. Hij liet los wat hem verhinderde om menswaardig te handelen (denk aan genezingen op de sabbat, vrouwen, kinderen, vreemdelingen).

En die kern opzoeken ervaar ik als onze taak: in gesprekken , door te lezen, door ervaringen ,proberen te achterhalen wat die verhalen toen wilden vertellen , en wat we er vandaag van kunnen herkennen, wat er vandaag uit kunnen leren.
Waarin voel ik me verbonden met anderen en met de Ander? Welke manier van leven doet recht aan mensen? 

Beelden maken is soms onvermijdelijk, maar bewust blijven dat die beelden maar pogingen zijn om iets te beschrijven is belangrijk. Denk maar aan alle beelden die de liefde proberen te beschrijven. Geen van allen kan in woorden vatten wat je ervaart. En toch blijven we proberen liefde te verwoorden, in liederen, poëzie, literatuur, kunst.

Hier elke zondag , samen met anderen, weer tijd nemen om orde te scheppen, om eventueel nieuw licht te werpen op oude verhalen, zodat ze ook voor ons vandaag herkenbaar en menselijk  worden, en om oude beelden los te laten zodat er ruimte komt voor iets nieuws, is iets dat voor mij de groep mensen hier aanwezig op zich overstijgt. Het is een gemeenschap vormen waarin we elkaar tot leven wekken.
Dit vier ik hier elke week, in het voetspoor van Jezus van Nazareth die mij tot voorbeeld en inspiratiebron geworden is.

We zingen het loslaten als kans voor het ontstaan van iets nieuws en waardevoller uit in het lied:

 

Lied : Blijf niet staan

Blijf niet staan bij het verleden.

Klamp je niet krampachtig vast

aan de tijd die is vergleden,

aan het leed dat moest doorleden,

aan het kleed dat niet meer past.

Open je ogen, je oren, je deuren.

Zie er gaat iets nieuws gebeuren,

iets wat iedereen verrast.

Ja, ik ga iets nieuws beginnen,

iets wat diep in de aarde broeit.

Als een bron zal het ontspringen,

om mijn glorie uit te zingen,

in de dag die open bloeit.

Open je hart en je ogen, je oren.

Zie er wordt iets nieuws geboren:

zaad dat sterft en graan dat groeit.

Blijf niet staan bij wat in ’t donker

van de eeuwen is vergaan.

Steden die in puin verzonken,

hele werelden verdronken.

Hier en daar een steen bleef staan.

Open je deuren, je oren, je ogen.

Zie er is iets nieuws ontloken.

Richt je op en neem het aan.

(Oda Swagemakers – M. Lieven Termont)

 

 Lezing: Uit de Handelingen van de Apostelen

Paulus en Barnabas reisden rond in de streken ten Noorden van Israël, om er het nieuws over Jezus te verspreiden. En vele mensen – ook niet-Joden – bekeerden zich.

Enige mensen die van Judea waren gekomen, zeiden aan de bekeerlingen: “Indien ge u niet laat besnijden zoals Mozes gevraagd heeft, kunt ge niet gered worden.” 

Hierover ontstond onenigheid, en men droeg Paulus en Barnabas en enkele andere leden van de gemeente op met deze strijdvraag naar de apostelen en oudsten in Jeruzalem te gaan.

Bij hun aankomst te Jeruzalem werden zij ontvangen door de gemeente, de apostelen en de oudsten, en zij verhaalden alles wat God met hun medewerking tot stand had gebracht.

Maar enige gelovigen, afkomstig uit de partij der Farizeeën, stonden op en verklaarden, dat men de heidense bekeerlingen moest besnijden en hun opleggen de Wet van Mozes te onderhouden.

De apostelen en de oudsten kwamen dus bijeen om deze zaak te bezien. 

Na veel heen en weer gepraat nam Petrus het woord en sprak tot hen:

“Mannen broeders, gij weet dat God reeds lang geleden mij onder u heeft uitgekozen, opdat de heidenen door mijn mond het evangeliewoord zouden horen en het geloof aannemen.

Welnu, God die de harten kent, heeft zich voor hen uitgesproken door hun de heilige Geest mee te delen, juist als aan ons,

en Hij heeft in geen enkel opzicht onderscheid gemaakt tussen ons en hen, maar hun harten door het geloof gereinigd.

Waarom wilt gij God dan nu tarten door de leerlingen een juk op te leggen, dat onze vaderen en wij ook niet altijd hebben kunnen dragen?

Integendeel, juist zoals zij, geloven ook wij door de genade van de Heer Jezus gered te worden.”

Ook Jakobus sloot zich daarbij aan, en zei:

“Voor mij moet men hun die zich uit het heidendom tot God bekeren, geen onnodige lasten opleggen, maar hun wel voorschrijven zich te onthouden van wat door de afgoden besmet is, van ontucht, van wat verstikt is en van bloed.”

En men stuurde enige mannen van aanzien mee met Paulus en Barnabas, om het besluit dat ze genomen hadden, over te brengen aan de broeders in Antiochië.

 

2

In gemeenschap opruimen…

Een tijd geleden hadden we Franse vrienden op bezoek. De vrouw in dat koppel was geboren en opgegroeid op Madagascar, in de tijd dat Frankrijk dat nog als kolonie exploiteerde. En één van de dingen die ze vertelde was dat ze op school, voor de lessen geschiedenis, een handboek hadden met als titel “Nos ancêtres les gaulois”. Onze voorouders, de Galliërs. In Madagascar…

“Onze voorouders, de Galliërs”: voor ons zou dat kunnen. Wij rekenen ons vaak tot de afstammelingen van de Galliërs – en dan nog wel van de allerdappersten onder hen, volgens Caesar. Maar voor Madagascar? Dit voelt vreemd aan. Op zichzelf kan je natuurlijk veel vraagtekens plaatsen bij heel de geschiedenis van kolonisatie. Maar dat de inwoners van Madagascar, voor hun geschiedenis, gelinkt werden aan de oude Galliërs (die, in hun tijd, van het bestaan van Madagascar niet afwisten – laat staan dat ze er zouden geweest zijn): dat komt toch wel zéér geforceerd over. Het toont alvast dat de gekoloniseerde gebieden niet alleen economisch en politiek onderdrukt werden, maar dat ze zelfs geen meester waren van hun eigen geschiedenis en identiteit. En die geschiedenis en identiteit van groepen: dat is blijkbaar belangrijk. Het zal wel geen toeval zijn dat politieke leiders – en in het bijzonder die met wat populistische of absolutistische neigingen – proberen de geschiedenis te herschrijven. Door zaken weg te laten, of ze een andere plaats te geven. Door “op te ruimen”, zou je kunnen zeggen.

Het is een beweging waar vele (misschien zelfs àlle) groepen doorheen moeten. Families die hun familiegeschiedenis uitpluizen – bijvoorbeeld door stamboomonderzoek – en die moeten kiezen welke lijn ze nu juist zullen volgen, en hoe eventuele onverwachte of onofficiële verbanden al dan niet zullen meegerekend worden. Dominicanen die ergens een lijn proberen te trekken tussen waar Dominicus mee begonnen is, in Zuid-Frankrijk begin 13e eeuw, en de veelvormige groeperingen die zich nu bij de dominicaanse traditie rekenen, in Gent en Rome en Lahore en Johannesburg. Met tussendoor inquisiteurs en ketters, boekengeleerden en priester-arbeiders. En je kan gelijkaardige dingen zeggen over verenigingen, over naties en volkeren, noem maar op.

In de wirwar, in die tohu wa bohu van gebeurtenissen een selectie maken, verbanden leggen, dingen een plaats geven – wellicht in een poging om er een coherent geheel van te maken, en je geschiedenis te construeren. En dan kan het wel eens gebeuren dat er gebeurtenissen zedig verzwegen worden, omdat ze niet passen in het beeld dat we willen ophangen. Of dat zaken een symbolische betekenis krijgen die ze op het oorspronkelijke moment niet hadden. Of dat er misschien zelfs zaken uitgevonden of verdraaid worden. Je zou het een “nieuwe orde” kunnen noemen. Maar die term is in de geschiedenis wat besmet geraakt…

Dat “opruimen”: dat gaat over het verleden, maar het gaat meteen ook over de toekomst. Je doet dat – individueel of collectief – wellicht vanuit een vraag of een idee of een angst over waar je naartoe wil. Opruimen is niet alleen iets afronden, niet alleen ergens komaf mee maken: het is ook een basis leggen voor morgen. Er zit ook een scheppende component aan vast.

De jonge kerk stond snel voor een paar belangrijke keuzen. Ze hadden zich met Pinksteren al opengegooid voor een veelheid van talen. En al gauw ging ze ook geografisch uitwaaieren. Zoveel mensen, zoveel achtergronden, zoveel gewoonten en verlangens, zoveel diversiteit: hoe ga je daarmee om? En dan word je gedwongen om keuzes te maken. Dat was voor die jonge kerk niet gemakkelijk: men heeft het zelfs over een ‘strijdvraag’. Er werd overleg gepleegd: eerst in Antiochië, later in Jeruzalem. Er waren heftige discussies. Ze groeiden dan toch naar een beslissing die geformuleerd werd door iemand die zich als charismatisch leider kon opwerpen, iemand die een soort helikoptervisie kon innemen (mocht dat toen al bestaan hebben), iemand die zaken kon relativeren en in een context plaatsen, die ze op hun plaats kan zetten, die kan “opruimen”. Petrus en Jakobus die beslissen wat uit hun verleden ze als dusdanig essentieel zien dat ze het willen meenemen, en wat ze uit die wilde struik van tradities konden “wegknippen” (als we dat woord mogen gebruiken, als het over besnijdenis gaat). Het resultaat is een kerk die zich open stelt, die de tekenen van nieuwe tijden toelaat. In de kleine 2000 jaar die sindsdien zijn verlopen, heeft ze dat soms wèl, maar vaak ook niet kunnen waarmaken. Maar het is een basisintuïtie die niet mag vergeten worden.

Opruimen. In ons eigen huis, in ons eigen leven, in onze gemeenschappen, in onze geschiedenis. Het is een hele opgave.

Mijn schoonvader, wiens huis we aan het opruimen zijn, had veel interesse in geschiedenis. Tussen zijn geschiedenisboeken vonden we een merkwaardig Frans boek. “Nos ancêtres, les gaulois”. Wat doe je met zo’n boek? We hebben het doorgegeven aan die vrouw uit Madagascar…  

 

Lied : Wij gaan de weg

Wij gaan de weg van oude woorden,
van overlevering,
die wij van onze ouders hoorden,
in eigen luisterkring,
verhalen uit geloof geboren
om onze weg te gaan,
en tekens die ons veel beloven,
als wij ze nieuw verstaan.

Wij zijn een schakel van de keten,
verbintenis van hoop,
mensen op zoek naar beter weten,
op rechte levensloop.
Er is geen God aaan onze zijde,
die zegt: zo ga je goed.
Wel één die roept door alle tijden:
zoek verder, het komt goed.

(Jan van Opbergen)

 

Tafelgebed

We gaan aan tafel, de tafel van mensen van goede wil, die hier elke zondag brood en wijn voor onderweg zoeken. Om de weg te gaan van hem die ons tot voorbeeld werd: Jezus van Nazareth.

We doen dat ook samen met hen die met ons verbonden zijn op een of andere manier: zij die meevieren via het scherm, of zij die wereldwijd samenkomen om kracht te vinden om los te laten, op te ruimen en iets nieuws kansen te geven. Voor hen steken we het solidariteitskaarsje aan. We voelen ons verbonden over de dood heen met hen die ons voorgingen, die ons leerden hoe in het leven te staan.

Op die laatste avond nam hij brood en wijn: hij kende zijn leerlingen maar al te goed, en wist dat een simpel gebaar een houvast kon zijn voor onderweg. Dit gebaar willen we hier herhalen, om ons tot teken van verbondenheid en steun te zijn.

 

 
Tafellied   Gij die weet

Gij die weet wat in mensen omgaat

aan hoop en twijfel, drift, plezier, onzekerheid.

Gij die ons denken peilt

en ieder woord naar waarheid schat

en wat onzegbaar is onmiddellijk verstaat.

Gij toetst ons hart

en gij zijt groter dan ons hart.

Op elk van ons houdt Gij uw oog gericht.

En niemand, of hij heeft een naam bij U.

En niemand valt of hij valt in uw handen

en niemand leeft of hij leeft naar U toe.

Maar nooit heeft iemand U gezien.

In dit heelal zijt Gij onhoorbaar.

En diep in de aarde klinkt uw stem niet.

En ook uit de hoogte niet.

En niemand die de dood is ingegaan

keerde ooit terug om ons van U te groeten.

Aan U zijn wij gehecht. Naar U genoemd.

Gij alleen weet wat dat betekent. Wij niet.

Wij gaan de wereld door met dichte ogen.

Maar soms herinneren wij ons een naam,

een oud verhaal dat ons is doorverteld,

over een mens die vol was van uw kracht,

Jezus van Nazareth, een Jodenman.

In hem zou uw genade zijn verschenen,

uw mildheid en uw trouw. In hem zou voorgoed

aan het licht gekomen zijn hoe Gij bestaat:

weerloos en zelveloos, dienaar van mensen.

Hij was zoals wij zouden willen zijn:

een mens van God, een vriend, een licht, een herder,

die niet te eigen bate heeft geleefd

en niet vergeefs, onvruchtbaar is gestorven.

Die in de laatste nacht dat hij nog leefde

het brood gebroken heeft en uitgedeeld

en heeft gezegd: Neemt, eet, dit is mijn lichaam –

zo zult gij doen tot mijn gedachtenis.

Toen nam hij ook de beker en zei:

Dit is het nieuw verbond, dit is mijn bloed,

dat wordt vergoten tot vergeving van uw zonden.

Als je uit deze beker drinkt, denk dan aan mij.

Tot zijn gedachtenis nemen wij daarom

dit brood en breken het voor elkaar,

om goed te weten wat ons te wachten staat

als wij leven hem achterna.

Als Gij hem hebt gered van de dood, God,

als hij, dood en begraven, toch leeft bij U,

red dan ook ons en houd ons in leven,

haal ook ons door de dood heen, nu.

En maak ons nieuw, want waarom hij wel,

en waarom wij niet –wij zijn toch ook mensen.

T: Huub Oosterhuis   M: Bernard Huijbers

Onze Vader

Vredeswens
Vrede begint daar waar we, wat ons hindert om open te staan voor het standpunt van de ander, op te sporen en proberen los te laten. Om zo ruimte te maken voor verstanhouding, verantwoordelijkheid voor het grote geheel, voor stappen naar vredevol samenleven.

Laten we elkaar deze ingesteldheid toewensen. Dat de vrede dan mag komen.

Communie

 

Lied : Boek jij  bent geleefd

Boek jij bent geleefd, zeg ons hoe te leven –

In mijn letters staat geschreven dat alleen de

geest doet leven. Licht en adem is de geest.

Daarom ben ik neergeschreven: dat jij zonder

angst zult leven wat je leest.

Boek jij bent geleefd, zeg ons hoe te leven –

Wou je leven met zovelen hier op aarde,

moet je delen: licht en adem, geld en goed.

Wie maar leeft om meer te krijgen die zal sterven

aan zijn eigen overvloed.

Boek jij bent geleefd, zeg ons hoe te leven –

Mozes heeft de weg gewezen, hoor de woorden

der profeten, licht en adem zal er zijn

Als je mens wordt zoals Jezus: liefde als een

mens aanwezig, wijn van liefde,

brood des levens, zoals hij.

Boek jij bent geleefd, zeg ons hoe te leven –

Niemand weet hoe jij moet leven, nergens staat het

opgeschreven. Liefde tegen liefdespijn,

vriendschap tegen duizend vrezen, zoet dat bitter

kan genezen, mens voor mensen, recht en vrede,

licht en adem, heel veel leven mag je zijn.

Vrouw, waar is je broer? Mens, waar is je zusje?

’t Meeste van een mensenleven wordt het minste

opgeschreven: hoe zij trouw zijn aan elkaar,

lijden, sterven, liefde leren zouden wij dat

ook proberen, werd het waar.

 

(Tekst: Huub Oosterhuis  Muziek: Antoine Oomen)