VIERING : ENGAGEMENT IN DE TINTEN…

Dominicus Gent

Viering van zondag 6 september 2026

Engagementsviering – De Tinten

 

Van harte welkom, allen hier aanwezig en welkom aan de mensen die met ons meevieren via streaming.

Vorige week in de zondagsviering zongen we een paar keer het keervers ‘Het woord dat ik u geef is niet te zwaar, is niet te hoog, jij kunt het volbrengen’. Vandaag willen we dat woord handen en voeten geven in een engagementsviering. Zo af en toe, reeds vele jaren, vieren we rond het engagement, de inzet, de betrokkenheid van mensen uit de gemeenschap of van buiten. Met ons hoofd in de wolken en onze voeten op de grond: geraakt door wat groter is dan ons hart en doen waartoe we geroepen worden.

We stellen ons hiervoor onder het licht van de Paaskaars, Licht dat ons uitnodigt en tot gemeenschap roept.

Wij zoeken U
Wij zoeken U als wij samenkomen,
hopen dat Gij aanwezig zijn,
hopen dat het er eens zal
van komen:
mensen in vrede vandaag en altijd.

Wij horen U in oude woorden,
Hopen dat wij Uw stem verstaan,
hopen dat zij gaan verwoorden
waarheid en leven,
de bron van bestaan.

Wij breken brood en delen het samen,
hopen dat het wonder geschiedt,
hopen dat wij op hem gaan gelijken
die ons dit teken als spijs achterliet.

Wij vragen U om behoud en zegen,
hopen dat Gij ons bidden hoort,
hopen dat Gij ons adem zult geven:
geestkracht die mensen
tot vrede bekoort.

T. Henk Jongerius – M. Mark Joly

 

Getuigenis

Ik ben bijna 3 jaar oud als de 2de wereldoorlog uitbreekt. Wij wonen in Borgerhout met vier kinderen. Vader is officier in het leger en wordt bij de capitulatie in mei ’40 gevangen genomen door de Duitsers en afgevoerd naar Prezlau, tegen de Poolse grens. Hij zal daar vijf jaar in hechtenis blijven. Mama is 34 jaar en moet voortaan al de zorg en beslissingen alleen nemen. De Duitsers naderen Antwerpen, er is chaos en paniek. Mama beslist naar Frankrijk te vluchten. Via Doornik komen we in Adinkerke waar we de vluchtelingentrein nemen richting Bordeaux. De reis duurt tien dagen. In het station van Bordeaux mogen we de trein niet verlaten, de gendarmes op het perron roepen: ‘Jullie moeten terug naar uw land, er zijn hier te veel refugiés!’ … Een bekend verhaal tot op vandaag …

Tien jaar geleden belde ik aan bij de Tinten met de vraag of ik als vrijwilliger kon helpen. Ik werd met open armen ontvangen. De Tinten is een vrijwilligersorganisatie met als doel daklozen, vluchtelingen en mensen zonder papieren te steunen op materieel, moreel en administratief vlak, en dit met respect voor ieders ideologische of godsdienstige overtuiging. De Tinten zijn nu gevestigd in het Lousbergparkje, een oud gebouw van het OCMW. Er is een sociale dienst die samenwerkt met verschillende “kras” diensten en Fedasil, voedselbedeling iedere vrijdag en medische consultatie twee maal per week. Preventieve tandzorg, lessen Nederlands. En er is ook een rijke bibliotheek met duizenden boeken en cd’s die te koop zijn en die zorgen voor een belangrijk inkomen noodzakelijk om al deze gratis diensten te helpen functioneren. Ik doe daar nu sedert tien jaar wekelijks consultatie en af en toe een huisbezoek. Ik kende de wereld van psychisch en fysiek lijden door mijn 45 jaar praktijk als huisarts. Een andere wereld gaat voor mij open: een wereld van armoede, hopeloosheid, onrechtvaardigheid, verlatenheid en ontheemding. In deze wereld is het nu vooral luisteren naar de talloze steeds pakkende verhalen, goede medische zorg bieden met gratis medicatie zo nodig, proberen op te volgen met de hulp van onze straatverpleegster. De communicatie is niet altijd simpel: gebroken Engels, Google Translate en toevallige tolken en vooral de lichaamstaal die boekdelen spreekt. De meeste klachten zijn huid- en tandinfecties, spier- en gewrichtsaandoeningen, maag-darmproblemen, chronische longaandoeningen en bij bijna alle patiënten stress, angst, depressie, moedeloosheid en soms wanhoop.

De redenen van mijn engagement
Als je 45 jaar huisarts geweest bent, veel geluisterd hebt naar het levensverhaal van je patiënten, en zo goed mogelijk hebt trachten te helpen; ja, dan blijf je huisarts, ook na je pensioen. Ik kan nu ook veel meer tijd besteden aan de medemensen die de meeste hulp nodig hebben.

Voor mijn kinderen en kleinkinderen toon ik liever met daden dan met woorden wat voor mij sociaal engagement betekent.

God blijven zoeken en soms ontdekken in het gelaat van de andere.

Ten slotte wilde ik ook iets doen ter ere van mijn moeder, die vijf jaar lang alleen, met vier kleine kinderen, de oorlog moest doorstaan.

Waar haal ik inspiratie en steun?
Eerst en vooral in deze Dominicus-gemeenschap, waar we sedert zoveel jaren de vieringen volgen; waar de hedendaagse maatschappelijke problemen getoetst worden aan de evangelische waarden. Hoe kunnen wij deze toepassen in de wereld van vandaag. De steun van jullie allen in deze Dominicus-gemeenschap is voor mijn engagement van grote waarde.

Sommige mensen zeggen: de Tinten, dat is goed maar eigenlijk maar een druppel op een hete plaat . “Juist” zeg ik dan maar diegene die deze druppel op zijn droge tong krijgt is even heel gelukkig. In de Pest van Camus draait alles om mensen die ondanks de uitzichtloosheid van hun situatie blijven handelen uit elementaire solidariteit. De huisarts van het stadje en zijn vrienden bestrijden de epidemie niet omdat ze geloven dat ze deze kunnen stoppen, maar omdat het simpelweg het juiste is om te doen.

Tot slot: De dankbaarheid van de patiënten is een geschenk dat je er zomaar bij krijgt. Meest van al ben ik getroffen door de manier waarop moslims die een groot deel van onze patiënten uitmaken hun dank uitdrukken …
Met de rechterhand op hun hart en een brede glimlach, en soms met de woorden :

El hamdo Lèh Lah
God zij dank
Allah zij met u
Als God of Allah het wil
El hamdo Lè Lah

En voor jullie allen, hier in Dominicus, wens ik ook El hamdo Lè Lah

Jacques Coupez 27 augustus 2026
info@detinten.be – www.detinten.be

 

LIED

Gij die het sprakeloze bidden hoort
achter de woorden die wij tot U roepen.
Gij die de mensen ziet zoals geen mens.
Gij die uw woord in ons hebt neergelegd
in den beginne als een bron van weten
Gij die ons hebt geschapen naar U toe.
Wek onze kracht, vuur onze hartstocht aan,
heradem ons dat wij in U volharden.
Doe lichten over ons uw lieve Naam

H. Oosterhuis

 

Bijbelfragment

JHWH sprak:
Gezien hebt ik, gezien de vernedering
van mijn volk dat in Egypte is,
en gehoord heb ik hun luid schreeuwen voor hun drijvers
en ik weet hun lijden.
Afgedaald ben ik
om mijn volk te redden uit de hand van Egypte.
Ik zal het opwaarts voeren uit dit land naar een goed wijd land,
naar een land dat overvloeit van melk en honing,
naar de plaats van Kanaäniet, Chittiet,
Amoriet, Perizziet, Chivviet, Jeboesiet.
Nu, hier is het luid schreeuwen van de kinderen van Israël
tot mij gekomen
en ook heb ik de onderdrukking gezien
hoe die van Egypte hen onderdrukken.
Ga dan nu,
ik stuur jou naar farao,
leid mijn volk, de kinderen van Israël, uit Egypte weg.
Mozes sprak tot God:
Wie ben ik dat ik naar farao ga,
dat ik de kinderen van Israël uit Egypte weg zal leiden?
Hij sprak:
Omdat ik zal zijn met jou.
En dit is het teken voor jou
dat ik je gestuurd heb:
als jij het volk hebt uitgeleid uit Egypte,
zullen jullie God dienen bij deze berg.
Mozes sprak tot God:
Dan kom ik bij de kinderen van Israël, ik,
en dan zeg ik tegen hen:
‘De God van jullie vaderen heeft mij naar jullie toe gestuurd’ –
dan zeggen ze tegen me:
‘Hoe is zijn naam?’ –
wat zeg ik hun dan?
God sprak tot Mozes;
Ik zal er zijn zoals ik ben.
Hij sprak:
Dit moet je zeggen tot de kinderen van Israël:
IK-ZAL-ER-ZIJN heeft mij naar jullie toe gestuurd.’

Exodus 3: 9-14.
uit ‘Tora’ – Huub Oosterhuis / Alex van Heusden

 

Overweging

Mozes: ‘Wie ben ik dat ik naar de Farao zou gaan en de Israëlieten uit Egypte zou leiden?’. En de Heer antwoordt: ‘Ik zal er zijn’. Vraag: ‘jij ook’?
In veel bijbelse roepingsverhalen zien we hetzelfde patroon: een toekomstige profeet die weigerachtig aarzelt. Mozes, Samuël, Jesaja, Jeremias, Ezechiël. Ze missen zelfvertrouwen, slapen liever uit, zijn innerlijk onzeker en bang, hebben nog alles te leren.
Van Johannes de Doper en Jezus van N. wordt die aarzeling niet vermeld. Maar zij hadden in de woestijn met hun demonen gevochten. Gods Geest bezielt hen. Die Geest vuurt later ook Jezus’ leerlingen aan. Gods Geest trekt ook onze geest open, verbreedt ons zicht op onszelf en de wereld.

Zich voor iets anders inzetten dan voor eigen aanzien, genot, rijkdom en macht is altijd tegendraads. Je zit op dezelfde reusachtige levensboot, maar in de plaats van te zonnen op het bovendek, ga je geregeld anderen helpen in het onderdek.
Maar wat doet ons uit het vanzelfsprekend comfort stappen om zorg voor anderen op te nemen? Om zich toe te wijden aan iets waarvan je even goed kan zeggen: ‘ik blijf daar weg, het is mijn probleem niet’.

Zich toewijden: een oud woord. Het zegt: iets of iemand kreeg een bijzondere plek in ons hart omdat we het zelf tot bijzondere plek hebben gemaakt, of hebben laten groeien. Koppels met wederzijdse toewijding, zorgend voor elkaar en kinderen, voor een zieke buur of oud familielid. Mensen kunnen zich ook hartsgrondig toewijden aan hun professionele job, of vrijwillig aan een voetbalclub, jeugdwerk, sociaal werk, een kerk. Waar uw schat is, daar is ook uw hart. Toewijding is de tegenpool van onverschillige ikzucht.

Hoe ontstaat toewijding? Waar leren we dat?
Misschien in de eerste plaats omdat ze ons ‘getoond’ is. Getoond door ouders, door opvoeders, door de sociale cultuur en normen in een groep of samenleving. Wat zo ‘getoond’ wordt is aanvankelijk een onbewust leerproces. Tot we ook persoonlijk de ‘goede impulsen’ van ons hart horen kloppen. Noem het een stem die ‘roept’. Iets dat wenkt en zich als terugkerend muziekje laat horen, ons ’s nachts wakker doet liggen. Wat kan ‘ik’ nu doen? Welk antwoord geef ‘ik’?
Dan stellen we ook vast dat toewijding niet vanzelfsprekend is. En het ook niet was voor wie het ons leerde. Het is van mensen, door mensen, voor mensen. Iets laat beseffen, iets fluistert: ik moet zelf aan de slag.

Waarvan Jacques getuigde in zijn toewijding aan de Tinten, is wat zijn moeder hem getoond heeft. Tonen. Wat is heel de bijbelse openbaring anders dan iets tonen, iets waardevols onthullen en aanwijzen? Dat waaraan mensen anders voorbijlopen zonder het te merken. Wat de bijbel ’toont’ is grote eerbied en zorg voor mensen en menselijke verhoudingen, diep besef van een niet zelfgemaakt, maar een gekregen leven en wereld, de bijbel toont bewust inzicht op eigen vrijheid en verantwoordelijkheid en uitzicht op rechtvaardig en vredevol samenleven.

Wat getoond wordt, overstijgt ons. Het opent een oorsprong en een doel die groter, verder en hoger zijn dan onszelf. Onze natuur valt niet samen met wie we zijn. Er is in ons een beeld van ons dat ons overstijgt, groter dan onszelf. De bijbel noemt dat ‘het beeld van God’ in ons.

Op diezelfde paradijselijke plek van menswording, zelfwording en toewijding groeit ook de demon van de hoogmoed, de boom van goed en kwaad. ‘Hubris’ noemden de Grieken het. Narcisme dat de wereld met het eigen ego doet samenvallen.
Elke cultuur, elke religie, elk denksysteem, elke mens loopt het gevaar van die overmoed. Ook de toewijding om heilig te worden, om het eigen volk of land weer groot te maken, om de goede zaak te dienen, kan subtiel zelfbedrog zijn. We blijven meesters in zelfbedrog.
Paus Franciscus zaliger sprak, als jezuiet, vaak over ‘de onderscheiding van de geesten’. Een uitvinding van Ignatius. Afwegen wat de impulsen van ons hart betekenen, en of wat ons aantrekt goede vruchten zal hebben. Goede vruchten: voor wie? Voor anderen? Of wilde ik zelf schitteren?

Wie zijn toewijding aan een goede zaak afhankelijk maakt van het eigen succes, houdt dit niet vol. Ongeduldige haast, humeurige woede of doelstress verzieken elk engagement. Volgehouden toewijding gaat gepaard met een blije, liefst wat speelse nederigheid, zoals je met volle aandacht en liefdevolle overgave een taart bakt. Wat uit de oven komt, is zelden wat het kookboek voorspelde. En de taart? Het bakken ervan geeft minstens zoveel voldoening als het eten. Wat met liefdevolle aandacht anderen wordt geschonken, krijg je volop terug: gedeelde menselijkheid.
‘Aan hun vruchten zult gij ze kennen’, zegt Jezus. Mogen we denken: ‘ook’ goede vruchten? Er zijn vaak ook onbedoelde.
Soms is het beste de vijand van het goede. De rijke jongeling aan wie Jezus vroeg al zijn rijkdom aan de armen te schenken ging weg. Misschien heeft hij zijn geld in kankeronderzoek geïnvesteerd…

 

Lied van Ezechiël

Toen ik daar zat, verweesd en zonder lied,
aan Babels stromen. Toen ik daar verloren
kroop langs de wegen van dat doodsgebied,
vloekend de nacht waarin ik werd geboren.

Toen ik Hem zag in zijn metalen licht,
in storm van wolken morgenlicht doorschenen,
mensengestalte, stralend vergezicht –
en ik viel neer, voor wie? Daar in den vreemde.

Toen Hij mij riep: Sta op, o mensenkind.
En ik stond op, recht overeind, en hoorde
vleugels van vuur en adem, nieuw bewind.
En ik verstond de eens gegeven woorden:

dat Hij zijn volk bevrijdt, zijn huis herbouwt,
dat Hij ons dor gebeente doet herleven,
dat Hij zijn maaksel vast in handen houdt,
dat in zijn boek mijn dagen staan geschreven.

Die mij tot stem en wachter heeft gemaakt
dat ik zijn Naam zou roepen in uw oren,
mensen der aarde, zo ontheemd geraakt:
die is uw God. Hij laat u niet verloren.

H.Oosterhuis

Oosterhuis schreef dit lied met voor zich de bijbel opengeslagen op het boek Ezechiël. De profeet Ezechiël leefde +/- in de 6de eeuw voor Christus. Ook toen waren het woelige en vreemde tijden. We lezen er over de ondergang en het herstel van Israël en Judea, en over de periode voor en na de val van Jeruzalem. Ezechiël weet van het verleden van Israël, voorziet de val van Jeruzalem en kijkt vooruit naar de onzekere toekomst. Ondanks de rampspoed en uitzichtloosheid wordt ons aangezegd dat God niets of niemand laat verloren gaan. Het roepingsverhaal van Ezechiël mag ook vandaag gehoord en geleefd worden. Jacques en met hem een heel team doen dit in De Tinten. Vele anderen geven op oneindig veel plekken handen en voeten aan de stem die roept. Iets om over na te denken, te bidden, in de stilte van ons samenzijn of hier vooraan aan de micro.

 

 

Tafeldienst


Laten wij ons nu afstemmen op wat Jezus deed en op elkaar,

binnen deze kleine kring,
maar ook met zorg en aandacht voor de grote wereld.

Wat hebben wij te delen met elkaar?
Hoe worden wij tochtgenoot van armen en kleinen?

Wij denken aan de mensen uit deze gemeenschap
die hier niet kunnen zijn
wegens werk of ziekte of andere zorgen.

Wij bidden met allen die wat ze zijn en hebben met anderen delen,
En warmte geven en toekomst openen.
Wij verenigen ons met de gemeenschappen overal ter wereld
die nu ook eucharistie vieren.

Wij noemen onze lieve doden.
En allen die ons de weg hebben gewezen.
En we bidden voor de slachtoffers van rampen
en voor de doden en de verminkten van oorlogen.

Aan deze tafel zijn we uitgenodigd om te gedenken en te doen wat Jezus deed:
breken en delen van wat anderen leven geeft,
delen als teken van verbondenheid met elkaar.

Rondgang bij het delen
Slechts het brood dat wij te eten gaven zal ons verzadigen.
Slechts de gevangene die wij verlosten zal ons bevrijden.
Slechts het gewaad dat wij wegschonken zal ons bekleden.
Slechts de zieke die wij bezochten zal ons genezen.
Slechts het water dat wij te drinken gaven zal ons verkwikken.
Slechts het woord dat leed verzachtte zal ons troosten.

Vredeswens
Dat wij mogen horen, de stem van mensen.
Dat wij mogen zien, al wat leeft op deze wereld.
Dat wij mogen luisteren naar de Stem die ons roept.
Dat wij mogen weten van de god die zegt IK-ZAL-ER-ZIJN.
Opdat vrede mag komen.
Laten we elkaar die vrede wensen.

 

Slotgebed

Gij, de Éne,
Vader, Moeder en Mysterie van ons leven,
we danken u voor dit samenzijn.
We hoorden uw woord en deden wat Jezus, uw Gezalfde,
ons vroeg te doen.

In zijn Naam bijeen is hij bij ons aanwezig.
Zegen ons;
en laat uw Geest leven in ons.
Vandaag en alle dagen.
Amen

 

Lied om mee te gaan

Wij moeten gaan; aan ’t lied van bevrijding
voegden we weer een eigen refrein,
zagen rondom de glans van herkenning
hoe we elkaar tot Verbondgenoot zijn.
Vonden het Woord, eerder gehoord,
Als nieuw bron op eigen terrein.

Laten we gaan. Geloof in de zegen
die onze God steeds toegezegd heeft,
in niemandsland soms worst’lend verkregen
maar die ons hoop, moed en waakzaamheid geeft.
Neem van hier mee, het vaste idee
Licht blijft de kern, vaak tastend beleefd.

Neem bij het gaan de mantel van vrede
die we behoedzaam om mogen slaan,
waarin de Naam vol kleur is geweven,
vage beschutting in mensenbestaan.
In de woestijn, vruchten en wijn:
vrede en zegen! Laten we gaan.

T. Gonny Luijpers M. Herma Bulder

*

(schilderij: ‘Zwijgend tesaam’, 40/60, door Trien)