Over identiteit (3)

Dominicus Gent

Viering van zondag 8 november 2020

Volk en identiteit

        (Identiteit 3)               

 

Van harte welkom in deze viering in coronamodus.

Vorige zondag 1 november, viering waarin we onze lieve doden herdachten,
werd de reeks rond identiteit onderbroken.
Vandaag zetten we de reeks verder.
We gingen te rade bij Ezra en Nehemia
die ons vertellen over de geschiedenis van het joodse volk.
Hoe dit volk op zoek gaat naar een eigen identiteit
aan de hand van de aanwijzingen in de Thora.
Thora, bron voor gerechtigheid en liefde.

Wij willen ons stellen onder het licht van de Ene,
de Grote Naam,
die ons te allen tijde roept én aanmoedigt de weg te gaan
van gerechtigheid en Liefde.

                                                                                                                                            

Wij gaan de weg van oude woorden

 Wij gaan de weg van oude woorden, van overlevering
die wij van onze ouders hoorden, in eigen luisterkring,
verhalen uit geloof geboren om onze weg te gaan
en tekens die ons veel beloven, als wij ze nieuw verstaan.

 Wij zijn een schakel van de keten, verbintenis van hoop,
mensen op zoek naar beter weten, oprechte levensloop
Er is geen God aan nonze zijde, die zegt zo ga je goed,
wel één die roept door alle tijden, zoek verder het komt goed.

Jan van Opbergen

 

Identiteit en universaliteit

 “Er is geen God aan onze zijde, die zegt: zo ga je goed. Wel één die roept door alle tijden: zoek verder, het komt goed”.

Zo’n opdracht en belofte hebben we nodig bij het moeilijke thema van ‘volksidentiteit’ waarrond we vandaag vieren.

Meerdere inwoners van ons land hébben niet zoveel met volksidentiteit of volksnationalisme. De ons omliggende landen drukken – meestal met enige trots en oprechte vreugde – hun verbondenheid en onderlinge solidariteit uit in lied, vlag en feest. Terwijl bij ons lied, vlag en feest –of beter gezegd: liederen, vlaggen en feesten onze verdeeldheid uitdrukken en op zijn minst zorgen voor enige schaamte en gêne…. En dan hebben we het vandaag al helemaal niet over de verdeelde staten van Amerika en hoe vlaggen daar miljoenen mensen tegen elkaar opzetten.

Volksidentiteit is nochtans van alle tijden – ook van Bijbelse tijden. Eeuwenlang zijn het joodse volk en het land Palestina speelbal in machtsspel van de groten en doen ze hun best niet onder de voet gelopen te worden. Zo ook in de 6de eeuw voor onze tijdrekening waar Jeruzalem belegerd, de tempel vernietigd, religieuze en politieke bestuurders gedeporteerd worden. De Babylonische Ballingschap kan zonder overdrijven beschouwd worden als de centrale periode in de ontwikkeling van het zelf-verstaan van het joodse volk.  Wie zijn wij nog, nu noch land, noch stad, noch tempel noch offercultus centrum van ons religieus en politiek samenleven zijn?

De verbanning dwingt Israël tot inslaan van nieuwe wegen.

Het optekenen van oorsprongsverhalen en de reflectie daarbij vervangen noodgedwongen de offercultus. Dat is uniek in die tijd en op die plaats waar offeren dé manier is om met God in contact te komen. Verschillende versies van de mondelinge Thora krijgen een vastere vorm en een redactionele samenhang die we tot op vandaag kennen. “Devarim”- het meervoud van ‘Dabar’, een Hebreeuws begrip dat zowel ‘woorden’ als ‘daden’ betekent – komt centraal te staan.

Je kan gerust zeggen dat in deze periode het idee groeit dat ‘Israël’ niet zozeer slaat op een plaats in een atlas, maar dat Israël betekent: sociaal-religieus leven volgens de Thora. De joodse identiteit is niet langer gebonden aan territorium maar krijgt een universeel karakter.

Wanneer de Perzische godvrezende koning Cyrus de macht overneemt laat hij “de goden die verbleven hadden in de tempels terugkeren naar hun plaatsen, om hen daar weer te laten wonen voor altijd en hij verzamelt hun volkeren om hen te laten terugkeren naar hun woonplaatsen”. Zo staat het in de Perzische geschiedschrijving. Dat herstel van tempels en de terugkeer van bannelingen werd in meerdere gevallen toegestaan. Mogelijk is dat ook met de Judeeërs gebeurd. Of men hoopte dat het gebeuren zou of auteurs doen op die houding van Cyrus beroep om de geschiedenis van het joodse volk te vertellen. In elk geval zijn er 2 Bijbelboeken die deze periode evoceren. De boeken Ezra en Nehemia beschrijven de terugkeer uit ballingschap met een specifieke opdracht: het heropbouwen van de stadsmuren en de tempel.

Een uitnodiging om beide boeken te lezen, zelfs al staan die vol opsommingen en klopt de chronologie niet helemaal, je proeft wel de sfeer van een nieuw begin en van de moeilijkheden en vreugden die ermee gepaard gaan.

De schrijver en schriftgeleerde Ezra en de bestuurder Nehemia geven vorm aan die nieuwe samenleving op vertrouwd terrein, zowel op religieus als op politiek vlak. Een scheidslijn tussen beide is in die tijd ook vrijwel onbestaande.

Er zijn fantastische hoofdstukken over de volksvergadering voor mannen, vrouwen én kinderen waar Ezra de Thora voorleest en deskundigen ter plaatse uitleg bij de leer geven op zo’n manier dat het volk in huilen uitbarst omdat ze beseffen wat ze door hun ontrouw doorheen de geschiedenis verspeeld hebben. Maar het volk wordt aangemoedigd om vreugde in de Thora te vinden, te eten en te drinken en te delen met wie niets heeft. En later wordt die vreugde als het ware verdiept op een nieuwe volksvergadering waar men eerst vast, dan schuld belijdt en op schrift belooft met een nieuwe lei te beginnen… wat staat in die plechtige belofte?

 

Nehemia 10

De rest van het volk, (…)  met hun vrouwen, zonen en dochters; (…) sluiten zich aan (…) en verplichten zich onder gelofte en ede te leven naar de leer van God, die Hij via Mozes, zijn dienaar, gegeven heeft. Nauwgezet zullen alle geboden van de heer onze Heer, en zijn voorschriften en wetten worden onderhouden. 

(…)

Elk zevende jaar zullen wij het land braak laten liggen en afzien van alle schuldvorderingen.  33Verder nemen wij de verplichting op ons om jaarlijks een derde sikkel te offeren voor de eredienst in het huis van onze God:  voor de toonbroden, het dagelijkse spijs- en brandoffer, voor de sabbatdagen, de nieuwe-maanfeesten en de hoogtijdagen, voor de heilige gaven en zondeoffers voor de verzoening voor Israël, voor heel de eredienst in het huis van onze God.  Ook hebben wij, priesters, Levieten en volk, door loting bepaald wie er moet zorgen voor het hout dat jaarlijks, op geregelde tijden geleverd moet worden als een bijdrage voor het huis van onze God, het huis van onze vaderen, om het vuur te onderhouden op het altaar van de heer onze God, zoals dat in de Wet geschreven staat.  Voorts zullen wij de eerste vruchten van onze bodem, de eerstelingen van alle vruchtbomen, jaarlijks naar het huis van de heer brengen. Onze eerstgeboren zonen en alle eerstgeboren dieren, runderen en schapen zullen wij, zoals in de Wet geschreven staat, naar het huis van God brengen; naar de priesters die dienst doen in het huis van onze God.  Het eerste deel van ons deeg, een meeloffer, en van alle boomvruchten, van most en olie, zullen wij als bijdrage voor de priesters naar de voorraadkamers van het huis van onze God brengen en de tienden van onze akkers zullen wij afdragen aan de Levieten, en zij, de Levieten, kunnen overal in onze landbouwgemeenten de tienden heffen.  Maar de Levieten moeten, wanneer zij de tienden heffen, vergezeld worden door een priester, een afstammeling van Aäron. Van die tienden moeten de Levieten weer een tiende naar de voorraadkamers van het huis van onze God brengen.  De Israëlieten en de Levieten zullen hun bijdrage aan koren, most en olie naar de voorraadkamers brengen, daar waar ook het vaatwerk voor het heiligdom bewaard wordt en waar de dienstdoende priesters, poortwachters en zangers verblijven. Wij zullen het huis van onze God niet verwaarlozen.

 

Het is duidelijk: naast de zorg voor het land en de kwijtschelding van schulden in elk 7de jaar gaat de belofte van het volk vooral over zorg voor de offerdienst en zorg voor het onderhoud van de tempeldienaren.

We gaan niet rond de pot draaien. Wat zich zo ideaal leek voor te bereiden: een volk dat leeft volgens de Thora –waar ook ter wereld-, plooit op oude gewoontes terug. Leven volgens de Thora staat weliswaar nog op het lijstje van volkskenmerken maar uit zich in een wettische en verharde opstelling.

Ik moet hier toegeven dat ik niet helemaal eerlijk ben geweest. Ik heb deze bijbelpassage selectief gekozen en heb de moeilijke eerste verzen van de belofte weggelaten… laat me herbeginnen:

 

Nehemia 10

De rest van het volk, (…)  met hun vrouwen, zonen en dochters; allen die de banden met de omwonende volken verbroken hebben in gehoorzaamheid aan de leer van God, verplichten zich onder gelofte en ede te leven naar de leer van God, die Hij via Mozes, zijn dienaar, gegeven heeft. Wij zullen onze dochters niet uithuwelijken aan de omwonende volken en wij zullen hun dochters niet nemen voor onze zonen.  En als de omwonende volken koopwaar of graan te koop aanbieden op de sabbat of op een feestdag, dan zullen wij niets van hen kopen.

 

Voor onze hedendaagse oren klinkt het totaal ongepast en helemaal niet in lijn met de geest van de Thora dat alle vreemde invloeden, dat alle banden met vreemdelingen uitgebannen moeten worden. Laat staan dat vreemde vrouwen die in de loop van de herstelperiode met joodse mannen zijn getrouwd moeten teruggezonden worden naar hun eigen volk omdat ze joodse mensen zouden verleiden vreemde goden te vereren. Het lijkt hedendaagse propaganda voor een ultrarechtse politieke partij.

Je ziet bij de uitbouw van het nieuwe Jeruzalem een verharding optreden, er worden grenzen gesteld aan wat ‘eigen’ is en wat ‘vreemd’ is.  Hier is het universele van de Thora totaal verdwenen en stoten we op de grenzen van het volks-nationale denken. Superioriteit en/of angst uit zich in een uitsluiten van alles wat schade kan toebrengen aan het zuivere geloof.

Er zijn exegeten die er een spirituele uitleg aan geven als zou hier bedoeld worden dat je je met het vreemde in jezelf moet verzoenen. En een enkele keer heeft Jos Smeets o.p. zaliger bij een moeilijke contradictorische passage in de schrift gezegd dat we ons moeten afvragen of er geen fout zit bij de kopiist of vertaler die ooit de grondtekst overschreef… Maar eerlijk gezegd: daarmee redden we het hier niet.

We kunnen enkel besluiten dat de universaliteit van de Thora die we na de Ballingschap zouden kunnen verhopen al van bij aanvang de mist in gaat. En toch blijven we uitgenodigd om identiteit en universaliteit met elkaar te verzoenen wanneer het om de grond van de Thora gaat, wanneer het om liefde en rechtvaardigheid gaat.

Laten we daarnaar verder zoeken.

 

 

Lied over de verhalen van God met de mensen

Verborgen in oude verhalen,
verteld zolang mensen bestaan,
zijn woorden van hemel en aarde
die over Gods wonderen gaan.
W’ontdekken ze als we ervaren
ontvangend in ‘t leven te staan.

Verhalen die jong zijn gebleven
want ook ons bestaan wordt verwoord
in tijdloze, steeds nieuwe beelden
sinds eeuwen door mensen gehoord.
Z’omsluiten ons warm als een deken,
ze nemen ons op en gaan voort.

Wij leven zelf nieuwe verhalen
waarin ons de Geest tegenkomt,
als groots en geweldige ervaren,
als ruimte en rust in een storm.
Wij zeggen weer voort wat wij zagen,
verhaal waar geen einde aan komt.

Marijke de Bruijne

Identiteit en universaliteit als uitnodiging

‘Lied over de verhalen van God met de mensen’ is de titel van het lied dat Cecile net zong. Deze titel en ook de tekst van het lied is helder, warm, mooi verwoord, goed te verstaan.

Ik twijfel helemaal niet aan de positieve en oprechte intentie van de tekstdichter, Marijke Koijck-de  Bruijne. Maar een klein stemmetje in mijn hoofd vraagt zich af: verhalen over Gods wonderen, z’omsluiten ons warm als een deken, enz. Allemaal goed en wel – maar is dit niet een beetje kort door de bocht?  Het lijkt wel een fluitje van een cent om je die verhalen eigen te maken, de beelden te verstaan én je eigen verhaal erop te enten en te doorleven.

Ik vraag mij af …

De Bijbelse boeken Ezra en Nehemia: kan ik ze ook vandaag lezen als verhaal waaraan ik mij mag warmen en laven? Kunnen de lotgevallen van een volk van 25 eeuwen geleden bijdragen tot goed leven voor mensen van deze tijd? En op welke wijze gebeurt dit dan? Hoe kan ik mij open stellen voor die ‘woorden van hemel en aarde’?

We kregen al een eerste insteek: het verhaal van Ezra en Nehemia lezen als een geschiedenis van Israël na de ballingschap. In die geschiedenis leren we over verlangen naar herstel van het oude, gekende leven; over een eigen plek voor het volk; over leven volgens de wetten van Mozes – Thora.

En Thora wordt de kern, het middelpunt. Thora wordt het gegevene van waaruit het volk leert ontdekken wie ze zijn, waarvoor ze staan, hoe ze willen leven.

We hoorden hoe de tekst van de Thora voorgelezen wordt en hoe iedereen luistert: mannen, vrouwen en kinderen. Luisteren en telkens opnieuw luisteren om te begrijpen wat Thora is. Om als het ware zich de Thora toe te eigenen:  een levenshouding waarin gerechtigheid en liefde voorop staan. (Hebreeuws begrip voor gerechtigheid betekent zowel liefde als gerechtigheid). Thora is ook wat Jezus leefde, verdedigde en onderwees. Hij bracht concreet de Thora tot zijn recht.

Het gebeurt vandaag nog steeds: de vele grote en kleine groepjes met vrouwen en mannen die teksten lezen, uitleggen, vertellen én doen. De vorming die hier in eigen huis aangeboden wordt. De zondagsviering waarin ons daadwerkelijk oefenen – Thora in de praktijk – gehoord en gezegend wordt.

Ik weet mij ingebed in een lange traditie: een lange weg – met vallen en opstaan – waarin mensen zoeken naar menswaardig leven voor allen. Met ‘vallen en opstaan’: het is een understatement. We weten en zien, vaak met eigen ogen, dat mensen onrecht wordt gedaan. Dat structuren willens nillens in stand gehouden worden om mensen klein en afhankelijk te maken. Persoonlijk gewin, machtsmisbruik. Maar ook de ellende die mensen overkomt n.a.v. natuurgeweld, pandemie, enz. Het is van alle tijden.

En toch …

Ik weet mij, en gelukkig velen mét mij, genodigd om mijn leven te richten op wat ons is aangezegd. Dat gaat niet vanzelf en is beslist niet de makkelijkste weg. Thora doen en leven is geen ‘feelgood’ verhaal. Het is de lange weg van oefenen en groeien, van nieuwe kansen zien en dode wegen achterlaten. Van ontdekken wat goed is, van toe-eigenen wat leven geeft. Ik denk dat deze houding pas écht mogelijk is als ik mij geborgen mag weten in de lange traditie van mensen die gehoor geven aan dat appèl.  Als ik mag wonen in de verhalen die blijven gaan.

Alle verhalen zijn nog slechts geruchten. Af en toe kun je ze horen, vluchtig, vaak vertekend. De verhalen die we gehoord hebben en die sommigen, niet allen, nog altijd, telkens weer willen horen. … Voor enkelen zijn de verhalen proviand. Ze bewaren de woorden voor onderweg. … De wegen worden niet zonder verhalen gegaan. (T.Veerkamp in ‘Deze wereld anders).

Wie ik ben, waar ik vandaan kom, de toekomst die mij wacht …

Identiteit en universaliteit gaan hand in hand. Weten waar je vandaan komt, waar je gegrond bent om te kunnen gaan daar waar misschien geen wegen zijn, nog niet.

 

Hoe ver te gaan?


Hoe ver te gaan? En of er wegen zijn?
Nooit meer gebaande.
Hoeveel paar voeten zijn zij? Twee, drieduizend.

Nog bijna slaven, vreemden voor elkaar.
Kreupelen, blinden.
Maar met iets in hun hoofd dat stroomt en licht geeft.

De zon zal hen niet steken overdag.
Bij nacht de maan niet.
Zij stoten zich aan stenen. Niemand draagt hen.

Omdat zij willen leven als nog nooit,
angstig te moede zijn
zij gegaan met grote hinkstapsprongen.

Niet hier hun vaderland,
en schaamteloos wagen zij alles.
Soms wordt woestijn oase waar zij komen.

Vrijheid ontkiemt in hen, gloeit aan, dooft uit,
zal weer ontvlammen.
Zij blijven kinderen, zij worden groter.

Hun stoet is zonder einde en getal.
Tel maar de sterren.
Zij weten van de Stad met fundamenten.

Huub Oosterhuis

 

TAFELDIENST

 

Welkom aan tafel.                                                                                                                       

Op de fundamenten van de stad waarvoor het Hemelse Jeruzalem model staat,
willen we verder bouwen aan een goed leven voor allen.

Bij die groep zonder einde en getal willen wij horen:
Uw gemeente, die werk wil maken van liefde en gerechtigheid
naar het voorbeeld van Jezus van Nazareth.

Daarom gaan we aan tafel zoals zovelen voor ons en na ons zullen doen.
Wij voelen ons met hen verbonden over de grenzen van de dood heen.

We gaan aan tafel in verbondenheid met allen, waar ook ter wereld,
die zich rond brood en wijn verzamelen
in dankbare herinnering aan leven, lijden, dood en verrijzenis van Jezus de Gezalfde.

 

 

Tafellied
Kom over ons met uw geest

 

Hier begint de dienst van de tafel,

viering van eucharistie;

laat ons bidden.

Gij die uw gemeente bijeen roept

hier en waar ook ter wereld,

die ons raakt met uw woord,

die ons kent van gezicht,

niet vergeet onze namen,

kom over ons met uw geest.

Gezegend zijt Gij om licht en levensadem

woord en geestkracht.

Om mensen die leven uit kracht van U,

Om Jezus van Nazareth uw joods kind.

Die ons voorbeeld werd, die tot op het laatst van zijn levensgang

uw Thorá volbracht toegewijd en trouw

die ons leerde gaan op de oude weg van uw liefdeswoord

naar een goed wijd land waar de dood niet Heerst.

Gij die uw gemeente bijeen roept

hier en waar ook ter wereld

kom over ons met uw geest.

Die ons een teken heeft gesteld

waar zijn geest in openbaar

en werkzaam is tot op vandaag.

Die op de avond voor zijn dood

brood gebroken heeft en

aan zijn vrienden uitgedeeld

die een beker wijn genomen,

dankgebed en zegening gesproken heeft,

die heeft gezegd:

“Doet dit ter gedachtenis aan de God

die ons bevrijd heeft uit het slavenhuis,

die ons uit de macht van dood bevrijden zal.”

Zo doen wij dan wat hij heeft voorgedaan,

eten, drinken delen brood en wijn

teken van geloof dat niets bij God niet kan.

Dat ook door ons en met ons en in ons

een nieuwe wereld komen zal

waar brood en liefde is genoeg voor allen.

Kom over ons met uw geest.

Gezegend zijt Gij om Israël uw heilige wijnstok

waaraan Gij ons deel hebt gegeven

door Jezus uw dienstknecht.

Gezegend zijt Gij om het levend woord

van Mozes en de profeten

waaraan Gij ons hebt deelgegeven

door Jezus uw dienstknecht.

Hem noemende gedenken wij

al uw gemartelde, vermiste, weggegooide mensen.

Voor uw aangezicht gedenken wij

de namelozen die zijn afgeslacht in oorlog na oorlog.

Gij die uw gemeente bijeen roept

hier en waar ook ter wereld,

die ons raakt met uw woord

die ons kent van gezicht,

niet vergeet onze namen

kom over ons met uw geest.

Huub Oosterhuis

 

                                                                                                                                                             

Vredeswens

Thora is bedoeld om het volk dat net uit slavernij kwam een echte sjalom te bezorgen.

Sjalom wil zeggen: leven in harmonie en vrede.

Laten we elkaar inspireren en aanmoedigen tot echte sjalom.

Wensen we elkaar die vrede.

 

ZENDING

Ook In moeilijke omstandigheden worden we uitgenodigd Uw volk te zijn en te leven volgens de Thora. We danken u voor uw bemoedigende aanwezigheid bij ons stamelend vieren en we vertrouwen erop dat u bij ons blijft, dat u ons moedig en creatief maakt zodat voor allen een goed leven werkelijkheid moge worden.

Of om het met de woorden van een recent pauselijk document te zeggen: laat ons universeel werk maken van Fratelli Tutti, Alle Menschen werden Brüder. Op zo’n identiteit mogen we terecht trots zijn.

 

Lied om mee te gaan

Wij moeten gaan, aan ‘t lied van bevrijding
voegden we weer een eigen refrein,
zagen rondom de glans van herkenning
hoe we elkaar tot Verbondgenoot zijn.
Vonden het Woord, eerder gehoord
als nieuwe bron op eigen terrein.

Laten we gaan. Geloof in de zegen
die onze God steeds toegezegd heeft,
in niemandsland soms worstelend verkregen
maar die ons hoop, moed en waakzaamheid geeft.
Neem van hier mee, het vaste idee
Licht blijft de kern, vaak tastend beleefd.

Neem bij het gaan de mantel van vrede
die we behoedzaam om mogen slaan
Waarin de Naam vol kleur is geweven,
vage beschutting in mensenbestaan.
In de woestijn, vruchten en wijn:
vrede en zegen! Laten we gaan.

Gonny Luijpers M: Herma Bulders

                                                                                             

 

*

Blijf verbonden met de gemeenschap van Dominicus Gent:
via de nieuwsbrieven: https://www.dominicusgent.be/nieuwsbrief/
via Facebook ( https://www.facebook.com/Dominicus-Gent-324436994242688/)
Abonneer u nu op ons Youtube-kanaal ( https://www.youtube.com/channel/UCBCXMCRb0cNw8Dd3tMc9elQ)

foto G.Vanhercke

Indien u meent dat voor een bepaald object het auteursrecht van de auteur of zijn/haar erfgenamen, of het recht op afbeelding geschonden werd, neem dan contact op met ons zodat de situatie kan worden rechtgezet.