Effectief altruïsme

Dominicus Gent

Viering van zondag 23 februari 2020

Effectief altruïsme

(3e viering in een reeks over ethische keuzes)

 

Welgekomen op deze stormachtige zondag.
We zijn blij dat jullie de wind getrotseerd hebben
en de drukke agenda’s even deden stilstaan
om een uur bijeen te zijn op deze vertrouwde plek in die gemeenschap
die ons voedt en nauw aan het hart ligt.
Dit uur brengt  ons dichter bij onszelf en bij de mensen
dankzij een liefdevolle aanwezigheid die ons overstijgt
en die wij God durven noemen.
Dichter bij de mensen komen we hier ook
dankzij het voorbeeld van Jezus van Nazareth
dat steeds weer tot nadenken en handelen stemt.
Vandaag laten wij ons leiden door overwegingen
rond het fenomeen “effectief altruïsme”,
voor de derde viering in een reeks van 3 vieringen over ethisch handelen.

We laten het licht van de Paaskaars schijnen over ons samenzijn.

 

Over effectief altruïsme

1 Er is een beweging aan het groeien, onder de naam “effectief altruïsme”. 

Altruïsme betekent: een mentaliteit en een gedrag waarbij je het goede wil voor anderen.  Niet alleen voor  mensen uit je eigen kring, niet alleen voor je bekende ‘broeders en zusters’, maar ook voor anderen die verder van ons af staan, die je niet kent , maar die in nood zijn.   Altruïsme komt dus neer op:  handelen in functie van  het welzijn van  anderen. Dat kan door je tijd te geven, door geld, door je kennis en vaardigheden in te zetten.  Toch is zo’n altruïstische houding is niet evident.

Peter Singer van de beweging ‘effectief altruïsme ‘stelt:  “Elk jaar sterven miljoenen kinderen als gevolg van armoede door honger of relatief makkelijk te behandelen ziektes. Het geld dat we uitgeven nieuwe i-phones, café lattes of kleren die we niet echt nodig hebben, zouden we kunnen geven  aan organisaties die in ontwikkelingslanden levens redden.

Geld schenken aan goede doelen zien we  als iets bewonderenswaardig, niet als iets dat we gewoon moeten doen.  Maar is het niet verkeerd om niet te helpen als je wel mogelijkheden hebt?

Singer  geeft zelf een derde van zijn inkomen weg, en wil dat opdrijven tot de helft. Volgens  hem is één procent van ons inkomen het minimum en mag dat percentage een stuk hoger liggen voor wie meer verdient. Maarten Boudry stelt voor: 10% weggeven.  Maarten Boudry pleit er  ook voor om publiek bekend te maken dat je bvb 10% van je inkomen wegschenkt.  Zo blijft deze houding  niet  iets privé, in het verborgene, maar wordt het collectief .  Het publiek maken inspireert anderen, maar  helpt ook jezelf om je aan die belofte te houden.  Dit botst natuurlijk met een christelijk denken :dat mensen juist in alle bescheidenheid geld geven. (  Op www.thelifeyoucansave.org kan u laten berekenen hoeveel u zou moeten wegschenken. Dat is doorgaans een pak meer dan wat we als ‘normaal’ beschouwen.  )

 

2 De beweging heet ook bewust ‘effectief altruïsme’, omdat ze zoveel mogelijk het goede willen doen, voor zoveel mogelijk mensen.  Dus : de keuze over wat we doen en wie we steunen moet zo effectief mogelijk zijn.  Daarvoor  moeten we  ons veel minder laten  leiden door  emoties en meer ons door ons verstand, door wetenschappelijk onderzoek over wat echt werkt. Altruïsme moet  zo effectief mogelijk zijn. Vaak is dit niet zo.

Voorbeeld. Vraag mensen geld te storten om het leven van één kind te redden, en ze zijn bereid meer te geven dan wanneer hen wordt gevraagd te doneren om honderd kinderen te helpen, blijkt uit onderzoek. Herkenbaarheid en nabijheid maken vrijgevig,  cijfers en statistieken doen dat niet. Sterker nog, te veel informatie doet ons net minder geven. 

De effectieve altruïst baseert zich dus net wel op cijfers en rationele argumenten  en laat leed veraf even zwaar doorwegen als miserie dichter bij huis.

Voorbeeld. Doneer je aan een organisatie die blindengeleidehonden opleidt of red je honderden mensen in een ontwikkelingsland van blindheid door hetzelfde bedrag te schenken aan een organisatie die de oogziekte trauchoom behandelt?

“Vanuit die visie  is de hulp die we bieden aan vluchtelingen in ons land, hoewel op zichzelf positief, misschien niet de beste keuze”, zegt Peter Singer. ‘De mensen die ons land bereiken hebben het moeilijk, maar ze zijn wellicht veel beter af dan de mensen die in extreme armoede in ontwikkelingslanden leven. Wie geld wil geven, doet dat beter aan organisaties die die mensen helpen.”

 ‘Je moet je afvragen hoe je met je geld, je tijd, je inzet  het meeste goed kan doen’. ‘Effectief altruïsme stelt   ‘het goede doen voor anderen’  géén kwestie is van ‘opoffering’. ‘Iets is pas een opoffering als je welzijn erdoor afneemt’, zegt Singer. ‘Het besef dat men anderen helpt en levens redt, maakt gelukkig.  Het geeft zin en betekenis.  Zeker als je weet dat het effectief is.  

 

3 Wat moeten we met deze visie over altruïsme?  Het is ontroerend dat mensen van hun overvloed willen wegschenken voor het welzijn van anderen.  Toch enkele  vragen:

a Wat is een effectief resultaat? Kan je dit wel altijd meten?  Als vrijwilliger in een armoede-organisatie  ontdekte ik dat er  veel tijd, veel informele contacten, heel veel zogezegd niet-rendabele initiatieven nodig zijn vooraleer gekwetste mensen vertrouwen stellen,  vooraleer er verbetering of hulp mogelijk wordt.  Wordt het niet heel gevaarlijk als we alleen resultaatsgericht gaan vergelijken?  Wat met de menselijke waardigheid, ook als verbetering uitblijft, bv. als terminale patiënt of chronisch zieke?a

b Het ‘effectief altruisme’ vergelijkt de resultaten van NGO’s. Zo lees je op hun website dat vb. “het geven van leerboeken veel minder efficiënt is in onderwijs dan een ontwormingsprogramma voor kinderen.” De NGO’s met de grootste efficiêntie worden aangeprezen.     Maar is armoede wel  te herleiden tot dergelijke praktische problemen?    Bovendien, met een gelijk bedrag kan een NGO  in het Zuiden  altijd veel meer mensen helpen dan hier in het Noorden: zo discrimineer je altijd de mensen met hun problemen bij ons.

c Is het een juist uitgangspunt dat je met persoonlijke giften en inzet het complexe onrecht effectief  kan verhelpen?   Of zijn de grootste verbeteringen toch vooral effectief door  meer rechtvaardige maatschappelijke structuren, eerlijke belastingsherverdeling ….

d  “Effectief altruïsme  maakt ook jezelf gelukkig”.  Ja, is dit zo simpel?   Waarom zijn mensen dan niet veel meer geneigd om te delen?   Maar wij mensen moeten telkens opnieuw daartoe uitgedaagd en geïnspireerd worden.    En daarin zijn we in deze Dominicusgemeenschap heel effectief.  Wij weten dat inzet voor het welzijn van anderen soms wel een diepe, gemeenschappelijke vreugde met zich meebrengt, een ontroering die onze harten vult.  Wij staan in een traditie die dit besef wakker houdt.  Daarom zingen we:   Slechts het brood dat we weggeven zal ons vervullen.

 

Matheus 5, 46-6,3

Gij hebt gehoord dat er gezegd is: Gij zult uw naaste beminnen en uw vijand haten. Maar ik zeg u: Bemint uw vijanden en bidt voor wie u vervolgen, opdat gij kinderen moogt worden van uw Vader in de hemel, die immers de zon laat opgaan over slechten en goeden en het laat regenen over rechtvaardigen en onrechtvaardigen. Want als gij bemint die u beminnen, wat voor recht op loon hebt gij dan? Doen de tollenaars niet hetzelfde? En als gij alleen uw broeders groet, wat voor buitengewoons doet gij dan? Doen de heidenen dat ook niet? Weest dus volmaakt, zoals uw Vader in de hemel volmaakt is.

Denkt er om: beoefent uw gerechtigheid niet voor het oog van de mensen om de aandacht te trekken; anders hebt gij geen recht op loon bij uw Vader die in de hemel is. 2Wanneer gij dus een aalmoes geeft, bazuin het dan niet voor u uit, zoals de huichelaars doen in de synagoge en op straat, opdat zij door de mensen geprezen worden. Voorwaar Ik zeg u: Zij hebben hun loon al ontvangen. 3Als gij een aalmoes geeft, laat uw linkerhand dan niet weten, wat uw rechter doet, 4opdat uw aalmoes in het verborgene blijve en uw Vader, die in het verborgene ziet, zal het u vergelden.

De militante anti-religieuze Maarten Boudry is voor het Vlaamse publiek zowat de spreekbuis en promotor van de internationale beweging ‘effectief altruisime’. Die seculiere oproep om te groeien tot  je 10%   van jouw inkomsten aan efficiënte goede doelen geeft klinkt christenen alvast vertrouwd in de oren. In de Bijbel wordt al  in Deuteronomium 12:11 gesproken over het afdragen van tiende van de oogst aan de Joodse Tempel. Het bestond ook bij de Romeinen als een vorm van belasting. En door de eeuwen heen tot op vandaag is het in vele kerken de norm.  Het moet dienen ter financiering van de armenzorg, het levensonderhoud van parochiepriesters en de instandhouding van kerkgebouwen.   In Frankrijk drijft het teruglopend aantal parochianen zo heel wat pastoors in de armoede.  Bij ons loopt de betaling van erkende bedienaars van de eredienst en een groot pakket aan sociale zorg via de belastingen die veel meer dan 10% bedragen. Erop toe zien dat dit goed besteed wordt is ongetwijfeld een van de sterke vormen van effectief altruïsme.

De tienden herkennen we dus goed, maar die  koppeling aan berekende prestaties is iets anders.  Dat is wel een logische vraag, maar staat ze niet tegenover wat we als christenen beluisteren in de Bergrede – waar we net een stuk uit lazen-  en het hele levensverhaal van Jezus?

Hoe deed Jezus dat?  Was hij strategisch en berekend in die zin?  Het lijkt van niet, maar alsof hij gestart is met een focus op de individuele ontmoeting, een inzet voor de naaste, niet gericht op grote, ruime impact. In tegendeel, de eenvoudige, eenzame, individuele  mens aan de voet van de ladder kreeg van hem de volle aandacht. En ook anderen op zijn pad vonden in hem  steun bij hun concreet probleem: bruiloftvierders die zonder wijn vielen, de lamme, de overspelige vrouw, het dochtertje van Jairus, de vrouw aan de waterput,  de toehoorders van de Bergrede die honger kregen [al was er met die 12 manden overschot wel sprake van enige overeffectivitieit bij die  registratie van de broodvermenigvuldiging]

Het waren geen toevalstreffers. Gaandeweg viel die consistent doorgedreven houding erg op,  in  een klimaat van struggle for life en scheefgegroeide machtsverhoudingen. De eenvoudige spontane daden  brachten steeds meer inzicht in de menselijke natuur, die hij ruim deelde. Dankzij dat samengaan  van woord en daad en allicht ook de individuele succesverhalen  kreeg hij volgers en steeds meer aanhang. De impact groeide in de harten en  de geesten van de mensen die zichzelf gerespecteerd zagen en ervaarden hoe iemand uit hun midden een groot verschil kon maken. Als van God gezonden. Met het vertrouwen groeide ook de inzet. 

Wat hij van de mensen vroeg was  niet niets, en van een heel andere orde dan wat men vraagt voor effectief altruisme.

Bemint uw vijanden en bidt voor wie u vervolgen, opdat gij kinderen moogt worden van uw Vader in de hemel.  … Weest dus volmaakt, zoals uw Vader in de hemel volmaakt is. En al wordt hier niet echte perfectie gevraagd, toch wordt de opdracht gegeven om mensen van een stuk te worden die systematisch voor het rijk Gods kiezen.

Zalig de zuiveren van hart, want zij zullen God zien

Hier wordt niet zozeer het resultaat van een inspanning gewaardeerd, maar de intentie. En er wordt aan toegevoegd  beoefent uw gerechtigheid niet voor het oog van de mensen om de aandacht te trekken. En zelfs `Zalig zij gij wanneer men u beschimpt, … om mijnentwil’ .  Het gaat om het verlangen naar gerechtigheid, en de inzet daarvoor. Onafgezien van het onmiddellijk meetbaar succes, kan de impact daarvan gigantisch zijn. Voor de mens die het overkomt, en zijn omgeving. Voor de maatschappij waarin het wonder geschiedt

Gaandeweg sprak Jezus  ook meer structureel het beleid aan, gedreven door dezelfde zoektocht naar gerechtigheid. De pogingen om individuele farizeeën te bekeren waren niet meteen een groot succes, maar de boodschap kwam wel aan. De opgang naar Jeruzalem kostte Jezus het leven. Wat betreft het meetbaar resultaat kan je dit niet echt succesvol noemen.  Maar er is een beweging gestart en wie kan  zeggen hoe het anders zou gelopen zijn?  

Gisteren stelde Jos zich luidop de vraag: is onze inspanning voor de “babbelsoep” (interlevensbeschouwelijke straatinitiatief bij de nu verlaten kerk van St Jozef in de multiculturele Rabotwijk van Gent) een vorm van effectief altruïsme?  In doelgerichte prestatiegerelateerde termen is het antwoord snel en voluit: nee.  Samen soep drinken op straat. Er is geen banaler activiteit denkbaar. En toch. Qua blikverruiming en network opportunity kan het  tellen.   Je leert er op korte tijd bijzonder veel over de christelijke geloofsgemeenschappen in onze buurt.  Je leert er moslim-mannen kennen. Samen thee drinkend en brood kopend.  Op een mum van tijd leer je heelder levensverhalen kennen, en beluister je de uitgesproken behoefte om het eens te kunnen vertellen aan iemand die tijd heeft en graag luistert.

Een jonge ingenieur komt langs. Hij woont in de buurt en is al elke zaterdag gekomen met zijn twee kinderen. Hij vindt het belangrijk dat zij de diversiteit van deze buren leren kennen en waarderen. En ik herinner me de Iraanse dokter die onlangs in de krant vertelde hoe zijn kinderen van jongs af twee spaarpotten kregen: als ze geld kregen konden ze iets voor zichzelf sparen en iets voor anderen die het meer nodig hadden. De ‘tienden’ op jonge leeftijd… Niet de meteen meetbare effectiviteit, maar het hele opvoedingsproces loop langs zovele wegen: wie zal vertellen  welk verschil het maakt in het lijden van de wereld.  Toch weten we allemaal hoe belangrijk woord en daad is op dat vlak.

Het lied dat we net zongen vroeg ons ‘dat wij elkaar verblijden en doen leven’.  Niet door heroïsche daden, maar door wat in stilte bloeit haar bestemming te geven aan de tafel der armen.  Wat mij alvast verblijdt en doet leven is de altruïstische inzet van mensen te mogen zien.  Het behoort tot de grote aantrekkingskracht van deze gemeenschap dat die inzet hier zo sterk leeft en telkens opnieuw overdacht wordt en gestalte krijgt.   In het lied dat we nu gaan zingen worden we daar nog eens in bevestigd en toe opgeroepen: om niet te rusten tot we gevonden hebben: een plek waar hij wonen kan, een plek waar de doden leven, een plaats waar recht wordt gedaan aan de verworpenen der aarde.  We zingen het met psalm 44 van David…

 

Inleiding tafelgebed

Jezus was altruïstisch.  Hij maakte deel uit van een groep mannen en vrouwen die  gericht  waren op het welzijn van anderen, van vele anderen.  Samen vierden zij ‘ sabbat’.    De wijsheid van de sabbat is:  dat je  van ophouden weet.  Ophouden met je werk, maar ook ophouden met  je vrijwilligerswerk en je engagementen.

Sabbat is:  niet koken en toch eten, gaan zitten, bijeenzijn.  Op adem  komen, samen met anderen.  Sabbat is: dat er te genieten valt, van het delen, van het delen van het brood en drinken van de wijn.

In deze lange traditie staan wij, wij die hier nu aan tafel gaan…

Wij steken de kaarsen aan voor onze geliefde doden.

Wij steken de kaars aan voor alle mannen en vrouwen die altruïstisch handelen, maar ook  voor alle mensen die dat niet kunnen.  Wij eren ieder kind, elke volwassene die zich inzet voor het welzijn van anderen.

Paulus schreef (I Kor 11: 23 – 26): Want wat ik heb ontvangen en aan u heb doorgegeven, gaat terug op de Heer zelf.

In de nacht waarin de Heer Jezus werd uitgeleverd nam hij een brood, sprak het dankgebed uit, brak het brood en zei: ‘Dit is mijn lichaam voor jullie. Doe dit, telkens opnieuw, om mij te gedenken.’ 

Zo nam hij na de maaltijd ook de beker, en hij zei: ‘Deze beker is het nieuwe verbond dat door mijn bloed gesloten wordt. Doe dit, telkens als jullie hieruit drinken, om mij te gedenken.’ Dus altijd wanneer u dit brood eet en uit de beker drinkt, verkondigt u de dood van de Heer, totdat hij komt.