Beloken Pasen: de weg naar Emmaus

Beloken Pasen

Viering van zondag 23 april 2017

De weg naar Emmaus

Goede morgen en aan iedereen van harte welkom.

Welkom aan jullie die hier voor het eerst zijn en eerder toevallig ons pad kruisen; welkom aan jullie die reeds zovele (misschien wel 35 jaren) trouw de afspraak op zondag voorrang geven en met wie wij samen op pad gaan. Welkom eenieder zonder onderscheid in deze verjaardagsviering. Jawel 35 jaar geleden, begonnen ook op de Dag van Beloken Pasen, de vieringen aan de oevers van de Leie in het Kucgebouw van de paters dominicanen. Sedertdien vieren we elke zondag de gedachtenis aan Jezus Christus, die ons voorging en het leven leefde dat ons inspireert; verbonden met wie kwetsbaar in het leven staat: kinderen, zieken, gevangenen, vluchtelingen, mensen in armoede. Maar ook verbonden met allen die zich inzetten voor een rechtvaardige en leefbare wereld voor iedereen.

Laat ons dit samen dankbaar vieren en bidden.

We zingen: Het lied van alle dagen (Oosterhuis)

 Nooit hoorden wij andere stemmen dan de onze.
  Nooit ware er handen die doen wat handen niet kunnen,
  nooit andere goddelozer mensen dan wij.

  Maar er was daglicht, alle dagen, wat ook gebeurde,
  alsof wij liepen over een onzichtbaar weefsel
  boven de afgrond gespannen, dat niet scheurde.

  Nooit werd iemand weggetild uit de tijd.
  Maar soms even wordt lijden opgeschort
  of dragen mensen het samen. Zo zouden wij moeten leven.

Jullie denken waarschijnlijk wat een bijzonder lied om mee te starten. En terecht! Tijdens het bekijken van het Emmaüsverhaal dat straks wordt gelezen en dat de rode draad vormt van de viering, stonden wij ook af en toe perplex. Het lied zingt net zoals de verrijzenisverhalen over het Goddelijke Mysterie dat betrouwbaar is. De verhalen zijn tegelijk spannend en ongrijpbaar, tegelijk verwarrend en mooi en van een vreemde kracht. Zo verwoordt Guido het ook mooi in een videoclip op www.resurrexit.be, een reeks dominicaanse YouTube-filmpjes tussen Pasen en Pinksteren.

Het lied zingt over die ene zekerheid, het wonder van elke dag – alles gebeurt en draait verder – de zon blijft opkomen en ondergaan. Hier speelt geen teletijdmachine mee, maar hier spelen wij mee, wij allemaal. “Nooit werd iemand weggetild uit de tijd. Maar soms even wordt lijden opgeschort, of dragen mensen het samen. Zo zouden we moeten leven.”

In een golf van ontroering en verwarring bij het lezen van de Verrijzenisverhalen mogen we niet blijven kijken naar het vreemde wat gebeurt maar wel naar alles wat we altijd al deden, onze vriendschap en samenwerking, onze geschiedenis en toekomst. Zo citeer uit het resurrexitfilmpje.

Vik, mijn achterneefje van 7 jaar is een pienter ventje dat graag met zijn tante Rieke af en toe kort stilstaat bij de onverklaarbare dingen des levens. Want, zegt hij: Verrijzenis en zelfs de hemel die bestaan niet echt, hoor!? En dan zie je die grote blauwe ogen die je, zo oprecht vragend, letterlijk omver slaan.

Prachtig, denk ik dan, hoe zo’n jong mensenkind een Gods geschenk is voor mij, in al zijn eenvoudige onbezonnenheid in feite de nagel op de kop slaat. Samen namen we het besluit dat inderdaad alle verhalen uit de bijbel niet echt bestaan maar ons, zoals zovele boeken, heel veel kunnen leren. Oh ja, antwoordde hij dan zelf: als wij blijven over Jezus vertellen dan is dat precies of hij niet dood is, eh

Evangelie – Emmaüsgangers Lc 24, 13-35

Juist die dag waren er twee van hen op weg naar een dorp, dat Emmaüs heette en zestig stadiën van Jeruzalem lag. 14Zij spraken met elkaar over alles wat was voorgevallen. 15Terwijl zij zo aan het praten waren en van gedachten wisselden, kwam Jezus zelf op hen toe en liep met hen mee. 16Maar hun ogen werden verhinderd Hem te herkennen. 17Hij vroeg hun: ‘Wat is dat voor een gesprek dat gij onderweg met elkaar voert?’ Met een bedrukt gezicht bleven ze staan. 18Een van hen, die Kleopas heette, nam het woord en sprak tot Hem: ‘Zijt Gij dan de enige vreemdeling in Jeruzalem, dat Gij niet weet wat daar dezer dagen gebeurd is?’ 19Hij vroeg hun: ‘Wat dan?’ Ze antwoordden hem: ‘Dat met Jezus de Nazarener, een man die profeet was, machtig in daad en woord in het oog van God en heel het volk; 20hoe onze hogepriesters en overheidspersonen Hem hebben overgeleverd om ter dood te worden veroordeeld en Hem aan het kruis hebben geslagen. 21En wij leefden in de hoop, dat Hij degene zou zijn die Israël ging verlossen! Maar met dit al is het reeds de derde dag sinds die dingen gebeurd zijn.22Zelfs hebben een paar vrouwen uit ons midden ons in de war gebracht; ze waren in de vroegte naar het graf geweest,23maar hadden zijn lichaam niet gevonden en kwamen zeggen, dat zij ook nog een verschijning van engelen hadden gehad, die verklaarden dat Hij weer leefde. 24Daarop zijn enkelen van de onzen naar het graf gegaan en bevonden het zoals de vrouwen gezegd hadden, maar Hem zagen ze niet.’25Nu sprak Hij tot hen: ‘O onverstandigen, die zo traag van hart zijt in het geloof aan alles wat de profeten gezegd hebben! 26Moest de Messias dat alles niet lijden om in zijn glorie binnen te gaan?’ 27Beginnend met Mozes verklaarde Hij hun uit al de profeten wat in al de Schriften op Hem betrekking had. 28Zo kwamen ze bij het dorp waar ze heen gingen, maar Hij deed alsof Hij verder moest gaan. 29Zij drongen bij Hem aan: ‘Blijf bij ons, want het wordt al avond en de dag loopt ten einde.’ Toen ging Hij binnen om bij hen te blijven. 30Terwijl Hij met hen aanlag nam Hij het brood, sprak de zegen uit, brak het en reikte het hun toe.31Nu gingen hun ogen open en zij herkenden Hem, maar Hij verdween uit hun gezicht. 32Toen zeiden ze tot elkaar: ‘Brandde ons hart niet in ons, terwijl Hij onderweg met ons sprak en ons de Schriften ontsloot?’ 33Ze stonden onmiddellijk op en keerden naar Jeruzalem terug. Daar vonden ze de elf met de mensen van hun groep bijeen.34Deze verklaarden: ‘De Heer is werkelijk verrezen, Hij is aan Simon verschenen.’ 35En zij van hun kant vertelden wat er onderweg gebeurd was en hoe Hij door hen herkend werd aan het breken van het brood.

 

Een mooi bijzonder verhaal. Bedroefde leerlingen vertrekken uit Jeruzalem, laten hun medebroeders, hun gemeenschap achter en gaan op weg. De vele gebeurtenissen van de afgelopen dagen zijn niet te vatten, hun denken is chaos en duisternis, vragen en gedachten schieten door hun hoofd: wie was die man toch? Hadden we niet gedacht dat hij zo was, dat hij dit en dat zou doen…. Hebben we ons niet vergist? Het ging van hero tot zero met hem…Zijn we niet meegelopen met een charlatan, lieten we ons verleiden door een goeroe? Lopen wij ook gevaar vermoord te worden? Ze discussiëren… één en al verwarring…

Artsen geven vaak het advies te wandelen wanneer je leven vast zit, duister is, geen zin of betekenis lijkt te hebben. Wandelen, om beweging te krijgen in wat vast zit…nieuwe perspectieven kunnen zich aandienen wanneer je wegtrekt …. Vanmorgen las ik nog dat een Vlaamse politica na enkele kilometers lopen of fietsen meer problemen kan oplossen dan met uren vergaderen.

Dat is wat deze leerlingen ook doen: met elkaar de baan op, zich een weg banend doorheen die vele gebeurtenissen van de laatste dagen. Discussiërend – zinnen half afmakend, nieuwe pistes verkennend, al vertellend een rode draad ontdekken, hoofd- en bijzaak van elkaar scheidend.

Het ligt in dezelfde lijn als wat Peter Adriaenssen deze week op de radio vertelde: dat hij slachtoffers van seksueel misbruik vaak de raad geeft hun ervaringen te noteren. Emoties, herinneringen, kwetsuren te benoemen om door het neerschrijven beweging te krijgen in de verlamming die zo’n trauma teweegbrengt. Schrijvend wandelen door je herinnering om nieuwe samenhang en betekenis te zien die wegleidt uit een verleden dat écht leven – die naam waardig- tegenhoudt, …

Laten we zingend die wandeling, dat soort gesprek tussen mensen ervaarbaar maken: zoeken naar woorden, terugkijken naar gebeurtenissen op de gelovige levensweg, bijhorende emoties van donkerte en eenzaamheid benoemen en dan toch weer samen op weg, waarheen?… naar goed wijd land, een bron waar we kunnen rusten, thuiskomen in het diepe vertrouwen dat de man Jezus uitstraalde en dat herinnert aan die eeuwenoude belofte JHWH, ‘ik zal er zijn’… jij bent niet alleen.

Lied:

Vroeg in de morgen,
donker was het nog,
zijn wij gegaan, een keer,
met in ons hart niets dan
‘Ik zal er zijn…’

Met veel Bijbelse beelden zongen we uit wat God-geloof met mensen doet: een diep verlangen wakker maken, in beweging zetten… Niet dat alle verwachtingen worden ingelost, er moet herschikt: ‘jij bent niet die wij dachten’….We zien het niet, we horen een belofte maar twijfelen of we het ons niet inbeelden, of het wel de moeite waard is. De belofte wenkt: ‘ik zal er zijn’… Het verlangen naar liefde en vrijheid is sterker dan onszelf, zonder veel plan maar ‘onstuimig en verward’ vertrekken we… Op zo’n bijna impulsieve tocht ontkomen we niet aan ontgoocheling: ‘een troep die zwerft, de richting kwijt, …’

Dan maar naar Emmaus, dat boerengat kennen we als onze broekzak. Maar de vreemde die met ons meegaat, die ongemerkt naast ons is komen lopen veroorzaakt een barst in onze tocht naar oude zekerheden.

Ik weet niet of jullie TED-talks kennen, korte podiumpresentaties van ongeveer een kwartier waarin experten op begeesterende wijze nieuwe inzichten over mens en wereld uit de doeken doen. De thema’s van deze ‘talks’ variëren sterk, de enige vereiste is dat er innovatieve en inspirerende ideeën de wereld in gestuurd worden. De krant De Morgen heeft een aantal Ted-talks uitgekozen om in boekvorm te verspreiden, één daarvan is van Kio Stark, Praten met vreemden. Zij zegt o.a.: als je met vreemden praat, maak je prachtige onderbrekingen in het voorspelbare verhaal van jouw dagelijks leven en in dat van hen. Je maakt onverwachte connecties.

Dat herken ik in het Emmaüsverhaal: een ontmoeting met de vreemde maakt dat in de veelheid van gedachten een nieuwe duidelijke lijn zich begint af te tekenen ‘de weerklank van wat woorden in ons hart’ haalt het en we houden vol: niet langer een troep maar ‘een stoet‘ geworden op ‘een eeuwenlang smal pad’, …. op weg naar licht…we zijn niet meer alleen, het wordt een ‘file in de nacht’….we zijn in goed gezelschap: ‘in het spoor van mensen die de nacht verslaan’ … De belofte ‘ik zal er zijn’ is geen stem van ergens buiten – voor de Emmaüsgangers is het een waarheid van het hart geworden.


Het Emmaüsverhaal is in onze ogen onuitputtelijk aan betekenissen, betekenissen die je ook in de geschiedenis van onze gemeenschap kan lezen. We kunnen ze hier niet uitvoerig toelichten maar enkele willen we jullie niet onthouden: (1) de bijbels-christelijke traditie op zich, (2) de bijzondere tafel en (3) de geografische en theologische ‘reis’

(1) De twee Emmaüsgangers proberen de recente gebeurtenissen van Jezus leven, lijden en dood te ontwarren. De onbekende die met hen meegaat plaatst die recente geschiedenis in een ruimer profetisch perspectief waardoor ze inzicht krijgen en uitzicht ontwaren. De geschriften uit onze bijbels-christelijke traditie lezen, bezingen en in gesprek brengen met onze persoonlijke, sociale en politieke geschiedenis zet Dominicus Gent al 35 jaar in beweging, doet ons in beweging komen om daadwerkelijk aan Gods Rijk mee te werken.

(2) het belang van de Tafel – Witte Donderdag, -het Pesach maal van Jezus met zijn apostelen- is nog maar enkele dagen achter de rug – een dankbaar maar ook droevig samenzijn met die vreemde belofte ‘ik zal er zijn’ in brood en wijn, mijn lichaam en bloed.

Aan de tafel in Emmaüs breekt die betekenis pas door: ik zal er zijn… God is er, in Jezus, Jezus is verrezen, de dood heeft niet het laatste woord!

Aan de tafel in Dominicus, de betekenisrijke tafel die Thierry voor ons heeft gemaakt mogen wij ervaren dat de droom van God met deze wereld niet afgelopen is, maar gestalte krijgt in wat wij ervan maken.

(3) Het Emmaüsverhaal vinden we alleen bij Lukas, de man die Jezus’ leven als een reis beschrijft die je zelfs op de kaart kan uittekenen. In zijn tweede boek – Handelingen- worden volgelingen van Jezus ‘mensen van de weg’ genoemd. Het gaat hier niet zozeer om een geografische weg dan wel over een menselijke en theologische weg ten leven. Van Jeruzalem naar Emmaüs en terug maakt deel uit van ons mensenleven: het niet meer zien, naar het oude willen terugkeren en door een onverwachte ontmoeting weer zien waar het echt om te doen is, waar de mensen zijn bij wie je hoort. Op deze weg van niet-zien en herkennen gaat God met ons mee in de gestalte van een vreemde. In meer dan één betekenis zit er in dit verhaal ‘beweging’, ommekeer die ook in ons leven herkenbaar is/kan zijn:

  • Het afdalen en afdwalen van Jeruzalem, -de plaats waar Jezus is, de plaats waar de anderen zijn- dit afdwalen verandert in terugkeer, afdalen wordt opklimmen naar Jeruzalem, naar de gemeenschap die met en in Jezus verbonden is.
  • Het niet-zien, niet-herkennen keert om naar herkennen bij het breken van het brood,
  • er is ook een beweging van duisternis en somberheid (‘met een bedrukt gezicht’) naar licht en warmte (‘brandde ons hart niet?’-‘was het niet hartverwarmend?’),
  • het weggaan van de gemeenschap, het zich met twee isoleren van de rest wordt gestopt, de twee keren terug naar Jeruzalem om gemeenschap te maken en verder uit te dragen.

In gesprek treden met de bijbels-christelijke traditie, het samenzijn aan tafel, het in beweging komen…het zijn maar drie betekenissen die we hebben uitgelicht om onze 35ste verjaardag luister bij te zetten.



Welkom aan de tafel    
                                                                            

We hebben vandaag onze verjaardagstafel gedekt. Samen eten en drinken is een oeroud en wereldwijd herkenbaar gebeuren waarin verbondenheid en zorg voor elkaar worden uitgedrukt.

In deze gezindheid vieren ook wij nu reeds 35 jaar samen en vragen we aan de Onnoembare en aan elkaar dat in het breken en delen van brood de waarheid over ons leven ook vandaag moge oplichten. En dat in de diepe onderstroom van mensen die zich solidair met elkaar verbinden, het mysterie van Haar/Zijn nabijheid, tastbaar aanwezig moge komen.

We verbinden ons ook, speciaal vandaag, met al wie in deze gemeenschap lang of kort hebben meegevierd en er nu enkel nog in onze gedachten zijn. tenslotte verbinden we ons met alle gemeenschappen ter wereld die zij  in Haar/Zijn Licht samen met ons proberen inzetten voor rechtvaardigheid en liefde.

 

De Emmaüsgangers
(Michel van den Plas)
 

Laat ons tot zijn gedachtenis

nu samen eten, Kléopas,

en vieren dat hij bij ons is

zoals hij het die avond was.

 

Wij samen, maar niet meer alleen

sinds wij, onder ons eigen dak,

door onze warme tranen heen

het brood herkenden dat hij brak.

 

Het was zijn lichaam en zijn bloed,

het was zijn lijden en zijn dood,

het was de liefde in overvloed

en Gods genade levensgroot.

 

Kom, leg het brood op tafel neer

tussen ons in en bid met mij,

en Kléopas, hij is hier weer,

onvergelijkelijk nabij.

 

Terwijl ons hart weer in ons brandt,

genezen van ons diepst gemis,

zitten wij samen, hand in hand,

en vieren zijn verrijzenis.

Wat de leerlingen in Emmaus die avond de ogen opent zijn de nieuwe gebaren die Jezus enkele dagen voordien voordeed:

Brood zegenen, breken en delen, zeggende: “Neem en eet dit is mijn lichaam. Deel het met elkaar wanneer je samen bent, ik blijf immers op een nieuwe wijze bij jullie”.

Hij nam ook de beker, zegende die en sprak: “Neem en drink dit is mijn bloed. Deel het met elkaar om goed te weten wat je te wachten staat als je in mijn spoor je leven uitbouwt. Drink deze beker van een nieuw verbond, ik laat jullie niet in de steek”

 

Jaap Zijlstra – De Heer is onze reisgenoot

 

De Heer is onze risgenoot,

Hij die ons zijn gezelschap bood

en sprekend over kruis en graf

geduldig tekst en uitleg gaf.

 

Zo valt een lange weg ons licht,

de schrift opent een vergezicht

en brengt verdwaalden dicht bij huis,

verloren zonen komen thuis.

 

De avond daalt, blijf bij ons Heer!

Hij zet zich aan de tafel neer

en breekt het brood en schenkt de wijn,

die gast, het moet de gastheer zijn!

 

Wij keren naar Jeruzalem,

ons branden hart verneemt zijn stem,

Hij deelt met ons het daaglijks brood,

de Heer is onze reisgenoot.